Inleiding. Op 2 december 2020 werd een Protocolakkoord gesloten tussen de federale regering en de Gewesten en Gemeenschappen over een gecoördineerde aanpak voor de versterking van het psychisch zorgaanbod, in het bijzonder voor kwetsbare doelgroepen die het zwaarst zijn getroffen door de COVID- 19-pandemie. Dit protocol kadert ook in de afspraken in het federaal regeerakkoord waarin onder meer staat dat “de geestelijke gezondheidszorg op een gelijkwaardige manier benaderd wordt inzake toegankelijkheid, kwaliteit, nabijheid en betaalbaarheid als de somatische gezondheidszorg, en er hiertoe wordt ingezet op heel laagdrempelige, ambulante en gemeenschapsgerichte zorg waarbij tot bij de zorgbehoevende zelf wordt gegaan. Daarbij is de terugbetaling van psychologische zorgen door klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen een eerste prioriteit.” Zoals voorzien in het federaal regeerakkoord is het doel van deze overeenkomst het toegankelijker maken van geestelijke gezondheidszorg, dicht bij de leefomgeving van de burger te brengen, in samenwerking met de actoren in de eerste lijn. Binnen de begrotingsdoelstelling van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging werd hiervoor het reeds beschikbaar budget van 39,3 mio euro vanaf 2021 verhoogd met 112,5 mio euro. Deze overeenkomst bouwt verder op de eerste overeenkomst “eerstelijnspsychologische zorg” waarbij rekening wordt gehouden met tal van bekommernissen en aanbevelingen. Deze overeenkomst is een volgende stap in de ontsluiting van psychologische zorg voor de bevolking en maakt de verdere uitbouw mogelijk van de eerstelijnspsychologische functie en van de gespecialiseerde psychologische zorg in het kader van de ambulante geestelijke gezondheidszorg. Dit is aanvullend op het bestaande aanbod, en houdt rechtstreeks verband met de hervormingen in de geestelijke gezondheidszorg. Deze investering moet geïntegreerd worden in het ruime reeds bestaande federale en regionale psychosociaal aanbod, waarvoor op 2 december 2020 een akkoord binnen de IMC werd afgesloten. In dit akkoord werd overeengekomen dat de investeringen van de federale overheid en de gemeenschappen en de gewesten complementair aan elkaar zijn : “De deelentiteiten engageren zich om hun bijkomende recurrente investeringen niet af te bouwen en de tijdelijke projecten tijdens de COVID-crisis aan te houden. Om dubbelfinanciering te vermijden worden obv de quota per netwerk controlemechanismen voorzien. Deze worden bilateraal tussen de federale overheid en de gemeenschappen en gewesten afgesproken.”. De 32 netwerken geestelijke gezondheidszorg krijgen een coördinerende rol om initiatieven te nemen om dit psychisch zorgaanbod in de eerstelijn, binnen de visie uit het protocolakkoord, te organiseren in een ruimer getrapt organisatiemodel, waarbij: • de zorg is afgestemd op de persoonlijke situatie en mogelijkheden van de patiënt en zijn omgeving (matched care) • de zorg deel uitmaakt van de bredere eerstelijnszorg in het kader van een geïntegreerde multidisciplinaire eerstelijnszorg • de zorg tevens deel uitmaakt van de ruimere geïntegreerde geestelijke gezondheidszorg binnen de netwerken GGZ. • uitgegaan wordt van een visie van “public mental health”. De nadruk ligt op opdrachten gedefinieerd in het protocolakkoord: preventie (met inbegrip van symptoomreductie en voorkomen van herval), vraagverheldering, vroegtijdige en kortdurende veerkracht ondersteunende interventies, diagnostiek, behandeling, rehabilitatie/herstel alsook kennis- en expertisedeling. Met uitzondering van universele preventie (dat tot de bevoegdheid van de deelstaten behoort) en acute en complexe zorgvragen, wordt het beoogde organisatiemodel in deze conventie verder uitgewerkt in de vorm van twee functies: de functie eerstelijnspsychologische zorg en de functie gespecialiseerde psychologische zorg. Het onderscheid tussen deze twee functies is belangrijk voor de organisatie van de zorg binnen de conventie, maar naar de rechthebbende toe dient een geïntegreerd aanbod aan psychologische en andere zorg- en hulpverlening gepresenteerd te worden aangezien integrale en “matched” care het leidinggevende principe dient te zijn. Deze opdracht van de netwerken kadert binnen een context van transitie naar de gestructureerde inbedding, tijdens de looptijd van deze overeenkomst, van de ambulante geestelijke gezondheidszorg in de eerste lijngezondheidszorg. Lokale multidisciplinaire samenwerkingsverbanden brengen alle actoren in de 1e lijn, die werkzaam zijn voor een omschreven territorium bij elkaar, in een grootteorde vanaf ongeveer 75.000 inwoners tot 250.000 inwoners. Zij zijn daartoe erkend of worden aangewezen door de bevoegde deelentiteiten. Deze lokale multidisciplinaire lokale samenwerkingsverbanden worden ter informatie meegedeeld aan de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid 1. Gedurende deze transitiefase zullen actoren actief in de “eerste functie activiteiten inzake preventie, promotie van de ggz, vroegdetectie, screening en diagnosestelling” binnen de netwerken volwassenen of in “het activiteitenprogramma 1: vroegtijdige opsporing en interventie” in de netwerken kinderen en jongeren, met het lokale multidisciplinaire samenwerkingsverband afspraken maken over hoe multidisciplinair en geïntegreerd werken kan gerealiseerd worden vertrekkende vanuit “patient centered and goal oriented care”.
Appears in 4 contracts
Sources: Overeenkomst Tussen Het Comité Van De Verzekering Voor Geneeskundige Verzorging en Het Netwerk Geestelijke Gezondheid Betreffende De Financiering Van De Psychologische Functies in De Eerstelijn, Financing Agreement, Overeenkomst Tussen Het Comité Van De Verzekering Voor Geneeskundige Verzorging en Het Netwerk Geestelijke Gezondheid Betreffende De Financiering Van De Psychologische Functies in De Eerstelijn via Netwerken en Lokale Multidisciplinaire Samenwerkingsverbanden.
Inleiding. Op 2 december 2020 werd een Protocolakkoord gesloten tussen de federale regering en de Gewesten en Gemeenschappen De Nieuwe Hollandse Waterlinie is met 50.000 hectare over een gecoördineerde aanpak traject van 85 km het grootste rijksmonument van Nederland, waarbinnen het historisch gebruik van water als militaire strategie voor de versterking landsverdediging herkenbaar is. Om dit rijksbrede cultureel erfgoed voor de toekomstige generaties levend te houden is het herkenbaar maken van de linie in de ruimte en het landschap gecombineerd met eigentijds gebruik de beste methode. Al sinds 2003 is de Nieuwe Hollandse Waterlinie een nationaal project waarvan de basis is beschreven in ‘Panorama Krayenhoff, het ‘Linieperspectief’. In 2005 bezegelden vijf gedeputeerden en vijf bewindslieden hun samenwerking ten behoeve van het psychisch zorgaanbod, nationale project in een bestuursovereenkomst. De basis voor de daadwerkelijke uitvoering werd gelegd in 2008 met de ondertekening van het Pact van Rijnauwen (2008-2011). De ondertekenaars spraken af om zich in te spannen om de financiële dekking rond te krijgen en tijdig te beginnen met de uitvoering van ongeveer 200 van de in totaal 300 projecten in het bijzonder uitvoeringsprogramma. De uitvoering is verwoord in de uitvoeringsprogramma’s (UP) 1 ‘Linie in uitvoering’ en 2 ‘Linie in bedrijf’. Het UP 2 heeft een horizon tot en met 2015. De toenmalige planning van het nationaal project loopt tot 2020. Sinds Panorama Krayenhoff is er veel veranderd op sociaal, cultureel en economisch terrein. De herontwikkeling van de NHW krijgt op dit moment vorm onder een getemperd economisch optimisme en een gedecentraliseerd bestuurlijk stelsel. Decentralisatie van rijkstaken, de voortgang van het nationaal project en het feit dat het nationaal project “halverwege” haar looptijd is, vraagt om een