Geldbeleggingen. Geldbeleggingen worden gewaardeerd tegen hun aanschaffingswaarde. De effecten of beleggingen komen in aanmerkingen voor eventuele herwaardering in zoverre de eventuele meerwaarde als definitief verworven kan worden beschouwd of gerealiseerd werd. Zij zijn onderworpen aan de toepassing van waardeverminderingen indien hun waarde waarschijnlijk lager zal zijn dan de boekwaarde. Meerwaarden op effecten en interesten voortvloeiend uit geldbeleggingen en liquide middelen worden pro rata temporis opgenomen in de resultatenrekening. Dit betekent dat, als de vervaldag niet overeenstemt met de inventarisdatum, het gedeelte van de intresten dat nog niet werd ontvangen, maar dat wel betrekking heeft op het boekjaar, opgenomen wordt als verworven opbrengst (via een overlopende rekening van het actief). Kapitaalfondsen waarbij een rente wordt gekapitaliseerd, worden aangepast om de renteopbrengst te kunnen boeken.
Geldbeleggingen. Tegoeden bij financiële instellingen worden gewaardeerd aan nominale waarde. Effecten worden gewaardeerd aan aanschaffingswaarde. De bijkomende kosten evenals de betaalde verlopen rente worden ten laste genomen van het resultaat van het boekjaar waarin ze werden aangegaan. Voor aandelen gelden de volgende bijzondere waarderingsregels :
a) niet ter beurs genoteerde aandelen worden gewaardeerd tegen aanschaffingswaarde;
b) ter beurs genoteerde aandelen worden gewaardeerd tegen aanschaffingswaarde of tegen de beurskoers op de laatste dag van het boekjaar indien deze lager is dan de aanschaffingswaarde Voor de vastrentende effecten wordt de aanschaffingswaarde vermeerderd of verminderd, naar gelang het geval, met het pro rata gedeelte van het verschil tussen de aanschaffingswaarde en de terugbetalingswaarde. Dit verschil wordt op lineaire basis pro rata temporis berekend en in resultaat geboekt als bestanddeel van de renteopbrengst. Op de nominale waarde of de aanschaffingswaarde wordt een waardevermindering geboekt indien de realisatiewaarde op balansdatum lager is dan de geboekte nominale of aanschaffingswaarde.
Geldbeleggingen. De vastrentende effecten worden in de balans opgenomen voor hun aanschaffingswaarde. Indien de realisatiewaarde ervan bij de afsluiting van het boekjaar lager ligt dan hun aanschaffingswaarde, wordt er een waardevermindering toegepast.
Geldbeleggingen. De geldbeleggingen bestaan uit bankdeposito’s en eigen aandelen die in totaal afnamen met 108.465 KEUR. Deze daling is verklaard door een daling van de bank deposito’s met 81.484 KEUR per 31 december 2021, een daling van de waarde van de eigen aandelen met 22.985 KEUR en een daling van de cash op externe bankrekeningen met 4.006 KEUR.
Geldbeleggingen. 0.Xx aandelen worden gewaardeerd tegen: -aanschaffingswaarde, exclusief bijkomende kosten (art. 3:19, § 2) die volledig ten laste van de resultatenrekening worden genomen, -inbrengwaarde, -realisatiewaarde wanneer deze op datum van de jaarafsluiting lager is dan de aanschaffingswaarde. 0.Xx vastrentende effecten worden gewaardeerd tegen: -aanschaffingswaarde, exclusief bijkomende kosten (art. 3:19, § 2) die volledig ten laste van de resultatenrekening worden genomen, -inbrengwaarde. De overige beleggingen worden geboekt tegen hun nominale waarde. Op het einde van elk boekjaar wordt het rendement pro rata temporis in het resultaat genomen indien de looptijd het boekjaar overschrijdt.
Geldbeleggingen. De aandelen worden gewaardeerd : - tegen hun aanschaffingswaarde; - tegen de bedongen inbrengwaarde; - tegen hun vereffeningswaarde (vennootschappen in vereffening).
Geldbeleggingen. Waardering: aanschaffingspri¡s
Geldbeleggingen. De eigen aandelen en andere effecten worden gewaardeerd tegen aanschaffingsprijs. De tegoeden bij financiële instellingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Bijkomende kosten met betrekking tot hun aanschaffing worden niet geactiveerd maar ondergebracht in de post 'Andere financiële kosten' in het boekjaar waarin ze opgelopen worden. De geldbeleggingen maken het voorwerp uit van waardeverminderingen, wanneer op balansdatum hun realisatiewaarde lager is dan hun aanschaffingswaarde. Voor beursgenoteerde waarden wordt de beurskoers in aanmerking genomen. Voor niet-beursgenoteerde waarden wordt de laatst gepubliceerde balans in aanmerking genomen, tenzij meer betekenisvolle gegevens voorhanden zijn.
Geldbeleggingen. Geldbeleggingen worden gewaardeerd tegen hun aanschaffingswaarde. De bijkomende kosten met betrekking tot het aanschaffen van deze activa worden onmiddellijk ten laste genomen. Op de geldbeleggingen worden waardeverminderingen toegepast wanneer de realisatiewaarde op de datum van de jaarafsluiting lager is dan de aanschaffingswaarde.
Geldbeleggingen. Er zijn geen geldbeleggingen in de activa geboekt.