De feiten. 1. Uit het dossier voorgelegd aan het arbitraal college kan worden afgeleid dat eisers, via de bemiddeling van hun reisagent (niet inzake), bij verweerster een rondreis hebben geboekt met bestemming Cuba, voor de periode van 5 tot 19 september 2017. De prijs van de reis bedroeg 5.745,80 €. 2. Eisers hebben hun verblijf in HAVANA kunnen doorbrengen zoals voorzien. Tijdens het verdere verloop van de reis werd Cuba evenwel geteisterd door de orkaan ▇▇▇▇, waardoor het verdere verloop van de rondreis van eisers in het gedrang werd gebracht en niet kon doorgaan zoals voorzien. De verplaatsingen tussen de verschillende steden en de excursies voorzien in de reis werden afhankelijk van de (weers-) situatie die moeilijk te voorspellen was en die van dag tot dag bekeken werd en vervroegd, uitgesteld of geannuleerd moesten worden, rekening houdende met de vele regen, omgevallen bomen, overstromingen, e.d.m. De bewegingsvrijheid van reizigers werd aanzienlijk beperkt en er waren slechts beperkte communicatiemiddelen beschikbaar. Op 12 september 2017 is verweerster er in geslaagd om eisers zoals gepland over te brengen naar VARADERO voor hun gepland strandverblijf in het hotel XXX. Dit hotel bleek gelet op de noodsituatie evenwel gesloten te zijn. Eisers konden uiteindelijk ondergebracht worden in hotel XXX, een ander vijfsterrenhotel in VARADERO, zonder dat zij daar zelf de kosten voor dienden te dragen. Gelet op de noodsituatie werd uiteindelijk de beslissing genomen om een groot aantal reizigers aanwezig op Cuba, waaronder eisers, te evacueren met een vlucht van XXX en dit gebeurde op 13 september 2017. Eisers zijn alzo vroegtijdig moeten terugkeren uit Cuba. 3. Na hun terugkeer heeft verweerster eisers op 21 september 2017 een tegemoetkoming aangeboden ten belope van 1.819,4 €. Dit bedrag werd uitbetaald aan het reisagentschap van eisers. Op 6 oktober 2017 heeft verweerster een bijkomend bedrag van 250,- € per persoon aangeboden, wat eveneens werd uitbetaald aan de reisagent van eisers. Verweerster heeft alzo een tegemoetkoming betaald van 2.319,4 €. 4. Eisers konden zich blijkbaar niet vinden in de vergoeding die hen werd uitbetaald en heeft haar vordering aanhangig gemaakt voor de Geschillencommissie Reizen. Het Arbitraal College merkt daarbij op dat het dossier van eisers uiterst summier is en slechts in beperkte mate toelaat om de situatie ter plaatse concreet in te schatten en kennis te nemen van de concrete klachten van ▇▇▇▇▇▇. 2. Kwalificatie van de contractuele relatie
Appears in 1 contract
Sources: Arbitral Decision
De feiten. 1. Uit ▇▇▇▇▇▇ boekten op 6 december 2017 een fotografiereis naar Australië voor 2 volwassenen van 9 oktober tot 27 oktober 2018. De reservering omvatte de vluchten heen en terug en alle transfers tijdens de reis, verblijf in middenklassehotels, (permanente) tentenkampen, bush camps en campings, de meeste maaltijden, de in het dossier voorgelegd aan programma vermelde uitstappen, bezoeken en privé boottochten, diensten van een lokale gids, alle taksen en het arbitraal college kan worden afgeleid dat eisers, via de bemiddeling van hun reisagent (niet inzake), bij verweerster een rondreis hebben geboekt met bestemming Cuba, visum voor de periode van 5 tot 19 september 2017Australië. De prijs van de reis boeking bedroeg 5.745,80 €.
13.115,94 EUR. 2. Eisers hebben hun Het verblijf in HAVANA kunnen doorbrengen zoals voorzien. Tijdens het verdere verloop de verschillende (tenten)kampen gedurende acht dagen van de reis voldeed volgens eisers niet aan de verwachtingen die zij op basis van de brochure, infoavond en bestelbon mochten hebben. Vooreerst stellen eisers dat zij op geen enkel moment voor de reis behoorlijk ingelicht geweest zijn over het verblijf in de tentenkampen. Volgens eisers zouden zij zich niet hebben ingeschreven voor de reis als zij op de hoogte waren geweest van de omstandigheden waarin zij acht nachten dienden te slapen. Wat betreft de accommodatie stellen eisers tevens dat de tenten klein, verwaarloosd en vuil waren, de bedden te klein waren en er in één geval een stapelbed zonder een laddertje was voorzien. De sanitaire blok in één van de kampen zou zich op 10 minuten van de tenten bevonden hebben. Volgens eisers hebben zij hun ongenoegen over de accommodatie mondeling aangekaart bij de fotograaf en/of reisbegeleider met als gevolg dat de laatste nacht in een aangepast tentenkamp werd Cuba evenwel geteisterd door overnacht. De voorziene maaltijden waren volgens eisers ondermaats. Het ontbijt bleek steeds bush-brood te zijn, de orkaan confituurpotjes zouden aan mekaar gekleefd hebben. ▇▇▇▇▇▇ en melk waren niet altijd voorhanden. De lunchmaaltijden zouden hoofdzakelijk uit tomaten, waardoor het verdere verloop komkommer en bevroren beleg hebben bestaan en dienden onder andere op een bank bij een wegrestaurant te worden genuttigd. Het avondeten werd klaargemaakt in een kampementkeuken waar niet altijd een koelkast aanwezig was en de algemene hygiëne liet te wensen over. De reisbegeleiding was ook onvoldoende. Zo zou de meereizende fotograaf weinig instructies en begeleiding gegeven hebben aan eisers en zich tijdens de reis slechts tot een beperkt deel van de rondreis van eisers in het gedrang werd gebracht en niet kon doorgaan zoals voorziengroep gericht hebben. De verplaatsingen plaatselijke gids zou evenmin voldoende begeleiding hebben gegeven omdat hij eveneens diende op te treden als chauffeur, kok en schoonmaker. Het vervoer door de Blue Mountains gebeurde in een busje dat volgens eisers een schoolbus was waarin verschillende reizigers en eisers niet met hun benen tussen de verschillende steden en de excursies voorzien in de reis werden afhankelijk van de (weers-) situatie die moeilijk te voorspellen was en die van dag tot dag bekeken werd en vervroegd, uitgesteld of geannuleerd moesten worden, rekening houdende met de vele regen, omgevallen bomen, overstromingen, e.d.mbanken konden zitten. De bewegingsvrijheid van reizigers 4x4- bus die de laatste dagen werd aanzienlijk beperkt en er waren slechts beperkte communicatiemiddelen beschikbaar. Op 12 september 2017 is verweerster er in geslaagd om eisers zoals gepland over te brengen naar VARADERO voor hun gepland strandverblijf in het hotel XXX. Dit hotel bleek gelet gebruikt zou een zeer stugge vering hebben gehad die op de noodsituatie evenwel gesloten slechte wegen een nauwelijks te zijn. Eisers konden uiteindelijk ondergebracht worden in hotel XXX, een ander vijfsterrenhotel in VARADERO, zonder dat zij daar zelf de kosten voor dienden te dragen. Gelet op de noodsituatie werd uiteindelijk de beslissing genomen om een groot aantal reizigers aanwezig op Cuba, waaronder eisers, te evacueren met een vlucht van XXX en dit gebeurde op 13 september 2017. Eisers zijn alzo vroegtijdig moeten terugkeren uit Cubaverdragen “shake-gevoel” gaf.
3. Na hun terugkeer heeft verweerster afloop van de reis hielden eisers op 21 september 2017 7 november 2018 een tegemoetkoming aangeboden ten belope overleg met verweerster over de verschillende klachten die zij tijdens de reis hadden ervaren. Deze klachten werden opnieuw samengevat in de brief van 1.819,4 €. Dit bedrag werd uitbetaald aan het reisagentschap van eisers. Op 6 oktober 2017 heeft verweerster een bijkomend bedrag van 250,- € per persoon aangeboden, wat eveneens werd uitbetaald aan de reisagent van eisers3 december 2018. Verweerster heeft alzo antwoordde hierop dat er een tegemoetkoming betaald paar terechte opmerkingen werden gemaakt over de hygiëne tijdens het kamperen, waarvoor zij een forfaitaire schadevergoeding van 2.319,4 €150,00 EUR per deelnemer voorstelde.
