Nederlandse Vennootschapsbelasting Fiscale beleggingsinstelling Voorbeeldclausules

Nederlandse Vennootschapsbelasting Fiscale beleggingsinstelling. Het Fonds zal de status van Fiscale beleggingsinstelling (“Fbi”) hebben. Dit houdt in dat de door het Fonds behaal- de winst zal worden belast tegen een vennootschapsbelas- tingtarief van 0% zolang het Fonds aan de daartoe gestelde voorwaarden voldoet. Het regime voor Fiscale beleggingsinstellingen (“regime Fbi”) is vastgelegd in artikel 28 van de Wet op de vennoot- schapsbelasting 1969 (hierna “Wet Vpb”) en is nader uitgewerkt in het Besluit beleggingsinstellingen van 29 april 1970, houdende vaststelling van het Besluit beleggingsinstellingen, laatstelijk gewijzigd bij Stb. 2007, 573. De Beheerder zal, voor zover dat in zijn vermogen ligt, erop toezien dat het Fonds te allen tijde aan de voorwaarden voor een Fbi voldoet. >> De belangrijkste voorwaarden waaraan een Fbi moet voldoen, worden hieronder behandeld. • Beleggingseis De statutaire doelstelling van het Fonds zal bestaan uit het beleggen van vermogen in de zin van artikel 28 Wet Vpb. De feitelijke werkzaamheden zullen hiermee te allen tijde in overeenstemming moeten zijn. De beleggingen van het Fonds zullen bestaan uit Winstdelende Leningen en aande- len in Vastgoed BV’s. De vergoeding over de Winstdelende Leningen zal in economische zin direct samenhangen met het beleggingsresultaat behaald met de aangekochte in Duitsland gelegen onroerende zaken. De Initiatiefnemer heeft met de belastingdienst overleg gehad teneinde vooraf zekerheid te krijgen dat het Fonds aan de beleggingseis voldoet. • Aandeelhouderseisen De Beheerder heeft een vergunning als bedoeld in artikel 2:65 lid 1 onder a Wft, als gevolg waarvan voor het Fonds minder stringente aandeelhouderseisen zullen gelden. Voor de toepassing van de aandeelhouderseisen kan St.AK volledig worden genegeerd en zijn alleen de Certificaathouders relevant bij beoordeling of is voldaan aan de aandeelhouderseisen. Ten aanzien van de Certificaathouders geldt dat: i) een aan winstbelasting onderworpen lichaam (dan wel twee of meer met elkaar verbonden lichamen) geen belang van 45% of meer in het Fonds mag houden. Deze beperking geldt ook voor een lichaam waarvan de winst niet bij dat lichaam zelf aan belasting is onderworpen, maar bij de gerechtigden tot het vermogen of de winst van dat lichaam; ii) een natuurlijk persoon geen belang van 25% of meer in het Fonds mag houden; iii) in Nederland gevestigde lichamen niet door tussenkomst van niet in Nederland gevestigde fondsen voor gemene rekening of vennootschappen met een in aandelen verdeeld kapitaal een bela...