Verlening van rechten. Routeschema
1. Elke partij verleent luchtvaartmaatschappijen van de andere partij toestemming om vluchten uit te voeren op de hieronder gespecificeerde routes:
a) in het geval van luchtvaartmaatschappijen uit Qatar: alle punten in Qatar – alle tussenliggende punten – alle punten in de Unie – alle verder gelegen punten;
b) in het geval van luchtvaartmaatschappijen uit de Unie: alle punten in de Unie – alle tussenliggende punten – alle punten in Qatar – alle verder gelegen punten; Voor de toepassing van het bovengenoemde routeschema betekent: "alle punten": één of meer punten; "alle punten in de Unie": één of meer punten binnen dezelfde EU-lidstaat of in verschillende EU-lidstaten, hetzij afzonderlijk, hetzij gecombineerd en in een willekeurige volgorde.
Verlening van rechten. 1. Overeenkomstig bijlagen II en II bij deze Overeenkomst verleent elke partij de andere partij de volgende rechten met betrekking tot de exploitatie van internationaal luchtvervoer door luchtvaartmaatschappijen van de andere partij:
a) het recht over haar grondgebied te vliegen zonder te landen;
b) het recht op haar grondgebied te landen voor andere doeleinden dan het in- of ontschepen van passagiers, bagage, vracht en/of luchtpost (niet- verkeersgebonden doeleinden);
c) bij de exploitatie van een overeengekomen dienst op een specifieke route: het recht op het grondgebied te landen voor het, afzonderlijk of in combinatie, in- en ontschepen van passagiers, vracht en/of post in het internationale luchtverkeer; en
d) de overige in deze Overeenkomst gespecificeerde rechten.
2. Niets in deze Overeenkomst verleent de luchtvaartmaatschappijen van Oekraïne het recht op het grondgebied van een EU-lidstaat tegen vergoeding passagiers, bagage, vracht en/of post aan boord te nemen die bestemd zijn voor een ander punt op het grondgebied van die lidstaat.
Verlening van rechten. 1. Overeenkomstig bijlagen I en II bij deze Overeenkomst verleent elke partij de andere partij de volgende rechten met betrekking tot de exploitatie van internationaal luchtvervoer door luchtvaart- maatschappijen van de andere partij:
(a) het recht over haar grondgebied te vliegen zonder te landen;
(b) het recht op haar grondgebied te landen voor andere doeleinden dan het in- of ontschepen van passagiers, bagage, vracht en/of luchtpost (niet-verkeersgebonden doeleinden);
(c) bij de exploitatie van een overeengekomen dienst op een specifieke route: het recht op haar grondgebied te landen voor het, afzonderlijk of in combinatie, in- en ontschepen van passagiers, vracht en/of post in het internationale luchtverkeer; en
(d) de overige in deze Overeenkomst gespecificeerde rechten.
2. Niets in deze Overeenkomst verleent de luchtvaartmaatschappijen van:
(a) de Republiek Moldavië het recht op het grondgebied van een lidstaat tegen vergoeding passagiers, bagage, vracht en/of post aan boord te nemen die bestemd zijn voor een ander punt op het grondgebied van die lidstaat;
(b) de Europese Unie het recht op het grondgebied van de Republiek Moldavië tegen vergoeding passagiers, bagage, vracht en/of post aan boord te nemen die bestemd zijn voor een ander punt op het grondgebied van de Republiek Moldavië.
Verlening van rechten. 1. Elke verdragsluitende partij verleent de andere verdragsluitende partij, behoudens andersluidende bepa- lingen in de bijlage, de volgende rechten voor het verrichten van internationale luchtdiensten door de aan- gewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de andere verdragsluitende partij:
a. het recht zonder te landen over haar grondgebied te vliegen;
b. het recht op haar grondgebied te landen voor niet-commerciële verkeersdoeleinden; en
c. terwijl zij een overeengekomen dienst op een omschreven route exploiteert, het recht te landen op haar grondgebied ten behoeve van het opnemen en afzetten van het internationaal verkeer in de vorm van pas- sagiers, bagage, vracht en post, afzonderlijk of gecombineerd.
