Eigen risicoperiode definitie

Eigen risicoperiode. De periode waarover de verzekerde tijdens zijn arbeidsongeschiktheid geen recht heeft op een uitkering. Deze periode vangt aan op de eerste dag van arbeidsongeschiktheid. De eigen risicoperiode is van toepassing op elke (nieuwe) claim.
Eigen risicoperiode de periode waarover verzekerde geen recht heeft op een uitkering, zoals omschreven in artikel 4.2.
Eigen risicoperiode de periode waarin verzekerde tijdens zijn arbeidsongeschiktheid of werkloosheid geen recht heeft op een uitkering. De eigen risicoperiode is van toepassing op elke, ook zich recidiverende, ziekte en vangt voor de module arbeidsongeschiktheid aan op de dag waarop door een arts de arbeidsongeschiktheid is vastgesteld. Voor de module werkloosheid vangt de eigen risicoperiode aan op de dag waarover een volledige uitkering krachtens de Nederlandse werkloosheidswetgeving wordt toegekend. Indien op het certificaat geen eigen risicoperiode staat vermeld voor een module, dan bedraagt deze 365 dagen.

Examples of Eigen risicoperiode in a sentence

  • Indien de gekozen Eigen risicoperiode gelijk is aan 730 dagen: 24 maanden voor de einddatum van de verzekering als vermeld op het polisblad.

  • Indien de melding van de arbeidsongeschiktheid niet tijdig conform het hiervoor bepaalde plaatsvindt, wordt de Eigen risicoperiode verlengd met het aantal dagen dat de meldingstermijn is overschreden.


More Definitions of Eigen risicoperiode

Eigen risicoperiode de periode waarover verzekerde geen recht heeft op een uitkering, zoals omschreven in artikel 1 van de bijzondere bepalingen.
Eigen risicoperiode de op het polisblad vermelde periode waarover de verzekeringnemer geen recht heeft op een uitkering uit hoofde van deze verzekering.
Eigen risicoperiode m.b.t. de aanvullende waarborg arbeidsongeschiktheid: