Data voorbereiding Voorbeeldclausules

Data voorbereiding. Een pre-processing van de hyperspectrale data is nodig om de door de AISA sensor opgenomen ruwe databestanden te corrigeren tot radiometrisch, geometrisch en atmosferisch gecorrigeerde beelden. De radiometrische correctie werd uitgevoerd door de dataleverancier. Deze dient om de ruwe digitale nummers zoals opgemeten door de hyperspectrale sensor om te zetten in een fysische grootheid, n.l. radiantie (nW cm-2 sr-1 nm-1). De atmosferische en geometrische correctie werd uitgevoerd in het Central Data Processing Center (CDPC) van de VITO. De radianties die door de hyperspectrale sensor worden opgemeten zijn sterk afhankelijk van atmosferische omstandigheden (verstrooiing en absorptie door moleculen en aerosoldeeltjes). Voor deze effecten moet worden gecorrigeerd zodat uiteindelijk reflectanties verkregen worden. Dit is de verhouding van de hoeveelheid gereflecteerde elektromagnetische straling tot de hoeveelheid inkomende elektromagnetische straling. Door reflcectantiewaarden te gebruiken zijn de spectra van verschillende hyperspetrale beelden met elkaar te vergelijken. Gedurende geo-correctie van de hyperspectrale beelden wordt gebruik gemaakt van een DEM (Digital Elevation Model) van het gebied, attitudedata (de zogenaamde roll, pitch en yaw van het vliegtuig) en GPS data die samen de positie van het vliegtuig gedurende de meetcampagne weergeven. Om een hoge positionele nauwkeurigheid van de opgemeten data te bekomen wordt in postprocessing een differentiële correctie van de GPS data uitgevoerd. Het bleek echter dat deze differentiële correctie niet was toegepast bij de opname van de slikken en schorren dataset waardoor de positionele nauwkeurigheid van deze data ontoereikend was. De vluchten overdoen was geen optie; deze tekortkoming bij de registraties werd pas opgemerkt na levering van de dataset door de onderaannemer, op het einde van het opnameseizoen. Om dit probleem op te lossen werd software ontwikkeld die, gebruik makend van gegeorefereerde orthofoto’s en manuele interactie, de beelden nagenoeg perfect kon georefereren. De gebruikte methode is in detail beschreven in ANNEX 3 ‘Interactieve manuele geocorrectie’. Voor twee vluchtlijnen, 11a en 11b, was er een bijkomend probleem. De synchronisatie tussen de opgenomen hyperspectrale scanlijnen en de bijhorende attitudedata bleek niet te kloppen. De oorzaak voor dit probleem is niet gekend. Het probleem werd opgelost door de attitudedata vijf scanlijnen te verschuiven. Deze verschuiving werd proefondervi...