Bestemming Het gehuurde is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt als woonruimte door de huurder en leden van zijn/haar gezin dan wel, indien huurder huurt ten behoeve van zijn werknemer, door de bewoner en leden van zijn/haar gezin.
Toestemming U heeft vooraf onze toestemming nodig. Meer informatie over het aanvragen van toestemming vindt u in artikel 1.9 van deze voorwaarden.
Beloning Paragraaf 1 -
Premies De wetgeving van de woonstaat van de verzekeringsnemer is toepasselijk op de fiscale en/of sociale lasten die eventueel op de premies worden gelegd. In voorkomend geval is de wetgeving van de woonstaat van de vestiging van de rechtspersoon voor wiens rekening de overeenkomst gesloten is van toepassing. De fiscale wetgeving van de woonplaats van de verzekeringsnemer bepaalt de eventuele toekenning van de fiscale voordelen van de premies. In bepaalde gevallen kan de wetgeving van het land waar belastbare inkomsten verkregen worden, worden toegepast.
Bestemmingsplan Ter plaatse van het projectgebied geldt het bestemmingsplan “Buitengebied (9010)”. Het overige deel van de gronden van het projectgebied (een deel van het uitloopgebied van de legkippen) vallen onder het regime van bestemmingsplan “Buitengebied Dronten (D4000)”. Gelet op het feit dat de nieuw te realiseren bebouwing in het eerstgenoemde bestemmingsplan valt wordt hieronder op dat plan ingegaan. Artikel 4A van de planregels stelt het volgende: De op de kaart voor agrarisch gebied aangewezen gronden zijn bestemd voor: 1. de uitoefening van het agrarisch bedrijf met een in hoofdzaak grondgebonden agrarische bedrijfsvoering, waaronder onderstammenteelt, takkenteelt, fruitteelt, houtteelt en andere opgaande boomteeltvormen; 2. de uitoefening van een agrarisch bedrijf al dan niet in combinatie met een ondergeschikte tweede tak of een deeltijdfunctie in de vorm van intensieve veehouderij, intensieve kwekerij en/of glastuinbouw, voorzover de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding “bouwperceel”; In artikel 1 van de diezelfde planregels worden de begrippen agrarisch bedrijf en grondgebonden agrarische bedrijfsvoering nader geduid: een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren; een agrarische bedrijfsvoering die hoofdzakelijk niet in gebouwen plaatsvindt, waarbij het gebruik van agrarische gronden noodzakelijk is voor het functioneren van het bedrijf; Toetsing: Biologische pluimveehouderij is afhankelijk van de omliggende gronden, het pluimvee loopt gedurende de dagperiode in het weiland. Deze gronden zijn noodzakelijk zijn voor het functioneren van het biologisch bedrijf. Artikel 4B van de planregels bevat de bebouwingsbepalingen: a. er zullen uitsluitend gebouwen ten behoeve van agrarische bedrijven worden gebouwd; b. per gebied, dat op de kaart is voorzien van de aanduiding "bouwperceel", mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van één agrarisch bedrijf worden gebouwd; c. de gebouwen, met uitzondering van tunnelkassen, zullen uitsluitend binnen een bouwperceel worden gebouwd op de gronden die op de kaart zijn voorzien van de aanduiding "bouwperceel"; d. de afstand van bedrijfswoningen tot de naar de weg gekeerde grens/grenzen van het bouwperceel zal ten minste 15,00 m bedragen; ▇. ▇▇ ▇▇▇▇▇▇, tunnelkassen en bedrijfsgebouwen zullen achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van de bedrijfswoningen dan wel het verlengde daarvan worden gebouwd, of, indien geen bedrijfswoning aanwezig is, zal de afstand van kassen, tunnelkassen en bedrijfsgebouwen tot de naar de weg gekeerde grens/grenzen van het bouwperceel ten minste 15,00 m bedragen; f. de afstand van bedrijfswoningen, bijgebouwen, aan- en uitbouwen en overkappingen, kassen, tunnelkassen en bedrijfsgebouwen tot de niet naar de weg gekeerde grenzen van het bouwperceel zal ten minste 10,00 m bedragen; g. de gezamenlijke netto vloeroppervlakte van gebouwen voor een intensieve veehouderij of een intensieve kwekerij in de vorm van een ondergeschikte tweede tak, zal per bouwperceel ten hoogste 3.500 m² bedragen, tenzij de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding “geen niet-grondgebonden agrarische bedrijvigheid toegestaan”, in welk geval geen niet-grondgebonden agrarische bedrijvigheid is toegestaan; Toetsing: • Ad a : De nieuwe bebouwing is ten behoeve van het agrarisch bedrijf; • Ab b : De bebouwing is voor één agrarisch bedrijf; • Ad c : De bebouwing valt buiten gronden die voorzien zijn van de aanduiding “bouwperceel”. Dit is de reden waarom een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3° Wabo is aangevraagd. Deze ruimtelijke onderbouwing dient dat doel. Verderop in dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijzigingsbevoegdheid die het plan bevat voor het vergroten van het agrarisch bouwvlak waarop deze omgevingsvergunning ook aansluit; • Ad d : Niet van toepassing, dit is geen bouwplan voor een bedrijfswoning; • Ad e : Niet van toepassing, er is een bedrijfswoning aanwezig;