herijking op organisatorisch vlak, prioritering van de uitvoering en verandering van rollen van de liniepartners. Na een periode van herstel en ontwikkeling is er op 30 januari 2014 voor kwetsbare doelgroepen die gekozen in de laatste periode (tot 2020) van het zwaarst zijn getroffen door de COVID- 19-pandemienationaal project te komen tot afronding, borging en vermaatschappelijking. Dit protocol kadert impliceert ook in de afspraken in het federaal regeerakkoord waarin onder meer staat dat “de geestelijke gezondheidszorg op een gelijkwaardige manier benaderd wordt inzake toegankelijkheidproces van afbouw, kwaliteit, nabijheid prioritering en betaalbaarheid als de somatische gezondheidszorg, en er hiertoe wordt ingezet op heel laagdrempelige, ambulante en gemeenschapsgerichte zorg waarbij tot bij de zorgbehoevende zelf wordt gegaan. Daarbij is de terugbetaling van psychologische zorgen door klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen een eerste prioriteit.” Zoals voorzien in het federaal regeerakkoord is het doel van deze overeenkomst het toegankelijker maken van geestelijke gezondheidszorg, dicht bij de leefomgeving van de burger te brengen, in samenwerking met de actoren in de eerste lijn. Binnen de begrotingsdoelstelling van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging werd hiervoor het reeds beschikbaar budget van 39,3 mio euro vanaf 2021 verhoogd met 112,5 mio euro. Deze overeenkomst bouwt verder op de eerste overeenkomst “eerstelijnspsychologische zorg” waarbij rekening wordt gehouden met tal van bekommernissen en aanbevelingen. Deze overeenkomst is een volgende stap in de ontsluiting van psychologische zorg voor de bevolking en maakt de verdere uitbouw mogelijk van de eerstelijnspsychologische functie en van de gespecialiseerde psychologische zorg in het kader van de ambulante geestelijke gezondheidszorg. Dit is aanvullend op het bestaande aanbod, en houdt rechtstreeks verband met de hervormingen in de geestelijke gezondheidszorg. Deze investering moet geïntegreerd worden in het ruime reeds bestaande federale en regionale psychosociaal aanbod, waarvoor op 2 december 2020 een akkoord binnen de IMC werd afgesloten. In dit akkoord werd overeengekomen dat de investeringen van de federale overheid en de gemeenschappen en de gewesten complementair aan elkaar zijn : “De deelentiteiten engageren zich om hun bijkomende recurrente investeringen niet af te bouwen en de tijdelijke projecten tijdens de COVID-crisis aan te houden. Om dubbelfinanciering te vermijden worden obv de quota per netwerk controlemechanismen voorzien. Deze worden bilateraal tussen de federale overheid en de gemeenschappen en gewesten afgesproken.”. De 32 netwerken geestelijke gezondheidszorg krijgen een coördinerende rol om initiatieven te nemen om dit psychisch zorgaanbod in de eerstelijn, binnen de visie uit het protocolakkoord, te organiseren in een ruimer getrapt organisatiemodel, waarbij: • de zorg is afgestemd op de persoonlijke situatie en mogelijkheden van de patiënt en zijn omgeving (matched care) • de zorg deel uitmaakt van de bredere eerstelijnszorg in het kader opbouw van een geïntegreerde multidisciplinaire eerstelijnszorg • de zorg tevens deel uitmaakt van de ruimere geïntegreerde geestelijke gezondheidszorg binnen de netwerken GGZ. • uitgegaan wordt van een visie van “public mental health”. De nadruk ligt op opdrachten gedefinieerd in het protocolakkoord: preventie (met inbegrip van symptoomreductie ander governance- en voorkomen van herval), vraagverheldering, vroegtijdige en kortdurende veerkracht ondersteunende interventies, diagnostiek, behandeling, rehabilitatie/herstel alsook kennis- en expertisedeling. Met uitzondering van universele preventie (dat tot de bevoegdheid van de deelstaten behoort) en acute en complexe zorgvragen, wordt het beoogde organisatiemodel in deze conventie verder uitgewerkt in de vorm van twee functies: de functie eerstelijnspsychologische zorg en de functie gespecialiseerde psychologische zorg. Het onderscheid tussen deze twee functies is belangrijk voor de organisatie van de zorg binnen de conventie, maar naar de rechthebbende toe dient een geïntegreerd aanbod aan psychologische en andere zorg- en hulpverlening gepresenteerd te worden aangezien integrale en “matched” care het leidinggevende principe dient te zijn. Deze opdracht van de netwerken kadert binnen een context van transitie naar de gestructureerde inbedding, tijdens de looptijd van deze overeenkomst, van de ambulante geestelijke gezondheidszorg in de eerste lijngezondheidszorg. Lokale multidisciplinaire samenwerkingsverbanden brengen alle actoren in de 1e lijn, die werkzaam zijn voor een omschreven territorium bij elkaar, in een grootteorde vanaf ongeveer 75.000 inwoners tot 250.000 inwoners. Zij zijn daartoe erkend of worden aangewezen door de bevoegde deelentiteiten. Deze lokale multidisciplinaire lokale samenwerkingsverbanden worden ter informatie meegedeeld aan de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid 1. Gedurende deze transitiefase zullen actoren actief in de “eerste functie activiteiten inzake preventie, promotie van de ggz, vroegdetectie, screening en diagnosestelling” binnen de netwerken volwassenen of in “het activiteitenprogramma 1: vroegtijdige opsporing en interventie” in de netwerken kinderen en jongeren, met het lokale multidisciplinaire samenwerkingsverband afspraken maken over hoe multidisciplinair en geïntegreerd werken kan gerealiseerd worden vertrekkende vanuit “patient centered and goal oriented care”financieringsmodel.
Appears in 2 contracts
Sources: Bestuursovereenkomst, Bestuursovereenkomst
Inleiding. Op 2 december 2020 werd een Protocolakkoord gesloten tussen de federale regering De terugbetaling van eerstelijns psychologische zorg1 voor kinderen en de Gewesten en Gemeenschappen over een gecoördineerde aanpak voor de versterking van het psychisch zorgaanbodjongeren die in deze overeen- komst geregeld wordt, in het bijzonder voor kwetsbare doelgroepen die het zwaarst zijn getroffen door de COVID- 19-pandemie. Dit protocol kadert ook past in de afspraken in het federaal regeerakkoord waarin onder meer staat dat “hervorming van de geestelijke gezondheidszorg voor kinderen en jongeren in België. In dat kader zijn er de afgelopen jaren reeds een aantal belangrijke mijlpalen ge- zet. Het nieuw geestelijk gezondheidsbeleid voor kinderen en jongeren gaat uit van een globale en geïntegreerde aanpak van alle zorgcomponenten waarbij alle aspecten van geestelijke gezondheid worden meegenomen en alle relevante sectoren, diensten, voorziening, partners, … betrokken wor- den. Uitgangspunt is dat ieder kind of jongere recht heeft op een gelijkwaardige manier benaderd wordt inzake toegankelijkheidtoegankelijke, kwaliteitbetrokken, nabijheid positieve, deskundige, kwaliteitsvolle en betaalbaarheid als continue GGZ op maat van zijn/haar noden. In lijn met de somatische gezondheidszorghervorming van de geestelijke gezondheidszorg en met het oog op een evenwichtige spreiding van het zorgaanbod over het ganse land en over de maanden van het jaar, en er hiertoe wordt ingezet op heel laagdrempelige, ambulante en gemeenschapsgerichte zorg waarbij tot bij heeft de zorgbehoevende zelf wordt gegaan. Daarbij is Federa- le Regering beslist om voor de terugbetaling van de psychologische zorgen door klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen zorg te werken via een eerste prioriteit.” Zoals voorzien in het federaal regeerakkoord is het doel van deze overeenkomst het toegankelijker maken van getrapte organisatie met een centrale rol voor de reeds geïnstalleerde netwerken geestelijke gezondheidszorg, dicht bij de leefomgeving gezondheid. De facturatie van de burger psychologische sessies verloopt via een