Stichting Geschillen in de landbouw c.a. ARBITRAGE REGLEMENT 2017
Stichting Geschillen in de landbouw c.a. ARBITRAGE REGLEMENT 2017
Ten behoeve van geschillen in de agrarische sfeer in de ruimste zin des woords waaronder onder meer koop- en verkoop van (al dan niet be- en verwerkte) landbouwproducten, landbouwwerktuigen, loonwerkzaamheden, grondverzet, vennootschaps- en maatschapscontracten, landbouwzorg etc.
Algemene bepalingen
Artikel 1 - Definitie
In dit Reglement wordt verstaan onder:
Arbitragebureau: Arbitragebureau van het Instituut voor Agrarisch Recht
Arbitragecommissie: een commissie bestaande uit één of drie arbiters, samengesteld overeenkomstig dit reglement.
Arbitrageovereenkomst: een overeenkomst waarbij partijen geschillen die tussen hen uit een bepaalde, al dan niet uit een overeenkomst voortvloeiende, rechtsbetrekking zijn ontstaan (compromis) dan wel zouden kunnen ontstaan (arbitraal beding), aan arbitrage onderwerpen.
Eiser: een of meer eisers
Reglement: het arbitragereglement van de Stichting
Stichting: de Stichting Geschillen in de landbouw c.a.
Secretaris: de door het bestuur van de Stichting aangewezen secretaris. De secretaris heeft de hoedanigheid van meester in de rechten.
Verweerder: een of meer verweerders.
Voorzitter: de conform dit Reglement benoemde voorzitter van de arbitragecommissie en bij bindend advies de conform dit Reglement benoemde bindend adviseur.
Wrakingscommissie: Een door het bestuur van de Stichting aangestelde commissie bestaande uit tenminste de voorzitter dat beslist over verzoeken tot wraking als bedoeld in artikel 11.
Artikel 2 - Toepassingsgebied (arbitrage)
1. Dit Reglement is van toepassing indien partijen bij overeenkomst naar arbitrage door de Stichting of volgens het Reglement hebben verwezen. Deze overeenkomst wordt bewezen door een geschrift. Daarvoor is voldoende een geschrift dat in arbitrage voorziet of dat verwijst naar algemene voorwaarden welke in arbitrage voorzien en
dat door of namens partijen uitdrukkelijk of stilzwijgend is aanvaard.
2. Dit reglement vervangt het arbitragereglement van de Stichting Instituut voor Agrarisch recht van 2001.
Artikel 3 - Toepassingsgebied (bindend advies)
Dit Reglement is voor zover mogelijk van overeenkomstige toepassing indien partijen schriftelijk bindend advies door de Stichting of volgens het Reglement zijn overeengekomen.
Bij bindend advies wordt in het Reglement daar waar arbitragecommissie staat bindend adviseur(s) gelezen.
Artikel 4 - Mededelingen
1. Verzoeken en mededelingen worden gedaan of bevestigd op de in dit artikel voorziene wijze.
2. Na ontvangst van de arbitrageaanvraag door het arbitragebureau zenden de partijen hun verzoeken, mededelingen en andere stukken rechtstreeks aan het arbitragebureau met gelijktijdige toezending van een afschrift aan alle partijen. Hetzelfde geldt voor verzoeken, mededelingen of stukken van het arbitragebureau aan de partijen.
3. Indien partijen door opgave van hun e-mailadres kenbaar hebben gemaakt daarvoor langs deze weg bereikbaar te zijn, zullen alle verzoeken, mededelingen en of andere geschriften tussen de partijen en het arbitragebureau op elektronische wijze per e-mail worden verzonden.
4. Een verzoek, mededeling of handeling die langs elektronische weg geschiedt of een processtuk dat langs elektronische weg wordt ingediend, wordt geacht te zijn verzonden op het tijdstip waarop het bericht een systeem voor gegevensverwerking heeft bereikt waarvoor de verzender geen verantwoordelijkheid draagt.
Artikel 5 - Termijnen
1. Voor de toepassing van dit Reglement vangt een termijn aan op de dag van ontvangst van een daarop betrekking hebbende mededeling, en indien de verzending langs elektronische weg plaatsvindt op de dag van verzending, tenzij in dit Reglement of door de arbitragecommissie uitdrukkelijk anders is bepaald.
2. De voorzitter is bevoegd, op verzoek van een partij of uit eigen beweging, in bijzondere gevallen de
termijnen te verlengen of te verkorten. Voor zover er nog geen arbitragecommissie is benoemd conform artikel 14 komt de bevoegdheid toe aan de secretaris.
Aanvang van de arbitrage
Artikel 6 - Arbitrageaanvraag
1. Een arbitrage wordt schriftelijk aanhangig gemaakt door het indienen van een arbitrageaanvraag bij het arbitragebureau binnen een redelijke termijn na het ogenblik waarop het geschil is ontstaan, zulks ter beoordeling van de arbitragecommissie. Het geschil kan ook door middel van schriftelijke telecommunicatie en langs elektronische weg als bedoeld in art. 0000X Xx aanhangig worden gemaakt.
2. De arbitrage wordt geacht aanhangig te zijn gemaakt op de dag van ontvangst van de arbitrageaanvraag.
3. De arbitrageaanvraag bevat de navolgende gegevens:
(a) e naam, rechtsvorm, adres, woon- of vestigingsplaats, telefoonnummer en e-mailadres van ieder der partijen
(b) naam, adres en de woon-of vestigingsplaats telefoonnummer en e-mailadres van de persoon of personen die de verzoeker in arbitrage vertegenwoordigen;
(c) een volledige en duidelijke omschrijving van het geschil, met vermelding van alle terzake dienende feiten;
(d) een duidelijke omschrijving, alsmede de gronden van de vordering;
(e) het standpunt van gedaagde alsmede een reactie van verzoeker op dit standpunt;
(f) een verwijzing naar deze arbitrageovereenkomst;
(g) naam, adres en woonplaats van de arbiter of arbiters alsmede hun telefoonnummers en e-mailadressen, voorzover partijen zelf de arbiter of arbiters hebben benoemd;
(h) indien partijen zelf geen arbiter(s) hebben benoemd: de wijze van benoeming van de arbiter of arbiters indien partijen een wijze van benoeming zijn overeengekomen die afwijkt van de benoeming voorzien
in artikel 14;
(i) het aantal arbiters, indien partijen dat zijn overeengekomen;
(j) een eventuele voorkeur van de verzoeker voor het aantal arbiters indien partijen daarover niet tot overeenstemming zijn gekomen;
4. De secretaris bevestigt aan de verzoeker de ontvangst van de arbitrageaanvraag, onder vermelding van de dag van ontvangst.
