De feiten. 1. Uit de stukken van het dossier blijkt dat eiseres op 27 juni 2013 met tussenkomst van eerste verweerster bij tweede verweerster een hotel-only reis boekte naar Stresa (Italië), bestaande uit een verblijf in kamer met ontbijt voor één persoon voor zeven dagen/zes nachten (18.08.2013 – 24.08.2013). Het totaalbedrag van de geboekte accommodatie bedroeg volgens de bestelbon 2.319,20 EUR plus 16,00 EUR kosten dus 2.335,20 EUR. De kamer werd geboekt in het hotel “A”. De brochure 2013 van tweede verweerster verstrekte volgende informatie omtrent dit hotel: Uit de bestelbon, opgemaakt door eerste verweerster, blijkt dat door eiseres werd geboekt: De interne boeking, door eerste verweerster doorgegeven aan tweede verweerster, vermeldt: 2. Bij aankomst ter plaatste op 18 augustus 2013 werd eiseres naar eigen zeggen een kleine kamer toegewezen met zijdelings zicht op het meer. Eiseres stelt dat zij frontaal zicht op het meer had geboekt. Zij deed haar beklag bij de hotelreceptie en kreeg na één overnachting op 19 augustus 2013 een kamer met frontaal zicht op het meer toegewezen. Volgens eiseres kreeg zij op 21 augustus 2013 melding van de hotelverantwoordelijke dat zij een toeslag van 828,00 EUR diende te betalen wegens de wijziging van kamertype. ▇▇▇▇▇▇▇ nam telefonisch contact op met eerste verweerster. Eerste verweerster bevestigt dit bij besluiten, en stelt dat zij zelf contact opnam met tweede verweerster, waarbij tweede verweerster zou hebben voorgesteld dat eiseres ter plaatse de toeslag zou betalen, welke tweede verweerster dan later zou terugbetalen. ▇▇▇▇▇▇▇ kreeg aldus de boodschap van eerste verweerster dat zij de kamertoeslag diende te betalen, doch dat deze haar bij terugkomst zou worden terugbetaald door tweede verweerster. 3. Na haar terugkeer verkreeg eiseres evenwel geen terugbetaling vanwege tweede verweerster. Bij aangetekend schrijven d.d. 03.02.2014 stelde eiseres verweersters in gebreke. Zij ontving antwoord van eerste verweerster en tweede verweerster, respectievelijk op 10.02.2014 en 04.04.2014. Eerste verweerster stelt dat haar als reisbemiddelaar niets verweten kan worden. Tweede verweerster stelt dat zij heeft geleverd wat door eerste verweerster als boeking werd doorgegeven, namelijk een kamer met zijdelings meerzicht. Eiseres kon zich niet vinden in de motivatie van verweersters. Bij niet-vertrouwelijk schrijven d.d. 12.05.2014 werd de raadsman van tweede verweerster opnieuw in gebreke gesteld. Een oplossing bleef evenwel uit. 4. Aangezien partijen er niet in slaagden een minnelijke regeling te bewerkstelligen, maakte eiseres op 6 juni 2014 haar klacht aanhangig bij de Geschillencommissie Reizen door middel van het daartoe bestemde klachtenformulier. In dit klachtenformulier stelt eiseres financiële schade te hebben geleden, doordat zij een toeslag van 828,00 EUR diende te betalen voor de kamer waarop zij recht meende te hebben overeenkomstig haar boeking. Aan eerste verweerster wordt verweten dat zij verkeerde boekingsgegevens zou hebben doorgegeven aan tweede verweerster; dat zij een belofte tot terugbetaling deed welke niet werd nagekomen; dat een reis werd aangeboden en geboekt die afwijkt van de reisbrochure en dat in het algemeen verkeerde informatie werd verschaft. Aan tweede verweerster wordt verweten dat zij een reis aanbood welke niet werd opgenomen in de reisbrochure; dat zij de bestelde reis niet correct uitvoerde conform de boeking; en dat de brochure incorrecte gegevens bevatte. Eiseres raamt haar schade op 828,00 EUR, zijnde de haar aangerekende toeslag voor de kamer met frontaal meerzicht. Eerste verweerster formuleerde standpunt bij besluiten d.d. 27.08.2014. Tweede verweerster formuleerde standpunt bij besluiten d.d. 04.09.2014. ▇▇▇▇▇▇▇ formuleerde standpunt bij besluiten d.d. 17.09.2014. Tweede verweerster repliceerde op 09.10.2014.