ziekenhuis van het netwerk. Gegeven het gelimiteerde budget voor deze nieuwe maatregel, wordt ernaar gestreefd om dit budget zo optimaal mogelijk in te brengenzetten door een beperkt aantal sessies per patiënt te vergoeden en door een pro rata verdeling van dit budget over de netwerken die wetenschappelijk geobjectiveerd is in verhouding tot het inwonersaantal, de prevalentie van psychische aandoeningen en de sociaal- economische status binnen het werkingsgebied. Het netwerk krijgt een belangrijke rol in samenwerking de globale coördinatie en spreiding van de beschikbare capa- citeit van psychologische sessies over het werkingsgebied van het netwerk. Het netwerk zal hiertoe overeenkomsten afsluiten met een aantal klinisch psychologen/orthopedagogen binnen het werkings- gebied. Het zijn deze klinisch psychologen/orthopedagogen die instaan voor de uitvoering van de sessies. Het netwerk ondersteunt de verwijzers en de klinisch psychologen/orthopedagogen door middelen aan te reiken (bijvoorbeeld gevalideerde vragenlijsten) die zij kunnen gebruiken in hun be- slissingsproces om te oordelen of een patiënt beantwoordt aan de criteria van de doelgroep. Binnen het netwerk wordt 1 ziekenhuis belast met de actoren in de eerste lijn. Binnen de begrotingsdoelstelling van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging werd hiervoor het reeds beschikbaar budget van 39,3 mio euro vanaf 2021 verhoogd met 112,5 mio euro. Deze overeenkomst bouwt verder op de eerste overeenkomst “eerstelijnspsychologische zorg” waarbij rekening wordt gehouden met tal van bekommernissen en aanbevelingen. Deze overeenkomst is een volgende stap in de ontsluiting van psychologische zorg voor de bevolking en maakt de verdere uitbouw mogelijk facturatie van de eerstelijnspsychologische functie ses- sies aan de verzekeringsinstellingen en met de uitbetaling van de gespecialiseerde verzekeringstegemoetkoming aan de klinisch psychologen/orthopedagogen. De uitbreiding van de terugbetaling van eerstelijns psychologische zorg in het kader tot kinderen en jongeren be- treft de uitvoering van een beslissing van de ambulante geestelijke gezondheidszorg. Dit is aanvullend op het bestaande aanbodFederale regering tijdens de acute fase van de Corona- crisis, en houdt rechtstreeks verband met omwille van de hervormingen in psychosociale impact van de geestelijke gezondheidszorg. Deze investering moet geïntegreerd worden in het ruime reeds bestaande federale en regionale psychosociaal aanbod, waarvoor op 2 december 2020 een akkoord binnen de IMC werd afgeslotenpandemie. In dit akkoord werd overeengekomen dat eerste instantie duurt de investeringen van de federale overheid en de gemeenschappen en de gewesten complementair aan elkaar zijn : “De deelentiteiten engageren zich om hun bijkomende recurrente investeringen niet af te bouwen en de tijdelijke projecten tijdens de COVIDovereen- komst tot 31-crisis aan te houden. Om dubbelfinanciering te vermijden worden obv de quota per netwerk controlemechanismen voorzien. Deze worden bilateraal tussen de federale overheid en de gemeenschappen en gewesten afgesproken12-2020.”. De 32 netwerken geestelijke gezondheidszorg krijgen een coördinerende rol om initiatieven te nemen om dit psychisch zorgaanbod in de eerstelijn, binnen de visie uit het protocolakkoord, te organiseren in een ruimer getrapt organisatiemodel, waarbij: • de zorg is afgestemd op de persoonlijke situatie en mogelijkheden van de patiënt en zijn omgeving (matched care) • de zorg deel uitmaakt van de bredere eerstelijnszorg in het kader van een geïntegreerde multidisciplinaire eerstelijnszorg • de zorg tevens deel uitmaakt van de ruimere geïntegreerde geestelijke gezondheidszorg binnen de netwerken GGZ. • uitgegaan wordt van een visie van “public mental health”. De nadruk ligt op opdrachten gedefinieerd in het protocolakkoord: preventie (met inbegrip van