Recht op schadevergoeding Voorbeeldclausules

Recht op schadevergoeding a. Bij constatering van vermissing van een verzekerd motorrijtuig als gevolg van een gebeurtenis als omschreven in artikel 4 lid 4.f. en 5.c. dient de verzekerde de verzekeraar direct van dit feit op de hoogte te stellen. Van de vermissing moet tevens direct aangifte bij de politie worden gedaan. De verzekeringnemer verklaart zich, voor zover van toepassing, akkoord met het aanmelden door de verzekeraar van de voertuiggegevens aan het Vermiste Auto Register (VAR), zodat door de overheid erkende particuliere organisaties door de verzekeraar ingeschakeld kunnen worden voor het terugvinden en terugbezorgen van het motorrijtuig. De verzekerde kan ook zelf rechtstreeks de vermissing van het motorrijtuig doorgeven aan de VAR-helpdesk, die 24 uur per dag bereikbaar is (telefoon 071-3641777). b. In geval van vermissing van een verzekerd motor- rijtuig door een evenement als omschreven in artikel 4 lid 4.f. en 5.c. is de verzekeraar eerst na verloop van dertig dagen, nadat aangifte bij de politie en aanmelding bij de verzekeraar zijn geschied, verplicht c. De betaling van door de verzekeraar van de vastge- stelde schade zal, met inachtneming van het in dit artikel lid 3.b. bepaalde, zo spoedig mogelijk geschieden nadat over het recht daarop en de omvang daarvan overeenstemming is bereikt. d. Indien het recht op vergoeding van de schade niet binnen drie maanden nadat de schade is gemeld, kan worden vastgesteld, omdat de afwikkeling van de schade slechts wordt aangehouden vanwege het verkrijgen van bewijsmiddelen, en de verzekering- nemer de polisverplichtingen is nagekomen en dat blijft doen, verhoogt de verzekeraar de uitkering met de wettelijke rente vanaf de datum van het verstrijken van deze periode tot het tijdstip waarop de schade wordt afgewikkeld, evenwel met dien verstande dat over eenzelfde periode de wettelijke rente vergoed zal worden: 1. krachtens het in dit artikel bepaalde; 2. krachtens het bepaalde in de Algemene Verzekeringsvoorwaarden. e. B.P.M. wordt uitsluitend vergoed indien de f. De betaling van het door de verzekeraar uit te keren schadebedrag wordt exclusief B.T.W. verricht, indien de verzekeringnemer gerechtigd is tot aftrek/ teruggave van deze B.T.W.
Recht op schadevergoeding a. In geval van schade zullen de in deze voorwaarden bedoelde experts een raming geven van het indexcijfer voor bouwkosten op dat moment. Een verhoging van het indexcijfer ten opzichte van de laatste premievervaldag, zoals beschreven in artikel 2 lid 6, leidt voor de regeling van de schade tot een evenredige verhoging van het verzekerde bedrag, evenwel met een maximum van 125% van het op de laatste premievervaldag vastgestelde verzekert bedrag. b. Indien het verzekerde bedrag ook na toepassing van de genoemde verhoging niet toereikend is, wordt de schade, evenals de honoraria en kosten van door de verzekeringnemer benoemde experts en deskundigen, vergoed naar verhouding van het verzekerde bedrag tot de volle waarde van de verzekerde zaken onmiddellijk voor de gebeurtenis. c. Indien sprake is van voortaxatie conform artikel 2 lid 5 zullen de in het taxatierapport genoemde bedragen worden aangenomen als de volle waarde van de verzekerde zaken onmiddellijk voor de gebeurtenis, ongeacht het in lid 5a en 5b van dit artikel bepaalde. d. De verzekerde zal krachtens de verzekering geen vergoeding ontvangen waardoor hij in een duidelijk voordeliger positie zou geraken. De vorige zin mist toepassing bij voorafgaande taxatie van de waarde van een zaak tot stand gekomen krachtens een aan een deskundige opgedragen beslissing of krachtens een beslissing of krachtens een beslissing van partijen overeenkomstig het advies van een deskundige. 1. Indien dezelfde schade door meer dan één verzekering wordt gedekt kan de verzekerde met inachtneming van artikel 7:961 BW elke verzekeraar aanspreken. De verzekeraar is daarbij bevoegd de nakoming van zijn verplichting tot schadevergoeding op te schorten totdat de verzekerde de andere verzekeringen heeft genoemd. 2. Voor de toepassing van dit artikel sub d1 wordt met schade die door een verzekering wordt gedekt gelijkgesteld schade die door de verzekeraar onverplicht wordt vergoed. 3. De verzekeraars hebben onderling verhaal opdat ieder zijn deel draagt, naar evenredigheid van de bedragen waarvoor ieder afzonderlijk kan worden aangesproken. Verzekeraars hebben op gelijke voet onderling verhaal voor hen redelijke kosten tot het vaststellen van de schade, evenals voor hen redelijke kosten van verweer in en buiten rechte. De verzekerde is ten opzichte van de verzekeraars afzonderlijk verplicht zich te onthouden van elke gedraging die ten kosten van dezen afbreuk doet aan hen onderling verhaal. 4. De bij eenzelfde verzekering betrokken ...
