Aansluiting de kabel of leiding die door de netbeheerder wordt beheerd, die de installatie van de contractant met het (gastransport)net verbindt en alle door de netbeheerder in of aan die kabel of leiding aangebrachte apparatuur;
Projectmanagementsysteem elektronisch systeem dat kan worden gebruikt voor het beheer van het Project en voor communicatie tussen Opdrachtnemer en Opdrachtgever over de uitvoering van de Overeenkomst.
Aanslag Elke vorm van oproer, volksbeweging, terrorisme of sabotage.
Uitvoering De plaatsing gebeurt conform art. 69 van het AREI en het art. 2 van het M.B. van 6/10/1981, waarbij de spreidingsweerstand van de aardverbinding kleiner moet zijn dan 100 Ohm. • Voor elk nieuw gebouw, waar de funderingen tot op een diepte van minstens 60 cm reiken, moet de aardverbinding minstens bestaan uit een aardingslus aangebracht op de bodem van de funderingssleuven van de buitenmuren. • Het aanbrengen van de aardingslus en massieve geleiders zal steeds op een ongeroerde grond geschieden tegenaan de buitenzijde van de funderingssleuf. Zij mag geen aanleiding geven tot vermindering van de draagkracht van de funderingen en mag in geen geval rechtstreeks in aanraking komen met de funderingen. Hiertoe wordt de aardingslus bedekt met een zuiverheidslaag van 5 cm. Het aanbrengen van de zuiverheidlaag zal pas geschieden na de inspectie van de aardingslus door het bestuur. • Om de aardverbindinglus op de bodem van de sleuf te houden worden enkel bevestigingsmiddelen (haken, krammen, ...) gebruikt uit koper of een materiaal zonder corrosieve inwerking op het metaal van de aardingslus. • De aardingslus moet uit één stuk worden opgebouwd. Er mogen geen verbindingen onder de funderingen worden aangebracht. Indien dit niet te vermijden is, moeten deze verbindingen zichtbaar worden uitgevoerd, d.w.z. aan de buitenzijde van de buitenomtrek, in een zichtput, of tegen de muur, op een plaats te bespreken met het bestuur. • De zichtbare verbindingen worden geschroefd en zijn voorzien van de nodige meetklemmen voor controle. • De twee uiteinden van de lus worden doorheen soepele PVC-buizen tot 120cm boven de vloerpas gebracht. Doorheen de bodemplaat worden beide uiteinden d.m.v. krimpkousen van elkaar gescheiden. Nergens mag er rechtstreeks contact ontstaan met het beton. Beide uiteinden van de lus monden uit ter hoogte van het tellerlokaal. Op een permanent inspecteerbare en bereikbare plaats worden ze aan elkaar verbonden d.m.v. een afkoppelbaar aansluitstuk (klem of scheidingsstrip). • Vóór het uitvoeren van de funderingswerken wordt de spreidingsweerstand gecontroleerd.
Criterium Minimale vereisten Aantoonbaar document ter beoordeling
Maandsalaris het salaris per maand zoals opgenomen in bijlage III van deze cao;
Ongeval Onder een ongeval verstaan wij een gebeurtenis waarbij u letsel oploopt door plotseling geweld van buitenaf. Het letsel moet zijn vastgesteld door een arts.
Meetinrichting de meetinrichting als gedefinieerd in de Elektriciteitswet 1998 respectievelijk Gaswet , zijnde het gehele samenstel van apparatuur dat tenminste tot doel heeft de uitgewisselde elektriciteit respectievelijk het uitgewisselde gas te meten ten behoeve van het vaststellen van de omvang van de levering, van de voor de afrekening door de leverancier benodigde gegevens en voor de controle van het verbruik;
Bestuurder de feitelijk bestuurder van het voertuig;
Bestuur het bestuur van de Stichting;
Jaarsalaris 12 maal het maandsalaris.
Reglement het reglement als bedoeld in artikel 8 lid 4 van het Convenant;