Kamerstukken Voorbeeldclausules
Kamerstukken. II 2016/17, 34608, nr. 3, p. 29.
Kamerstukken. II 2016/17, 25 087, nr. 135.
Kamerstukken. II 2020/21, 27 529, nr. 234, p. 19 (productie D.2).
Kamerstukken. II 1999/2000, 26 089, 6, p.
Kamerstukken. II 1997–1998, 25 892, nr. 3, blz. 97.
15. Gebruik algoritmen en analysemethoden die wetenschappelijk gevalideerd zijn
16. Bepaal de foutmarge die bij de analyse mag optreden
17. Zorg voor voldoende beveiliging tijdens de verstrekking en verdere verwerking van data ten behoeve van de analyse
1. Maak afspraken over welke veiligheidsmaatregelen er getroffen dienen te worden met betrekking tot het transport, de verwerking en eventueel de vernietiging van de gegevens.NaN
2. Leg degenen die betrokken zijn bij het verwerken van persoonsgegevens ten behoeve van de data-analyse een geheimhoudingsplicht op, die zich vertaalt in het ondertekenen van een geheimhoudingsverklaring.
3. Indien de combinatie van de gegevensbronnen heel gevoelig is, zou deze hetzelfde regime kunnen volgen als (hoog)gerubriceerde informatie, zoals in het Voorschrift Informatiebeveiliging Rijks- dienst Bijzondere Informatie voorschrijft. Het is uiteindelijk aan de opdrachtgevers om in samenspraak met het CBS afspraken te maken over de beveiliging van te verwerken persoonsgegevens. Daarbij geldt met het oog op de verwerking van gegevens die het CBS al heeft, dat tenminste de beveiligingsmaatregelen zullen worden toegepast die het CBS standaard hanteert, met inbegrip van de door het CBS vastgestelde “Regeling beveiligingsin- cidenten en datalekken”. Dit impliceert dat de analyses worden uitgevoerd binnen de beveiligde omgeving van het CBS via het Centrum voor Beleidsstatistiek. De analyses worden in principe on-site (fysiek) bij het CBS uitgevoerd (maar dat kan technisch ook met behulp van Remote Access) conform het daarvoor vigerend CBS-beleid. Voordat politie en OM tot verstrekking van eventuele aanvullende gegevens overgaan, zullen zij met het CBS afspraken maken over additionele maatregelen.
18. Ga na of betrokkenen geïnformeerd dienen te worden over het feit dat over hen persoonsgegevens worden verwerkt
Kamerstukken. II 2000/01, 26 932, nr. 5.
Kamerstukken. II 2014/15, 34218, 3, p. 17-19.
Kamerstukken. II 1997/98, 26 089, 3, p. 14.
Kamerstukken. II 2016-2017, 34608, nr. 3 (MvT WAMCA), pp. 31-32. een belangenorganisatie die een collectieve actie start gesteld moeten worden, en welke bijzondere procedurevoorschriften van toepassing verklaard worden in die zaak. Bij veel ideële acties ligt het voor de hand om een uitzondering te maken op deze voorschriften. Het was blijkens de wetsgeschiedenis niet de bedoeling van de wetgever om het onder de WAMCA moeilijker te maken om in ideële collectieve acties als de onderhavige voor de belangen van anderen of voor het algemeen belang op te komen.57 Bij strikte toepassing van de ‘nauw omschreven groep’ ex artikel 1018e lid 2 Rv en de daaraan gekoppelde opt-out/in regeling ex artikel 1018f Rv is dit wel het geval, terwijl dit bij ideële acties als de onderhavige geen redelijk doel dient.
46. Zowel uit de wet als uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de wetgever bij nut en noodzaak van collectieve binding van een vast te stellen nauw omschreven groep in ideële zaken eigenlijk niet heeft stilgestaan.58 De wet zelf stelt daarover niets. In de afzonderlijke artikelen van Titel 14A is steevast de collectieve schadevergoedingsactie als uitgangspunt genomen.59 Artikel 1018f Rv, dat de opt-outregeling verder uitwerkt, gaat uit van een (exclusieve) belangenbehartiger die aan de strenge ontvankelijkheidsvereisten van artikel 3:305a BW heeft voldaan.60 Ook daaruit kan men afleiden dat toepassing van dit artikel bij ideële zaken die wél onder de uitzondering van artikel 3:305a lid 6 vallen omdat het een ideële vordering betreft en/of de zaak of de aard van de vorderingen daartoe aanleiding geeft, niet als zodanig door de wetgever werd geanticipeerd.
47. In ideële zaken of collectieve acties die niet zien op schadevergoeding, ligt collectieve binding van een nauw omschreven groep – en in het verlengde daarvan de mogelijkheid voor individuen uit die groep om zich aan binding te onttrekken door middel van een opt-out/in – niet voor de hand. ▇▇▇▇▇▇▇▇▇ en Sillen schrijven daarover: “Voor collectieve acties die zuiver zijn gericht op financiële afhandeling van aansprakelijkheid voor massaschade (de, naar het soms lijkt, vrijwel allesbepalende context die de totstandkoming van de WAMCA heeft gekleurd) ligt het inderdaad zeer voor de hand om in beginsel alle individuele gedupeerden die liever hun eigen aansprakelijkheidsrechtelijke boontjes doppen van een opt-out-mogelijkheid te voorzien. Echter, voor ideële of collectieve acties die niet zien op geldelijke schadevergoeding, maar die ...
Kamerstukken. II 2013/14, 33818, nr. 3, p. 31-32. Zie over de problematiek van opzegverboden uitvoerig de bijdrage van R.S. van Coevorden.
