Reisduur definitie

Reisduur reizen kunnen maximaal 120 opeenvolgende dagen beslaan of maximaal 240 dagen gedurende een periode van twaalf maanden, maar dienen aan te vangen en te eindigen in uw land van domicilie.
Reisduur de reis mag maximaal 30 opeenvolgende dagen duren (zie de algemene definitie van reis).
Reisduur. De reisduur wordt in dagen vermeld. De dagen van vertrek en aankomst worden daarbij meegeteld, ongeacht de vertrek- en aankomsttijden.

Examples of Reisduur in a sentence

  • Afhankelijk van uw reisduur is dit: • Reisduur t/m 6 dagen: uiterlijk 8 dagen voor vertrek; • Reisduur van 7 t/m 10 dagen: uiterlijk 14 dagen voor vertrek; • Reisduur va.


More Definitions of Reisduur

Reisduur. Theorie- en/of praktijkopleidingen categorie B/C/E worden georganiseerd binnen een voor de BBL- leerling acceptabele reisduur. De maximale reisduur van deur tot deur c.q. tot de opstaplocatie is voor de opleidingen Rijopleiding C, Praktische toets C, Toets besloten terrein C en Rijopleiding E bij C 45 minuten met de auto en voor de opleiding Rijopleiding B 30 minuten met de auto en 60 minuten met het openbaar vervoer. De reistijd dient te worden berekend met behulp van Google Maps. Indien de Inschrijver enkel door middel van het faciliteren van opstaplocaties kan voldoen aan de hiervoor gestelde maximale reisduur, dient de Inschrijver deze opstaplocaties op te geven in het Inschrijfformulier. Deze eisen gelden niet voor BBL-leerlingen die woonachtig zijn op de Waddeneilanden of vergelijkbare locaties en voor wie de reistijd vanwege hun woonplaats in redelijkheid niet haalbaar is. Voor de opleidingen Theorie B, Arbotraining, Vakbekwaamheid Module 1 (RVM1-C), STL Veiligheidscertificaat Vorkheftruck en STL Veiligheidscertificaat Reachtruck geldt een inspanningsverplichting van de BBL-Rijopleider om de reisduur van deur tot deur zoveel mogelijk te beperken, bijvoorbeeld door BBL-leerlingen op bepaalde punten op te halen en/of vervoer te organiseren.
Reisduur. Een Reis bedraagt maximaal 90 opeenvolgende dagen of 183 dagen in een periode van 12 maanden (zie definitie van ▇▇▇▇).
Reisduur. 3 dagen Het vertrek is op reisdag 1, de terugreis is op reisdag 3. Vertrektijden van vluchten zijn altijd onder voorbehoud van wijzigingen en kunnen ieder moment van de reisdag plaatsvinden.

Related to Reisduur

  • Reisgenoot iemand met wie u samen een reis- of huurarrangement heeft geboekt. Deze persoon staat niet op uw polisblad vermeld, maar wel op het boekings- of reserveringsformulier. Of u kunt op een andere manier aantonen dat u met deze persoon samen reist.

  • Bieder De erkende handelaar (indien in Nederland als voertuighandelaar actief RDW-erkend), zijnde een natuurlijk persoon of een rechtspersoon, welke een Bieding heeft uitgebracht.

  • Zorgaanbieder therapeut (natuurlijk- of rechtspersoon) die is aangesloten bij een (of meerdere) erkende beroepsorganisatie(s) genaamd CAT;

  • Aanbieder De consument of gemachtigde vertegenwoordiger van een rechtspersoon die een Voertuig aanbiedt op de Verkoopsite van Dealerdirect.

  • Tijdsduur 120 min ▇▇▇▇▇ ▇▇▇ ▇▇▇▇▇▇▇▇: Schriftelijk Type toets: Schoolexamen Herkansing: ▇▇ Leerdoelen: o Werken met procenten en de wetenschappelijke notatie. o Rekenen met lengte, oppervlakte, inhoud, afstand, tijd en snelheid. o Werken met machten met negatieve en gebroken exponenten, met wortels, breuken en verhoudingen. o Het opstellen van lineaire, recht evenredige, omgekeerd evenredige en kwadratische formules. o Werken met lineaire vergelijkingen met twee variabelen. o De GR gebruiken bij grafieken. o Lineair interpoleren en extrapoleren. o Verschuiven en verticaal herschalen van grafieken van machtsverbanden. o Oplossen van vergelijkingen met machten, wortels, gebroken vergelijkingen en het herleiden van gebroken vormen. o Variabele vrijmaken bij wortelformules, machtsformules en gebroken formules. o Allerlei bewerkingen met machtsverbanden. o Werken met recursieve en directe formules van getallenrijen. o De relatie tussen getallenrijen en lineaire en exponentiële verbanden. o Getallenrijen gebruiken bij regelmatige patronen. o Berekenen van gemiddelde veranderingen. o Vergelijken van hellingen bij grafieken. o Berekenen van oppervlakten van vlakke figuren. o Werken met gelijkvormigheid. o Berekenen van inhouden en oppervlakten van ruimtefiguren. o Werken met vergrotingsfactoren. o Tekenen en gebruiken van aanzichten. o De theorie van de centrale projectie en tekenen in perspectief. o Wat een propositie en wat een als-dan-bewering is. o Logische symbolen gebruiken en opbouwen van een redenering o Wat noodzakelijke en wat voldoende voorwaarden zijn. o Venndiagrammen gebruiken bij logische problemen. o Wat een contradictie en wat een paradox is.