Toegangsrecht Voorbeeldclausules

Toegangsrecht. Door het indienen van zijn offerte verklaart de inschrijver zich niet in één van onderstaande uitsluitingsgevallen te bevinden. De aanbestedende overheid zal de juistheid van deze impliciete verklaring op erewoord onderzoeken in hoofde van de inschrijver wiens offerte het beste gerangschikt is. Daartoe zal zij de betrokken inschrijver via de snelste middelen en binnen de door haar bepaalde termijn verzoeken de inlichtingen of documenten te verstrekken die toestaan zijn persoonlijke situatie te controleren. De inlichtingen of documenten die de aanbestedende overheid kosteloos via elektronische middelen bij de gegevensbeheerders kan opvragen, zullen door de aanbestedende overheid zelf worden opgevraagd.
Toegangsrecht. BELANGRIJK Uitsluitingscriterium inzake illegale tewerkstelling Eerste uitsluitingscriterium § 1. De Belgische inschrijver die personeel tewerkstelt dat is onderworpen aan de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de sociale zeker- heid der arbeiders moet in orde zijn met zijn verplichtingen ten overstaan van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. Hij wordt geacht in orde te zijn met voormelde verplichtingen indien blijkt dat hij ten laatste daags vóór de uiterste datum voor de ontvangst van de offertes: 1° aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid al de vereiste aangiften heeft toegezonden, tot en met diegene die slaan op het voorlaatste afgelopen kalenderkwartaal voor de ontvangst van de offertes en 2° op deze aangiften geen verschuldigde bijdragen van meer dan 3.000 EURO moet vereffe- nen, tenzij hij voor die schuld uitstel van betaling heeft verkregen waarvan hij de termijnen strikt in acht neemt. Evenwel, zelfs wanneer de bijdrageschuld groter is dan 3.000 EURO, zal de inschrijver in orde bevonden worden indien hij, alvorens tot de beslissing van gunning van de opdracht wordt overgegaan, aantoont dat hij, op het einde van het kalenderkwartaal bedoeld in het tweede lid, op een aanbestedende overheid in de zin van artikel 2, 1°, van de wet van 15 juni 2006 of op een overheidsbedrijf in de zin van artikel 2, 2°, van de wet van 15 juni 2006, één of meer schuldvorderingen bezit die zeker, opeisbaar en vrij van elke verbintenis tegenover derden zijn en waarvan het bedrag op 3.000 EURO na, ten minste gelijk is aan de achterstal- lige bijdrageschulden.
Toegangsrecht. De eigenaar heeft het recht om de accommodatie te betreden (zonder u dat van tevoren te laten weten als dat niet praktisch of onmogelijk is) als er zich speciale omstandigheden of noodgevallen voordoen (bijvoorbeeld als er reparaties moeten worden uitgevoerd) of als u de wet, of deze boekingsvoorwaarden, de voorwaarden van de eigenaar zelf of andere bepalingen die van toepassing zijn op uw boeking en/of de accommodatie, overtreedt. De eigenaar of de vertegenwoordiger van de eigenaar heeft het recht om de accommodatie te betreden voor inspectiedoeleinden (met inbegrip van, maar niet beperkt tot, als u hebt geklaagd over de accommodatie), indien hij of zij u een redelijke tijd van tevoren in kennis stelt van een dergelijke toegang.
Toegangsrecht. Door het indienen van een offerte verklaart de kandidaat of inschrijver op erewoord dat hij zich niet in één van de uitsluitingsgevallen , zoals bedoeld in o.m. de artikelen 67-69 van de Wet overheidsopdrachten, bevindt. Hij verklaart ook, dat noch hijzelf, noch een lid van zijn bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan (of die daarin vertegenwoordigings-, beslissings- of controlebevoegdheid heeft), noch een lid van zijn keten van medecontracten, zich in een toestand van uitsluiting, zoals bedoeld in o.m. de artikelen 67-69 van de Wet overheidsopdrachten, bevinden. Elke kandidaat of inschrijver die in één van de in de artikelen 67 of 69 bedoelde situaties verkeert, mag bewijzen dat de “corrigerende maatregelen” die hij heeft genomen voldoende zijn om zijn betrouwbaarheid aan te tonen ondanks de toepasselijke uitsluitingsgrond (self-cleaning). Als de aanbestedende overheid dat bewijs toereikend acht, wordt de betrokken kandidaat of inschrijver niet uitgesloten van de plaatsingsprocedure. Hiertoe bewijst de kandidaat of inschrijver, op eigen initiatief, dat hij eventuele schade als gevolg van strafrechtelijke inbreuken of fouten heeft betaald of heeft toegezegd te zullen vergoeden, dat hij de feiten en omstandigheden heeft opgehelderd door actief mee te werken met de onderzoekende autoriteiten en dat hij concrete technische, organisatorische en personeelsmaatregelen heeft genomen die geschikt zijn om verdere strafrechtelijke inbreuken of fouten te voorkomen. Als de kandidaat of inschrijver in aanmerking komt als opdrachtnemer, gaat de aanbestedende overheid zijn toestand na vooraleer een beslissing te nemen. Voor een Belgische kandidaat of inschrijver zal ze de documenten ter verificatie van de uitsluitingsgronden van de artikelen 68 en 69, 2° van de wet overheidsopdrachten zelf via elektronische weg opvragen. De Belgische kandidaat of inschrijver dient wel een uittreksel uit het strafregister (Model 1 voor rechtspersonen en Model 2 voor natuurlijke personen) of een evenwaardig document, uitgereikt door een gerechtelijke of overheidsinstantie bij zijn aanvraag tot deelneming te voegen, waaruit blijkt dat aan de gestelde eisen is voldaan. Dit attest mag ten vroegste 3 maanden voor ontvangst door het bestuur uitgereikt zijn. Dit uittreksel kan voor de Belgische inschrijvingen (rechtspersonen) gevraagd worden bij de Federale Overheidsdienst Justitie, DG RO – Dienst centraal strafregister, ▇▇▇▇▇▇▇▇▇▇▇▇ ▇▇▇, ▇▇▇▇ ▇▇▇▇▇▇▇, tel. +▇▇ (▇)▇ ▇▇▇ ▇▇ ▇▇, fax +▇▇...
Toegangsrecht. Door het indienen van een Uniform Europees Aanbestedingsdocument verklaart de inschrijver zich niet in een van onderstaande uitsluitingsgevallen te bevinden. De aanbestedende overheid zal de juistheid van deze impliciete verklaring op erewoord onderzoeken in hoofde van de inschrijver wiens offerte het beste gerangschikt is. Daartoe zal zij de betrokken inschrijver vragen via de snelste middelen en binnen de termijn die zij aanduidt, de inlichtingen of documenten te leveren die toelaten zijn persoonlijke toestand na te gaan. De inlichtingen of documenten die de aanbestedende overheid kosteloos via elektronische middelen bij de gegevensbeheerder kan opvragen, zullen door de aanbestedende overheid zelf worden opgevraagd.
Toegangsrecht. Door een offerte in te dienen, verklaart de inschrijver zich niet in een van de hieronder ver- melde uitsluitingsgevallen te bevinden. De aanbestedende overheid zal de juistheid onder- zoeken van deze impliciete verklaring op erewoord in hoofde van de inschrijver wiens offerte het best gerangschikt is. Daartoe zal zij de betrokken inschrijver verzoeken om via de snelste middelen en binnen de door haar bepaalde termijn, de inlichtingen of documenten te ver- strekken die het mogelijk maken zijn persoonlijke situatie te verifiëren. De aanbestedende overheid vraagt zelf de inlichtingen of documenten op die via elektronische weg gratis kun- nen worden verkregen bij de diensten die ze beheren.
Toegangsrecht. Door eenvoudig deel te nemen aan de procedure tot gunning van een overheidsopdracht verklaart de inschrijver dat hij zich niet in een van de uitsluitingsgevallen bevindt als bedoeld in het artikel 61 van het koninklijk besluit van 15 juli 2011 1996 betreffende de plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren. In deze gevallen gaat de aanbestedende overheid de toestand na van : 1° de voor selectie in aanmerking komende kandida ten, alvorens de selectiebeslissing te nemen; 2° de als opdrachtnemer in aanmerking komende ins chrijver, alvorens de gunningsbeslissing te nemen. § 1. Overeenkomstig artikel 20 van de wet wordt in elk stadium van de gunningsprocedure uitgesloten van de toegang ertoe, de kandidaat of inschrijver die bij rechtelijke beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan en waarvan de aanbestedende overheid kennis heeft, veroordeeld is voor : 1° deelname aan een criminele organisatie als bed oeld in artikel 324bis van het Strafwetboek; 2°omkoping als bedoeld in artikel 246 van het St rafwetboek; 3° fraude als bedoeld in artikel 1 van de overeen komst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap, goedgekeurd door de wet van 17 februari 2002; 4° witwassen van geld als bedoeld in artikel 3 va n de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financieel stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. Met het oog op de toepassing van deze paragraaf vraagt de aanbestedende overheid aan de kandidaten of inschrijvers om de noodzakelijke inlichtingen of documenten over te leggen. Indien zij twijfels heeft over de persoonlijke situatie van die kandidaten of inschrijvers, kan zij de bevoegde binnenlandse of buitenlandse autoriteiten verzoeken om de inlichtingen die ze ter zake nodig acht. De aanbestedende overheid kan om dwingende redenen van algemeen belang afwijken van de in deze paragraaf bedoelde verplichting.
