De directeur Voorbeeldclausules

De directeur. De arbeidsvoorwaarden van de directeur(en) worden vastgesteld door het Bestuur.
De directeur. ▇▇▇▇ ▇▇▇▇▇▇▇
De directeur. 1. De directeur is het hoofd van de ambtelijke organisatie en fungeert als ambtelijk secretaris voor het bestuur. 2. De directeur staat het bestuur en de voorzitterbij de uitoefening van hun taak met raad en daad terzijde. 3. De directeur heeft in de vergadering van het bestuur een adviserende stem. 4. De directeur is lid van het ambtelijk overleg basismobiliteit en het ontwikkelteam. 5. De dagelijkse leiding van de bedrijfsvoeringsorganisatie berust bij de directeur. 6. De directeur is voor zijn handelen verantwoording verschuldigd aan het bestuur. 7. Het bestuur regelt de vervanging van de directeur.
De directeur. 1. Aan het hoofd van WAVA staat de directeur die belast is met de dagelijkse leiding en het beheer van WAVA; a. Het algemeen bestuur benoemt de directeur van WAVA. Het algemeen bestuur kan de directeur van WAVA met inachtneming van het in de wet bepaalde ontslaan en schorsen; b. De directeur van WAVA is qualitate qua aangesteld als statutair directeur van de B.V.. Verlies van de hoedanigheid van directeur van WAVA leidt tot beëindiging van de aanstelling als statutair directeur van de B.V., tenzij door de aandeelhouder(s) van de B.V. anders besloten wordt. De statutair directeur van de B.V. kan ook op andere gronden ontslagen worden door de aandeelhouder(s) van de B.V. 2. De directeur woont, voor zover het algemeen bestuur respectievelijk het dagelijks bestuur niet anders beslist, de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur bij. Hij heeft daarin een adviserende stem. Het dagelijks bestuur kan een vervanger van de directeur als ambtelijk secretaris aanwijzen. 3. De directeur kan in zijn werkzaamheden worden bijgestaan door één of meer nader aan te wijzen medewerkers van het bedrijf. 4. De directeur is ambtelijk secretaris van het algemeen en dagelijks bestuur. De artikelen 102 tot en met 104 Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. 5. De directeur is bestuurder in de zin van de Wet op de ondernemingsraden. de op te dragen bevoegdheden nader geregeld.
De directeur. 1. In toepassing van artikel 12, sectie 1, lid 7 van de statuten kan het bestuursorgaan, bij twee/derde meerderheid, een deel van zijn beslissingsbevoegdheid delegeren aan een directeur zonder dat deze overdracht evenwel betrekking kan hebben op het algemeen beleid van de Beroepsvereniging of de algemene bestuursbevoegdheid van het bestuursorgaan. De directeur dient geen bestuurslid, noch werkend lid te zijn. 2. De concrete bevoegdheden, rechten en plichten van de directeur worden vastgesteld in een schriftelijke overeenkomst tussen de Beroepsvereniging en de directeur. In elk geval brengt de directeur periodiek verslag uit aan de voorzitter, algemeen secretaris en het voltallige bestuursorgaan.
De directeur. De instructie voor de directeur wordt opgenomen in de door het bestuur vast te stellen organisatieregeling.
De directeur a. is secretaris van het bestuur: b. is bij de vergaderingen van het bestuur aanwezig en heeft daarin een raadgevende stem.