Leeftijdsbepaling Voorbeeldclausules
Leeftijdsbepaling. Aangenomen wordt, dat alle verzekerden geboren zijn op de eerste van de maand samenvallend met of onmiddellijk voorafgaand aan hun werkelijke geboortedag.
Leeftijdsbepaling. Leeftijden worden in jaren en maanden bepaald. Bij verzekerden met een aanspraak op uitgesteld ouderdomspensioen is uitgangspunt dat de leeftijd op de normale pensioendatum juist 60 respectievelijk 65 jaar is en dat de toekomstige duur op maanden naar beneden wordt afgerond. Bij de overige verzekerden is het uitgangspunt dat de geboortedatum wordt verschoven naar de eerste dag van de volgende maand en dat de leeftijd op gehele maanden naar boven wordt afgerond. Bij de waardering van ingegane wezenpensioenen wordt uitgegaan van een verwachte gemiddelde expiratieleeftijd van 24 jaar. Bij wezen jonger dan 24 jaar wordt de toekomstige duur gelijkgesteld aan het verschil van 24 en de leeftijd. Bij wezen van 24 jaar of ouder worden duren en contante waarden op nul gesteld.
Leeftijdsbepaling. Geen premie is verschuldigd voor de verzekerde tot de eerste dag van de kalendermaand volgende op de kalendermaand waarin hij de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt.