4. Eisers konden zich blijkbaar niet vinden in de vergoeding die hen werd uitbetaald en heeft haar vordering aanhangig gemaakt voor de Geschillencommissie Reizen. Het Arbitraal College merkt daarbij op dat het dossier van eisers uiterst summier is en slechts in beperkte mate toelaat om de situatie ter plaatse concreet in te schatten en kennis te nemen van de concrete klachten van ▇▇▇▇▇▇.
2. Kwalificatie van de contractuele relatie
Appears in 1 contract
Sources: Arbitral Decision
De feiten. 1. Uit het dossier voorgelegd aan het arbitraal college kan worden afgeleid dat eiserseisers op 20 februari 2016, via de bemiddeling van hun reisagent tweede verweerster, een pakketreis hebben geboekt naar Varna (niet inzakeBulgarije), bij verweerster een rondreis hebben geboekt met bestemming Cuba, voor in de periode van 5 26 juli tot 19 september 20172 augustus 2016, die georganiseerd werd door eerste verweerster. De boeking omvatte de vluchten heen en terug en een verblijf van 7 nachten ter plaatse in het Hotel A in all-inclusive formule. De prijs van de reis bedroeg 5.745,80 1.686,8 €, na aftrek van verschillende kortingen.
2. Eisers houden voor dat de reis niet verlopen is volgens hun verwachtingen. Zij verwoorden hun klachten in het klachtenformulier alsook in hun klacht van 2 augustus 2016 (p. 21 dossier) en hun brief van 27 oktober 2016 (p. 29 dossier). Hun klachten kunnen als volgt worden samengevat, in de bewoordingen van eisers zelf: - Er zou sprake zijn van nachtlawaai en lawaai aan het zwembad, - Het eten zou te simpel en te eenzijdig zijn, - Het hotel zou geen vijf sterren waard zijn, - Er zou sprake zijn van “massatoerisme”, - Er zou geen (rustige) promenade voorhanden zijn, zoals beloofd, - Het hotel, inclusief de toiletten, zou onverzorgd zijn - Er zouden veel te veel kinderen zijn, - Het eten zou net als in een eetzaal van een school zijn, - Eisers zouden volledig verkeerd zijn ingelicht door het reisbureau, - Er zou geen restaurant zijn om à la carte te eten, zoals beloofd, - Eisers zouden bij hun aankomst ’s avonds laat anderhalf uur hebben moeten wachten op een eerste maaltijd wat een allesbehalve smakelijk broodjesmaal zou zijn, - De cocktails zouden “allesbehalve & selfservice” zijn, - Eisers zouden moeten slapen met oordoppen, - Er zou een discotheek onder het hotel zijn, - De all-in formule zou het “zeker niet waard” zijn, - Het personeel zou onvriendelijk zijn, - De gasten zouden met glazen in het zwembad gaan. Eisers hebben ter plaatse een klacht ingediend, op 2 augustus 2016, op de laatste dag van hun verblijf in HAVANA kunnen doorbrengen zoals voorzien. Tijdens het verdere verloop van de reis werd Cuba evenwel geteisterd door de orkaan ▇▇▇▇, waardoor het verdere verloop van de rondreis van eisers in het gedrang werd gebracht en niet kon doorgaan zoals voorzien. De verplaatsingen tussen de verschillende steden en de excursies voorzien in de reis werden afhankelijk van de dus (weers-) situatie die moeilijk te voorspellen was en die van dag tot dag bekeken werd en vervroegd, uitgesteld of geannuleerd moesten worden, rekening houdende met de vele regen, omgevallen bomen, overstromingen, e.d.m. De bewegingsvrijheid van reizigers werd aanzienlijk beperkt en er waren slechts beperkte communicatiemiddelen beschikbaar. Op 12 september 2017 is verweerster er in geslaagd om eisers zoals gepland over te brengen naar VARADERO voor hun gepland strandverblijf in het hotel XXX. Dit hotel bleek gelet op de noodsituatie evenwel gesloten te zijn. Eisers konden uiteindelijk ondergebracht worden in hotel XXX, een ander vijfsterrenhotel in VARADERO, zonder dat zij daar zelf de kosten voor dienden te dragen. Gelet op de noodsituatie werd uiteindelijk de beslissing genomen om een groot aantal reizigers aanwezig op Cuba, waaronder eisers, te evacueren met een vlucht van XXX en dit gebeurde op 13 september 2017. Eisers zijn alzo vroegtijdig moeten terugkeren uit Cubap. 21 dossier).
3. Na afloop van hun terugkeer reis hebben eisers een schriftelijke klacht hebben ingediend bij tweede verweerster (p. 72 dossier) die deze klacht heeft overgemaakt aan eerste verweerster. Hierop is correspondentie tot stand gekomen tussen partijen. Tweede verweerster eisers heeft uiteindelijk, om commerciële redenen, een waardebon van 75,- € aangeboden om te gebruiken op 21 september 2017 een tegemoetkoming aangeboden ten belope van 1.819,4 €volgende reis (p. 26 dossier). Dit bedrag werd uitbetaald aan het reisagentschap van eisers. Op 6 oktober 2017 heeft verweerster een bijkomend bedrag van 250,- € per persoon aangeboden, wat eveneens werd uitbetaald aan de reisagent van eisers. Verweerster heeft alzo een tegemoetkoming betaald van 2.319,4 €Eisers hebben deze reischeque niet aanvaard.
4. Eisers konden zich blijkbaar niet vinden in de vergoeding die hen werd uitbetaald en heeft haar vordering hebben uiteindelijk hun zaak aanhangig gemaakt voor bij de Geschillencommissie Reizen. Het Arbitraal College merkt daarbij op dat In het dossier vragenformulier vorderen zij een bedrag van eisers uiterst summier is en slechts in beperkte mate toelaat om de situatie ter plaatse concreet in te schatten en kennis te nemen van de concrete klachten van ▇▇▇▇▇▇740,- €.
2. Kwalificatie van de contractuele relatie
Appears in 1 contract
Sources: Arbitral Decision
De feiten. 1. Uit het dossier voorgelegd aan het arbitraal college kan worden afgeleid dat eisers, via de bemiddeling van hun reisagent (niet inzake), eisers bij verweerster een rondreis pakketreis hebben geboekt met bestemming Cubanaar Zakynthos (Griekenland), voor in de periode van 5 17 tot 19 september 201728 juli 2016. De boeking bij verweerster omvatte de vluchten heen en terug, een verblijf van 11 nachten ter plaatse in het Hotel A met ontbijt en transfers van en naar de luchthaven in Griekenland. De prijs van de reis bedroeg 5.745,80 1.161,19 €, na aftrek van verschillende kortingen.