Appears in 1 contract
Sources: Arbitral Decision
De feiten. 1. Uit de stukken van het dossier blijkt dat eiseres op 27 juni 2013 met tussenkomst van eerste verweerster bij tweede verweerster een hotel-only reis boekte naar Stresa (Italië), bestaande uit een verblijf in kamer met ontbijt voor één persoon voor zeven dagen/zes nachten (18.08.2013 – 24.08.2013). Het totaalbedrag van de geboekte accommodatie bedroeg volgens de bestelbon 2.319,20 EUR plus 16,00 EUR kosten dus 2.335,20 EUR. De kamer werd geboekt in het hotel “A”. De brochure 2013 van tweede verweerster verstrekte volgende informatie omtrent dit hotel: Uit de bestelbon, opgemaakt door eerste verweerster, blijkt dat door eiseres werd geboekt: De interne boeking, door eerste verweerster doorgegeven aan tweede verweerster, vermeldt:
2. Bij aankomst ter plaatste op 18 augustus 2013 werd eiseres naar eigen zeggen een kleine kamer toegewezen met zijdelings zicht op het meer. Eiseres stelt dat zij frontaal zicht op het meer had geboekt. Zij deed haar beklag bij de hotelreceptie en kreeg na één overnachting op 19 augustus 2013 een kamer met frontaal zicht op het meer toegewezen. Volgens eiseres kreeg zij op 21 augustus 2013 melding van de hotelverantwoordelijke dat zij een toeslag van 828,00 EUR diende te betalen wegens de wijziging van kamertype. ▇▇▇▇▇▇▇ nam telefonisch contact boekten op met eerste 26 november 2012 bij verweerster. Eerste verweerster bevestigt dit bij besluiten, reisorganisator, en stelt dat zij zelf contact opnam groepsreis met tweede verweersterverblijf in Canada, waarbij tweede verweerster zou hebben voorgesteld dat eiseres ter plaatse gekend onder de toeslag zou betalennaam “XXX”, welke tweede verweerster dan later zou terugbetalenvoor de periode gaande van 3 augustus tot 22 augustus 2013 (zijnde 20 dagen/19 nachten) voor twee personen (bestelbon nr.LE/5021.1). Eisers beklagen zich, meer in bijzonder, over problemen i.v.m. de veiligheid en comfort. Zij preciseren dit nader o.m. als volgt: (cfr. vragenformulier art 17 en conclusies van 29 april 2014 -samengevat)
A. Misleidende info i.v.m. vervoer = minibus ▇.▇.▇▇▇.▇▇ kreeg aldus voorziene comfortabele bus. Oncomfortabel busje met beperkte bagageruimte Moeilijk in en uitstappen. Opstapbankje was noodzakelijk. Onvoldoende plaats voor handbagage. Slechte vering met rugklachten tot gevolg Combinatie van chauffeur – gids en reisleider in één persoon. Hierdoor werd vaak geen of verkeerde toelichting gegeven tijdens de boodschap busrit. Er werd ook vaak verkeerd gereden. Deze combinatie is ook totaal onveilig.
B. Onvolledige info i.v.m. bagage en chauffeur. De passagiers dienden regelmatig zelf in te staan voor het reinigen van eerste verweerster de ruiten om het tijdverlies tot een minimum, te beperken. De uitleg welke werd verschaft door de chauffeur was nauwelijks verstaanbaar gelet op het ontbreken van enig geluidsinstallatie en deze is elementair bij dergelijke reizen. Eisers stellen dat zij de kamertoeslag diende te betalen, doch dat deze haar bij terugkomst zou worden terugbetaald door tweede verweerster.
3. Na haar terugkeer verkreeg eiseres evenwel geen terugbetaling vanwege tweede verweerster. Bij aangetekend schrijven d.d. 03.02.2014 stelde eiseres verweersters in gebreke. Zij ontving antwoord van eerste verweerster en tweede verweerster, respectievelijk op 10.02.2014 en 04.04.2014. Eerste verweerster stelt dat haar als reisbemiddelaar niets verweten kan worden. Tweede verweerster stelt dat zij heeft geleverd wat door eerste verweerster als boeking werd doorgegeven, namelijk een kamer met zijdelings meerzicht. Eiseres kon zich reis niet vinden in de motivatie van verweersters. Bij niet-vertrouwelijk schrijven d.d. 12.05.2014 werd de raadsman van tweede verweerster opnieuw in gebreke gesteld. Een oplossing bleef evenwel uit.