Artikel 7 – Verweer
1. De secretaris zendt een afschrift van de arbitrageaanvraag met de bijlagen naar de verweerder, nadat de aanvrager het gevraagde voorschot als bedoeld in artikel 51 heeft voldaan.
2. Bij de toezending van het afschrift van de arbitrageaanvraag stelt de secretaris tevens de verweerder in
de gelegenheid om binnen 4 weken een verweerschrift in te dienen. De secretaris is bevoegd om die termijn, zo daartoe aanleiding bestaat, te verlengen met een maximale termijn van nog eens 4 weken, tenzij partijen instemmen met een langere verlenging.
3. Het verweerschrift bevat de navolgende gegevens:
(a) de naam, rechtsvorm, adres, woon- of vestigingsplaats, telefoonnummer en e-mailadres van verweerder;
(b) naam, adres en de woon-, vestigingsplaats, telefoonnummer en e-mailadres van de persoon of personen die verweerder in arbitrage vertegenwoordigen;
(c) een duidelijk omschrijving alsmede de gronden van het verweer;
(e) zo nodig een uitlating over de in artikel 6, derde lid, onder i, bedoelde voorkeur.
4. Verweerder kan in het verweerschrift een tegenvordering tegen eiser instellen met inachtneming van het bepaalde in artikel 22.
Beroep op onbevoegdheid
Artikel 8 - Onbevoegdheid
1. Een verweerder die zich wil beroepen op de onbevoegdheid van de arbitragecommissie, op grond van het ontbreken van een geldige arbitrageovereenkomst, is gehouden dit beroep voor alle weren te doen. Hij dient zodanig beroep te doen in een afzonderlijke conclusie, voorafgaand aan zijn conclusie van antwoord,
of uiterlijk in zijn conclusie van antwoord. Indien de verweerder dit nalaat, vervalt zijn recht om nadien nog een beroep op de onbevoegdheid van arbiters te doen, behalve in het geval de verweerder zich erop zou beroepen dat het geschil niet vatbaar is voor arbitrage.
2. De arbitragecommissie beslist over een beroep op zijn onbevoegdheid. Indien de arbitragecommissie zich onbevoegd verklaart geldt de onbevoegd verklaring als een arbitraal vonnis waarop de desbetreffende artikelen van dit Reglement van toepassing zijn.
Benoeming van arbiters
Artikel 9 - Onpartijdigheid en onafhankelijkheid van arbiter
1. Een arbiter dient onafhankelijk en onpartijdig te zijn en mag op generlei wijze bij het geschil zijn betrokken of daaruit voordeel kunnen trekken.
2. Hij mag evenmin nauwe banden hebben met de persoon of de onderneming van één van de partijen.
3. Hij mag van tevoren partijen over het geschil niet hebben geadviseerd of hen zijn mening daarover kenbaar hebben gemaakt.
4. Buiten de arbitrage om mag hij zich niet met een van partijen over het geschil verstaan.
5. Degene die als arbiter wordt aangezocht en meent dat hij niet aan de voornoemde vereisten voldoet, is gehouden dit mede te delen aan de secretaris en de opdracht niet te aanvaarden.
Artikel 10 - Onpartijdigheid en onafhankelijkheid van door partij(en) benoemde arbiter
Indien een of meer van de door partijen zelf benoemde arbiters naar het oordeel van de secretaris onvoldoende waarborgen bieden voor een deugdelijke arbitrage, kan de secretaris het in behandeling nemen van de arbitrage weigeren, tenzij partijen alsnog overeenkomen, dat de desbetreffende arbiter wordt vervangen overeenkomstig de benoeming voorzien in artikel 14.
Artikel 11 – Wraking
1. Een arbiter kan door een partij worden gewraakt overeenkomstig de bepalingen van dit artikel indien gerechtvaardigde twijfel bestaat aan zijn onpartijdigheid of onafhankelijkheid.
2. De partij die een arbiter wil wraken dient zulks, op straffe van verval van recht binnen één week nadat
zij van de benoeming op de hoogte is gesteld c.q. binnen één week na het aan haar bekend worden van een nadien opgekomen grond tot wraking schriftelijk aan de secretaris mede te delen. In deze schriftuur dient zij op straffe van verval van recht de gronden voor de wraking te vermelden.
3. Indien de wraking niet overeenkomstig de bepalingen van het vorige lid is gedaan, vervalt het recht nadien, in het arbitraal geding of bij de rechter, op de wrakingsgronden een beroep te doen.
4. Direct na ontvangst van de schriftelijke mededeling dat een arbiter wordt gewraakt deelt de secretaris
dit aan de gewraakte arbiter en aan de wederpartij mee. De gewraakte arbiter dient vervolgens binnen een week na ontvangst aan de secretaris schriftelijk zijn berusting of gemotiveerde afwijzing te doen toekomen, bij gebreke waarvan de arbiter wordt geacht in de wraking te berusten.
5. De arbitragecommissie schorst het arbitraal geding vanaf de dag van ontvangst van de kennisgeving bedoeld in lid 2 tot op het wrakingsverzoek is beslist.
6. Trekt een gewraakte arbiter zich terug, dan betekent dit niet een aanvaarding van de gegrondheid van de redenen tot wraking.
7. Trekt een gewraakte arbiter zich niet binnen twee weken na de dag van de ontvangst van de kennisgeving van de wrakende partij terug, dan wordt over de wraking ten spoedigste door de wrakingscommissie schriftelijk beslist. De wrakingscommissie kan de arbiter wiens wraking is verzocht en partijen in de gelegenheid stellen te worden gehoord. De beslissing wordt door de secretaris aan partijen en de arbiter of arbiters toegezonden.
Artikel 12 - Aantal arbiters
1. Indien partijen het aantal arbiters niet zijn overeengekomen, bepaalt de secretaris het aantal na het indienen van het verweerschrift of, bij gebreke daarvan, na het verstrijken van de termijn voor het indienen
daarvan.