2. Eisers hebben hun verblijf in HAVANA kunnen doorbrengen zoals voorzien. Tijdens het verdere verloop van houden voor dat de reis werd Cuba evenwel geteisterd door de orkaan ▇▇▇▇, waardoor het verdere verloop van de rondreis van eisers niet verlopen is volgens hun verwachtingen. Zij verwoorden hun klachten in detail in het gedrang werd gebracht klachtenformulier alsook in hun brief die zich in het dossier bevindt (p. 14-15). Hun klachten kunnen als volgt worden samengevat: - De bustransfer zou halverwege gestopt zijn waardoor eiseres zouden moeten wachten hebben en niet kon doorgaan zoals voorzien. De verplaatsingen tussen de verschillende steden en de excursies voorzien in de reis werden afhankelijk van de (weers-) situatie die moeilijk te voorspellen was en die van dag tot dag bekeken werd en vervroegd, uitgesteld of geannuleerd moesten worden, rekening houdende met de vele regen, omgevallen bomen, overstromingen, e.d.m. De bewegingsvrijheid van reizigers werd aanzienlijk beperkt en er waren slechts beperkte communicatiemiddelen beschikbaar. Op 12 september 2017 is verweerster er in geslaagd om eisers zoals gepland over te brengen naar VARADERO voor hun gepland strandverblijf vervolgens op een kleinere bus zouden zijn gezet; - Bij aankomst in het hotel XXX. Dit hotel bleek gelet op zou aan eisers gemeld zijn dat de noodsituatie evenwel gesloten te kamers nog niet klaar waren en zouden zij enkele uren hebben moeten wachten; - De kamer die aan eisers werd toegewezen zou naast een beerput zijn gelegen; - De kamer die aan eisers werd toegewezen zou verduft hebben geroken, de bepleistering zou van het plafond vallen, de schakelaars zouden niet goed in de muur bevestigd en/of niet goed afgedekt zijn. Eisers konden uiteindelijk ondergebracht worden in hotel XXX, een ander vijfsterrenhotel in VARADERO, zonder de kasten en laden zouden niet goed opengaan en de lampen zouden niet behoorlijk hebben gewerkt; - De vertegenwoordiger van verweerster ter plaatse zou eisers gezegd hebben dat zij daar zelf maar een oplossing moesten vinden; - Er zou luide muziek gespeeld worden rond de kosten voor dienden te dragen. Gelet op de noodsituatie werd uiteindelijk de beslissing genomen om een groot aantal reizigers aanwezig op Cuba, waaronder eisers, te evacueren met een vlucht van XXX en dit gebeurde op 13 september 2017. Eisers zijn alzo vroegtijdig moeten terugkeren uit Cuba.
3. Na hun terugkeer heeft verweerster eisers op 21 september 2017 een tegemoetkoming aangeboden ten belope van 1.819,4 €. Dit bedrag werd uitbetaald aan het reisagentschap van eisers. Op 6 oktober 2017 heeft verweerster een bijkomend bedrag van 250,- € per persoon aangeboden, wat eveneens werd uitbetaald aan de reisagent van eisers. Verweerster heeft alzo een tegemoetkoming betaald van 2.319,4 €.
4. Eisers konden zich blijkbaar niet vinden in de vergoeding die hen werd uitbetaald en heeft haar vordering aanhangig gemaakt voor de Geschillencommissie Reizen. Het Arbitraal College merkt daarbij op dat het dossier van eisers uiterst summier is en slechts in beperkte mate toelaat om de situatie ter plaatse concreet in te schatten en kennis te nemen van de concrete klachten kamer van ▇▇▇▇▇▇, tot 3 uur ’s nachts en de ventilators zouden eveneens voor geluidsoverlast gezorgd hebben; - Er zou geen warm water beschikbaar zijn geweest in de kamer en het water zou hebben gestonken; - Eisers zouden pas na 6 dagen een propere handdoek hebben gekregen; - Aan de achterkant van de kamer, buiten, zou er ongedierte rondlopen; Eisers stellen dat zij ter plaatse klacht hebben ingediend, maar brengen hier geen bewijzen van bij. Ter zitting stellen zij dat zij aan de vertegenwoordiger van verweerster ter plaatse de overplaatsing naar een ander hotel zouden hebben gevraagd, wat gelet op het hoogseizoen niet mogelijk zou zijn geweest.
3. Na afloop van hun reis hebben eisers een schriftelijke klacht hebben ingediend bij verweerster (p. 14-15 dossier). Hierop is correspondentie tot stand gekomen tussen partijen. Verweerster heeft uiteindelijk een reischeque van 116,- € aangeboden als commerciële geste, gelijk aan 10% van de reissom (p. 53 dossier). Eisers hebben deze reischeque niet aanvaard.
4. Kort na hun terugkeer hebben eisers de zaak aanhangig gemaakt bij de Geschillencommissie Reizen. In het vragenformulier vorderen zij een bedrag van 1.161,19 €, wat gelijk staat aan het geheel van de reissom die zij betaald hebben.