Recht op schadevergoeding. 1. De verzekeringnemer heeft na reparatie van een verzekerde schade recht op schadevergoeding. Schadevergoeding vindt plaats nadat de verzekeringnemer de originele gespecificeerde reparatiefactuur heeft overlegd. 2. Tenzij anders is overeengekomen, moet de reparatie binnen twee jaar na de schadeopname plaatsvinden. 3. In eigen beheer uitgevoerde reparatiewerkzaamheden worden vergoed, voor zover deze aannemelijk zijn gemaakt en schrif- telijk zijn onderbouwd. 4. Kosten ter voorkoming en beperking van schade worden ver- goed, nadat deze aannemelijk zijn gemaakt en schriftelijk zijn onderbouwd. 5. Zolang het bewijs, genoemd in lid 1 en 4 van dit artikel, niet is geleverd, wordt geen schadevergoeding uitgekeerd.
Recht op schadevergoeding. Om het recht op schadevergoeding niet te verliezen dient de verzekerde te voldoen aan nderstaand. Bij verlies, diefstal of vermissing moet verzekerde onmiddellijk ter plaatse aangifte doen bij de politieautoriteiten. Indien aangifte ter plaatse onmogelijk is moet verzekerde direct bij de eerstkomende gelegenheid aangifte doen. Van deze aangifte moet hij een verklaring aan de maatschappij overleggen. Wanneer verzekerde zijn bagage door verlies, diefstal of vermissing kwijt raakt in een hotel, dient hij dit direct aan te geven bij de hoteldirectie. Van deze aangifte moet hij een verklaring aan de maatschappij overleggen. De verplichting om ter plaatse aangifte te doen bij de politieautoriteiten blijft onverminderd van kracht. Wanneer de bagage met een openbaar vervoermiddel of een andermiddel van transport meegaat, moet verzekerde bij het in ontvangst nemen van zijn bagage controleren of deze nog in goede staat is en of er niets ontbreekt. Als hij schade of vermissing constateert, moet hij hiervan direct aangifte doen bij de vervoersonderneming.Van deze aangifte moet hij een verklaring aan de maatschappij overleggen. De bewijslast van diefstal, verlies, vermissing of beschadiging van bagage alsmede van de omvang van de schade, het feit dat hij de bagage werkelijk bezat en het feit dat de verzekerde gebeurtenis zich in de dekkingsperiode van de verzekering heeft voorgedaan rust altijd op verzekerde. Verzekerde is tevens verplicht de schade aan te tonen door middel van originele rekeningen of duplicaten daarvan, garantiebewijzen, geldopnamebewijzen, verklaringen van deskundigen over de mogelijkheid van reparatie en andere door de maatschappij verlangde bewijsstukken. Daarnaast is verzekerde verplicht de maatschappij bij beschadiging in staat te stellen de bagage te onderzoeken voordat reparatie c.q. vervanging plaatsvindt. Als verzekerde bovengenoemde verplichtingen niet nakomt zal de maatschappij niet tot vergoeding overgaan.
Recht op schadevergoeding. Voorwaarde voor het ontstaan van enig recht op schadevergoeding is steeds dat de opdrachtgever de schade binnen een redelijke termijn, maar niet later dan vijf werkdagen nadat opdrachtgever meent dat schade is ontstaan, schriftelijk meldt bij BALJON.