2. De secretaris bepaalt het aantal op één of drie, rekening houdende met de voorkeur van partijen, het belang van de vordering en de eventuele tegenvordering en de ingewikkeldheid van de zaak.
3. Indien partijen een even aantal arbiters zijn overeengekomen voegt de secretaris daar een voorzitter aan toe. De voorzitter wordt benoemd op de wijze zoals in artikel 14 bepaald.
Artikel 13 - Wijze van benoeming zoals door partijen voorzien
1. Indien partijen een wijze van benoeming van de arbiter of arbiters zijn overeengekomen, die afwijkt van de benoeming voorzien in artikel 14, vindt de benoeming plaats op de wijze als door partijen is overeengekomen, met inachtneming van het bepaalde in het volgende lid.
2. Indien deze benoemingsregeling geheel of ten dele niet is uitgevoerd binnen de door partijen overeengekomen termijn of, bij gebreke daarvan, binnen vier weken nadat de arbitrage aanhangig is gemaakt,
vindt de benoeming van de arbiter of arbiters alsnog plaats overeenkomstig de benoeming voorzien in artikel 14.
Artikel 14 – Benoeming
1. Zo spoedig mogelijk na ontvangst van het verweerschrift of, bij gebreke daarvan, na het verstrijken
van de termijn voor de indiening daarvan, zendt de secretaris aan ieder der partijen de samenstelling van de te benoemen arbitragecommissie met de namen van de beoogde arbiter(s).
2. Indien een partij bezwaar heeft tegen benoeming van een of meer voorgestelde arbiters, treedt zij in overleg met de secretaris. Vervolgens zendt de secretaris aan ieder der partijen opnieuw een samenstelling van de te benoemen arbitragecommissie met de namen van de beoogde arbiter(s). Wanneer een partij ook daartegen bezwaar heeft staat hem de mogelijkheid van wraking overeenkomstig artikel 11 ten dienste.
3. De benoeming van de arbiter of arbiters wordt door de secretaris bevestigd in een aan de arbiter of arbiters gerichte mededeling.
4. Een arbiter aanvaardt zijn opdracht door de aanvaarding aan de secretaris mede te delen.
5. Gelijktijdig met het verzenden van de mededeling aan de arbiter of arbiters, deelt de secretaris de partijen dit mede.
Artikel 15 - Ontheffing van opdracht van een arbiter
1. Een arbiter die zijn opdracht heeft aanvaard, kan op eigen verzoek daarvan worden ontheven hetzij met instemming van de partijen, hetzij door de secretaris.
2. Een arbiter die zijn opdracht heeft aanvaard, kan door partijen gezamenlijk van zijn opdracht worden ontheven zonder dat de arbiter zelf daartoe het verzoek heeft gedaan. Partijen doen onverwijld mededeling van de ontheffing aan de secretaris.
3. Een arbiter die zijn opdracht heeft aanvaard, kan door de secretaris uit eigen beweging daarvan worden ontheven indien hij rechtens of feitelijk niet meer in staat is zijn opdracht te vervullen, of zijn opdracht niet in overeenstemming met dit Reglement uitvoert.
Artikel 16 - Vervanging van een arbiter
1. Een arbiter, dan wel een arbitragecommissie, die om welke reden dan ook van zijn opdracht is ontheven, wordt vervangen door een andere arbiter of arbitragecommissie. Deze arbiter of arbitragecommissie wordt benoemd overeenkomstig de benoeming voorzien in artikel 14, tenzij partijen een andere wijze van vervanging zijn overeengekomen. Hetzelfde geldt bij overlijden van een arbiter.
2. Totdat in de vervanging is voorzien is het geding van rechtswege geschorst. Na de vervanging wordt
de reeds aangevangen behandeling voortgezet, tenzij de arbitragecommissie gronden aanwezig acht de zaak geheel of gedeeltelijk opnieuw te behandelen.
Procedure
Artikel 17 - Vertegenwoordiging en bijstand
Iedere partij kan voor de arbitragecommissie in persoon verschijnen of zich doen vertegenwoordigen door een advocaat dan wel door een bijzonderlijk daartoe schriftelijk gevolmachtigde.
Artikel 18 - Plaats van arbitrage
1. De plaats van arbitrage is Wageningen.
2. De arbitragecommissie kan zitting houden, beraadslagen, getuigen en deskundigen horen op elke andere plaats, in of buiten Nederland, die zij daartoe geschikt acht.
Artikel 19 - Procedure in het algemeen
1. De arbitragecommissie ziet er op toe, dat partijen op voet van gelijkheid worden behandeld. Het geeft iedere partij de gelegenheid voor haar rechten op te komen en haar stellingen voor te dragen.
2. De arbitragecommissie bepaalt de wijze waarop en de termijnen waarbinnen het geding gevoerd zal worden met inachtneming van de bepalingen van dit Reglement, eventuele afspraken daaromtrent tussen partijen
en de omstandigheden van de arbitrage.
3. De arbitragecommissie ziet toe op een voortvarend verloop van de arbitrale procedure. Zij is bevoegd op verzoek van een partij of uit eigen beweging in bijzondere gevallen een door haar vastgestelde of door partijen overeengekomen termijn te verlengen.
4. De arbitragecommissie kan een bijeenkomst met partijen houden teneinde overleg te voeren omtrent het verloop van de procedure en / of de feitelijke en juridische geschilpunten nader te bepalen.
5. Indien een arbitragecommissie uit meer dan één arbiter bestaat kunnen procedurele zaken van ondergeschikt belang door de voorzitter worden beslist.
Artikel 20 - Wisseling van stukken
1. Behoudens andersluidende overeenkomst van partijen worden na het verweerschrift in beginsel geen nadere conclusies genomen.
2. De bepalingen van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing op de tegenvordering.
Artikel 21 - Tegenvordering
1. Een tegenvordering die niet uiterlijk bij verweerschrift is ingesteld, kan nadien niet meer in dezelfde arbitrage worden ingesteld.
2. Een tegenvordering is toelaatbaar, indien daarop dezelfde arbitrage-overeenkomst als die waarop de arbitrage-aanvraag is gebaseerd, van toepassing is.
