Combinatiegraad Voorbeeldclausules
Combinatiegraad. Naast het verhogen van de bezettingsgraad is het combineren van verschillende ritten in één, oftewel het verhogen van de combinatiegraad, een belangrijk uitgangspunt voor Publiek Vervoer. Om dit te kunnen bereiken is het vervoersmodel van Publiek Vervoer zo ingesteld dat doelgroepen gecombineerd mogen worden (dus bijvoorbeeld Wmo-vervoer met Leerlingenvervoer) en dat ritten vanuit verschillende percelen (en vervoerders) gecombineerd kunnen worden (i.e. het perceelgrensoverschrijdend vervoer). In de BI-tool is cijfermatig inzicht beschikbaar over de combinatiegraad van uitgevoerde ritten. Zo is er een gemiddelde combinatiegraad van de uitgevoerde ritten per gemeente bekend. Het gaat hier wel specifiek om gecombineerde Wmo-ritten, gecombineerde vervoersstromen zijn hierin niet meegenomen. In dit geval kan de combinatiegraad dan ook als volgt worden uitgelegd: als een Wmo-reiziger in zijn/haar eentje in de taxi heeft gezeten heeft die rit een combinatiegraad van 1. Als een Wmo-reiziger (gedeeltelijk) tegelijkertijd met een andere Wmo-reiziger in de taxi heeft gezeten hebben beide ritten een combinatiegraad van 2. Hierbij wordt er geen rekening gehouden met hoe lang beide reizigers tegelijkertijd bij elkaar in de taxi hebben gezeten. Dit kan de hele rit zijn maar ook het laatste stukje. In 2019 zijn er in totaal 1.068.169 ritten uitgevoerd. Daarvan waren er 451.669 gecombineerde ritten, met een gemiddelde combinatiegraad van 1,6. Uit onderstaande figuren is af te lezen dat de combinatiegraad verschilt per perceel (figuur 3) en per vervoerder (figuur 4); variërend van 1,41 in Noord- Groningen (UVO), tot 1,71 in Zuidoost-Drenthe (DVG) en Zuidwest-Groningen (Taxi Nuis). Wat de oorzaak van deze verschillen mogelijk kan zijn, dat is niet meegenomen in deze tussenevaluatie. Het belangrijkste is dat deze cijfers kunnen gelden als een nulmeting.
