Context. Remgelden bestaan in België al bijna 50 jaar, en ze zijn sterk gedifferentieerd en complex. Op vraag van het RIZIV bestudeerde het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) een aantal belangrijke pijnpunten. Zie hiervoor ook het KCE rapport 186A ‘Bepaling van het remgeld in functie van de maatschappelijke waarde van een verstrekking of product‘. Het systeem wordt best vereenvoudigd. Zo kunnen verschillen in remgelden op basis van het aantal patiënten dat de huisarts per huisbezoek ziet of de woonplaats van de patiënt worden afgeschaft. Hoe hoger de maatschappelijke meerwaarde van een medische interventie, hoe lager het remgeld zou moeten zijn. Dit zou bijdragen tot een meer kwaliteitsvolle en doeltreffende gezondheidszorg. Het KCE pleit er dus voor om het remgeld niet langer gewoon te berekenen als een percentage van het ereloon van de arts of de kostprijs van een geneesmiddel. Belangrijk is dat bij dit alles een globale visie wordt uitgewerkt, waarbij wordt nagedacht over de doelstellingen van de remgelden. In de nationale akkoorden/overeenkomsten van deze 3 sectoren zijn specifieke initiatieven ingeschreven inzake de hervorming van de persoonlijke aandelen. Deze hervorming moet leiden tot een vereenvoudiging van de regeling én een betere toegankelijkheid van de zorg, gericht op de betrokken doelgroep. Telkens wordt uitgegaan van een budgettair neutraal kader. Het RIZIV engageert zich om tijdens de beginperiode van de 5de bestuursovereenkomst (2016-2018) deze hervorming voor te bereiden zowel inhoudelijk als naar reglementering toe, en dit samen met de betrokkenen. Concreet gaat het o.a. over het oprichten en (bege)leiden van specifieke werkgroepen, het aanbrengen van oplossingen, het concretiseren van principiële beslissingen, het uitvoeren van die beslissingen,… De verschillende sectoren hebben elk specifieke kenmerken en doelstellingen zodat het uitwerken van deze hervorming dient voorbereid en behandeld te worden per sector. Concreet zijn volgende bepalingen opgenomen in de nationale akkoorden/overeenkomsten: • voor de kinesitherapeuten : “De Overeenkomstencommissie zal een onderzoek voeren met als doel een harmonisering van de persoonlijke aandelen, binnen de beschikbare budgettaire middelen. Het resultaat van dit onderzoek moet gebeuren in een budgettair neutraal kader“ • voor de Logopedisten: “Programma voor de hervorming van de monodisciplinaire logopedie binnen de verplichte ziekteverzekering met o.a. de afschaffing van de ZIV-tegemoetkoming voor de behandelingszittingen boven percentiel 75 op basis van het huidige verbruik per patiënt en per stoornis en/of rekening houdende met de evidentie op basis van de geldende guidelines. Deze projecten moeten worden gerealiseerd in een budget neutraal kader, te weten binnen de globale begrotingsdoelstelling. Het totaal persoonlijk aandeel op de behandelingszittingen zal gelijk zijn aan de totale huidige remgelden tot aan P75, MAF inbegrepen. Een werkgroep bepaalt de modaliteiten van het toekennen van het persoonlijk aandeel” • Tandheelkundigen: “De NCTZ zal in 2015 de modaliteiten uitwerken om, al dan niet gefaseerd, in 2016 een mondzorgtraject in te voeren, ondersteund door een tandheelkundig dossier, dat evolueert naar een elektronisch tandheelkundig dossier. Binnen dit mondzorgtraject wordt voorzien in gedifferentieerde terugbetaling, enerzijds door het invoeren van een verbeterde terugbetaling voor prioritaire verstrekkingen bij personen die het mondzorgtraject volgen en anderzijds door verminderde terugbetaling voor verstrekkingen die voorkomen konden worden indien het traject werd gevolgd. De differentiering van remgelden zal samengaan met het invoeren van vaste remgeldbedragen, waarbij de hoogte ervan wordt vastgelegd in functie van de aard van tandheelkundige zorg en het preventief karakter ervan. Die vaste bedragen evolueren volgens een cliquet mechanisme. Deze omzetting moet budgetneutraal gebeuren“ De Dienst Geneeskundige Verzorging zal o.a. volgende concrete acties ondernemen in het kader van de uitvoering van dit project: • Organiseren van werkgroepen; • Inzamelen en verwerken van specifieke data; • Uitwerken van haalbare oplossingen; • Concretiseren van die oplossingen in nota’s of ontwerpen van regelgeving; • Raming van de budgettaire en administratieve impact; • Voorleggen aan de bevoegde organen en die toelichten; • Communiceren naar burgers, zorgverleners, verzekeringsinstellingen en andere partners. Voor de sectoren van de kinesitherapie en logopedie is de voorbereiding volop lopende. Voor de logopedie is het de bedoeling dat de conclusies van de werkgroep in 2016 voorgesteld worden aan de plenaire vergadering van de Overeenkomstencommissie. De uitgewerkte teksten zullen vervolgens in de loop van 2016 voorgelegd worden aan het Verzekeringscomité. Voor de kinesitherapie zal de Overeenkomstencommissie een uitgewerkte tekst bespreken in 2016 waarna een voorstel zal worden voorgelegd aan het Verzekeringscomité. Voor de sector van de tandheelkundige zal het nodige worden opgemaakt in de periode van de 5de bestuursovereenkomst.