2. Kwalificatie van de contractuele relatie
Appears in 1 contract
Sources: Arbitral Decision
De feiten. 1Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting is voor de Raad het navolgende komen vast te staan. Uit - In het dossier voorgelegd voorjaar van 2017 had beklaagde de woning aan de [adres] in verkoop. In de verkoopbrochure stond onder meer vermeld dat: * de koopovereenkomst uitsluitend tot stand komt als beide partijen een schriftelijke koopovereenkomst hebben getekend; * de verkoop niet eerder tot stand komt dan nadat niet alleen over de koopsom maar ook over zaken als de datum van de oplevering, roerende zaken etc. overeenstemming is bereikt; * in de onroerende zaak asbesthoudende stoffen aanwezig kunnen zijn en dat verkoper gevrijwaard is voor alle aansprakelijkheid die uit de aanwezigheid van enig asbest in de onroerende zaak kan voortvloeien. - Klagers waren geïnteresseerd in dit pand en zij hebben dit op 15 mei 2017 voor de eerste keer bezichtigd. Op dezelfde dag hebben zij bij beklaagde een bod van € 360.000,-- kosten koper op het pand gedaan, zulks onder het voorbehoud van financiering. Dit bod is door beklaagde aan zijn opdrachtgever voorgelegd. De opdrachtgever liet weten dat hij tegelijk met de verkoop van de woning ook een sloep wilde mee verkopen. In een telefoongesprek tussen klagers en beklaagde van 19 mei 2017 lieten klagers weten dat zij geen interesse hadden in de sloep. - Bij e-mail van 22 mei 2017 deelden klagers aan beklaagde mee dat zij hun eerder gedane bod wilden herzien in verband met een aantal bouwkundige gebreken aan de woning, de mogelijkheid van asbest in de dakpannen en door hen geconstateerde onduidelijke informatie van de zijde van beklaagde over een aantal andere aspecten van het pand, waaronder een kwestie rond een mandelig pad. Klagers verzochten beklaagde over deze kwesties contact met hen op te nemen. - Bij e-mail van 24 mei 2017 liet beklaagde aan klagers weten dat de verkoper een onderzoek zou aanvragen betreffende de mogelijk asbesthoudende dakpannen en dat de verkoper ook de kosten van dat onderzoek zou dragen. Voor het overige beantwoordt beklaagde in die e-mail nog enkele andere vragen van klagers. - In de daarop volgende dagen is tussen klagers en beklaagde nog gecorrespondeerd over het mandelige pad alsook is de vraag aan de orde geweest of de woning bij de gemeente nu bekend stond als recreatiewoning dan wel dat deze bestemd was voor permanente bewoning. Klagers lieten weten dat zij doende waren dit laatste uit te zoeken, alsook dat zij bezig waren te onderzoeken of het bij de woning behorend boothuis destijds was gebouwd met vergunning van de gemeente. - Op 1 juni 2017 zond beklaagde aan klagers de rapportage betreffende het onderzoek naar mogelijke asbest in de dakpannen. Volgens dit onderzoek bleken de dakpannen geen asbest te bevatten. Op dezelfde datum lieten klagers aan beklaagde weten dat de asbest- rapportage voor hen geen enkele waarde had, aangezien het onderzoek niet op de juiste wijze zou zijn uitgevoerd. Voorts gaven klagers (opnieuw) aan dat aan het arbitraal college kan pand een aantal bouwkundige gebreken kleefden, dat er nog steeds onduidelijkheid was over het mandelige pad en dat hen gebleken was dat bepaalde kosten van onderhoud (waaronder die betreffende de beschoeiing) gedragen dienden te worden afgeleid dat eisers, via door de bemiddeling eigenaar van hun reisagent (niet inzake), het te koop aangeboden pand en de eigenaren van een aantal omliggende percelen. Klagers wilden weten hoe die kosten verdeeld dienden te worden. - Beklaagde stelde