2. Geen van de bepalingen van het eerste lid van dit artikel wordt geacht de luchtvaartmaatschappij(en) van de ene verdragsluitende partij het recht te verlenen deel te nemen in luchtdiensten tussen punten op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij (cabotage).
3. De uitoefening van vijfde vrijheidsrechten wordt goedgekeurd door de luchtvaartautoriteiten van beide verdragsluitende partijen en kan worden overeengekomen in een regeling.
Verlening van rechten. 1. Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent aan de andere Overeenkomstsluitende Partij de volgende rechten voor het uitvoeren van internationale luchtdiensten door de respectieve aangewezen luchtvaartmaatschappijen:
a) om zonder te landen over haar grondgebied te vliegen;
b) om op haar grondgebied te landen voor andere dan verkeersdoeleinden;
c) om op haar grondgebied te landen bij de exploitatie van de routes omschreven in de Bijlage, voor het opnemen en afzetten van passagiers, vracht en post in internationaal vervoer, afzonderlijk of gecombineerd.
2. Geen van de in het eerste lid van dit artikel genoemde rechten wordt geacht aan een aangewezen luchtvaartmaatschappij van een Overeenkomstsluitende Partij het voorrecht te verlenen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij passagiers, vracht of post op te nemen die bestemd zijn om tegen vergoeding of krachtens een huurcontract te worden vervoerd naar een ander punt op het grondgebied van die andere OvereenkomstsluitendePartij.
Verlening van rechten. Dit artikel bepaalt dat de toegestane rechten voor de exploitatie van internationaal luchtvervoer door luchtvaartmaatschappijen van de ene partij omvatten het recht van overvlucht en technische landing en het recht om op het grondgebied van de andere partij te landen voor het, afzonderlijk of gecombineerd, ophalen of afzetten van passagiers en bagage, vracht en/of post. Deze laatste verkeersrechten zijn gekoppeld aan de in Bijlage II en III opgenomen overgangsbepalingen die zien op de overeenstemming van de Oekraïense wet- en regelgeving met de wet- en regelgeving van de Europese Unie. De rechten vallen alleen toe aan een luchtvaartmaatschappij die voldoet aan de in artikel 17 vervatte voorwaarden voor uitgifte van vergunningen. Tot het ogenblik waarop het Gemengd Comité het harmonisatieproces heeft geëvalueerd en goedgekeurd, hebben EU- en Oekraïense luchtvaartmaatschappijen niet het recht om vijfde vrijheidsoperaties uit te voeren op tussen- en verdergelegen punten naar elkanders grondgebied. Alle verkeersrechten die al uit hoofde van een van de bilaterale verdragen tussen Oekraïne en de lidstaten van de Europese Unie zijn verleend, mogen verder worden uitgeoefend zolang geen onderscheid wordt gemaakt tussen luchtvaartmaatschappijen uit de Europese Unie op basis van nationaliteit (punt 1b) van Bijlage II). Dat wil zeggen dat een lidstaat bij het toewijzen van deze verkeersrechten, niet mag discrimineren tussen de onder het bilaterale verdrag aangewezen EU luchtvaartmaatschappijen. Hetzelfde geldt voor nieuwe rechten uit hoofde van bilaterale verdragen.
Verlening van rechten. 1. Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent aan de andere Overeenkomstsluitende Partij de volgende rechten voor het uitvoeren van internationale luchtdiensten door hun respectieve aangewezen luchtvaartmaatschappijen:
a) om zonder te landen over haar grondgebied te vliegen;
b) om op haar grondgebied te landen voor andere dan verkeersdoeleinden;
c) om op haar grondgebied te landen bij de exploitatie van de routes omschreven in de Bijlage, voor het opnemen en afzetten van passagiers, vracht en post in internationaal vervoer, afzonderlijk of gecombineerd.