Appears in 1 contract
Sources: Not Specified
Context. Remgelden bestaan in België al bijna 50 jaarMet de start van de nieuwe uitvoeringsorganisatie geven we invulling aan een andere manier van aansturen van een gemeenschappelijke regeling. Door middel van deze eerste prestatieovereenkomst gaan we gerichter sturen op de resultaten (output) en het maatschappelijk effect (outcome). Anders dan voorheen, worden door de drie GR-gemeenten vooraf aangegeven welke prestaties geleverd moeten worden, wanneer en ze zijn sterk gedifferentieerd en complexmet welke kwaliteit. Op vraag van het RIZIV bestudeerde het Federaal Kenniscentrum De directeur, verantwoordelijk voor de Gezondheidszorg uitvoering van de opdracht van de gemeenten, richt zijn organisatie zo in dat gewenste resultaten geleverd kunnen worden. De prestatieovereenkomst is hét middel om met elkaar in een vroegtijdig stadium in discussie te gaan over de bestuurlijke wensen die er zijn en in hoeverre die gerealiseerd kunnen worden. De prestatieovereenkomst is niet het enige sturingsinstrument. Het moet in samenhang gezien worden met de volgende documenten: - De GR-tekst: vormt de juridische basis voor de overheveling van bevoegdheden tussen gemeenten en de uitvoerende organisatie en bevat de verdeling van taken tussen bestuur en directeur. - Kadernota ‘Participatie de norm, werk het doel’: bevat het beleidskader, beschrijft de door de GR-gemeenten gewenste outcome en welke rol en positie de uitvoeringsorganisatie daarbij in moet nemen. - Gemeentelijke beleidsnota’s: couleur locale blijft mogelijk en komt vooral tot uiting in het armoedebeleid. - Jaarstukken: begroting, jaarrekening en jaarverslag doorlopen het in de Wet gemeenschappelijke regeling (KCEWgr) voorgeschreven besluitvormingsproces. - Bedrijfsplan: bevat het dienstverleningsconcept van de nieuwe organisatie en vormt het uitgangspunt voor de prestatie-indicatoren. - Kaderbrief: nieuw instrument op grond van de Wgr, welke de gemeenteraad kan gebruiken om vooraf sturing te geven aan de inhoud van de begroting van de GR. De ‘klassieke’ manier van sturen van een gemeenschappelijke regeling wordt steeds vaker als minder adequaat ervaren. Er wordt achteraf bijgestuurd (jaarrekening, jaarverslag) of, met veel onzekerheden, vooraf richting gegeven (begroting gebaseerd op aannames voor wat betreft rijksbijdragen en economische ontwikkelingen). Enkele jaren geleden is er in VDG-verband een advies verstrekt over hoe de aansturing van GR-en kan worden verbeterd. Geadviseerd werd vooraf zo SMART-mogelijk de ‘bestelling’ te formuleren. Aan dat advies geven we met deze prestatieovereenkomst invulling. De gemeenteraad ontvangt jaarlijks vóór 1 februari de algemene financiële en beleidsmatige kaders in de kaderbrief. Het vormgeven van dit instrument is een zoektocht van gemeenten en uitvoeringsorganisatie naar met welke prestatie-indicatoren bepaald kan worden of WPDA het beleid van gemeenten succesvol uitvoert. De KPI’s tonen welke prestaties gemeenten en uitvoeringsorganisatie van belang vinden om de organisatie te richten. Bij een aantal belangrijke pijnpunten. Zie hiervoor ook het KCE rapport 186A ‘Bepaling van het remgeld in functie van thema’s ontbreken bij de maatschappelijke waarde van een verstrekking of product‘. Het systeem wordt best vereenvoudigd. Zo kunnen verschillen in remgelden op basis van het aantal patiënten dat start de huisarts per huisbezoek ziet of de woonplaats van de patiënt worden afgeschaft. Hoe hoger de maatschappelijke meerwaarde van een medische interventie, hoe lager het remgeld zou moeten zijn. Dit zou bijdragen tot een meer kwaliteitsvolle en doeltreffende gezondheidszorg. Het KCE pleit er dus voor om het remgeld niet langer gewoon te berekenen als een percentage van het ereloon van de arts of de kostprijs van een geneesmiddel. Belangrijk is dat bij dit alles een globale visie wordt uitgewerkt, waarbij wordt nagedacht over de doelstellingen van de remgeldencijfers. In de nationale akkoorden/overeenkomsten van deze 3 sectoren zijn specifieke initiatieven ingeschreven inzake de hervorming loop van de persoonlijke aandelenjaren verkrijgen partijen meer inzicht in haalbare eisen en zullen de KPI’s strakker genormeerd worden. Overigens is de prestatieovereenkomst geen overeenkomst in de juridische zin van het woord. Door ondertekening geven de gemeenten aan wat zij geleverd willen zien en het AB verklaart met de ondertekening dat WPDA de prestaties kan leveren. Deze hervorming moet leiden tot manier van sturen is nieuw en vergt daarom ook een vereenvoudiging andere inzet en houding van de regeling én een betere toegankelijkheid direct betrokken bestuurders en ambtenaren, zowel van de zorg, gericht op de betrokken doelgroep. Telkens wordt uitgegaan van een budgettair neutraal kader. Het RIZIV engageert zich om tijdens de beginperiode gemeenten als van de 5de bestuursovereenkomst uitvoeringsorganisatie. Vertrouwen vormt de basis voor de relatie tussen de drie opdrachtgevers en de opdrachtnemer. Met de prestatieovereenkomst nemen de gemeenten afstand van de uitvoering. De gemeenten bepalen de ‘bestelling’ (2016-2018het WAT) deze hervorming en de directeur bepaalt op welke manier hij die bestelling gaat realiseren (het HOE). De directeur is verantwoordelijk voor te bereiden zowel inhoudelijk als naar reglementering toe, de uitvoering en dit samen met de betrokkenen. Concreet gaat kan ter verantwoording worden geroepen door het o.a. bestuur over het oprichten en (bege)leiden van specifieke werkgroepen, het aanbrengen van oplossingen, het concretiseren van principiële beslissingen, het uitvoeren van die beslissingen,… De verschillende sectoren hebben elk specifieke kenmerken en doelstellingen zodat het uitwerken van deze hervorming dient voorbereid en behandeld te worden per sectorresultaat. Concreet zijn volgende bepalingen opgenomen in de nationale akkoorden/overeenkomsten: • voor de kinesitherapeuten : “De Overeenkomstencommissie zal een onderzoek voeren met als doel een harmonisering