Bindingstoelage Voorbeeldclausules

Bindingstoelage. 1. De bindingstoelage wordt toegekend aan: directeuren en adjunct-directeuren; leraren; onderwijsondersteunend personeel in een functie ingeschaald in schaal 9; indien zij op 1 augustus van het betreffende jaar bezoldigd worden volgens het maximum salarisbedrag van hun salarisschaal dan wel een hoger salarisbedrag. 2. De bindingstoelage wordt jaarlijks in augustus toegekend, tenzij er op basis van een beoordeling sprake is van onvoldoende functioneren. 3. De hoogte van de bindingstoelage is afhankelijk van de functie die de werknemer uitoefent. De bedragen van de bindingstoelage bij een normbetrekking voor de in het eerste lid genoemde werknemers staan aangegeven in bijlage A7 van deze cao en worden berekend via de in bijlage A9 opgenomen berekeningswijze. 4. Dit artikel vervalt per 1 september 2018, omdat deze toelage per 1 september 2018 is ingebouwd in de salarisschalen.
Bindingstoelage. (Artikel 6.9 oud: Nominale uitkering vervalt) 1. De bindingstoelage is bestemd voor: a. de werknemers uit de functiecategorie leraren; b. de werknemers uit de functiecategorie directie; c. de werknemers in een functie met schaal 9; 2. De bindingstoelage wordt toegekend indien de werknemer op 1 augustus bezoldigd wordt volgens het maximumsalaris van zijn functie dan wel een hoger salarisbedrag op grond van een garantieregeling. 3. De bindingstoelage wordt jaarlijks toegekend in de maand augustus. Uitsluitend in het geval dat er op basis van een beoordeling sprake is van onvoldoende functioneren, kan de werkgever eenmalig besluiten het moment waarop de bindingstoelage voor het eerst wordt toegekend met een jaar op te schuiven. 4. De bedragen van de bindingstoelage bij een normbetrekking zijn: - Functiecategorie OOP, schaal 9: € 263,94 - Functiecategorie Leraren: € 1.591,09 - Functiecategorie Directeuren in schaal D11 en D12: € 1.591,09 - Functiecategorie Directeuren in schaal D13 en hoger: € 263,94 - Functiecategorie Adjunct-directeuren in schaal A10, A11 en A12: € 1.591,09 - Functiecategorie Adjunct-directeuren in schaal A13 en hoger: € 263,94 5. De berekeningswijze en de doorwerking van deze bindingstoelage vindt plaats conform het bepaalde in bijlage A9. 6. De werknemer behorend tot de functiecategorie leraar, of directie in ▇▇▇, ▇▇▇, ▇▇▇, ▇▇▇ en D12 ontvangt de bindingstoelage naar rato van het gedeelte van het jaar, startend in de maand september, dat hij bij de werkgever in dienst is. Bij ontslag van de werknemer vindt de uitbetaling plaats aansluitend aan het ontslag en berekend over het tijdvak van september tot en met de datum van ontslag. Het bepaalde in dit lid geldt niet voor die werknemer die de bindingstoelage nog niet voor de eerste keer heeft ontvangen.7
Bindingstoelage. 1. De bindingstoelage is bestemd voor: a. de werknemers uit de functiecategorie leraren; b. de werknemers uit de functiecategorie directie, voor zover niet reeds een bindingstoelage op grond van onderdeel d wordt toegekend; c. de werknemers in een functie met schaal 9; d. de onderwijskundig team- of afdelingsleider tot en met schaal 12. 2. De bindingstoelage wordt toegekend indien de werknemer op 1 augustus bezoldigd wordt volgens het maximumsalaris van zijn functie dan wel een hoger salarisbedrag op grond van een garantieregeling. Met dien verstande dat de werknemer die op grond van de invoering van FUWA in een lagere functie is geplaatst de bindingstoelage pas ontvangt op 1 augustus van het jaar waarin hij het maximumsalaris bereikt van de schaal waarop zijn FUWA-overgangsrecht is gebaseerd. 3. De bindingstoelage wordt jaarlijks toegekend in de maand augustus. Uitsluitend in het geval dat er op basis van een beoordeling sprake is van onvoldoende functioneren kan de werkgever eenmalig besluiten het moment waarop de bindingstoelage voor het eerst wordt toegekend met een jaar op te schuiven. 4. De bedragen van de bindingstoelage bij een normbetrekking zijn per 1 oktober 2021:
Bindingstoelage. 1. De bindingstoelage is bestemd voor directieleden (directeuren en adjunct-directeuren), leraren en leden van het onderwijsondersteunend personeel in een functie met maximumschaal 9 die op 1 augustus van het des- betreffende jaar bezoldigd worden volgens het maximum salarisbedrag van hun salarisschaal dan wel een hoger salarisbedrag. 2. De bindingstoelage wordt jaarlijks in augustus toegekend, tenzij er op basis van een beoordeling sprake is van onvoldoende functioneren. 3. De hoogte van de bindingstoelage is afhankelijk van de functie die de werknemer uitoefent. De bedragen van de bindingstoelage bij een normbetrekking voor de in het eerste lid genoemde werknemers staan aangegeven staan aangegeven in bijlage A7 van deze CAO en worden berekend via de in bijlage A9 opgenomen berekeningswijze.
Bindingstoelage. 1. De bindingstoelage is bestemd voor: a de werknemers uit de functiecategorie leraren, b de werknemers uit de functiecategorie directie,
Bindingstoelage. 1. De bindingstoelage is bestemd voor: a. de werknemers uit de functiecategorie leraren; 1 Zie voor de berekeningswijze van de eenmalige uitkering bijlage 8. b. de werknemers uit de functiecategorie directie, voor zover niet reeds een bindingstoelage op grond van onderdeel d wordt toegekend; c. de werknemers in een functie met schaal 9; d. vanaf 1 januari 2019 de onderwijskundig team- of afdelingsleider in schaal 12. 2. De bindingstoelage wordt toegekend indien de werknemer op 1 augustus bezoldigd wordt volgens het maximumsalaris van zijn functie dan wel een hoger salarisbedrag op grond van een garantieregeling. Met dien verstande dat de werknemer die op grond van de invoering van FUWA in een lagere functie is geplaatst de bindingstoelage pas ontvangt op 1 augustus van het jaar waarin hij het maximumsalaris bereikt van de schaal waarop zijn FUWA-overgangsrecht is gebaseerd. 3. De bindingstoelage wordt jaarlijks toegekend in de maand augustus. Uitsluitend in het geval dat er op basis van een beoordeling sprake is van onvoldoende functioneren kan de werkgever eenmalig besluiten het moment waarop de bindingstoelage voor het eerst wordt toegekend met een jaar op te schuiven. 4. De bedragen van de bindingstoelage bij een normbetrekking zijn per 1 maart 2020:

Related to Bindingstoelage

  • Persoonlijke beschermingsmiddelen Bij persoonlijke beschermingsmiddelen is enerzijds het uitgangspunt dat de ondernemer conform de Arbo-wet en onder inachtname van de Wpbr al het mogelijke doet wat redelijkerwijs van hen gevergd kan worden om de veiligheid op de werkplek te borgen. Hierbij wordt aangetekend dat de werknemer ook een eigen verantwoordelijkheid heeft. Anderzijds zal bij de invulling van de beschikbaarstelling ervoor worden gewaakt dat middelen in omstandigheden worden verstrekt die in overwegende mate een schijnzekerheid bieden, resp. een gedrag kunnen oproepen die de medewerker juist in een onveilige werksituatie brengt. Procedure loopt via de ondernemingsraad. De werknemer zal over verzoeken tot beschikbaarstelling altijd in kennis worden gesteld van het besluit en de motivering bij afwijzing.

  • Belangrijke begrippen Een volmacht is een verklaring waarin u een ander (Florius) de bevoegdheid geeft om bepaalde handeling(en) namens u te doen. Florius wil graag de zekerheid hebben dat u uw lening terugbetaalt. Hiervoor spreekt u met Florius af, dat het bedrag dat u op uw beleggings- of effectenrekening opbouwt aan Florius wordt uitgekeerd. Dat wordt verpanden genoemd. Als Florius het bedrag ontvangt, gebruikt Florius het bedrag van uw beleggings- of effectenrekening om uw BeleggersKeuze Hypotheek terug te betalen.

  • Werkzaamheden 1 De werknemer is verplicht de werkzaamheden behorende bij de functie op zich te nemen. 2 De werknemer kan op grond van ernstige gewetensbezwaren het uitvoeren van bepaalde opdrachten weigeren. 3 Indien het niet mogelijk is de werknemer in relatie tot zijn betrekkings- omvang voldoende bij de functie behorende werkzaamheden op te dragen, kunnen hem andere werkzaamheden worden opgedragen, mits deze mede in verband met zijn persoonlijkheid en omstandigheden en gelet op zijn functieniveau passend zijn.