naar aanleidingen van alle stellingen en eisen van klagers voor een en ander te bespreken bij verweerster een rondreis hebben geboekt met bestemming Cuba, voor de periode van 5 tot 19 september tweede bezichtiging. De tweede bezichtiging vond plaats op 6 juni 2017. De prijs Op diezelfde datum deden klagers een nieuw bod op het pand ten bedrage van € 300.000,-- kosten koper. - Op donderdag 8 juni 2017 liet beklaagde telefonisch aan klagers weten dat de verkoper dit bod had afgewezen. Klagers stelden vervolgens voor het verschil tussen hun oorspronkelijk bod van € 360.000,-- en hun laatste bod van € 300.000,-- te delen en deden derhalve een bod van € 330.000,--. - Op 13 juni 2017 heeft beklaagde namens zijn opdrachtgever ook dit laatste bod afgewezen en hij heeft meegedeeld dat zijn opdrachtgever het pand voor € 360.000,-- kosten koper wilde verkopen. - Bij e-mail van 14 juni 2017 verhoogden klagers hun bod weer tot het oorspronkelijke bedrag van € 360.000,--, doch zij stelden daarbij een aantal voorwaarden, te weten – kort samengevat -: * levering van het pand inclusief de eerder besproken sloep; * goedkeuring door de gemeente van het door klagers vervaardigde schetsontwerp betreffende onder meer de uitbreiding van het pand; * opname in de koopovereenkomst van een clausule omtrent het achterstallig onderhoud aan de beschoeiing en het vastleggen van de reis bedroeg 5.745,80 €.
2. Eisers hebben hun verblijf in HAVANA kunnen doorbrengen zoals voorzien. Tijdens het verdere verloop verantwoordelijkheid van eigenaren van alle omliggende percelen betreffende die beschoeiing; * een verklaring van de reis werd Cuba evenwel geteisterd door de orkaan verkoper dat er geen achterstallige betalingen waren terzake van het mandelige pad; * voorbehouden ▇▇▇▇▇▇▇ ▇▇▇ ▇▇▇▇▇▇▇▇▇▇ onderzoek, waardoor het verdere verloop van de rondreis van eisers in het gedrang werd gebracht taxatie en niet kon doorgaan zoals voorzienfinanciering. De verplaatsingen tussen de verschillende steden en de excursies voorzien in de reis werden afhankelijk van de (weers-) situatie die moeilijk te voorspellen was en die van dag tot dag bekeken werd en vervroegd, uitgesteld of geannuleerd moesten worden, rekening houdende Klagers eindigen hun e-mail met de vele regen, omgevallen bomen, overstromingen, e.d.m. De bewegingsvrijheid van reizigers werd aanzienlijk beperkt en er waren slechts beperkte communicatiemiddelen beschikbaar. Op 12 september 2017 is verweerster er in geslaagd om eisers zoals gepland over te brengen naar VARADERO voor hun gepland strandverblijf in het hotel XXX. Dit hotel bleek gelet op de noodsituatie evenwel gesloten te zijn. Eisers konden uiteindelijk ondergebracht worden in hotel XXX, een ander vijfsterrenhotel in VARADERO, zonder mededeling dat zij daar zelf ‘een deal’ zouden hebben, indien de kosten voor dienden te dragenverkoper met de bovengenoemde voorwaarden akkoord zou gaan. Gelet op de noodsituatie werd uiteindelijk de beslissing genomen om een groot aantal reizigers aanwezig op Cuba, waaronder eisers, te evacueren met een vlucht van XXX en dit gebeurde op 13 september 2017. Eisers zijn alzo vroegtijdig moeten terugkeren uit Cuba.
3. Na hun terugkeer heeft verweerster eisers op 21 september 2017 een tegemoetkoming aangeboden ten belope van 1.819,4 €. Dit bedrag werd uitbetaald aan het reisagentschap van eisers. - Op 6 oktober 19 juni 2017 heeft verweerster een bijkomend bedrag van 250,- € per persoon aangeboden, wat eveneens werd uitbetaald aan de reisagent van eisers. Verweerster heeft alzo een tegemoetkoming betaald van 2.319,4 €.