Toegangsrecht. Door loutere deelname aan de procedure verklaart de kandidaat-concessiehouder zich niet te bevinden in één of meerdere van onderstaande verplichte en facultatieve uitsluitingstoestanden: - Veroordeeld zijn door een in kracht van gewijsde gegaan vonnis voor: o deelname aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 324bis van het Strafwetboek; o omkoping als bedoeld in artikel 246 van het Strafwetboek; o fraude als bedoeld in artikel 1 van de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap, goedgekeurd door de Wet van 17 februari 2002; o witwassen van geld als bedoeld in artikel 3 van de Wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. - in staat van faillissement of van vereffening verkeren, zijn werkzaamheden hebben gestaakt of een gerechtelijke reorganisatie hebben ondergaan, of in een vergelijkbare toestand verkeren als gevolg een gelijkaardige procedure die bestaat in andere nationale reglementeringen; - aangifte hebben gedaan van zijn faillissement of voor de inschrijver is een procedure van vereffening aanhangig, heeft een gerechtelijke reorganisatie ondergaan of is voorwerp van een gelijkaardige procedure bestaande in andere nationale reglementeringen; - bij een in kracht van gewijsde gegaan vonnis veroordeeld zijn voor een misdrijf dat de professionele integriteit aantast; - bij zijn beroepsuitoefening een ernstige fout hebben begaan; - niet voldaan hebben aan zijn verplichtingen inzake betaling van de bijdragen voor de sociale zekerheid; - niet in orde zijn met betaling van de belastingen overeenkomstig de Belgische wetgeving of van het land waar de inschrijver gevestigd is; - zich in ernstige mate schuldig hebben gemaakt aan het afleggen van valse verklaringen bij het verstrekken van inlichtingen, opeisbaar in het kader van de kwalitatieve selectie, of die deze inlichtingen niet heeft verstrekt. Wanneer de Stad kennis heeft dat de kandidaat-concessiehouder zich in één van bovenstaande gevallen bevindt, sluit hij de kandidaat-concessiehouder uit van de toegang tot de toewijzingsprocedure, in welk stadium van de procedure ook. De aanbestedende overheid zal zelf via elektronische weg volgende documenten controleren: o het RSZ-attest in de zin van art. 62, §1 KB Plaatsing van 14/01/2013 o het attest waaruit blijkt dat de inschrijver heeft voldaan aan de fiscale verplichtingen ten opzichte van de FOD Financiën in de...
Toegangsrecht. Overeenkomstig artikel 20 van de wet wordt in elk stadium van de gunningprocedure uitgesloten van de toegang ertoe, de kandidaat of inschrijver die bij rechtelijke beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan en waarvan de aanbestedende overheid kennis heeft, veroordeeld is voor: 1° deelname aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 324bis van het Strafwetboek; 2°omkoping als bedoeld in artikel 246 van het Strafwetboek;
Toegangsrecht. Door in te schrijven op deze opdracht, verklaart de inschrijver zich niet in een toestand van uitsluiting te bevinden zoals bedoeld in artikel 61 en 62 van het K.B. van 15.07.2011. → Attest van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid Voor onderstaande stukken kan in het kader van de administratieve vereenvoudiging een verklaring op eer worden ingediend. De weerhouden inschrijver moet deze stukken voor de sluiting van de opdracht bezorgen aan de opdrachtgever. → Attest 276C2 van de directe belastingen en BTW → Bewijs van niet-faling of gerechtelijk akkoord → Uittreksel uit het strafregister Door in te schrijven op deze opdracht, verklaart de inschrijver zich eveneens niet in een toestand van onverenigbaarheid te bevinden zoals bedoeld in artikel 64 van het K.B. van 15.07.2011. Bij de gunningsbeslissing kan de opdrachtgever de selectie van een reeds geselecteerde herzien, indien zijn persoonlijke situatie of bekwaamheid alsdan niet meer beantwoorden aan de op grond van artikel 58, § 1 van het KB van 15.07.2011 bepaalde selectievoorwaarden.