Bewijslast Voorbeeld Klousules

Bewijslast. Opgave aantal voor project gewerkte uren. Bij 1e declaratie: bewijsstukken (bv. statuten, aandelenregister, …) waaruit de rechtsvorm van de projectpartner blijkt en waaruit blijkt dat de persoon die het tarief gebruikt, werkend mede-eigenaar, bvb. werkend vennoot (bvba), vennoot (cvba), directeur-grootaandeelhouder (bv) of lid-natuurlijk persoon (coöperatie), is. Dit is de minimale bewijslast die dient toegevoegd te worden bij de declaratie. Als onderliggende bewijslast moeten ter plaatse voor de eigenaar van KMO/MKB overzichten bewaard worden in de projectadministratie van de betreffende projectpartner waaruit het aantal uren blijkt dat op een concrete dag is gepresteerd voor het project. Deze overzichten vermelden ook de naam van het project, van de projectpartner en van de eigenaar, en indien van toepassing de tijd besteed aan andere projecten met EU-financiering. Standaarduurtarief voor niet-werknemers (enkel toepasbaar voor uren gepresteerd vanaf 1 juli 2019) Voor personen die werken voor de projectpartner, maar niet op basis van een arbeidsovereenkomst (gekenmerkt door een hiërarchische relatie en voorwerp van patronale bijdragen) of aanstellingsbesluit (openbare diensten), bestaat de mogelijkheid om de loonkosten in te brengen. Het kan hierbij gaan om zaakvoerders, directeurs-aandeelhouder, zelfstandigen,… die een loon krijgen van de projectpartner. Er gelden geen specifieke voorwaarden op het vlak van de specifieke rechtsvorm of omvang van de projectpartner, noch ten aanzien van de specifieke doelstellingen van het programma . Het aantal uren dat per persoon volgens dit uurtarief wordt gedeclareerd, is gebonden aan volgende begrenzingen (over alle Europese projecten en programma’s heen): maximum 1720 uren per jaar maximum 10 uur per dag Uitgangspunt voor de berekening van het SUT voor niet-werknemers is het bruto maandsalaris van de maand waarvoor er uren worden gedeclareerd. Hierop wordt een coëfficiënt van 0,7% toegepast. Voor de berekening van het SUT voor niet-werknemers wordt geen rekening gehouden met een eventuele deeltijdse tewerkstelling van de betrokken personen. Voor elke maand waarvoor er uren worden gedeclareerd, moet het SUT opnieuw worden berekend.
Bewijslast.  Factuur op naam van de projectpartner  Betalingsreferentie boekhouding Voor financiële vergoedingen voor het gebruik van grond aan derden die geen factuur kunnen overleggen, geldt de volgende bewijslast:  Overeenkomst met betrekking tot de financiële vergoeding met vermelding van het te betalen bedrag  Betalingsreferentie boekhouding
Bewijslast. Door gebruik te maken van het forfaitair percentage van 1,5% voor reis- en verblijfskosten moeten projectpartners geen bewijslast leveren om te staven dat de kosten effectief gemaakt en betaald zijn of dat het forfaitair percentage overeenkomt met de realiteit.
Bewijslast. Een certificaat van een onafhankelijke bevoegde taxateur waarin wordt vastgesteld dat de prijs van de grond niet hoger ligt dan de marktwaarde. Het schattingsverslag of certificaat dient een aparte schatting van gebouw en grond te vermelden De notariële aankoopakte als bewijs van aankoop en betaling. Indien de aankoopkost meer dan 20% afwijkt van de schattingswaarde, dient de projectpartner hiervoor een verklaring te geven. Het subsidiabele bedrag kan beperkt worden tot het bedrag van de schatting indien geen of onvoldoende verklaring gegeven wordt voor het verschil.
Bewijslast. Het goedgekeurde project fungeert als bewijs dat de projectaanvraag werd voorbereid. Er moet geen bewijslast worden geleverd om te staven dat de kosten effectief gemaakt en betaald zijn of dat het forfaitair bedrag overeenkomt met de realiteit.
Bewijslast.  Documenten die staven dat aan de vermelde criteria voldaan is  Factuur op naam van projectpartner  Betalingsreferentie boekhouding Dit is de minimale bewijslast die dient toegevoegd te worden bij de declaratie van de betreffende uitgave. Het volledige dossier van de opdracht dient beschikbaar te zijn voor controle, inclusief het bewijs dat de opdrachtnemer desgevallend de wetgeving voor aanbestedingen respecteerde.
Bewijslast.  Factuur op naam van projectpartner  Bewijsstukken overheidsopdrachten/aanbesteding of marktbevraging (zie par 4.5 en 4.6)  Betalingsreferentie boekhouding
Bewijslast.  Kosten gemaakt door projectmedewerker en terugbetaald door projectpartner - Detailstaat met opsomming van de door de projectmedewerker ▇▇▇▇▇▇ ▇▇▇▇- en verblijfskosten. De detailstaat moet de verplaatsingen met de wagen vermelden en/of de specifieke andere uitgaven en dagvergoedingen. Onderliggende bewijslast van de in de detailstaat opgenomen uitgaven (zoals tickets) moet bewaard worden in de projectadministratie van de betreffende projectpartner. - Referentie naar loonfiche of betalingsreferentie boekhouding als bewijs van betaling (betaald bedrag kan groter of gelijk zijn aan het bedrag van de detailstaat)  Kosten gemaakt en betaald door de projectpartner Algemeen:  Factuur op naam van de projectpartner of ticket op naam van projectmedewerker  Betalingsreferentie boekhouding Specifiek:  Verplaatsing met bedrijfswagen, geleased door projectpartner o Detailstaat van de verplaatsingen o Overeenkomst autoleasing en betalingsbewijzen in eigen administratie  Verplaatsing met dienstwagen, in eigendom van projectpartner o Detailstaat van de verplaatsingen o Aankoop- en (af)betalingsbewijs in eigen administratie Voor projecten uit de 4de of een latere oproep gelden volgende regels: De reis- en verblijfskosten worden steeds berekend als een forfaitair percentage van 1,5% van de subsidiabele directe personeelskosten.
Bewijslast. Subsidiereglement voor de projectpartners light - Samenwerkingsovereenkomst tussen projectpartner en projectpartner light, inclusief kosten- en financieringsplan van de ‘projectpartner light’ conform het Programmareglement en conform het subsidiereglement. - Per gedeclareerde uitgave en inkomst: de bewijslast zoals vereist in het Programmareglement.
Bewijslast. Door gebruik te maken van het forfaitair percentage van 20% voor personeelskosten moeten projectpartners geen bewijslast leveren om te staven dat de kosten effectief gemaakt en betaald zijn of dat het forfaitair percentage overeenkomt met de realiteit.