Het wettelijk kader Voorbeeldclausules
Het wettelijk kader. In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan de wet- en regelgeving omtrent (het niet uitvoeren van) het periodiek verrekenbeding van de scheidende DGA. In par. 2.1 wordt ingegaan op de voor deze scriptie relevante hoofdlijnen van het huwelijksvermogensrecht. Vervolgens wordt in par. 2.2 toegespitst op de DGA van de BV. Er wordt gekeken naar de wijze waarop hij inkomen uit zijn BV kan genereren. Tot slot komt in par. 2.3 aan bod op welke wijze de BV verantwoording moet afleggen, waarbij gekeken wordt naar het verleden van de BV. Wanneer de DGA niet periodiek heeft verrekend, bestaat de kans dat de waarde van de BV wordt meegenomen in de verrekening. In dat kader wordt tevens aandacht besteed aan de verschillende waarderingsvormen (par. 2.3.2), waarbij vanuit het kasstromenoverzicht de toekomstige kasstromen kunnen worden geprognotiseerd om tot de contante waarde te komen, waardoor de waarde van de BV berekend kan worden.
Het wettelijk kader. 19. Op grond van artikel 20.1 van de Tw is KPN voor een periode van twee jaar, te weten van 15 december 1998 tot 15 december 2000, voor zover zij aanbieder is van huurlijnen in Nederland, aangewezen als een aanbieder van huurlijnen in geheel Nederland die beschikt over aanmerkelijke macht op de markt als bedoeld in artikel 6.4, eerste lid, en 7.2, eerste lid, van de Tw. Op grond van art. 7.1 jo. 7.2 jo.
20.1 van de Tw zijn op KPN derhalve de regels van het BOHT, het besluit dat de regels ter uitvoering
Het wettelijk kader. 3. Artikel 6.9, eerste lid, van de Tw stelt dat aanbieders, aangewezen door het college krachtens artikel 6.4, eerste lid, van de Tw, voldoen aan alle redelijke verzoeken tot bijzondere toegang.
4. In artikel 6.3 van de Tw is aan het college de bevoegdheid toegekend om als geschilbeslechter op te treden. Het college kan op grond van artikel 6.3 van de Tw, op verzoek van één of van beide partijen, tot beslechting komen van een geschil door de regels vast te stellen die tussen degene die bijzondere toegang moet bieden en degene die er om vraagt, zullen gelden.
5. De Memorie van Toelichting bij de Tw stelt dat artikel 6.9 van de Tw inhoudt dat, gegeven de redelijkheid van het verzoek van degene die om bijzondere toegang vraagt, de aanbieders aangewezen krachtens artikel 6.4, eerste lid, van de Tw, de bijzondere toegang niet kunnen weigeren. Uitsluitend in het geval dat er sprake is van een onredelijk verzoek zal een vraag om bijzondere toegang niet gehonoreerd hoeven worden. De Memorie van Toelichting bij de Tw stelt
1 Het huidige model waarmee CPS wordt aangeboden is een customer controlled model in de vorm van een voice response systeem. Dit systeem houdt in dat een abonnee van KPN door een gratis telefoonnummer te bellen CPS telefonisch kan instellen. Een operator controlled model, ook wel bekend als een verzekeringsmodel, houdt in dat een derde partij, in dit geval ▇▇▇▇▇▇▇▇, namens de abonnee van KPN optreedt en de voorkeuze op verzoek van deze abonnee laat instellen door KPN. voorts dat de vraag of een verzoek redelijk is in eerste instantie door degene die het verzoek doet en degene die het zal moeten honoreren in onderling overleg beantwoord zal moeten worden.
6. De verplichting om CPS aan te bieden is in de Nederlandse wetgeving neergelegd in artikel 44, eerste lid, van het BOHT. Dit artikel luidt als volgt: “Aanbieders van vaste openbare telefoonnetwerken en van vaste openbare telefoondiensten, aangewezen krachtens artikel 6.4, eerste lid, van de wet, dragen er zorg voor dat uiterlijk met ingang van 1 januari 2000 voor hun afnemers de voorzieningen beschikbaar zijn die het die afnemers mogelijk maken dat reeds door toepassing van artikel 6.1 of 6.9 van de wet voor die afnemer beschikbare geschakelde diensten van andere aanbieders tevens beschikbaar zijn door middel van een door de afnemer bij de aangewezen aanbieder ingestelde voorkeuze. De voorkeuze moet door de afnemer op individuele gespreksbasis kunnen worden gewijzigd door middel van het kiezen ...
Het wettelijk kader van de Tw luidt:
