Uitkering bij overlijden Indien een werknemer overlijdt, is het bepaalde in artikel 7: 674 BW van kracht. In afwijking van artikel 7: 674 lid 2 zal bij de beëindiging van de arbeidsverhouding door het overlijden van de werknemer de werkgever aan de nagelaten betrekkingen van de werknemer de periode waarover een wettelijke overlijdensuitkering wordt betaald met 1 maand verlengen, waarbij de uitkeringen netto worden uitgekeerd.
Uitkering bij overlijden Deze regeling staat naast andere voorzieningen bij overlijden, zoals de Algemene nabestaandenwet en het partnerpensioen van het ABP. TOELICHTING BIJ HOOFDSTUK C Beleidsmatige achtergronden en uitgangspunten Sedert 1 januari 2005 kennen de provincies een uniform beloningssysteem. Het betreft een samenhangend systeem van beloning, beoordeling en functiewaardering. De doelstelling van dit systeem is de bevordering van de kwaliteit van het provinciale apparaat. Belangrijke elementen zijn daarin de vergroting van de mogelijkheden tot bewust en gedifferentieerd belonen van ambtenaren (vergroting sturingsmogelijkheden voor het management, meer outputgerichte beloning, vereenvoudiging en doorbreking van automatismen) en bijstelling van het loongebouw (geen aparte jeugdsalarissen, geen wachtjaren voor diensttijduitlopen, aantal stappen in de schaal). Het beloningssysteem kent vier beloningsgrondslagen, te weten functiezwaarte, structurele groei in ontwikkeling, werkresultaten en marktwaarde. De marktwaarde vindt zijn vertaling in het generieke salarisniveau en in specifieke voorzieningen ter verbetering van de arbeidsmarktpositie. Het beloningssysteem is in 2008 geëvalueerd en in 2010 aangepast door vervanging van een driepuntschaal door een vijfpuntschaal van beoordelen en belonen. Zie daarvoor meer in de volgende alinea en in de toelichting op de artikelen C.7 en C.9. Op hoofdlijnen ziet het beloningssysteem er als volgt uit. Iedere ambtenaar wordt ingedeeld in een van de 18 salarisschalen. De salarisschaal is afhankelijk van de functiezwaarte die wordt bepaald met behulp van functiewaardering. Een conversietabel vertaalt de uitkomst van de functiewaardering naar de salarisschaal die bij de functie hoort. Uitgangspunt is bewust belonen, steeds op basis van een beoordeling, waardoor automatismen worden doorbroken. Vooraf worden afspraken gemaakt over de te behalen werkresultaten en over de structurele groei in ontwikkeling. Deze afspraken worden tussentijds getoetst en eventueel bijgesteld en achteraf beoordeeld en beloond. Het betreft een systeem van jaargesprekken waarvan de basis wordt gevormd door een individueel werkplan dat als afgeleide van het jaarplan van de werkeenheid, de concrete afspraken vastlegt tussen leidinggevende en ambtenaar. In deze gesprekken komen ook andere zaken aan de orde, zoals opleiding, loopbaanperspectief, werktijden, arbeidsomstandigheden en de ondersteuning door de leidinggevende De structurele groei in ontwikkeling w...
Uitkering bij overlijden
1. Indien de werknemer overlijdt, zal aan zijn nagelaten betrekkingen een overlijdens- uitkering worden verstrekt.
2. Deze uitkering is gelijk aan het bedrag van het maandinkomen, vermeerderd met de vakantietoeslag en eindejaarsuitkering dat de werknemer zou hebben ontvangen over het resterende deel van de kalendermaand waarin het overlijden plaatsvond plus de twee daaropvolgende kalendermaanden. Op dit bedrag wordt in mindering gebracht, hetgeen de nagelaten betrekkingen bij overlijden van de werknemer toekomt op grond van Sociale Verzekeringswetgeving wetgeving.