2. Geen van de in het eerste lid van dit artikel genoemde rechten wordt geacht aan een aangewezen luchtvaartmaatschappij van een Overeenkomstsluitende Partij het voorrecht te verlenen om op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij passagiers, vracht of post op te nemen die bestemd zijn om tegen vergoeding of krachtens een huurcontract te worden vervoerd naar een ander punt op het grondgebied van die andere Overeenkomstsluitende Partij.
1. Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht door middel van een diplomatieke nota aan de andere Overeenkomstsluitende Partij een of meerdere luchtvaartmaatschappijen aan te wijzen voor de exploitatie van de overeengekomen diensten op de in de Bijlage voor die Overeenkomstsluitende Partij omschreven routes.
2. Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht door middel van een diplomatieke nota aan de andere Overeenkomstsluitende Partij de aanwijzing van een luchtvaartmaatschappij in te trekken en een andere luchtvaartmaatschappij aan te wijzen.
1. Na ontvangst van een kennisgeving van aanwijzing door een van de Overeenkomstsluitende Partijen, verlenen de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij, met inachtneming van haar wetten en voorschriften, aan de aldus aangewezen luchtvaartmaatschappijen, de vereiste machtigingen voor het exploiteren van de overeengekomen diensten waarvoor deze luchtvaartmaatschappijen zijn aangewezen, voor zover:
a) in het geval van een door België aangewezen luchtvaartmaatschappij:
i. de aangewezen luchtvaartmaatschappij gevestigd is op het Belgisch grondgebied op grond van het Verdrag betreffende de Europese Gemeenschap en over een geldige exploitatievergunning overeenkomstig het Europees Gemeenschapsrecht beschikt; en
ii. een daadwerkelijke reglementaire controle op de luchtvaartmaatschappij uitgeoefend en in stand gehouden wordt door de Lidstaat van de Europese Gemeenschap die verantwoordelijk i...
Verlening van rechten. 1. Elk van de partijen verleent de andere partij de volgende rechten voor het verrichten van internationale luchtdiensten door de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de andere partij:
a. het recht zonder te landen over haar grondgebied te vliegen;
b. het recht op haar grondgebied te landen anders dan voor verkeersdoeleinden;
c. het recht volledige derde- en vierde vrijheidsverkeersrechten uit te oefenen; en
d. de rechten die elders zijn omschreven in dit Verdrag.
2. De luchtvaartmaatschappijen van elk van de partijen, anders dan die aangewezen uit hoofde van artikel 3 (Aanwijzing en verlening van vergunningen) van dit Verdrag genieten tevens de rechten die omschreven zijn in het eerste lid, onderdelen a en b, van dit artikel.
3. Geen van de bepalingen van het eerste lid van dit artikel wordt geacht de luchtvaartmaatschappij of lucht- vaartmaatschappijen van de ene partij het recht te geven op het grondgebied van de andere partij tegen ver- goeding of beloning passagiers, vracht of post op te nemen bestemd voor een ander punt op het grondge- bied van die andere partij.
Verlening van rechten. Tenzij in de Bijlage anders wordt bepaald, verleent elke Overeen- komstsluitende Partij aan de andere Overeenkomstsluitende Partij de volgende rechten voor het uitvoeren van internationale luchtdiensten door de luchtvaartmaatschappij die door de andere Overeenkomstslui- tende Partij is aangewezen :
Verlening van rechten. In artikel 2 worden de rechten aangegeven die in het kader van het verdrag worden verleend, te weten het recht van overvlucht en technische landing, alsmede het recht om geregelde luchtdiensten van, naar en via de wederzijdse grondgebieden te onderhouden. De rechten vallen alleen toe aan een luchtvaartmaatschappij wanneer die overeenkomstig artikel 3 is aangewezen door de eigen staat en voldoet aan de voorwaarden van artikel 3.