Overgangsbepalingen Voorbeeldclausules

Overgangsbepalingen. De werkgever garandeert de werknemer zijn individuele rechten voortvloeiend uit: a Titel V van het Rechtspositie Besluit Onderwijspersoneel (Staatsblad 1985, 110) zoals dat luidde op 1 augustus 1993; het Sociaal BeleidsKader behorende bij de operatie gericht op Schaalvergroting, Taakverdeling en Concentratie (SBK-STC 1986-1990); dan wel
Overgangsbepalingen. De Ondernemer draagt er zorg voor dat in de in de overweging van deze akte bedoelde akte(n) van splitsing de overgangsbepaling wordt opgenomen dat de eventuele bepalingen in het reglement van splitsing ingevolge welke het in gebruik nemen van een privé-gedeelte afhankelijk wordt gesteld van de toestemming van de vergadering van eigenaars, niet van toepassing zijn op de eerste bewoners.
Overgangsbepalingen. (1) In afwijking van artikel 1, lid 1, van de hoofdovereenkomst wordt het volgende bepaald: a) Tijdens de eerste overgangsperiode: i) mogen communautaire luchtvaartmaatschappijen en luchtvaartmaatschappijen die een vergunning hebben gekregen in Albanië onbeperkte verkeersrechten uitoefenen tussen elke plaats in Albanië en elke plaats in een EG-lidstaat; ii) is het Albanië of onderdanen van Albanië niet toegestaan een meerderheidsbelang te hebben in of feitelijke zeggenschap uit te oefenen over communautaire luchtvaartmaatschappijen, en is het EG-lidstaten of hun onderdanen evenmin toegestaan een meerderheidsbelang te hebben in of feitelijke zeggenschap uit te oefenen over luchtvaartmaatschappijen die een vergunning hebben gekregen in Albanië. b) Tijdens de tweede overgangsperiode: i) mogen communautaire luchtvaartmaatschappijen en luchtvaartmaatschappijen die een vergunning hebben gekregen in Albanië de in lid 1, onder a), punt i, bedoelde verkeersrechten uitoefenen; ii) mogen communautaire luchtvaartmaatschappijen onbeperkte verkeersrechten uitoefenen tussen plaatsen in Albanië en andere geassocieerde partijen en mogen zij op elke plaats van vliegtuig wisselen, op voorwaarde dat de vlucht onderdeel is van een dienst die een plaats in een EG-lidstaat aandoet; iii) mogen luchtvaartmaatschappijen die een vergunning hebben gekregen in Albanië onbeperkte verkeersrechten uitoefenen tussen plaatsen in verschillende EG-lidstaten en mogen zij op elke plaats van vliegtuig wisselen, op voorwaarde dat de vlucht onderdeel is van een dienst die een plaats in Albanië aandoet. (2) In de zin van dit artikel wordt onder "communautaire luchtvaartmaatschappij" verstaan een luchtvaartmaatschappij die een vergunning heeft gekregen in een EG-lidstaat, Noorwegen of IJsland. (3) De artikelen 7 en 8 van de hoofdovereenkomst zijn niet van toepassing tot het einde van de tweede overgangsperiode, onverminderd de verplichting van Albanië en de Gemeenschap om, vanaf het einde van de eerste overgangsperiode, overeenkomstig de in bijlage I genoemde besluiten exploitatievergunningen te verlenen aan luchtvaartmaatschappijen waarin EG- lidstaten of hun onderdanen een meerderheidsbelang hebben of de feitelijke zeggenschap uitoefenen, respectievelijk aan luchtvaartmaatschappijen waarin Albanië of onderdanen van Albanië een meerderheidsbelang hebben of de feitelijke zeggenschap uitoefenen.
Overgangsbepalingen. 1. Rechtens geldende salarissen en andere arbeidsvoorwaarden die anders dan uit hoofde van een voorgaande cao in voor de werknemer gunstige zin van de bepalingen van deze cao afwijken, blijven gehandhaafd, met dien verstande, dat over de in voor werknemer gunstige zin afwijkende bepa- lingen in hoofdstuk 8 en de bijlagen VI en VII van deze cao door partijen geen afspraken zijn gemaakt. 2. Rechten voortvloeiend uit bepalingen van eerdere collectieve arbeidsover- eenkomsten komen met de inwerkingtreding van deze collectieve arbeids- overeenkomst te vervallen. In plaats daarvan gelden de rechten voort- vloeiend uit de bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst. De huidige collectieve arbeidsovereenkomst heeft, voor zover deze mindere aanspraken geeft, voorrang op de voorgaande collectieve arbeidsovereen- komst(en). Individuele aanspraken die niet uit een eerdere collectieve arbeidsovereenkomst voortvloeien, blijven van kracht.
Overgangsbepalingen. De eigenaar zal:
Overgangsbepalingen. De meetinstallaties die in dienst zijn op het ogenblik van de ondertekening van dit Contract en die niet conform zijn met de bepalingen vervat in dit Contract, worden in conformiteit met dit Contract gebracht wanneer deze meetuitrustingen aan de Netgebruiker, aan andere afnemers en/of producenten aangesloten op de Installaties van de Netgebruiker, of aan ▇▇▇▇ ▇▇▇▇▇▇ kunnen berokkenen.