3. De werkgever is geen uitkering verschuldigd, indien door toedoen van de werknemer geen aanspraak meer bestaat op een uitkering op grond van de sociale verzekeringswetten als hiervoor genoemd in lid 2 of door toepassing van artikel 7:629, lid 3 BW geen recht op loon als bedoeld in artikel 7:629 BW.
4. Onder nagelaten betrekkingen wordt in dit artikel verstaan:
a. De langstlevende der echtgenoten, mits deze niet duurzaam gescheiden leefden;
b. Indien deze niet meer in leven is of de echtgenoten duurzaam gescheiden leefden: de minderjarige wettige of natuurlijke kinderen. Voor de toepassing van dit artikel wordt mede als echtgenoot aangemerkt de niet met de werknemer gehuwde persoon van verschillend of gelijk geslacht met wie duurzaam een gezamenlijke huishouding wordt gevoerd, tenzij het betreft een persoon met wie bloedverwantschap in de eerste of tweede graad bestaat. Van een gezamenlijke huishouding kan slechts sprake zijn, indien twee ongehuwde personen gezamenlijk voorzien in huisvesting en bovendien beiden een bijdrage leveren in de kosten van huishouding dan wel op andere wijze in elkaars verzorging voorzien.
Uitkering bij overlijden Als een werknemer overlijdt, dan ontvangt de achterblijvende partner een overlijdensuitkering. De hoogte van deze uitkering is tweemaal het bruto loon (zoals bedoeld in artikel 2.14) van de werknemer en het loon dat hij de rest van de maand ontvangen zou hebben. Als er geen partner is, dan krijgen de minderjarige, wettige of natuurlijke kinderen deze uitkering.
Uitkering bij overlijden Bij overlijden krijgen je nabestaanden een uitkering van Xxxxxxx. De hoogte van deze uitkering wordt berekend op basis van de WW-aanvulling die je de eerste 3 maanden na de maand waarin je overlijdt zou krijgen.
Uitkering bij overlijden
1. Indien een werknemer overlijdt wordt aan de nabestaanden een overlijdensuitkering verstrekt. Deze uitkering is gelijk aan het laatste salaris over het resterende deel van de maand van overlijden plus de twee daarop volgende maanden. Op dit bedrag wordt in mindering gebracht hetgeen de nabestaanden ter zake van het overlijden van de werknemer toekomt ingevolge de Xxxxxxxxx, WAO/ WIA.
2. Onder de nabestaanden wordt verstaan:
a. De langstlevende echtgenoot/partner, mits deze niet duurzaam gescheiden leefde;
b. Indien deze niet meer in leven is of indien de echtgenoten duurzaam gescheiden leefden: de minderjarige wettige of erkende natuurlijke kinderen.
3. Onder het laatste salaris van de overleden werknemer wordt in dit artikel verstaan het laatst genoten salaris vermeerderd met ploegentoeslag, beloningen voor overwerk voor zover deze niet een incidenteel karakter dragen, vakantietoeslag en gratificatie.
Uitkering bij overlijden
1. Indien werknemer overlijdt wordt zijn salaris uitbetaald tot en met de maand van overlijden.
2. Indien werknemer overlijdt wordt zo snel mogelijk hierna een uitkering betaald conform artikel 7:674 lid 2 tot en 3 BW9. De hoogte van de uitkering bedraagt drie maal het laatstverdiende salaris van werknemer. Indien geen sprake is van de personen zoals bedoeld in artikel 7:674 lid 2 BW, kan werkgever met de uitkering de kosten van de eventuele laatste ziekte en de begrafenis of crematie van werknemer geheel of gedeeltelijk betalen voor zover die niet uit zijn nalatenschap kunnen worden betaald.
3. Indien op grond van de WIA of een andere wettelijke regeling ook aanspraak bestaat op een overlijdensuitkering, wordt deze in mindering gebracht op de te betalen uitkering bedoeld in lid 2.