Recht op schadevergoeding. Art. 15 bis schrijft in de WVP een bepaling in over het recht op schadevergoeding: de verantwoordelijke voor de verwerking is aansprakelijk voor schade die de betrokkene lijdt ingevolge een verwerking die in strijd is met deze wet of haar uitvoeringsbesluiten, tenzij hij bewijst dat het feit dat de schade heeft veroorzaakt, hem niet kan worden toegerekend. Het gaat hierbij om een lichte vorm van objectieve aansprakelijkheid12. Dit houdt in dat, indien de oorzaak van de schade onbekend blijft, het slachtoffer moet vergoed worden door de verantwoordelijke voor de verwerking. Ook als de verantwoordelijke er niet in slaagt aan te tonen dat het feit hem niet kan worden toegerekend, moet hij de betrokkene vergoeden, ook al heeft hij zelf geen enkele fout begaan13. De verantwoordelijke kan zich van deze objectieve aansprakelijkheid bevrijden. Daartoe moet hij bewijzen dat het feit dat de schade heeft veroorzaakt hem niet kan worden toegerekend. Deze formulering werd verkozen boven de formulering “indien hij bewijst dat hij geen fout heeft begaan”, ingevolge het advies van de Raad van State. De Raad heeft gewezen op het verschil tussen beide formuleringen. Slechts in het eerste geval moet de verantwoordelijke voor de verwerking niet alleen het bewijs leveren dat het feit reëel is, maar ook dat het feit dat hij aanvoert werkelijk de schade heeft veroorzaakt, en ook dat het feit hem niet kan worden toegerekend. Dat het feit niet toerekenbaar is aan de verantwoordelijke kan op verschillende manieren worden bewezen: een fout van de betrokkene, overmacht, een fout van een derde, enz. Een vordering tot schadevergoeding tegen de verwerker kan niet worden gegrond op art. 15bis WVP. Dit artikel beperkt zich tot het instellen van een lichte objectieve aansprakelijkheid ten laste van de verantwoordelijke voor de verwerking. Aangezien de verwerker in opdracht en onder de verantwoordelijkheid van de verantwoordelijke voor de verwerking werkt, zal er veelal geen reden zijn om tegen de verwerker afzonderlijk een proces te beginnen. Indien de verantwoordelijke voor de verwerking onvermogend is of niet meer bestaat (bv. wegens faillissement, ontbinding, ...) is er natuurlijk wel een reden om de verwerker rechtstreeks aan te spreken. Om de verwerker aan te spreken tot het betalen van een schadevergoeding zal de betrokkene zich moeten verlaten op het gemene recht (art. 1382 BW). Dit betekent dat de betrokkene een fout in hoofde
Recht op schadevergoeding. Om het recht op schadevergoeding niet te verliezen dient de verzekerde te voldoen aan onderstaand. Bij verlies, diefstal of vermissing moet verzekerde onmiddellijk ter plaatse aangifte doen bij de politieautoriteiten. Indien aangifte ter plaatse onmogelijk is moet verzekerde direct bij de eerstkomende gelegenheid aangifte doen. Van deze aangifte moet hij een verklaring aan de Europeesche overleggen. Wanneer verzekerde zijn bagage door verlies, diefstal of vermissing kwijtraakt in een hotel, dient hij dit direct aan te geven bij de hoteldirectie. Van deze aangifte moet hij een verklaring aan de Europeesche overleggen. De verplichting om ter plaatse aangifte te doen bij de politieautoriteiten blijft onverminderd van kracht. Wanneer de bagage met een openbaar vervoermiddel of een ander middel van transport meegaat, moet verzekerde bij het in ontvangst nemen van zijn bagage controleren of deze nog in goede staat is en of er niets ontbreekt. Als hij schade of vermissing constateert, moet hij hiervan direct aangifte doen bij de vervoersonderneming. Van deze aangifte moet hij een verklaring aan de Europeesche overleggen. De bewijslast van diefstal, verlies, vermissing of beschadiging van bagage alsmede van de omvang van de schade, het feit dat hij de bagage werkelijk bezat en het feit dat de verzekerde gebeurtenis zich in de dekkingsperiode van de verzekering heeft voorgedaan rust altijd op verzekerde. Verzekerde is tevens verplicht de schade aan te tonen door middel van originele rekeningen of duplicaten daarvan, garantiebewijzen, geldopnamebewijzen, verklaringen van deskundigen over de mogelijkheid van reparatie en andere door de Europeesche verlangde bewijsstukken. Daarnaast is verzekerde verplicht de Europeesche bij beschadiging in staat te stellen de bagage te onderzoeken voordat reparatie, danwel vervanging plaatsvindt. Als verzekerde bovengenoemde verplichtingen niet nakomt, zal de Europeesche niet tot vergoeding overgaan.
Recht op schadevergoeding. In geval van diefstal of verduistering van een verzekerd object, is de verzekeraar eerst na verloop van dertig dagen, nadat aangifte bij de politie en aanmelding bij de verzekeraar is geschied, verplicht het schadebedrag te (doen) bepalen en de schade af te wikkelen, mits de eigenaar het vermiste object in eigendom aan de verzekeraar heeft overgedragen. 5.4.1 De betaling door de verzekeraar van de vastgestelde schade zal, met inachtneming van het in dit artikel bepaalde, zo spoedig mogelijk geschieden nadat over het recht daarop en de omvang daarvan overeenstemming is bereikt. 5.4.2 De betaling van het door de verzekeraar uit te keren schadebedrag wordt exclusief B.T.W. verricht, indien de verzekeringnemer gerechtigd is tot aftrek/teruggave van deze B.T.W. 5.4.3 Per gebeurtenis geldt het op het polisblad vermelde eigen risico. 5.4.4 De objecten zullen in geen geval aan de verzekeraar kunnen worden geabandonneerd.
Recht op schadevergoeding. Elk recht op schadevergoeding vervalt in ieder geval voor zover de wederpartij niet direct na het ontstaan van de schade maatregelen heeft genomen om de schade te beperken, dan wel meer of andere schade te voorkomen. Daarnaast geldt dat LearnLinq B.V. zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk op de hoogte moet zijn gesteld van alle relevante informatie met betrekking tot de schade.