DE INGEBREKESTELLING Voorbeeldclausules

DE INGEBREKESTELLING. Indien de premie op de vervaldag niet werd betaald, kan de maatschappij de waarborg schorsen of de overeenkomst opzeggen op voorwaarde dat zij de verzekeringnemer in gebreke heeft gesteld, door middel van hetzij een deurwaardersexploot, hetzij een aangetekende zending. De forfaitaire administratieve kosten voor deze ingebrekestelling bedragen 2,5 keer het officiële tarief van de aangetekende zending van De Post en zijn verschuldigd door de verzekeringnemer. Indien de premie op gefractioneerde wijze wordt betaald (maandelijks, trimestrieel, semestrieel), en in geval van niet-betaling van deze gefractioneerde premie, wordt het geheel van de tot de eerstvolgende jaarlijkse vervaldag verschuldigde premie onmiddellijk eisbaar.
DE INGEBREKESTELLING. De vierde voorwaarde bestaat eruit dat de wederpartij een wanprestatie pleegt die aan haar toerekenbaar is. De vraag die we hier moeten beantwoorden is of de excipiens, voordat hij overgaat tot het opschorten van zijn verbintenis, de wederpartij in gebreke dient te stellen. Verschillende auteurs menen dat hierop ontkennend gentwoord kan worden123. Een formele ingebrekestelling is volgens hen niet vereist omdat de enac een verweermiddel is en de excipiens dus eigenlijk niets eist. Toch merkt ▇▇▇ ▇▇▇ Putten op dat, hoewel strikt juridisch niet vereist, een ingebrekestelling echter dikwijls aan te raden is om de enac met succes te kunnen opwerpen124. De auteur geeft het voorbeeld van de huurder die de huurprijs geheel of gedeeltelijk inhoudt. Hij kan dit pas doen nadat hij , minstens, de verhuurder in kennis heeft gesteld welke herstellingen zich opdringen125. Van de verhuurder kan immers niet in redelijkheid verwacht worden dat hij voortdurend controleert welke herstellingen nodig zijn126. Ook een opschorting van de betaling van de huurprijs wegens gebreken van het gehuurde goed kan maar ingaan met de waarschuwing van de verhuurder en/of de terbeschikkingstelling van de verhuurde zaak127. Ook in veel oudere 121 Cass. 18 november 1988, R.W. 1989-90, nr. 324.