Artikel 22 - Zitting
1. De arbitragecommissie stelt partijen in de gelegenheid hun zaak op een zitting mondeling toe te lichten.
2. De arbitragecommissie bepaalt het tijdstip en de plaats van de zitting.
3. De arbitragecommissie kan ter zitting trachten partijen alsnog tot een schikking te brengen.
Artikel 23 - Bewijs in het algemeen
1. De toelaatbaarheid van de bewijsmiddelen, de bewijslastverdeling en de waardering van het bewijsmateriaal staat ter vrije beoordeling van de arbitragecommissie, tenzij partijen anders zijn overeengekomen.
2. De arbitragecommissie kan, de partijen gehoord hebbende, de voorzitter aanwijzen om getuigen of deskundigen te horen dan wel om een plaatsopneming of bezichtiging te houden dan wel andere taken van de arbitragecommissie te verrichten, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen.
Artikel 24 - Overlegging van stukken
1. Behoudens anders luidende overeenkomst van partijen, gaan de conclusies zoveel mogelijk vergezeld van de schriftelijke bewijsstukken waarop partijen zich beroepen.
2. De arbitragecommissie is bevoegd overlegging van bepaalde, door de arbitragecommissie voor het geschil relevant geachte stukken te bevelen.
Artikel 25 - Getuigen
1. De arbitragecommissie kan bij de oproeping van partijen voor de zitting bepalen, dat partijen de bevoegdheid hebben tijdens de zitting getuigen en / of deskundigen voor te brengen. Als partijen daarvan gebruik willen maken, dienen zij tenminste 8 dagen vóór de zitting de namen en de woonplaats van de getuigen op te geven aan de secretaris en aan de wederpartij onder opgave van de onderwerpen van het verhoor.
2.Indien een door de arbitragecommissie bevolen getuigenverhoor plaatsvindt bepaalt de arbitragecommissie de dag, het tijdstip en de plaats van het
verhoor van getuigen, alsmede de wijze waarop het verhoor zal geschieden, tenzij partijen in de wijze van verhoor bij overeenkomst hebben voorzien. De dag, het tijdstip en de plaats worden tijdig aan partijen schriftelijk medegedeeld.
3. Indien de arbitragecommissie het nodig oordeelt, hoort zij de getuigen nadat dezen de eed of de belofte hebben afgelegd.
4. De arbitragecommissie beslist of, en in welke vorm, een verslag van het verhoor wordt opgemaakt.
Artikel 26 - Deskundigen (partij)
Een partij is vrij een door haar ingewonnen advies van een deskundige over te leggen. Indien de partij die het advies heeft overgelegd of de wederpartij daarom heeft verzocht, dan wel de arbitragecommissie zulks heeft bepaald, wordt de deskundige door de partij die het advies heeft overgelegd opgeroepen om ter zitting een nadere toelichting te geven.
Artikel 27 - Deskundigen (scheidsgerecht)
1. De arbitragecommissie kan een of meer deskundigen benoemen tot het uitbrengen van een advies, binnen de door de arbitragecommissie te bepalen termijn. De arbitragecommissie kan partijen raadplegen over de persoon en deskundigheid van de aan te wijzen deskundige alsmede over de aan de deskundige te verstrekken opdracht.
2. De arbitragecommissie zendt aan partijen onverwijld een afschrift van de benoeming van de deskundige en van de aan hem gegeven opdracht.
3. Indien een partij de deskundige niet de door hem vereiste inlichtingen verschaft of de door hem benodigde medewerking verleent, kan de deskundige de arbitragecommissie verzoeken de desbetreffende partij daartoe opdracht te geven.
4. De deskundige stuurt een concept-advies naar partijen.
5. Partijen dienen binnen 4 weken na ontvangst van het concept-advies hun opmerkingen bij de deskundige kenbaar te maken.
6. De deskundige maakt het definitieve advies op waarin verwezen wordt naar de opmerkingen van partijen.
7. Ieder der partijen kan de arbitragecommissie schriftelijk verzoeken de deskundige in een zitting van de arbitragecommissie te doen horen. Indien een partij zulk een verzoek wenst te doen, doet zij dit onverwijld na ontvangst van het rapport van de deskundige aan de arbitragecommissie en de wederpartij. Ter zitting
stelt de arbitragecommissie ieder der partijen in de gelegenheid de deskundige vragen te stellen.
8. De arbitragecommissie is niet verplicht het door de deskundige gegeven advies te volgen indien dit met haar overtuiging strijdt.
Artikel 28 - Onderzoek ter plaatse
De arbitragecommissie kan, op verzoek van één der partijen of uit eigen beweging een plaatselijke gesteldheid opnemen of zaken bezichtigen. Partijen worden in de gelegenheid gesteld bij de plaatsopneming of bezichtiging aanwezig te zijn.
Artikel 29 - Persoonlijke verschijning van partijen
De arbitragecommissie kan in elke stand van het geding de persoonlijke verschijning van partijen gelasten dan wel de verschijning namens partijen van iemand die van de zaak op de hoogte is en namens de partijen beslissingen mag nemen, voor het geven van inlichtingen dan wel teneinde een vergelijk te beproeven.
Artikel 30 - Wijziging van vordering
1. Een partij kan zijn vordering respectievelijk tegenvordering of de gronden daarvan veranderen of vermeerderen gedurende de arbitrale procedure, op voorwaarde dat de wederpartij daardoor in zijn verdediging niet onredelijk wordt bemoeilijkt of het geding daardoor niet onredelijk wordt vertraagd.
2. Xxxxxxx van een niet-verschijnen van een partij wordt deze partij door de arbitragecommissie schriftelijk in de gelegenheid gesteld zich over een verandering of vermeerdering van de vordering uit te laten.
Artikel 31 - Intrekking van arbitrage-aanvraag
1. De verzoeker kan zijn arbitrageaanvraag intrekken zolang de verweerder geen verweerschrift heeft Ingediend.
2. Nadien is een intrekking van de arbitrageaanvraag slechts mogelijk met de uitdrukkelijke toestemming van de verweerder.
3. De intrekking wordt schriftelijk door de secretaris en, na benoeming, door de arbitragecommissie door tussenkomst van de secretaris, aan partijen bevestigd.
Artikel 32 - Verstek
1. Blijft de verweerder in gebreke binnen de door de arbitragecommissie bepaalde termijn verweer te voeren of een conclusie in te dienen, zonder daartoe gegronde redenen aan te voeren, dan kan de arbitragecommissie aanstonds vonnis wijzen.
2. Bij dit vonnis wordt de vordering geheel of gedeeltelijk toegewezen tenzij deze aan de arbitragecommissie onrechtmatig of ongegrond voorkomt. De arbitragecommissie kan, alvorens vonnis te wijzen, van de verzoeker het bewijs van een of meer van zijn stellingen verlangen.
3. De bepalingen van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing op een tegenvordering.
Vonnis
Artikel 33 - Termijn
1. De arbitragecommissie deelt aan het einde van de zitting aan partijen mede op welke termijn de arbitragecommissie vonnis zal wijzen. Indien partijen van een zitting hebben afgezien, volgt de mededeling na de indiening van de laatste conclusie. De arbitragecommissie is bevoegd de termijn, indien noodzakelijk, één of meermalen te verlengen. In alle gevallen beslist de arbitragecommissie met bekwame spoed.
2. De opdracht van de arbitragecommissie duurt voort totdat zijn eindvonnis aan de partijen is verzonden.
Artikel 34 - Type vonnis
De arbitragecommissie kan een geheel of gedeeltelijk eindvonnis dan wel een tussenvonnis wijzen.
Artikel 35 - Beslissingsmaatstaf
1. De arbitragecommissie beslist als goede personen naar billijkheid, tenzij partijen bij overeenkomst hebben bepaald dat de arbitragecommissie zal beslissen naar de regelen des rechts.
2. Ingeval partijen een rechtskeuze hebben gedaan, beslist de arbitragecommissie naar de door partijen aangewezen regelen des rechts. Indien een dergelijke rechtskeuze niet heeft plaatsgevonden, beslist de arbitragecommissie volgens de regelen des rechts die het in aanmerking acht te komen.
3. In alle gevallen houdt de arbitragecommissie bij de beslissing rekening met de toepasselijke handelsgebruiken.
Artikel 36 - Beslissing en ondertekening
1. Indien de arbitragecommissie uit meer arbiters bestaat, beslist het bij meerderheid van stemmen.
2. Het vonnis dat de beslissing bevat wordt in viervoud op schrift gesteld en door arbiter of arbiters ondertekend.
3. Weigert een minderheid van de arbiters te ondertekenen, dan wordt daarvan door de andere arbiters
onder het door hen ondertekende xxxxxx xxxxxxx gemaakt. Ook deze vermelding wordt door hen ondertekend.
4. Is een minderheid van de arbiters niet in staat te ondertekenen en kan niet verwacht worden dat het beletsel daartoe binnen korte tijd zal zijn opgeheven, dan zijn de bepalingen van het vorige lid van overeenkomstige toepassing.
Artikel 37 - Vorm en inhoud van vonnis
1. Het vonnis bevat in elk geval:
(a) de namen en woonplaatsen van de arbiter of arbiters;
(b) de namen, rechtsvorm en woon of vestigingsplaatsen van partijen;
(c) een kort overzicht van de procedure;
(d) een weergave van de vordering en, zo die is ingesteld, van de tegenvordering;
(e) de gronden voor de in het vonnis gegeven beslissing;
(f) de vermelding of de arbitragecommissie naar de regelen des rechts dan wel als goede mannen naar billijkheid heeft beslist;
(g) de beslissing;
(h) de vaststelling van en veroordeling tot betaling van de arbitragekosten;
(j) de plaats van de uitspraak zijnde tevens de plaats van arbitrage;
(j) de datum van de uitspraak.
2. Indien het vonnis, een uitspraak in arbitraal kort geding, een gedeeltelijk eindvonnis dan wel een tussenvonnis betreft, kunnen de vaststelling van en veroordeling tot betaling van de arbitragekosten genoemd
in het vorige lid onder (h) worden aangehouden tot een later tijdstip in het geding.
Artikel 38 - Verzending en neerlegging
1. Na ontvangst van het vonnis draagt de secretaris er zorg voor dat namens de arbitragecommissie onverwijld:
(a) een origineel van het vonnis aan iedere partij wordt gezonden;
(b) indien voorafgaand aan het wijzen van het vonnis de secretaris door de partijen daartoe is verzocht, een origineel van een geheel of gedeeltelijk eindvonnis wordt neergelegd ter griffie van de rechtbank binnen het arrondissement waarvan de plaats van arbitrage is gelegen, waarna de secretaris zo spoedig mogelijk de partijen en de arbitragecommissie in kennis stelt van de datum van neerlegging
2. Een exemplaar van het vonnis blijft gedurende tien jaren berusten in het archief van de Stichting. Iedere partij kan gedurende die periode de secretaris verzoeken hem tegen vergoeding van kosten een door hem gewaarmerkt afschrift van het vonnis te verschaffen.
Artikel 39 - Bindende kracht van xxxxxx
Een arbitraal vonnis is bindend voor partijen met ingang van de dag waarop het is gewezen. Door arbitrage
door de Stichting of volgens het Reglement overeen te komen, worden partijen geacht de verplichting op zich te hebben genomen het vonnis onverwijld na te komen.
Artikel 40 - Rectificatie van vonnis
1. Een partij kan tot 30 dagen na de dag van toezending van een vonnis, de arbitragecommissie verzoeken een kennelijke reken- of schrijffout in het vonnis te herstellen.
2. Indien gegevens, genoemd in artikel 37 lid 1 onder a, b, i en j, onjuist zijn vermeld of geheel of gedeeltelijk in het vonnis ontbreken, kan een partij, tot 30 dagen na de dag van toezending van een vonnis, de arbitragecommissie de verbetering van die gegevens verzoeken.
3. Het verzoek wordt bij de secretaris ingediend. De secretaris zendt zo spoedig mogelijk een afschrift van het verzoek aan de wederpartij en de arbitragecommissie.
4. De arbitragecommissie kan, tot 30 dagen na de dag van toezending van een vonnis ook uit eigen beweging tot het herstel genoemd in het eerste lid, of de verbetering genoemd in het tweede lid, overgaan.