Overgangsbepalingen. 1. Indien de uiteindelijk gerechtigde van de rente woonachtig is in een andere overeenkomstsluitende staat dan die waar de uitbetalende instantie is gevestigd, heft de andere overeenkomstsluitende staat gedurende de in artikel 10 van de richtlijn bedoelde overgangsperiode bronbelasting, gedurende de eerste drie jaar van de overgangsperiode tegen een tarief van 15%, gedurende de volgende drie jaar tegen een tarief van 20%, en daarna tegen een tarief van 35%. Gedurende deze periode zijn de overeenkomstsluitende staten niet gehouden de bepalingen van artikel 4 toe te passen. 2. De uitbetalende instantie houdt de bronbelasting in op de wijze als omschreven in artikel 11, leden 2 en 3, van de richtlijn. 3. Het opleggen van bronbelasting door een overeenkomstsluitende staat belet de andere overeenkomstsluitende staat niet de inkomsten te belasten overeenkomstig het nationale recht van die andere staat. 4. Tijdens de overgangsperiode kan een overeenkomstsluitende staat bepalen dat een marktdeelnemer die rente uitbetaalt of een rentebetaling bewerkstelligt voor een in de andere overeenkomstsluitende partij gevestigde entiteit als bedoeld in artikel 4, lid 2, van de richtlijn, wordt aangemerkt als de uitbetalende instantie in plaats van de entiteit, en heft hij de bronbelasting op die rente, tenzij de entiteit formeel heeft aanvaard dat haar naam en adres alsmede het totale bedrag van de rentebetaling die aan haar is verricht of voor haar is bewerkstelligd, worden meegedeeld overeenkomstig de laatste alinea van artikel 4, lid 2. 5. Aan het einde van de overgangsperiode zal de overeenkomstsluitende staten worden gevraagd de bepalingen van artikel 4 toe te passen en zullen zij niet langer bronbelasting en verdeling van belastingopbrengsten als bedoeld in de artikelen 5 en 6 toepassen. Als een overeenkomstsluitende staat er tijdens de overgangsperiode voor kiest de bepalingen van artikel 4 toe te passen, zal hij niet langer bronbelasting en verdeling van belastingopbrengsten als bedoeld in de artikelen 5 en 6 toepassen.
Overgangsbepalingen. De volgende bepalingen gelden om de ingroei in de cao te faciliteren. Deze gelden voor een maximum termijn van 3 jaar. In deze periode wordt door werkgever een overeenkomst getroffen met de Vaste Kommissie over de ingroeistappen. In uitzonderingsgevallen kan de Vaste Kommissie, op verzoek van een werkgever, de termijn tot maximaal 5 jaar verlengen en/of meerdere uitzonderingen aan de overgangsbepalingen toevoegen. 1. In afwijking van artikel 8 c.q. invulling van artikel 8 lid 6 geldt een gemiddelde werkweek van 38 uur. a. In afwijking van artikel 12 lid 1 geldt tussen 18.00 en 06.00 uur een overwerktoeslag van 30% en. b. Op zondagen geldt een toeslag van 75%.
Overgangsbepalingen. 1. De met ingang van 1 januari 1998 ingevoerde regeling van (bijzonder) partnerpensioen voor geregistreerde partners geldt ook voor degenen wier deelneming vóór 1 januari 1998 is geëindigd. 2. De rege ling van bijzonder partnerpensioen die op 1 januari 1998 is ingevoerd voor partners als bedoeld in artikel 1, vierde lid, sub b, onder II, is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van degenen wier deelneming vóór 1 januari 1998 is geëindigd en die op genoemde datum nog in leven zijn. 3. De inruilmogelijkheden conform het bepaalde in artikel 8A gelden ook voor aanspraken die zijn verkregen vóór 1 april 2001 en geldt ook voor degenen wier deelneming vóór deze datum is geëindigd en die op genoemde datum nog in leven zijn en nog niet met pensioen zijn gegaan. 4. Van deelnemers die voor een toeslag in aanmerking kunnen komen worden jaarlijks de tijdsevenredige pensioenaanspraken vastgesteld op basis van: 1. de tot 1 april 2001 geldende pensioenregeling van de S tichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Beroepsvervoer over de Weg (“oude pensioenregeling”); 2. de per 1 april 2001 geldende pensioenregeling van de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Beroepsvervoer over de Weg (“nieuwe pensioenregeling”). Het bestuur van het fonds beoordeelt jaarlijks - gehoord de actuaris - of de financiële toestand van het fonds toereikend is om aan de deelnemers die voor een toeslag in aanmerking kunnen komen het verschil toe te kennen indien de aanspraken op basis van de “ou de pensioenregeling” hoger zijn dan de aanspraken op basis van de “nieuwe pensioenregeling”. Indien het bestuur besloten heeft vorenbedoeld verschil in een bepaald jaar toe te kennen, dient in dat jaar dit verschil te worden ingekocht. Voor een toeslag komen in aanmerking degenen die: a. reeds vanaf 31 maart 2001 onafgebroken deelnemer waren. Hierbij worden tot de periode van deelnemerschap tevens gerekend onderbrekingen van in totaal korter dan zes maanden alsmede (een) periode(n) waarin premievrij werd vo ortgezet wegens arbeidsongeschiktheid of vrijwillig werd voortgezet. Voorts worden met deze deelnemers gelijkgesteld degenen die op de datum waarop het bestuur besluit over toekenning van extra pensioenaanspraken deelnemen in de vut -regeling van de Stichti ng Vrijwillig Vervroegde Uittreding voor het Personenvervoer over de Weg of de Stichting Vrijwillig Vervroegde Uittreding voor het Beroepsgoederenvervoer over de Weg en de Verhuur van Mobiele Kranen; dan wel b. reeds vanaf 31 maart 2001 als ...
Overgangsbepalingen. 39 BIJLAGEN 43