Reisduur definitie
Examples of Reisduur in a sentence
Afhankelijk van uw reisduur is dit: • Reisduur t/m 6 dagen: uiterlijk 8 dagen voor vertrek; • Reisduur van 7 t/m 10 dagen: uiterlijk 14 dagen voor vertrek; • Reisduur va.
Afhankelijk van uw reisduur is dit: • Reisduur t/m 6 dagen: uiterlijk 8 dagen voor vertrek; • Reisduur van 7 t/m 10 dagen: uiterlijk 14 dagen voor vertrek; • Reisduur va.
Reisgenoot iemand met wie u samen een reis- of huurarrangement heeft geboekt. Deze persoon staat niet op uw polisblad vermeld, maar wel op het boekings- of reserveringsformulier. Of u kunt op een andere manier aantonen dat u met deze persoon samen reist.
Bieder De erkende handelaar (indien in Nederland als voertuighandelaar actief RDW-erkend), zijnde een natuurlijk persoon of een rechtspersoon, welke een Bieding heeft uitgebracht.
Zorgaanbieder therapeut (natuurlijk- of rechtspersoon) die is aangesloten bij een (of meerdere) erkende beroepsorganisatie(s) genaamd CAT;
Aanbieder De consument of gemachtigde vertegenwoordiger van een rechtspersoon die een Voertuig aanbiedt op de Verkoopsite van Dealerdirect.
Tijdsduur 120 min ▇▇▇▇▇ ▇▇▇ ▇▇▇▇▇▇▇▇: Schriftelijk Type toets: Schoolexamen Herkansing: ▇▇ Leerdoelen: o Werken met procenten en de wetenschappelijke notatie. o Rekenen met lengte, oppervlakte, inhoud, afstand, tijd en snelheid. o Werken met machten met negatieve en gebroken exponenten, met wortels, breuken en verhoudingen. o Het opstellen van lineaire, recht evenredige, omgekeerd evenredige en kwadratische formules. o Werken met lineaire vergelijkingen met twee variabelen. o De GR gebruiken bij grafieken. o Lineair interpoleren en extrapoleren. o Verschuiven en verticaal herschalen van grafieken van machtsverbanden. o Oplossen van vergelijkingen met machten, wortels, gebroken vergelijkingen en het herleiden van gebroken vormen. o Variabele vrijmaken bij wortelformules, machtsformules en gebroken formules. o Allerlei bewerkingen met machtsverbanden. o Werken met recursieve en directe formules van getallenrijen. o De relatie tussen getallenrijen en lineaire en exponentiële verbanden. o Getallenrijen gebruiken bij regelmatige patronen. o Berekenen van gemiddelde veranderingen. o Vergelijken van hellingen bij grafieken. o Berekenen van oppervlakten van vlakke figuren. o Werken met gelijkvormigheid. o Berekenen van inhouden en oppervlakten van ruimtefiguren. o Werken met vergrotingsfactoren. o Tekenen en gebruiken van aanzichten. o De theorie van de centrale projectie en tekenen in perspectief. o Wat een propositie en wat een als-dan-bewering is. o Logische symbolen gebruiken en opbouwen van een redenering o Wat noodzakelijke en wat voldoende voorwaarden zijn. o Venndiagrammen gebruiken bij logische problemen. o Wat een contradictie en wat een paradox is.