5. Voordat de arbitragecommissie op het verzoek, bedoeld in lid 1 of lid 2, beslist, of uit eigen beweging het voornemen heeft tot de verbetering als bedoeld in lid 4 beslist over te gaan, stelt het de partijen in de gelegenheid zich daarover uit te laten.
6. Gaat de arbitragecommissie tot het herstel of de verbetering over, dan wordt dit herstel door de arbitragecommissie in een apart document vermeld welk document geacht wordt deel uit te maken van het vonnis. Het document wordt in viervoud opgemaakt en bevat:
(a) de gegevens vermeld in artikel 37 lid 1 onder a en b;
(b) een verwijzing naar het vonnis waarop het herstel betrekking heeft;
(c) de verbetering;
(d) de datum van de verbetering, met dien verstande dat de datum van het vonnis waarop de verbetering betrekking heeft bepalend blijft; en
(e) een ondertekening waarop het bepaalde in artikel 36 van toepassing is.
7. De secretaris draagt er zorg voor dat het in lid 6 bedoelde document zo spoedig mogelijk aan de partijen wordt verzonden; de bepalingen van artikel 38 zijn daarop van overeenkomstige toepassing.
8. Wijst de arbitragecommissie het verzoek tot de verbetering af, dan deelt de arbitragecommissie dat dit door tussenkomst van de secretaris aan de partijen mede.
Artikel 41 - Aanvullend vonnis
1. Heeft de arbitragecommissie nagelaten te beslissen omtrent een of meer zaken welke aan haar oordeel waren onderworpen, dan kan een partij, tot 30 dagen na de dag van toezending van een vonnis het scheidsgerecht verzoeken een aanvullend vonnis te wijzen.
2. Het verzoek wordt bij de secretaris ingediend. De secretaris zendt een afschrift van het verzoek aan de wederpartij en de arbitragecommissie.
3. Voordat de arbitragecommissie op het verzoek beslist, stelt zij de partijen in de gelegenheid te worden gehoord.
4. Een aanvullend vonnis geldt als een arbitraal vonnis; daarop zijn de bepalingen van dit Reglement van toepassing.
5. Wijst de arbitragecommissie het verzoek tot een aanvullend vonnis af, dan deelt zij zulks schriftelijk door tussenkomst van de secretaris aan partijen mede.
Artikel 42 - Arbitraal schikkingsvonnis
1. Indien partijen gedurende het geding tot een vergelijk komen, kan op hun gezamenlijk verzoek de inhoud daarvan in een arbitraal vonnis worden vastgelegd.
2. Het arbitraal vonnis, houdende een vergelijk tussen partijen, geldt als een arbitraal vonnis; daarop zijn de bepalingen van dit Reglement van overeenkomstige toepassing.
Artikel 43 - Publicatie van xxxxxx
De Stichting is bevoegd het vonnis zonder vermelding van de namen van partijen
en met weglating van verdere gegevens welke de identiteit van partijen zouden kunnen openbaren, te laten publiceren, tenzij een partij binnen een maand na ontvangst van het vonnis schriftelijk bij de secretaris daartegen bezwaar heeft gemaakt.
Kort geding
Artikel 44 – Spoedvoorziening
1. In alle gevallen waarin uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening bij voorraad
wordt vereist, kan verzoeker zich daartoe wenden tot de secretaris, met het verzoek onverwijld een voorzitter
aan te wijzen voor de behandeling van die vordering in kort geding. Dit onder overlegging van de verhinderdata van verzoeker, de wederpartij en hun gemachtigden in de 6 weken die volgen op de dag van verzending van het verzoek.
2. Verzoeker dient bij zijn bij de secretaris ingediend verzoek in tweevoud, een uiteenzetting te voegen van hetgeen hij vordert met de gronden waarop zijn vordering steunt. Hij dient hierbij over te leggen de bescheiden, waaruit blijkt dat dit Reglement van toepassing is, met de verdere stukken dienende tot bewijs van de door hem ingestelde vordering.
3. Indien de voorzitter van oordeel is dat de zaak onvoldoende spoedeisend is of te ingewikkeld om in arbitraal kort geding te worden beslist, kan zij op die grond de vordering geheel of gedeeltelijk afwijzen onder verwijzing van de partijen naar arbitrage ten gronde. Indien nog geen arbitraal geding ten gronde aanhangig is, dient die op de voet van artikel 6 aanhangig te worden gemaakt.
4. De voorzitter zal dan de oproeping van de partijen door de secretaris bevelen tegen een door hem te
bepalen tijdstip, rekening houdend met de door de verzoeker opgegeven verhinderdata, en op een door hem te bepalen plaats. Deze termijn dient zodanig te worden gesteld, dat de wederpartij redelijkerwijs voldoende gelegenheid heeft om zijn verweer voor te bereiden.
5. De secretaris voegt bij zijn oproeping aan de verweerder een afschrift van de het verzoek en alle daarbij behorende bescheiden.
6. De voorzitter kan in samenhang met de voorlopige voorziening van iedere partij het stellen van afdoende zekerheid verlangen.
7. Tenzij de voorzitter anders bepaalt, geldt een uitspraak van de voorzitter in kort geding als een arbitraal vonnis; daarop zijn de bepalingen van dit Reglement van overeenkomstige toepassing.
8. De voorzitter kan, op eenparig verzoek van de partijen, in plaats van een uitspraak in kort geding dadelijk een uitspraak ten gronde doen. Een zodanige uitspraak ten gronde geldt als een arbitraal vonnis; daarop zijn de bepalingen van dit Reglement van overeenkomstige toepassing.
0.Xx voorzitter kan op eenparig verzoek van de partijen, onder vermelding van het verzoek, een arbitraal xxxxxx als bedoeld in het zevende lid omzetten in een arbitraal vonnis als bedoeld in het achtste lid.
10. Op deze procedure in kort geding zijn de overige bepalingen van het Reglement, eventueel naar analogie, van toepassing.
Hoger beroep
Artikel 45
1. ieder der partijen heeft in beginsel het recht om van een in eerste aanleg gewezen vonnis in hoger beroep te komen.
2. Hoger beroep van een arbitraal vonnis is uitgesloten indien het vonnis, ware het gewezen door de gewone rechter, niet vatbaar zou zijn geweest voor hoger beroep.