4. Aangezien partijen er niet in slaagden een minnelijke regeling te bewerkstelligen, maakte eiseres op 6 juni 2014 haar klacht aanhangig bij de Geschillencommissie Reizen door middel van het daartoe bestemde klachtenformulier. In dit klachtenformulier stelt eiseres financiële schade te zouden hebben geleden, doordat geboekt indien zij een toeslag van 828,00 EUR diende te betalen voor de kamer waarop zij recht meende te hebben overeenkomstig haar boeking. Aan eerste verweerster wordt verweten dat zij verkeerde boekingsgegevens zou hebben doorgegeven aan tweede verweerster; dat zij een belofte tot terugbetaling deed welke niet werd nagekomen; dat een reis werd aangeboden volledige en geboekt die afwijkt correcte informatie hadden gekregen over het verloop van de reisbrochure reis. Ter ondersteuning van hun klachten voegen eisers gelijklopende, schriftelijke, verklaringen van reisgenoten. Over de reis zelf en dat de hotels hebben eisers geen klachten te formuleren. Gelet op wat vooraf gaat vorderen eisers een schadevergoeding ten belope van 12 % van de totale reissom zijnde 869,00 euro. Verweerster stelt in het algemeen verkeerde informatie werd verschafthaar verweer van 8 mei 2014 samengevat wat volgt: - Sedert 20 jaar worden dezelfde bussen voor 15 passagiers gebruikt. Aan tweede verweerster wordt verweten dat zij een reis aanbood welke niet werd opgenomen in de reisbrochure; dat zij de bestelde reis niet correct uitvoerde conform de boeking; en De brochure vermeldt duidelijk dat de bussen 15 passagiers kunnen vervoeren. Tijdens de reis waren er slechts 7 à 8 passagiers. Er was voldoende plaats voor het neerzetten van bagage. - Een opstapbankje wordt ook bij alle busmaatschappijen in België gebruikt. - De bus werd door de chauffeur gereinigd. Dat de klanten daarbij een handje toestaken kan slechts de groepssfeer ten goede komen. - In de brochure incorrecte gegevens bevatteis duidelijk sprake van een RO reisleider en niet van plaatselijke gidsen en chauffeurs zoals dat voor andere reizen geldt. Eiseres raamt haar schade De reisleider heeft een tweejarige opleidIng genoten in erkende scholen en heeft een jarenlange ervaring op 828,00 EURdeze bestemmingen. De reizigers hebben voldoende tijd om te genieten van de mooie natuur. - “XXX” reis is een absolute voltreffer op de Belgische markt. Verweerster ziet, zijnde de haar aangerekende toeslag voor de kamer met frontaal meerzicht. Eerste verweerster formuleerde standpunt bij besluiten d.d. 27.08.2014. Tweede verweerster formuleerde standpunt bij besluiten d.d. 04.09.2014. ▇▇▇▇▇▇▇ formuleerde standpunt bij besluiten d.d. 17.09.2014. Tweede verweerster repliceerde op 09.10.2014bijgevolg, geen enkele reden om aan eisers ook maar enige schadevergoeding toe te kennen.
Appears in 1 contract
Sources: Arbitration Decision
De feiten. 1. Uit ▇▇▇▇▇ boekte op 26 april 2014, na consultatie van de stukken website, via een oproep naar het callcenter van het dossier blijkt dat eiseres op 27 juni 2013 met tussenkomst van eerste verweerster bij tweede verweerster verweerder, een hotel-only reis boekte naar Stresa (Italië), bestaande uit een verblijf in kamer met ontbijt pakketreis voor één persoon voor zeven dagen/zes nachten (18.08.2013 – 24.08.2013). Het totaalbedrag van de geboekte accommodatie bedroeg volgens de bestelbon 2.319,20 EUR plus 16,00 EUR kosten dus 2.335,20 EUR. De kamer werd geboekt naar Antalya,Turkije met vlucht heen en terug en een verblijf, ultra all inclusive, in het hotel “A”, van 07 mei 2014 tot en met 20 mei 2014. De brochure 2013 keuze van tweede verweerster verstrekte volgende informatie omtrent dit hotel: Uit het hotel werd gemaakt op aanraden van de bestelbon, opgemaakt door eerste verweerster, blijkt dat door eiseres persoon die eiser aan de lijn had vermits hij als rolstoelgebruiker een hiertoe speciaal uitgerust hotel wenste. Bij de boeking werd geboekt: ook uitdrukkelijk bijstand gevraagd in de luchthaven zoals vermeld op de bevestiging en factuur nr. 32157742/1 van 26 april 2014. De interne boeking, door eerste verweerster doorgegeven aan tweede verweerster, vermeldt:
2totale reissom bedroeg 798,00 EURO. Bij aankomst ter plaatste in het hotel werd eiser ingelicht dat er voor hem geen plaats was en dat hij zijn vakantie zou moeten doorbrengen in het naburige hotel “B”. Daar aangekomen bleken de mensen niet op 18 augustus 2013 werd eiseres naar eigen zeggen een kleine kamer toegewezen met zijdelings zicht op het meer. Eiseres stelt dat zij frontaal zicht op het meer had geboekt. Zij deed haar beklag bij de hotelreceptie en kreeg na één overnachting op 19 augustus 2013 een kamer met frontaal zicht op het meer toegewezen. Volgens eiseres kreeg zij op 21 augustus 2013 melding hoogte gesteld te zijn van de hotelverantwoordelijke komst van eiser en moest hij wachten vermits de kamer nog moest gemaakt worden. De toegewezen kamer 2119 was in een erbarmelijke staat zoals blijkt uit de neergelegde foto’s. De electrische voorzieningen waren gevaarlijk, de muren waren vochtig, de deurlijsten van de badkamer waren rot en bijgewerkt met siliconen, de televisie was gebrekkig. De sanitaire installaties waren smerig. Bovendien was dit hotel volledig niet aangepast voor rolstoelgebruikers en ook niet voorzien van een lift. Het heeft eiser heel wat moeite gekost om een vertegenwoordig(st)er van verweerder te bereiken. Toen eiser de volgende dag een hotelwissel vroeg met voorkeur naar het hotel “C” en als alternatief het hotel “D”, dat zij een toeslag door de vertegenwoordig(st)er van 828,00 EUR diende verweerder was voorgesteld, werd hij ingelicht dat hij na twee dagen naar het initieel geboekte hotel zou kunnen gaan. Dit werd door hem geweigerd. De volgende dag werd eiser geïnformeerd dat de overplaatsing naar het hotel “C” enkel zou mogelijk zijn mits bijbetaling van 300,00 EURO. Dit was voor eiser onaanvaardbaar en hij heeft daarom verzocht vervroegd terug naar huis te betalen wegens de wijziging van kamertypekunnen keren. ▇▇▇▇▇▇▇ nam telefonisch contact op met eerste verweerster. Eerste verweerster bevestigt dit bij besluiten, en stelt dat zij zelf contact opnam met tweede verweerster, waarbij tweede verweerster zou hebben voorgesteld dat eiseres ter plaatse de toeslag zou betalen, welke tweede verweerster dan later zou terugbetalen. ▇▇▇▇▇▇▇ kreeg aldus de boodschap van eerste verweerster dat zij de kamertoeslag diende te betalen, doch dat deze haar bij terugkomst zou worden terugbetaald door tweede verweerster.
3. Na haar terugkeer verkreeg eiseres evenwel geen terugbetaling vanwege tweede verweerster. Bij aangetekend schrijven d.d. 03.02.2014 stelde eiseres verweersters in gebreke. Zij ontving antwoord van eerste verweerster en tweede verweerster, respectievelijk op 10.02.2014 en 04.04.2014. Eerste verweerster stelt dat haar als reisbemiddelaar niets verweten kan worden. Tweede verweerster stelt dat zij heeft geleverd wat door eerste verweerster als boeking werd doorgegeven, namelijk een kamer met zijdelings meerzicht. Eiseres kon zich niet vinden in de motivatie van verweersters. Bij niet-vertrouwelijk schrijven d.d. 12.05.2014 werd de raadsman van tweede verweerster opnieuw in gebreke gesteld. Een oplossing bleef evenwel uit.
4. Aangezien partijen er niet in slaagden een minnelijke regeling te bewerkstelligen, maakte eiseres op 6 juni 2014 haar klacht aanhangig bij de Geschillencommissie Reizen door middel van het daartoe bestemde klachtenformulier. In dit klachtenformulier stelt eiseres financiële schade te hebben geleden, doordat zij een toeslag van 828,00 EUR diende te betalen vordert voor de kamer waarop zij recht meende te hebben overeenkomstig haar boeking. Aan eerste verweerster wordt verweten dat zij verkeerde boekingsgegevens zou hebben doorgegeven aan tweede verweerster; dat zij een belofte tot geleden schade de volledige terugbetaling deed welke niet werd nagekomen; dat een reis werd aangeboden en geboekt die afwijkt van de reisbrochure en dat in het algemeen verkeerde informatie werd verschaft. Aan tweede verweerster wordt verweten dat zij reis met een reis aanbood welke niet werd opgenomen in de reisbrochure; dat zij de bestelde reis niet correct uitvoerde conform de boeking; en dat de brochure incorrecte gegevens bevatte. Eiseres raamt haar schade op 828,00 EUR, zijnde de haar aangerekende toeslag voor de kamer met frontaal meerzicht. Eerste verweerster formuleerde standpunt bij besluiten d.d. 27.08.2014. Tweede verweerster formuleerde standpunt bij besluiten d.d. 04.09.2014. ▇▇▇▇▇▇▇ formuleerde standpunt bij besluiten d.d. 17.09.2014. Tweede verweerster repliceerde op 09.10.2014bijkomende morele schadevergoeding van 500,00 EURO.
Appears in 1 contract
Sources: Arbitration Decision