  • Algemene begripsbepalingen 1. Voor de toepassing van dit Verdrag, tenzij de context anders ver- eist: a. betekenen de uitdrukkingen „een verdragsluitende staat” en „de andere verdragsluitende staat” het Koninkrijk der Nederlanden (Neder- land) of Ethiopië, al naargelang de context vereist; b. betekent de uitdrukking „Nederland” i. het Europese deel van Nederland, met inbegrip van zijn territo- riale zee en elk gebied buiten de territoriale zee waarbinnen het Koninkrijk der Nederlanden, in overeenstemming met het inter- nationale recht, rechtsmacht heeft of soevereine rechten uitoe- fent; en ii. het Caribische deel van Nederland, dat bestaat uit de eilandge- bieden Bonaire, Sint Eustatius en Saba, met inbegrip van de ter- ritoriale zee van deze eilanden en elk gebied buiten de territo- riale zee van deze eilanden waarover het Koninkrijk der Nederlanden in overeenstemming met het internationale recht rechtsmacht heeft of soevereine rechten uitoefent. c. betekent de uitdrukking „Ethiopië” de Federale Democratische Republiek Ethiopië, en wanneer zij wordt gebezigd in aardrijkskundige zin, het nationaal grondgebied en elk ander gebied dat in overstemming met het internationale recht wordt of kan worden aangemerkt als een gebied waarover Ethiopië rechtsmacht heeft of soevereine rechten uitoe- fent; d. omvat de uitdrukking „persoon” een natuurlijke persoon, een li- chaam en elke andere vereniging van personen; e. betekent de uitdrukking „lichaam” elke rechtspersoon of elke enti- teit die voor de belastingheffing als een rechtspersoon wordt behandeld; f. heeft de uitdrukking „onderneming” betrekking op het uitoefenen van een bedrijf; g. betekenen de uitdrukkingen „onderneming van een verdragslui- tende staat” en „onderneming van de andere verdragsluitende staat” onderscheidenlijk een onderneming gedreven door een inwoner van een verdragsluitende staat en een onderneming gedreven door een inwoner van de andere verdragsluitende staat; h. betekent de uitdrukking „internationaal verkeer” alle vervoer met een schip of luchtvaartuig, geëxploiteerd door een onderneming waarvan de plaats van de werkelijke leiding in een verdragsluitende staat is gele- gen, behalve wanneer het schip of luchtvaartuig uitsluitend wordt geëx- ploiteerd tussen plaatsen die in de andere verdragsluitende staat zijn gelegen; i. betekent de uitdrukking „bevoegde autoriteit”: i. wat Nederland betreft, de minister van Financiën of zijn be- voegde vertegenwoordiger; ii. wat Ethiopië betreft, de minister van Financiën en Economische Ontwikkeling of zijn bevoegde vertegenwoordiger; j. betekent de uitdrukking „onderdaan” met betrekking tot een ver- dragsluitende staat: i. elke natuurlijke persoon die de nationaliteit van die verdragslui- tende staat bezit; en ii. elke rechtspersoon die, elk samenwerkingsverband dat of elke vereniging die zijn of haar rechtspositie als zodanig ontleent aan de wetgeving die in die verdragsluitende staat van kracht is; k. betekent de uitdrukking „pensioenfonds” elk plan, regeling, fonds, trust of soortgelijke regeling dat of die voornamelijk wordt geëxploiteerd voor het beheren of verstrekken van pensioenen of pensioenuitkeringen en overeenkomstig de wettelijke bepalingen van een verdragsluitende staat erkend is en onder toezicht staat; l. betekent de uitdrukking „erkende effectenbeurs”: i. elke effectenbeurs in Ethiopië; ii. elke effectenbeurs in Nederland en de Europese Economische Ruimte (EER); iii. het NASDAQ-systeem en elke effectenbeurs in de Verenigde Staten van Amerika die voor de toepassing van de U.S. Securi- ties Exchange Act van 1934 als nationale effectenbeurs geregis- treerd is bij de U.S. Securities and Exchange Commission; iv. elke andere effectenbeurs die de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende staten overeenkomen, mits de aankoop of ver- koop van aandelen op de effectenbeurs niet impliciet of expli- ciet is voorbehouden aan een beperkte groep investeerders. 2. Voor de toepassing van het Verdrag door een verdragsluitende staat op enig moment heeft, tenzij de context anders vereist, elke daarin niet omschreven uitdrukking de betekenis welke die uitdrukking op dat moment heeft volgens de wetgeving van die staat met betrekking tot de belastingen waarop het Verdrag van toepassing is, waarbij elke beteke- nis volgens de toepasselijke belastingwetgeving van die staat prevaleert boven een betekenis die volgens andere wetgeving van die staat aan die uitdrukking wordt gegeven.

  • Boekhouding De verzekeringnemer is verplicht een regelmatige boekhouding te voeren, gestaafd in een loonboek. Hierin vermeldt hij: naam, voornaam, beroep, bezoldigingen en andere vergoedingen van alle leden van zijn personeel, evenals de datum van indiensttreding en uitdiensttreding.