3. Hoger beroep van een arbitraal xxxxxx dient binnen drie maanden na de dag van verzending van het vonnis te worden ingesteld door middel van indiening van een conclusie van grieven bij het arbitragebureau.
4. Hoger beroep van een tussenvonnis en/of een gedeeltelijk eindvonnis kan slechts tezamen met hoger beroep van het eindvonnis worden ingesteld; zulks lijdt evenwel uitzondering, indien de arbitragecommissie in het desbetreffende tussenvonnis uitdrukkelijk anders heeft bepaald of indien partijen uitdrukkelijk anders zijn overeengekomen.
5. Hoger beroep van een vonnis in kort geding als bedoeld in artikel 44 dient binnen vier weken na de dag van verzending van het vonnis te worden ingesteld door middel van indiening van een conclusie van grieven bij het arbitragebureau.
6. Van een bindend advies staat geen hoger beroep open.
Artikel 46
1. Het hoger beroep zal worden behandeld door een appèlarbitragecommissie gevormd door één of drie appèlarbiters.
2. Tot appèlarbiter zijn niet benoembaar de arbiters die aan de behandeling van het geschil in eerste aanleg hebben deelgenomen.
3. De secretaris die betrokken was bij de behandeling van het geschil in eerste aanleg is uitgesloten van behandeling in hoger beroep.
4. Voor zover uit de artikelen 44 en 45 van dit Reglement niet anders volgt is op het hoger beroep dit Reglement van toepassing, met dien verstande dat het aanhangig maken van een tegenvordering als bedoeld in artikel 21 van dit Reglement niet zal zijn toegestaan.
5. De gedaagde in hoger beroep kan incidenteel beroep instellen, ook na de in artikel 45 lid 3 respectievelijk lid 5 genoemde termijn doch uiterlijk tegelijk met de door haar in te dienen conclusie van antwoord in principaal hoger beroep. Er wordt gelegenheid gegeven een conclusie van antwoord op het incidenteel hoger beroep in te dienen.
6. De appèlarbitragecommissie kan een wijziging of vermeerdering van een in eerste aanleg gestelde eis toestaan wanneer de verwerende partij gelegenheid heeft gehad zich daarover schriftelijk of mondeling uit te laten en wanneer zulks door de appèlarbitragecommissie niet onredelijk wordt geoordeeld.
Terugverwijzing tijdens vernietigingsprocedure
Artikel 47
1. Indien gedurende een vernietigingsprocedure tegen een met inachtneming van dit Reglement gewezen arbitraal vonnis, de bevoegde rechter de arbitragecommissie door terugverwijzing in staat stelt de grond voor vernietiging ongedaan te maken, herleeft de opdracht van de arbitragecommissie op het in lid 2 bedoelde tijdstip in de zin dat zij geacht wordt door het arbitraal geding te heropenen dan wel door het nemen van een andere maatregel als de arbitragecommissie geraden acht zo mogelijk de door de bevoegde rechter aangegeven grond voor vernietiging ongedaan te maken.
2. De partij die om vernietiging heeft verzocht stelt de secretaris zo spoedig mogelijk in kennis van de beslissing van de bevoegde rechter onder overlegging van een afschrift van de beslissing en onder gelijktijdige verzending van een afschrift aan de wederpartij. De in lid 1 bedoelde nadere opdracht aan de arbitragecommissie vangt aan op de dag van ontvangst van de kennisgeving door de arbitragecommissie.
3. In geval van terugverwijzing bepaalt de arbitragecommissie, de partijen gehoord hebbende, de verdere procesorde. De secretaris is bevoegd van de partij die om vernietiging heeft verzocht een depot voor de kosten van de arbitrage te verlangen.
4. Voordat de arbitragecommissie beslist, stelt zij de partijen in de gelegenheid te worden gehoord.
5. Indien de arbitragecommissie van oordeel is dat de grond tot vernietiging ongedaan kan worden gemaakt, wijst zij een dienovereenkomstig arbitraal vonnis dat in plaats komt van het vonnis waarvan vernietiging is gevorderd.
Kosten
Artikel 48 - Kosten in het algemeen
Onder de kosten van de arbitrage worden verstaan de kosten van arbiters, de secretaris en de door de arbitragecommissie aangewezen deskundigen alsmede de overige kosten welke de arbitrage naar het oordeel van het scheidsgerecht noodzakelijkerwijs met zich meebracht.
Artikel 49 - Honorarium en verschotten van arbiters
1. Het honorarium van de arbiter of arbiters wordt door de secretaris na overleg met de arbiter of arbiters vastgesteld. Bij de vaststelling van het honorarium wordt rekening gehouden met de tijd welke de arbiter of arbiters aan de zaak hebben besteed, het geldelijk belang van de zaak en de ingewikkeldheid daarvan.
2. Onder de verschotten worden onder meer begrepen redelijke reis- en verblijfskosten, kosten van secretariële bijstand, kosten van vergaderruimte voor de zitting en / of beraadslaging, porti en telefoonkosten.
Artikel 50 - Depot
1. De secretaris is bevoegd van de verzoeker een depot te verlangen waaruit, voor zover mogelijk, het honorarium en de verschotten van de arbiter of arbiters zullen worden betaald. Indien de verweerder een tegenvordering heeft ingesteld, kan de secretaris ook van hem daarvoor een depot verlangen.
2. Het depot wordt ook aangewend ter voldoening van de kosten van de secretaris, de door de arbitragecommissie benoemde deskundige, technische bijstand en tolk worden eveneens uit het depot betaald, indien en voorzover deze kosten door de arbitragecommissie zijn gemaakt.
3. De secretaris kan te allen tijde aanvulling van het depot van de verzoeker en / of verweerder verlangen.
4. De arbitragecommissie is bevoegd de arbitrage ten aanzien van de vordering dan wel de tegenvordering
met inbegrip van een vordering of tegenvordering in arbitraal kort geding als bedoeld in artikel 44 en het hoger beroep en incidenteel beroep als bedoeld in respectievelijk artikel 45 en 46 op te
schorten zolang de desbetreffende partij het van haar verlangde depot niet heeft gestort. Indien na een tweede schriftelijke aanmaning door de secretaris een partij het van haar verlangde depot niet binnen 14 dagen heeft gestort, wordt zij geacht haar vordering respectievelijk tegenvordering te hebben ingetrokken,
onverminderd de verplichting van die partij om de tot dat moment gemaakte kosten van arbitrage te vergoeden.
