Perceel de roerende of onroerende zaak, het gedeelte of samenstel daarvan ten behoeve waarvan de levering geschiedt of zal geschieden.
Vervaldatum De dag waarop de premie moet worden betaald.
Raamovereenkomst de overkoepelende overeenkomst met afspraken tussen Opdrachtgever en Opdrachtnemer, waar de algemene voorwaarden en de onderliggende Nadere Overeenkomsten integraal onderdeel vanuit maken.
Huurovereenkomst een overeenkomst waarmee de ondernemer zich verplicht om tegen betaling een lig- en/of bergplaats in gebruik te geven aan een consument of passant.
Tijdsduur 120 min ▇▇▇▇▇ ▇▇▇ ▇▇▇▇▇▇▇▇: Schriftelijk Type toets: Schoolexamen Herkansing: ▇▇ Leerdoelen: o Werken met procenten en de wetenschappelijke notatie. o Rekenen met lengte, oppervlakte, inhoud, afstand, tijd en snelheid. o Werken met machten met negatieve en gebroken exponenten, met wortels, breuken en verhoudingen. o Het opstellen van lineaire, recht evenredige, omgekeerd evenredige en kwadratische formules. o Werken met lineaire vergelijkingen met twee variabelen. o De GR gebruiken bij grafieken. o Lineair interpoleren en extrapoleren. o Verschuiven en verticaal herschalen van grafieken van machtsverbanden. o Oplossen van vergelijkingen met machten, wortels, gebroken vergelijkingen en het herleiden van gebroken vormen. o Variabele vrijmaken bij wortelformules, machtsformules en gebroken formules. o Allerlei bewerkingen met machtsverbanden. o Werken met recursieve en directe formules van getallenrijen. o De relatie tussen getallenrijen en lineaire en exponentiële verbanden. o Getallenrijen gebruiken bij regelmatige patronen. o Berekenen van gemiddelde veranderingen. o Vergelijken van hellingen bij grafieken. o Berekenen van oppervlakten van vlakke figuren. o Werken met gelijkvormigheid. o Berekenen van inhouden en oppervlakten van ruimtefiguren. o Werken met vergrotingsfactoren. o Tekenen en gebruiken van aanzichten. o De theorie van de centrale projectie en tekenen in perspectief. o Wat een propositie en wat een als-dan-bewering is. o Logische symbolen gebruiken en opbouwen van een redenering o Wat noodzakelijke en wat voldoende voorwaarden zijn. o Venndiagrammen gebruiken bij logische problemen. o Wat een contradictie en wat een paradox is.