Sturen betekent op dit punt dan ook afstand nemen van de persoonlijke aandelenuitvoering, binnen de beschikbare budgettaire middelen. Het resultaat van dit onderzoek moet gebeuren in een budgettair neutraal kader“ • voor de Logopedisten: “Programma voor de hervorming van de monodisciplinaire logopedie binnen de verplichte ziekteverzekering met o.a. de afschaffing van de ZIV-tegemoetkoming voor de behandelingszittingen boven percentiel 75 op basis van het huidige verbruik per patiënt en per stoornis en/of rekening houdende met de evidentie op basis van de geldende guidelines. Deze projecten moeten worden gerealiseerd in een budget neutraal kader, te weten binnen de globale begrotingsdoelstelling. Het totaal persoonlijk aandeel op de behandelingszittingen zal gelijk zijn aan de totale huidige remgelden tot aan P75, MAF inbegrepen. Een werkgroep bepaalt de modaliteiten van het toekennen van het persoonlijk aandeel” • Tandheelkundigen: “De NCTZ zal in 2015 de modaliteiten uitwerken om, al dan niet gefaseerd, in 2016 een mondzorgtraject in te voeren, ondersteund door een tandheelkundig dossier, dat evolueert naar een elektronisch tandheelkundig dossier. Binnen dit mondzorgtraject wordt voorzien in gedifferentieerde terugbetaling, enerzijds door het invoeren van een verbeterde terugbetaling voor prioritaire verstrekkingen bij personen die het mondzorgtraject volgen en anderzijds door verminderde terugbetaling voor verstrekkingen die voorkomen konden worden indien het traject werd gevolgd. De differentiering van remgelden zal samengaan met het invoeren van vaste remgeldbedragen, waarbij de hoogte ervan wordt vastgelegd in functie van de aard van tandheelkundige zorg en het preventief karakter ervan. Die vaste bedragen evolueren volgens een cliquet mechanisme. Deze omzetting moet budgetneutraal gebeuren“ De Dienst Geneeskundige Verzorging zal o.a. volgende concrete acties ondernemen in het kader van de uitvoering van dit project: • Organiseren van werkgroepen; • Inzamelen en verwerken van specifieke data; • Uitwerken van haalbare oplossingen; • Concretiseren van die oplossingen in nota’s of ontwerpen van regelgeving; • Raming van de budgettaire en administratieve impact; • Voorleggen aan de bevoegde organen en die toelichten; • Communiceren naar burgers, zorgverleners, verzekeringsinstellingen en andere partners. Voor de sectoren van de kinesitherapie en logopedie is de voorbereiding volop lopende. Voor de logopedie is het de bedoeling dat de conclusies van de werkgroep in 2016 voorgesteld worden aan de plenaire vergadering van de Overeenkomstencommissie. De uitgewerkte teksten zullen vervolgens in de loop van 2016 voorgelegd worden aan het Verzekeringscomité. Voor de kinesitherapie zal de Overeenkomstencommissie een uitgewerkte tekst bespreken in 2016 waarna een voorstel zal worden voorgelegd aan het Verzekeringscomité. Voor de sector van de tandheelkundige zal het nodige worden opgemaakt in de periode van de 5de bestuursovereenkomstloslaten.
Appears in 1 contract
Sources: Prestatieovereenkomst
Context. Remgelden bestaan in België al bijna 50 jaarMet de start van de nieuwe uitvoeringsorganisatie geven we invulling aan een andere manier van aansturen van een gemeenschappelijke regeling. Door middel van deze eerste prestatieovereenkomst gaan we gerichter sturen op de resultaten (output) en het maatschappelijk effect (outcome). Anders dan voorheen, worden door de drie GR-gemeenten vooraf aangegeven welke prestaties geleverd moeten worden, wanneer en ze zijn sterk gedifferentieerd en complexmet welke kwaliteit. Op vraag van het RIZIV bestudeerde het Federaal Kenniscentrum De directeur, verantwoordelijk voor de Gezondheidszorg uitvoering van de opdracht van de gemeenten, richt zijn organisatie zo in dat gewenste resultaten geleverd kunnen worden. De prestatieovereenkomst is hét middel om met elkaar in een vroegtijdig stadium in discussie te gaan over de bestuurlijke wensen die er zijn en in hoeverre die gerealiseerd kunnen worden. De prestatieovereenkomst is niet het enige sturingsinstrument. Het moet in samenhang gezien worden met de volgende documenten: - De GR-tekst: vormt de juridische basis voor de overheveling van bevoegdheden tussen gemeenten en de uitvoerende organisatie en bevat de verdeling van taken tussen bestuur en directeur. - Kadernota ‘Participatie de norm, werk het doel’: bevat het beleidskader, beschrijft de door de GR-gemeenten gewenste outcome en welke rol en positie de uitvoeringsorganisatie daarbij in moet nemen. - Gemeentelijke beleidsnota’s: couleur locale blijft mogelijk en komt vooral tot uiting in het armoedebeleid. - Jaarstukken: begroting, jaarrekening en jaarverslag doorlopen het in de Wet gemeenschappelijke regeling (KCEWgr) voorgeschreven besluitvormingsproces. - Bedrijfsplan: bevat het dienstverleningsconcept van de nieuwe organisatie en vormt het uitgangspunt voor de prestatie-indicatoren. - Kaderbrief: nieuw instrument op grond van de Wgr, welke de gemeenteraad kan gebruiken om vooraf sturing te geven aan de inhoud van de begroting van de GR. Nieuw instrument De ‘klassieke’ manier van sturen van een gemeenschappelijke regeling wordt steeds vaker als minder adequaat ervaren. Er wordt achteraf bijgestuurd (jaarrekening, jaarverslag) of, met veel onzekerheden, vooraf richting gegeven (begroting gebaseerd op aannames voor wat betreft rijksbijdragen en economische ontwikkelingen). Enkele jaren geleden is er in VDG-verband een advies verstrekt over hoe de aansturing van GR-en kan worden verbeterd. Geadviseerd werd vooraf zo SMART-mogelijk de ‘bestelling’ te formuleren. Aan dat advies geven we met deze prestatieovereenkomst invulling. De gemeenteraad ontvangt jaarlijks vóór 1 februari de algemene financiële en beleidsmatige kaders in de kaderbrief. Het vormgeven van dit instrument is een zoektocht van gemeenten en uitvoeringsorganisatie naar met welke prestatie-indicatoren bepaald kan worden of WPDA het beleid van gemeenten succesvol uitvoert. De KPI’s tonen welke prestaties gemeenten en uitvoeringsorganisatie van belang vinden om de organisatie te richten. Bij een aantal belangrijke pijnpunten. Zie hiervoor ook het KCE rapport 186A ‘Bepaling van het remgeld in functie van thema’s ontbreken bij de maatschappelijke waarde van een verstrekking of product‘. Het systeem wordt best vereenvoudigd. Zo kunnen verschillen in remgelden op basis van het aantal patiënten dat start de huisarts per huisbezoek ziet of de woonplaats van de patiënt worden afgeschaft. Hoe hoger de maatschappelijke meerwaarde van een medische interventie, hoe lager het remgeld zou moeten zijn. Dit zou bijdragen tot een meer kwaliteitsvolle en doeltreffende gezondheidszorg. Het KCE pleit er dus voor om het remgeld niet langer gewoon te berekenen als een percentage van het ereloon van de arts of de kostprijs van een geneesmiddel. Belangrijk is dat bij dit alles een globale visie wordt uitgewerkt, waarbij wordt nagedacht over de doelstellingen van de remgeldencijfers. In de nationale akkoorden/overeenkomsten van deze 3 sectoren zijn specifieke initiatieven ingeschreven inzake de hervorming loop van de persoonlijke aandelenjaren verkrijgen partijen meer inzicht in haalbare eisen en zullen de KPI’s strakker genormeerd worden. Overigens is de prestatieovereenkomst geen overeenkomst in de juridische zin van het woord. Door ondertekening geven de gemeenten aan wat zij geleverd willen zien en het AB verklaart met de ondertekening dat WPDA de prestaties kan leveren. Deze hervorming moet leiden tot manier van sturen is nieuw en vergt daarom ook een vereenvoudiging andere inzet en houding van de regeling én een betere toegankelijkheid direct betrokken bestuurders en ambtenaren, zowel van de zorg, gericht op de betrokken doelgroep. Telkens wordt uitgegaan van een budgettair neutraal kader. Het RIZIV engageert zich om tijdens de beginperiode gemeenten als van de 5de bestuursovereenkomst uitvoeringsorganisatie. Vertrouwen vormt de basis voor de relatie tussen de drie opdrachtgevers en de opdrachtnemer. Met de prestatieovereenkomst nemen de gemeenten afstand van de uitvoering. De gemeenten bepalen de ‘bestelling’ (2016-2018het WAT) deze hervorming en de directeur bepaalt op welke manier hij die bestelling gaat realiseren (het HOE). De directeur is verantwoordelijk voor te bereiden zowel inhoudelijk als naar reglementering toe, de uitvoering en dit samen met de betrokkenen. Concreet gaat kan ter verantwoording worden geroepen door het o.a. bestuur over het oprichten en (bege)leiden van specifieke werkgroepen, het aanbrengen van oplossingen, het concretiseren van principiële beslissingen, het uitvoeren van die beslissingen,… De verschillende sectoren hebben elk specifieke kenmerken en doelstellingen zodat het uitwerken van deze hervorming dient voorbereid en behandeld te worden per sectorresultaat. Concreet zijn volgende bepalingen opgenomen in de nationale akkoorden/overeenkomsten: • voor de kinesitherapeuten : “De Overeenkomstencommissie zal een onderzoek voeren met als doel een harmonisering Sturen betekent op dit punt dan ook afstand nemen van de persoonlijke aandelenuitvoering, binnen de beschikbare budgettaire middelen. Het resultaat van dit onderzoek moet gebeuren in een budgettair neutraal kader“ • voor de Logopedisten: “Programma voor de hervorming van de monodisciplinaire logopedie binnen de verplichte ziekteverzekering met o.a. de afschaffing van de ZIV-tegemoetkoming voor de behandelingszittingen boven percentiel 75 op basis van het huidige verbruik per patiënt en per stoornis en/of rekening houdende met de evidentie op basis van de geldende guidelines. Deze projecten moeten worden gerealiseerd in een budget neutraal kader, te weten binnen de globale begrotingsdoelstelling. Het totaal persoonlijk aandeel op de behandelingszittingen zal gelijk zijn aan de totale huidige remgelden tot aan P75, MAF inbegrepen. Een werkgroep bepaalt de modaliteiten van het toekennen van het persoonlijk aandeel” • Tandheelkundigen: “De NCTZ zal in 2015 de modaliteiten uitwerken om, al dan niet gefaseerd, in 2016 een mondzorgtraject in te voeren, ondersteund door een tandheelkundig dossier, dat evolueert naar een elektronisch tandheelkundig dossier. Binnen dit mondzorgtraject wordt voorzien in gedifferentieerde terugbetaling, enerzijds door het invoeren van een verbeterde terugbetaling voor prioritaire verstrekkingen bij personen die het mondzorgtraject volgen en anderzijds door verminderde terugbetaling voor verstrekkingen die voorkomen konden worden indien het traject werd gevolgd. De differentiering van remgelden zal samengaan met het invoeren van vaste remgeldbedragen, waarbij de hoogte ervan wordt vastgelegd in functie van de aard van tandheelkundige zorg en het preventief karakter ervan. Die vaste bedragen evolueren volgens een cliquet mechanisme. Deze omzetting moet budgetneutraal gebeuren“ De Dienst Geneeskundige Verzorging zal o.a. volgende concrete acties ondernemen in het kader van de uitvoering van dit project: • Organiseren van werkgroepen; • Inzamelen en verwerken van specifieke data; • Uitwerken van haalbare oplossingen; • Concretiseren van die oplossingen in nota’s of ontwerpen van regelgeving; • Raming van de budgettaire en administratieve impact; • Voorleggen aan de bevoegde organen en die toelichten; • Communiceren naar burgers, zorgverleners, verzekeringsinstellingen en andere partners. Voor de sectoren van de kinesitherapie en logopedie is de voorbereiding volop lopende. Voor de logopedie is het de bedoeling dat de conclusies van de werkgroep in 2016 voorgesteld worden aan de plenaire vergadering van de Overeenkomstencommissie. De uitgewerkte teksten zullen vervolgens in de loop van 2016 voorgelegd worden aan het Verzekeringscomité. Voor de kinesitherapie zal de Overeenkomstencommissie een uitgewerkte tekst bespreken in 2016 waarna een voorstel zal worden voorgelegd aan het Verzekeringscomité. Voor de sector van de tandheelkundige zal het nodige worden opgemaakt in de periode van de 5de bestuursovereenkomstloslaten.
Appears in 1 contract
Sources: Prestatieovereenkomst
Context. Remgelden bestaan in België al bijna 50 jaarMet de start van de nieuwe uitvoeringsorganisatie geven we invulling aan een andere manier van aansturen van een gemeenschappelijke regeling. Door middel van deze eerste prestatieovereenkomst gaan we gerichter sturen op de resultaten (output) en het maatschappelijk effect (outcome). Anders dan voorheen, worden door de drie GR-gemeenten vooraf aangegeven welke prestaties geleverd moeten worden, wanneer en ze zijn sterk gedifferentieerd en complexmet welke kwaliteit. Op vraag van het RIZIV bestudeerde het Federaal Kenniscentrum De directeur, verantwoordelijk voor de Gezondheidszorg uitvoering van de opdracht van de gemeenten, richt zijn organisatie zo in dat gewenste resultaten geleverd kunnen worden. De prestatieovereenkomst is hét middel om met elkaar in een vroegtijdig stadium in discussie te gaan over de bestuurlijke wensen die er zijn en in hoeverre die gerealiseerd kunnen worden. De prestatieovereenkomst is niet het enige sturingsinstrument. Het moet in samenhang gezien worden met de volgende documenten: - De GR-tekst: vormt de juridische basis voor de overheveling van bevoegdheden tussen gemeenten en de uitvoerende organisatie en bevat de verdeling van taken tussen bestuur en directeur. - Kadernota ‘Participatie de norm, werk het doel’: bevat het beleidskader, beschrijft de door de GR-gemeenten gewenste outcome en welke rol en positie de uitvoeringsorganisatie daarbij in moet nemen. - Gemeentelijke beleidsnota’s: couleur locale blijft mogelijk en komt vooral tot uiting in het armoedebeleid. - Jaarstukken: begroting, jaarrekening en jaarverslag doorlopen het in de Wet gemeenschappelijke regeling (KCEWgr) voorgeschreven besluitvormingsproces. - Bedrijfsplan: bevat het dienstverleningsconcept van de nieuwe organisatie en vormt het uitgangspunt voor de prestatie-indicatoren. - Kaderbrief: nieuw instrument op grond van de Wgr, welke de gemeenteraad kan gebruiken om vooraf sturing te geven aan de inhoud van de begroting van de GR. Nieuw instrument De ‘klassieke’ manier van sturen van een gemeenschappelijke regeling wordt steeds vaker als minder adequaat ervaren. Er wordt achteraf bijgestuurd (jaarrekening, jaarverslag) of, met veel onzekerheden, vooraf richting gegeven (begroting gebaseerd op aannames voor wat betreft rijksbijdragen en economische ontwikkelingen). Enkele jaren geleden is er in VDG-verband een advies verstrekt over hoe de aansturing van GR-en kan worden verbeterd. Geadviseerd werd vooraf zo SMART-mogelijk de ‘bestelling’ te formuleren. Aan dat advies geven we met deze prestatieovereenkomst invulling. De gemeenteraad ontvangt jaarlijks vóór 1 februari de algemene financiële en beleidsmatige kaders in de kaderbrief. Het vormgeven van dit instrument is een zoektocht van gemeenten en uitvoeringsorganisatie naar met welke prestatie-indicatoren bepaald kan worden of WPDA het beleid van gemeenten succesvol uitvoert. De Kwaliteit Prestatie Indicatoren (KPII’s) tonen welke prestaties gemeenten en uitvoeringsorganisatie van belang vinden om de organisatie te richten. Bij een aantal belangrijke pijnpunten. Zie hiervoor ook het KCE rapport 186A ‘Bepaling van het remgeld in functie van thema’s ontbreken bij de maatschappelijke waarde van een verstrekking of product‘. Het systeem wordt best vereenvoudigd. Zo kunnen verschillen in remgelden op basis van het aantal patiënten dat start de huisarts per huisbezoek ziet of de woonplaats van de patiënt worden afgeschaft. Hoe hoger de maatschappelijke meerwaarde van een medische interventie, hoe lager het remgeld zou moeten zijn. Dit zou bijdragen tot een meer kwaliteitsvolle en doeltreffende gezondheidszorg. Het KCE pleit er dus voor om het remgeld niet langer gewoon te berekenen als een percentage van het ereloon van de arts of de kostprijs van een geneesmiddel. Belangrijk is dat bij dit alles een globale visie wordt uitgewerkt, waarbij wordt nagedacht over de doelstellingen van de remgeldencijfers. In de nationale akkoorden/overeenkomsten van deze 3 sectoren zijn specifieke initiatieven ingeschreven inzake de hervorming loop van de persoonlijke aandelenjaren verkrijgen partijen meer inzicht in haalbare eisen en zullen de KPI’s strakker genormeerd worden. Overigens is de prestatieovereenkomst geen overeenkomst in de juridische zin van het woord. Door ondertekening geven de gemeenten aan wat zij geleverd willen zien en het AB verklaart met de ondertekening dat WPDA de prestaties kan leveren. Deze hervorming moet leiden tot manier van sturen is nieuw en vergt daarom ook een vereenvoudiging andere inzet en houding van de regeling én een betere toegankelijkheid direct betrokken bestuurders en ambtenaren, zowel van de zorg, gericht op de betrokken doelgroep. Telkens wordt uitgegaan van een budgettair neutraal kader. Het RIZIV engageert zich om tijdens de beginperiode gemeenten als van de 5de bestuursovereenkomst uitvoeringsorganisatie. Vertrouwen vormt de basis voor de relatie tussen de drie opdrachtgevers en de opdrachtnemer. Met de prestatieovereenkomst nemen de gemeenten afstand van de uitvoering. De gemeenten bepalen de ‘bestelling’ (2016-2018het WAT) deze hervorming en de directeur bepaalt op welke manier hij die bestelling gaat realiseren (het HOE). De directeur is verantwoordelijk voor te bereiden zowel inhoudelijk als naar reglementering toe, de uitvoering en dit samen met de betrokkenen. Concreet gaat kan ter verantwoording worden geroepen door het o.a. bestuur over het oprichten en (bege)leiden van specifieke werkgroepen, het aanbrengen van oplossingen, het concretiseren van principiële beslissingen, het uitvoeren van die beslissingen,… De verschillende sectoren hebben elk specifieke kenmerken en doelstellingen zodat het uitwerken van deze hervorming dient voorbereid en behandeld te worden per sectorresultaat. Concreet zijn volgende bepalingen opgenomen in de nationale akkoorden/overeenkomsten: • voor de kinesitherapeuten : “De Overeenkomstencommissie zal een onderzoek voeren met als doel een harmonisering Sturen betekent op dit punt dan ook afstand nemen van de persoonlijke aandelenuitvoering, binnen de beschikbare budgettaire middelen. Het resultaat van dit onderzoek moet gebeuren in een budgettair neutraal kader“ • voor de Logopedisten: “Programma voor de hervorming van de monodisciplinaire logopedie binnen de verplichte ziekteverzekering met o.a. de afschaffing van de ZIV-tegemoetkoming voor de behandelingszittingen boven percentiel 75 op basis van het huidige verbruik per patiënt en per stoornis en/of rekening houdende met de evidentie op basis van de geldende guidelines. Deze projecten moeten worden gerealiseerd in een budget neutraal kader, te weten binnen de globale begrotingsdoelstelling. Het totaal persoonlijk aandeel op de behandelingszittingen zal gelijk zijn aan de totale huidige remgelden tot aan P75, MAF inbegrepen. Een werkgroep bepaalt de modaliteiten van het toekennen van het persoonlijk aandeel” • Tandheelkundigen: “De NCTZ zal in 2015 de modaliteiten uitwerken om, al dan niet gefaseerd, in 2016 een mondzorgtraject in te voeren, ondersteund door een tandheelkundig dossier, dat evolueert naar een elektronisch tandheelkundig dossier. Binnen dit mondzorgtraject wordt voorzien in gedifferentieerde terugbetaling, enerzijds door het invoeren van een verbeterde terugbetaling voor prioritaire verstrekkingen bij personen die het mondzorgtraject volgen en anderzijds door verminderde terugbetaling voor verstrekkingen die voorkomen konden worden indien het traject werd gevolgd. De differentiering van remgelden zal samengaan met het invoeren van vaste remgeldbedragen, waarbij de hoogte ervan wordt vastgelegd in functie van de aard van tandheelkundige zorg en het preventief karakter ervan. Die vaste bedragen evolueren volgens een cliquet mechanisme. Deze omzetting moet budgetneutraal gebeuren“ De Dienst Geneeskundige Verzorging zal o.a. volgende concrete acties ondernemen in het kader van de uitvoering van dit project: • Organiseren van werkgroepen; • Inzamelen en verwerken van specifieke data; • Uitwerken van haalbare oplossingen; • Concretiseren van die oplossingen in nota’s of ontwerpen van regelgeving; • Raming van de budgettaire en administratieve impact; • Voorleggen aan de bevoegde organen en die toelichten; • Communiceren naar burgers, zorgverleners, verzekeringsinstellingen en andere partners. Voor de sectoren van de kinesitherapie en logopedie is de voorbereiding volop lopende. Voor de logopedie is het de bedoeling dat de conclusies van de werkgroep in 2016 voorgesteld worden aan de plenaire vergadering van de Overeenkomstencommissie. De uitgewerkte teksten zullen vervolgens in de loop van 2016 voorgelegd worden aan het Verzekeringscomité. Voor de kinesitherapie zal de Overeenkomstencommissie een uitgewerkte tekst bespreken in 2016 waarna een voorstel zal worden voorgelegd aan het Verzekeringscomité. Voor de sector van de tandheelkundige zal het nodige worden opgemaakt in de periode van de 5de bestuursovereenkomstloslaten.
Appears in 1 contract
Sources: Prestatieovereenkomst
Context. Remgelden bestaan in België al bijna 50 jaarMet de start van de nieuwe uitvoeringsorganisatie geven we invulling aan een andere manier van aansturen van een gemeenschappelijke regeling. Door middel van deze eerste prestatieovereenkomst gaan we gerichter sturen op de resultaten (output) en het maatschappelijk effect (outcome). Anders dan voorheen, worden door de drie GR-gemeenten vooraf aangegeven welke prestaties geleverd moeten worden, wanneer en ze zijn sterk gedifferentieerd en complexmet welke kwaliteit. Op vraag van het RIZIV bestudeerde het Federaal Kenniscentrum De directeur, verantwoordelijk voor de Gezondheidszorg uitvoering van de opdracht van de gemeenten, richt zijn organisatie zo in dat gewenste resultaten geleverd kunnen worden. De prestatieovereenkomst is hét middel om met elkaar in een vroegtijdig stadium in discussie te gaan over de bestuurlijke wensen die er zijn en in hoeverre die gerealiseerd kunnen worden. De prestatieovereenkomst is niet het enige sturingsinstrument. Het moet in samenhang gezien worden met de volgende documenten: - De GR-tekst: vormt de juridische basis voor de overheveling van bevoegdheden tussen gemeenten en de uitvoerende organisatie en bevat de verdeling van taken tussen bestuur en directeur. - Kadernota ‘Participatie de norm, werk het doel’: bevat het beleidskader, beschrijft de door de GR-gemeenten gewenste outcome en welke rol en positie de uitvoeringsorganisatie daarbij in moet nemen. - Gemeentelijke beleidsnota’s: couleur locale blijft mogelijk en komt vooral tot uiting in het armoedebeleid. - Jaarstukken: begroting, jaarrekening en jaarverslag doorlopen het in de Wet gemeenschappelijke regeling (KCEWgr) voorgeschreven besluitvormingsproces. - Bedrijfsplan: bevat het dienstverleningsconcept van de nieuwe organisatie en vormt het uitgangspunt voor de prestatie-indicatoren. - Kaderbrief: nieuw instrument op grond van de Wgr, welke de gemeenteraad kan gebruiken om vooraf sturing te geven aan de inhoud van de begroting van de GR. De ‘klassieke’ manier van sturen van een gemeenschappelijke regeling wordt steeds vaker als minder adequaat ervaren. Er wordt achteraf bijgestuurd (jaarrekening, jaarverslag) of, met veel onzekerheden, vooraf richting gegeven (begroting gebaseerd op aannames voor wat betreft rijksbijdragen en economische ontwikkelingen). Enkele jaren geleden is er in VDG-verband een advies verstrekt over hoe de aansturing van GR-en kan worden verbeterd. Geadviseerd werd vooraf zo SMART-mogelijk de ‘bestelling’ te formuleren. Aan dat advies geven we met deze prestatieovereenkomst invulling. De gemeenteraad ontvangt jaarlijks vóór 1 februari de algemene financiële en beleidsmatige kaders in de kaderbrief. Het vormgeven van dit instrument is een zoektocht van gemeenten en uitvoeringsorganisatie naar met welke prestatie-indicatoren bepaald kan worden of WPDA het beleid van gemeenten succesvol uitvoert. De Kwaliteit Prestatie Indicatoren (KPII’s) tonen welke prestaties gemeenten en uitvoeringsorganisatie van belang vinden om de organisatie te richten. Bij een aantal belangrijke pijnpunten. Zie hiervoor ook het KCE rapport 186A ‘Bepaling van het remgeld in functie van thema’s ontbreken bij de maatschappelijke waarde van een verstrekking of product‘. Het systeem wordt best vereenvoudigd. Zo kunnen verschillen in remgelden op basis van het aantal patiënten dat start de huisarts per huisbezoek ziet of de woonplaats van de patiënt worden afgeschaft. Hoe hoger de maatschappelijke meerwaarde van een medische interventie, hoe lager het remgeld zou moeten zijn. Dit zou bijdragen tot een meer kwaliteitsvolle en doeltreffende gezondheidszorg. Het KCE pleit er dus voor om het remgeld niet langer gewoon te berekenen als een percentage van het ereloon van de arts of de kostprijs van een geneesmiddel. Belangrijk is dat bij dit alles een globale visie wordt uitgewerkt, waarbij wordt nagedacht over de doelstellingen van de remgeldencijfers. In de nationale akkoorden/overeenkomsten van deze 3 sectoren zijn specifieke initiatieven ingeschreven inzake de hervorming loop van de persoonlijke aandelenjaren verkrijgen partijen meer inzicht in haalbare eisen en zullen de KPI’s strakker genormeerd worden. Overigens is de prestatieovereenkomst geen overeenkomst in de juridische zin van het woord. Door ondertekening geven de gemeenten aan wat zij geleverd willen zien en het AB verklaart met de ondertekening dat WPDA de prestaties kan leveren. Deze hervorming moet leiden tot manier van sturen is nieuw en vergt daarom ook een vereenvoudiging andere inzet en houding van de regeling én een betere toegankelijkheid direct betrokken bestuurders en ambtenaren, zowel van de zorg, gericht op de betrokken doelgroep. Telkens wordt uitgegaan van een budgettair neutraal kader. Het RIZIV engageert zich om tijdens de beginperiode gemeenten als van de 5de bestuursovereenkomst uitvoeringsorganisatie. Vertrouwen vormt de basis voor de relatie tussen de drie opdrachtgevers en de opdrachtnemer. Met de prestatieovereenkomst nemen de gemeenten afstand van de uitvoering. De gemeenten bepalen de ‘bestelling’ (2016-2018het WAT) deze hervorming en de directeur bepaalt op welke manier hij die bestelling gaat realiseren (het HOE). De directeur is verantwoordelijk voor te bereiden zowel inhoudelijk als naar reglementering toe, de uitvoering en dit samen met de betrokkenen. Concreet gaat kan ter verantwoording worden geroepen door het o.a. bestuur over het oprichten en (bege)leiden van specifieke werkgroepen, het aanbrengen van oplossingen, het concretiseren van principiële beslissingen, het uitvoeren van die beslissingen,… De verschillende sectoren hebben elk specifieke kenmerken en doelstellingen zodat het uitwerken van deze hervorming dient voorbereid en behandeld te worden per sectorresultaat. Concreet zijn volgende bepalingen opgenomen in de nationale akkoorden/overeenkomsten: • voor de kinesitherapeuten : “De Overeenkomstencommissie zal een onderzoek voeren met als doel een harmonisering Sturen betekent op dit punt dan ook afstand nemen van de persoonlijke aandelenuitvoering, binnen de beschikbare budgettaire middelen. Het resultaat van dit onderzoek moet gebeuren in een budgettair neutraal kader“ • voor de Logopedisten: “Programma voor de hervorming van de monodisciplinaire logopedie binnen de verplichte ziekteverzekering met o.a. de afschaffing van de ZIV-tegemoetkoming voor de behandelingszittingen boven percentiel 75 op basis van het huidige verbruik per patiënt en per stoornis en/of rekening houdende met de evidentie op basis van de geldende guidelines. Deze projecten moeten worden gerealiseerd in een budget neutraal kader, te weten binnen de globale begrotingsdoelstelling. Het totaal persoonlijk aandeel op de behandelingszittingen zal gelijk zijn aan de totale huidige remgelden tot aan P75, MAF inbegrepen. Een werkgroep bepaalt de modaliteiten van het toekennen van het persoonlijk aandeel” • Tandheelkundigen: “De NCTZ zal in 2015 de modaliteiten uitwerken om, al dan niet gefaseerd, in 2016 een mondzorgtraject in te voeren, ondersteund door een tandheelkundig dossier, dat evolueert naar een elektronisch tandheelkundig dossier. Binnen dit mondzorgtraject wordt voorzien in gedifferentieerde terugbetaling, enerzijds door het invoeren van een verbeterde terugbetaling voor prioritaire verstrekkingen bij personen die het mondzorgtraject volgen en anderzijds door verminderde terugbetaling voor verstrekkingen die voorkomen konden worden indien het traject werd gevolgd. De differentiering van remgelden zal samengaan met het invoeren van vaste remgeldbedragen, waarbij de hoogte ervan wordt vastgelegd in functie van de aard van tandheelkundige zorg en het preventief karakter ervan. Die vaste bedragen evolueren volgens een cliquet mechanisme. Deze omzetting moet budgetneutraal gebeuren“ De Dienst Geneeskundige Verzorging zal o.a. volgende concrete acties ondernemen in het kader van de uitvoering van dit project: • Organiseren van werkgroepen; • Inzamelen en verwerken van specifieke data; • Uitwerken van haalbare oplossingen; • Concretiseren van die oplossingen in nota’s of ontwerpen van regelgeving; • Raming van de budgettaire en administratieve impact; • Voorleggen aan de bevoegde organen en die toelichten; • Communiceren naar burgers, zorgverleners, verzekeringsinstellingen en andere partners. Voor de sectoren van de kinesitherapie en logopedie is de voorbereiding volop lopende. Voor de logopedie is het de bedoeling dat de conclusies van de werkgroep in 2016 voorgesteld worden aan de plenaire vergadering van de Overeenkomstencommissie. De uitgewerkte teksten zullen vervolgens in de loop van 2016 voorgelegd worden aan het Verzekeringscomité. Voor de kinesitherapie zal de Overeenkomstencommissie een uitgewerkte tekst bespreken in 2016 waarna een voorstel zal worden voorgelegd aan het Verzekeringscomité. Voor de sector van de tandheelkundige zal het nodige worden opgemaakt in de periode van de 5de bestuursovereenkomstloslaten.
Appears in 1 contract
Sources: Prestatieovereenkomst
Context. Remgelden bestaan in België al bijna 50 jaar, Dit project beoogt een grondige modernisering en ze zijn sterk gedifferentieerd en complex. Op vraag van het RIZIV bestudeerde het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) een aantal belangrijke pijnpunten. Zie hiervoor ook het KCE rapport 186A ‘Bepaling van het remgeld in functie van de maatschappelijke waarde van een verstrekking of product‘. Het systeem wordt best vereenvoudigd. Zo kunnen verschillen in remgelden op basis van het aantal patiënten dat de huisarts per huisbezoek ziet of de woonplaats van de patiënt worden afgeschaft. Hoe hoger de maatschappelijke meerwaarde van een medische interventie, hoe lager het remgeld zou moeten zijn. Dit zou bijdragen tot een meer kwaliteitsvolle en doeltreffende gezondheidszorg. Het KCE pleit er dus voor om het remgeld niet langer gewoon te berekenen als een percentage van het ereloon van de arts of de kostprijs van een geneesmiddel. Belangrijk is dat bij dit alles een globale visie wordt uitgewerkt, waarbij wordt nagedacht over de doelstellingen van de remgelden. In de nationale akkoorden/overeenkomsten van deze 3 sectoren zijn specifieke initiatieven ingeschreven inzake de hervorming van de persoonlijke aandelen. Deze hervorming moet leiden tot een vereenvoudiging van de regeling én nomenclatuur. Dit met het oog op de opmaak van een betere toegankelijkheid nieuw grondplan welke de basis zal vormen voor de toekomstige vergoedingen van de zorg, gericht op de betrokken doelgroep. Telkens wordt uitgegaan van een budgettair neutraal kader. Het RIZIV engageert zich om tijdens de beginperiode van de 5de bestuursovereenkomst (2016-2018) deze hervorming voor te bereiden zowel inhoudelijk als naar reglementering toe, en dit samen met de betrokkenen. Concreet gaat het o.a. over het oprichten en (bege)leiden van specifieke werkgroepen, het aanbrengen van oplossingen, het concretiseren van principiële beslissingen, het uitvoeren van die beslissingen,… De verschillende sectoren hebben elk specifieke kenmerken en doelstellingen zodat het uitwerken van deze hervorming dient voorbereid en behandeld te worden per sector. Concreet zijn volgende bepalingen opgenomen prestaties in de nationale akkoorden/overeenkomsten: • voor de kinesitherapeuten gezondheidszorg. In het regeerakkoord 2014 was volgende bepaling opgenomen: “De Overeenkomstencommissie zal een onderzoek voeren met tarieven worden op transparante wijze afgestemd op de reële kostprijs van de prestatie, onverantwoorde verschillen in vergoeding tussen de verschillende medische disciplines worden weggewerkt. Intellectuele prestaties (inzonderheid voor de knelpuntdisciplines), onderlinge afstemming, overleg en coördinatie bij multidisciplinaire samenwerking worden beter gewaardeerd. De prijs van de bij de zorgverlening gebruikte materialen of producten mag geen directe invloed hebben op het door de zorgverlener aangerekende tarief. De herijking moet prikkels blijven voorzien voor productiviteit en specialisatie.” Het project heeft als doel om een harmonisering betere klaarheid te scheppen in de financiering van de persoonlijke aandelen, binnen de beschikbare budgettaire middelenmedische activiteiten. Het resultaat wordt gecoördineerd door het RIZIV en dit in samenwerking met de FOD Volksgezondheid. De voorbije periode werden volgende initiatieven genomen: - Het uitvoeren van dit onderzoek moet gebeuren in een budgettair neutraal kader“ • voorbereidende studie door een extern team van experten. Zo hebben Prof. ▇▇▇▇▇▇▇▇, ▇▇▇▇▇▇ en ▇▇▇▇▇▇▇ op 2 oktober 2017 hun eerste voorstel van principes en methodiek voor de Logopedisten: “Programma voor de hervorming herijking van de monodisciplinaire logopedie binnen nomenclatuur toegelicht aan de verplichte ziekteverzekering medicomut. Voor deze voorbereidende studie is een literatuurstudie uitgevoerd, is rekening gehouden met o.a. de afschaffing voorafgaande beoordeling van de ZIV-tegemoetkoming voor de behandelingszittingen boven percentiel 75 op basis van het huidige verbruik per patiënt sterke en per stoornis en/of rekening houdende met de evidentie op basis zwakke punten van de geldende guidelineshuidige nomenclatuur (rapport KCE) en is een vergelijking gemaakt met 3 systemen uit het buitenland (Zwitserland, Nederland, Frankrijk). Deze projecten moeten Vooral volgende 2 hoofdthema’s worden gerealiseerd in een budget neutraal kader, te weten binnen de globale begrotingsdoelstelling. Het totaal persoonlijk aandeel op de behandelingszittingen zal gelijk zijn aan de totale huidige remgelden tot aan P75, MAF inbegrepen. Een werkgroep bepaalt de modaliteiten van belicht: (a) het toekennen van het persoonlijk aandeel” • Tandheelkundigen: “De NCTZ zal in 2015 de modaliteiten uitwerken om, al dan niet gefaseerd, in 2016 een mondzorgtraject in te voeren, ondersteund door een tandheelkundig dossier, dat evolueert naar een elektronisch tandheelkundig dossier. Binnen dit mondzorgtraject wordt voorzien in gedifferentieerde terugbetaling, enerzijds door het invoeren van een verbeterde terugbetaling voor prioritaire verstrekkingen bij personen die het mondzorgtraject volgen en anderzijds door verminderde terugbetaling voor verstrekkingen die voorkomen konden worden indien het traject werd gevolgd. De differentiering van remgelden zal samengaan met het invoeren van vaste remgeldbedragen, waarbij de hoogte ervan wordt vastgelegd in functie beschrijvende aspect van de aard van tandheelkundige zorg nomenclatuur verbeteren en (b) het preventief karakter ervannadenken over een beter evenwicht inzake prijsstelling voor medische honoraria. Die vaste bedragen evolueren volgens Ook blijkt uit deze eerste studie dat volgende 7 principes kunnen bijdragen aan een cliquet mechanisme. Deze omzetting moet budgetneutraal gebeuren“ De Dienst Geneeskundige Verzorging zal o.a. volgende concrete acties ondernemen in het kader verbetering van de uitvoering van dit project: • Organiseren van werkgroepen; • Inzamelen en verwerken van specifieke data; • Uitwerken van haalbare oplossingen; • Concretiseren van die oplossingen in nota’s of ontwerpen van regelgeving; • Raming van de budgettaire en administratieve impact; • Voorleggen aan de bevoegde organen en die toelichten; • Communiceren naar burgers, zorgverleners, verzekeringsinstellingen en andere partners. Voor de sectoren van de kinesitherapie en logopedie is de voorbereiding volop lopende. Voor de logopedie is het de bedoeling dat de conclusies van de werkgroep in 2016 voorgesteld worden aan de plenaire vergadering van de Overeenkomstencommissie. De uitgewerkte teksten zullen vervolgens in de loop van 2016 voorgelegd worden aan het Verzekeringscomité. Voor de kinesitherapie zal de Overeenkomstencommissie een uitgewerkte tekst bespreken in 2016 waarna een voorstel zal worden voorgelegd aan het Verzekeringscomité. Voor de sector van de tandheelkundige zal het nodige worden opgemaakt in de periode van de 5de bestuursovereenkomst.huidige nomenclatuur :
Appears in 1 contract
Sources: Bestuursovereenkomst