5. De Stichting is niet gehouden tot enige betaling van kosten die niet door een depot zijn gedekt. Over het bedrag van het gestorte depot wordt geen rente vergoed.
Artikel 51 - Kosten van juridische bijstand
De arbitragecommissie kan de partij die in het ongelijk is gesteld, veroordelen tot betaling van een redelijke vergoeding voor juridische bijstand van de partij die in het gelijk is gesteld, indien en voor zover deze kosten naar het oordeel van de arbitragecommissie redelijk waren.
Artikel 52 - Vaststelling en veroordeling
1. De arbitragecommissie stelt de kosten van de arbitrage vast.
2. De partij die in overwegende mate in het ongelijk is gesteld, wordt veroordeeld tot betaling van de kosten, behoudens bijzondere
gevallen ter beoordeling van de arbitragecommissie. Indien partijen ieder voor een deel in het ongelijk zijn gesteld, kan de arbitragecommissie de kosten geheel of gedeeltelijk verdelen.
3. Voor zover het door een partij gestorte depot wordt aangewend voor betaling van kosten waarin de andere partij overeenkomstig het vorige lid is veroordeeld, wordt laatstgenoemde partij veroordeeld dit bedrag aan eerstgenoemde partij te vergoeden.
4. Veroordeling tot betaling van de kosten kan ook geschieden zonder dat deze door een partij uitdrukkelijk zijn gevorderd.
Artikel 53 - Kosten bij voortijdige beëindiging
1. Indien voor het eindvonnis een arbiter van zijn opdracht is ontheven, kan deze arbiter aanspraak maken
op een redelijke vergoeding voor de door hem verrichte werkzaamheden, behoudens bijzondere omstandigheden ter beoordeling van de secretaris. Deze vergoeding wordt vastgesteld door de secretaris en
valt onder de kosten van de arbitrage. Deze vergoeding wordt door de arbitragecommissie bij de vaststelling en veroordeling betrokken.
2. Indien voor het eindvonnis de opdracht van de arbitragecommissie is beëindigd, kunnen de arbiter of arbiters eveneens aanspraak maken op een redelijke, door de secretaris vast te stellen vergoeding voor de door
hen verrichte werkzaamheden, tenzij de beëindiging plaatsvindt op grond van een onaanvaardbaar trage wijze van uitvoering van de opdracht.
3. Ingeval van onbevoegdheid van de arbitragecommissie zijn de bepalingen van deze afdeling van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de kosten zoals vastgesteld ten laste van de verzoeker worden gebracht.
Geschillen landbouwzorg
Art. 54 – algemeen
Het Reglement is van toepassing bij een geschil in de landbouwzorg met inachtneming van de volgende bepalingen:
1. De uitspraak over een geschil in de landbouwzorg is een bindend advies.
2. De bindend adviescommissie beslecht geschillen tot en met een totaalbedrag van € 25.000,--.
3. Een geschil kan aanhangig worden gemaakt door:
• een cliënt;
• een nabestaande van een overleden cliënt;
• een vertegenwoordiger van een cliënt;
• een persoon die door de zorgaanbieder ten onrechte niet als vertegenwoordiger is beschouwd en de instelling de klacht hierover in onvoldoende mate wegneemt;
• een stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid, mits een belang in het geding is dat de stichting of vereniging volgens haar statuten behartigt.
4. Een geschil kan aanhangig worden gemaakt als:
• er is gehandeld in strijd met de interne klachtenregeling van de zorgaanbieder;
• het door de instelling ingestelde onderzoek de klacht in onvoldoende mate wegneemt;
• van de indiener van het geschil in redelijkheid niet kan worden verlangd dat hij onder de gegeven omstandigheden zijn klacht bij de zorgaanbieder indient.
5. De termijn als bedoel in artikel 33 is maximaal zes maanden, verlenging is niet mogelijk tenzij partijen anders overeenkomen.
Art. 55 – kosten
1. Degene die een geschil aanhangig maakt is een bedrag van € 50,-- verschuldigd.
2. De zorgaanbieder draagt zorg voor het depot als bedoeld in artikel 51 en draagt de kosten van de behandeling van het geschil.
3. Iedere partij draagt de eigen kosten van juridische bijstand.
Slotbepalingen
Artikel 56 - Inbreuk op Reglement
Indien is gehandeld in strijd met of is nagelaten te handelen overeenkomstig enige bepaling van dit Reglement, dient een partij, zo spoedig mogelijk nadat de strijdigheid haar bekend is geworden, hiertegen schriftelijk te protesteren, op straffe van verval van recht daarop later, in het arbitraal geding of bij de rechter, alsnog een beroep te doen.
Artikel 57- Niet voorziene gevallen
In alle gevallen die niet zijn voorzien in dit Reglement, dient te worden gehandeld overeenkomstig de geest van dit Reglement.
Artikel 58 - Beperking van aansprakelijkheid
De Stichting, haar bestuursleden en personeelsleden, de arbiter of arbiters en de secretaris, en eventuele andere door (een van) hen in de zaak betrokken personen zijn noch contractueel noch buitencontractueel aansprakelijk voor eventuele schade door eigen of ander- mans handelen of nalaten of door gebruik van hulpzaken in of rond een arbitrage, een en ander tenzij en voor zover dwingend Nederlands recht aan exoneratie in de weg zou staan. De Stichting, haar bestuursleden en personeelsleden zijn niet aansprakelijk voor de betaling van enig bedrag dat niet door het depot is gedekt.
Artikel 59 - Wijziging van Reglement
1. Het bestuur van de Stichting kan te allen tijde wijzigingen in dit Reglement aanbrengen. De wijzigingen zijn niet van kracht voor arbitrages die reeds aanhangig zijn.
2. Het Reglement is van toepassing in de vorm, welke het heeft op het tijdstip waarop de arbitrage aanhangig wordt gemaakt.
Artikel 60 – Citeertitel
Dit Reglement kan worden aangehaald als Arbitragereglement van de Stichting Geschillen in de Landbouw c.a.
Artikel 61 – Vaststelling en ingangsdatum
Dit Reglement is door het Bestuur van de Stichting vastgesteld op 30 maart 2017 en geldt met ingang van die datum.