4. Indien werknemer overlijdt als gevolg van een bedrijfsongeval dat hij niet opzettelijk heeft veroorzaakt, wordt aan degenen die in verband met dit overlijden recht hebben op een nabestaandenpensioen van het ABP, een uitkering toegekend van 18% van het conform het Pensioenreglement opgebouwde nabestaandenpensioen. Deze uitkering eindigt zodra werknemer recht zou hebben gekregen op een AOW-uitkering. Indien de uitkering wordt betaald aan de echtgeno(o)t(e) van werknemer, eindigt deze ook in de maand na de maand waarin hij of zij hertrouwt.
Uitkering bij overlijden
1. Xxxxxxx van overlijden van de wachtgeldgerechtigde wordt door de werkgever aan:
a. de echtgeno(o)t(e) of relatiepartner, van wie de wachtgeldgerechtigde niet duurzaam gescheiden leefde, en bij ontstentenis van deze aan
b. diens minderjarige kinderen, en bij ontstentenis van deze aan
c. degene ten aanzien van wie de wachtgeldgerechtigde grotendeels in de kosten van het bestaan voorzag en met wie hij in gezinsverband leefde, een uitkering verstrekt ter grootte van het wachtgeld dat over de eerste drie maanden volgend op de maand van overlijden zou zijn uitgekeerd.
2. Indien de overledene geen betrekkingen nalaat als hierboven genoemd, kan de werkgever de uitkering of een gedeelte daarvan doen toekomen aan de persoon of de personen, die daarvoor naar het oordeel van de werkgever op grond van billijkheidsoverwegingen in aanmerking komt/komen.
3. De overlijdensuitkering als bedoeld in het eerste lid vervalt indien en voor zover ter zake van overlijden uitkeringen worden verstrekt krachtens de sociale verzekeringswetten.
Uitkering bij overlijden
1. Indien een werknemer overlijdt, zal aan zijn nagelaten betrekkingen een overlijdensuitkering worden verstrekt gelijk aan 3 maal het bedrag van het voor de werknemer geldende salaris. Op dit bedrag wordt door de werkgever in mindering gebracht hetgeen de nagelaten betrekkingen door het overlijden van de werknemer toekomt volgens de Ziektewet, de WAO, de WIA en de Toeslagenwet.
2. Onder nagelaten betrekkingen wordt verstaan:
a. de duurzame partner;
b. indien deze niet meer in leven is of de echtgenoten duurzaam gescheiden leefden: de minderjarige wettige of natuurlijke kinderen.
3. Onder salaris wordt in dit artikel verstaan het laatst genoten salaris vermeerderd met ploegentoeslag, beloningen voor overwerk voor zover deze extra beloningen niet een incidenteel karakter dragen, vakantietoeslag en vast overeengekomen jaarlijkse uitkeringen.
4. Geen uitkering is verschuldigd, indien tengevolge van het toedoen van de werknemer geen aanspraak bestaat op een uitkering krachtens de Ziektewet, de WAO, de WIA en de Toeslagenwet.
Uitkering bij pensionering of volledige arbeidsongeschiktheid
1. Een werknemer die op 1 januari 2006 bij de werkgever werkte, op die datum vijftig jaar of ouder was en sindsdien onafgebroken in dienst bleef, heeft recht op een bruto-uitkering als het dienstverband eindigt om een van de volgende redenen: hij gaat met pensioen op de AOW-gerechtigde leeftijd; hij maakt gebruik van ABP-keuzepensioen (tussen zijn 60ste en 70ste); hij is volledig arbeidsongeschikt.
2. De bruto-uitkering bedraagt: twee maandsalarissen als de werknemer bij beëindiging van het dienstverband tien jaar of langer in dienst van de werkgever was. Deze maandsalarissen zijn inclusief het vakantiegeld (artikel 5.4) en de toeslagen die voor het pensioen (artikel 5.1) meetellen.
3. De uitkering wordt over de gemiddelde arbeidsduur van de laatste tien jaar berekend als de werknemer in de tien jaar voorafgaand aan de beëindiging van het dienstverband een wisselend aantal uren werkte.