4. Eisers konden zich blijkbaar niet vinden in de vergoeding die hen werd uitbetaald en heeft haar vordering aanhangig gemaakt voor de Geschillencommissie Reizen. Het Arbitraal College merkt daarbij beklaagde schriftelijk gereageerd op dat het dossier van eisers uiterst summier is en slechts in beperkte mate toelaat om de situatie ter plaatse concreet in te schatten en kennis te nemen van de concrete klachten laatstgenoemd voorstel van ▇▇▇▇▇▇.
2▇. Kwalificatie Beklaagde liet weten dat de sloep reeds was verkocht en dat de verkoper € 360.000,-- voor het pand wilde hebben, exclusief de sloep. Voorts liet beklaagde weten dat verkoper vrij wilde blijven om met andere gegadigden in gesprek te gaan. Beklaagde zegde toe dat hij klagers op de hoogte zou stellen indien er een voor de verkoper aanlokkelijke tussentijdse bieding door een andere gegadigde zou worden gedaan en dat hij klagers dan de kans zou geven het pand alsnog te verwerven. - Bij e-mail van 23 juni 2017 lieten klagers aan beklaagde weten dat zij hun op 14 juni 2017 gedane bod alsmede de daaraan gestelde voorwaarden handhaafden. Zij spraken er hun ongenoegen over uit dat de verkoper hen niet de tijd wilde gunnen om een en ander af te stemmen met hun hypotheekverstrekker en de gemeente. Klagers lieten weten dat zij op 29 juni 2017 een afspraak hadden met de Welstandscommissie van de contractuele relatiegemeente en met de hypotheek- verstrekker. Zij verzochten beklaagde hen vóór 29 juni 2017 mee te delen of verkoper de intentie had de woning aan hen te verkopen. Voor het geval dit laatste niet zo zou zijn, konden zij zich de kosten en de moeite van een bezoek aan de bank en de gemeente besparen, aldus klagers. - Eveneens op 23 juni 2017 deelde beklaagde per e-mail aan klagers mee dat de sloep verkocht was aan een derde en vroeg hij klagers of hun bod ten bedrage van € 360.000,-- exclusief de sloep was. Klagers hebben in reactie hierop bij e-mail van 25 juni 2017 laten weten dat zij wensten dat de verkoper de intentie zou uitspreken dat hij met klagers zaken wilden doen en dat hij hen een paar weken de tijd diende te gunnen om de financiering rond te krijgen en de toezegging van de gemeente te verkrijgen dat deze wilde meewerken aan de uitvoering van het schetsontwerp van klagers. Klagers hebben niet gereageerd op de vraag van beklaagde of hun bod van € 360.000,-- exclusief de sloep was. Bij e-mail van 26 juni 2017 liet beklaagde aan klagers weten dat het bod van klagers nog steeds niet duidelijk was, aangezien de sloep reeds was verkocht en verkoper die niet zou kunnen leveren. - Op donderdag 29 juni 2017 vervoegden klagers zich zonder tevoren gemaakte afspraak aan het kantoor van beklaagde, die op dat moment niet aanwezig was. Aan een collega van beklaagde deelden klagers mee dat zij de koopovereenkomst wilden tekenen. Klagers hadden diezelfde middag namelijk van de gemeente te horen gekregen dat hun schetsontwerp was goedgekeurd. De collega van beklaagde die niet bekend was met de zaak zegde aan klagers toe dat hij een en ander aan beklaagde zou doorgeven. - In de namiddag van 29 juni 2017 heeft beklaagde telefonisch aan klagers laten weten dat een andere gegadigde een bod op de woning had gedaan. Klagers werden in de gelegenheid gesteld een eindvoorstel te doen. Klagers boden alstoen een bedrag van € 352.000,--, gebaseerd op hun eerdere bod van € 360.000,-- minus het bedrag waarvoor de sloep volgens beklaagde kort tevoren aan een derde was verkocht. Kort daarna verhoogden klagers hun bod weer tot € 360.000,-- exclusief de sloep, doch inclusief de eerder door hen gestelde voorwaarden. Rond 20.00 uur ’s avonds deelde beklaagde aan klagers mee dat de woning was gegund aan de andere bieder.
Appears in 1 contract
Sources: Real Estate Sale Agreement