symptoomreductie en voorkomen van herval), vraagverheldering, vroegtijdige en kortdurende veerkracht ondersteunende interventies, diagnostiek, behandeling, rehabilitatie/herstel alsook kennis- en expertisedeling. Met uitzondering van universele preventie (dat tot de bevoegdheid van de deelstaten behoort) en acute en complexe zorgvragen, wordt het beoogde organisatiemodel in deze conventie verder uitgewerkt in de vorm van twee functies: de functie eerstelijnspsychologische zorg en de functie gespecialiseerde psychologische zorg. Het onderscheid tussen deze twee functies is belangrijk voor de organisatie van de zorg binnen de conventie, maar naar de rechthebbende toe dient een geïntegreerd aanbod aan psychologische en andere zorg- en hulpverlening gepresenteerd te worden aangezien integrale en “matched” care het leidinggevende principe dient te zijn. Deze opdracht van de netwerken kadert binnen een context van transitie naar de gestructureerde inbedding, tijdens de looptijd van deze overeenkomst, van de ambulante geestelijke gezondheidszorg in de eerste lijngezondheidszorg. Lokale multidisciplinaire samenwerkingsverbanden brengen alle actoren in de 1e lijn, die werkzaam zijn voor een omschreven territorium bij elkaar, in een grootteorde vanaf ongeveer 75.000 inwoners tot 250.000 inwoners. Zij zijn daartoe erkend of worden aangewezen door de bevoegde deelentiteiten. Deze lokale multidisciplinaire lokale samenwerkingsverbanden worden ter informatie meegedeeld aan de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid 1. Gedurende deze transitiefase zullen actoren actief in de “eerste functie activiteiten inzake preventie, promotie van de ggz, vroegdetectie, screening en diagnosestelling” binnen de netwerken volwassenen of in “het activiteitenprogramma 1: vroegtijdige opsporing en interventie” in de netwerken kinderen en jongeren, met het lokale multidisciplinaire samenwerkingsverband afspraken maken over hoe multidisciplinair en geïntegreerd werken kan gerealiseerd worden vertrekkende vanuit “patient centered and goal oriented care”.
Appears in 2 contracts
Sources: Agreement for Psychological Care Services, Agreement for Psychological Care Services
Inleiding. Op 2 december 2020 werd Lokaal draagvlak is een Protocolakkoord gesloten tussen randvoorwaarde voor het goed en snel kunnen realiseren van projecten voor hernieuwbare energie. In het Klimaatakkoord is daarom de federale regering afspraak gemaakt om participatie een expliciete plek te geven bij de ruimtelijke inpassing en exploitatie van projecten voor hernieuwbare energie, zoals wind- en zonneparken.1 Ook bij de Gewesten totstandkoming en Gemeenschappen uitvoe- ring van de RES (Regionale Energie Strategie) worden afspraken gemaakt over participatie. In de RES kan een gecoördineerde aanpak voor regio haar doelstellingen en uitgangs- punten rond participatie vastleggen. Het is dan aan de versterking deelnemende partijen om dit vervolgens te vertalen naar hun eigen autonome beleidskaders en ruimtelijk beleid.2 Overheden willen participatieafspraken graag verankeren in eigen beleid of regelgeving. Deels is dit al de praktijk. Zowel over proces- participatie (de lokale bevolking laten meedoen in de plan- en besluitvor- mingsprocedures) als over financiële participatie (de lokale bevolking laten investeren in en/of voordeel laten ervaren van de opbrengsten van een project).3 Voor die laatste vorm stelt het psychisch zorgaanbod, Klimaatakkoord in het bijzonder voor kwetsbare doelgroepen die het zwaarst zijn getroffen door de COVID- 19-pandemie. Dit protocol kadert ook in de afspraken in het federaal regeerakkoord waarin onder meer staat dat “de geestelijke gezondheidszorg op een gelijkwaardige manier benaderd wordt inzake toegankelijkheid, kwaliteit, nabijheid en betaalbaarheid als de somatische gezondheidszorg, en er hiertoe wordt ingezet op heel laagdrempelige, ambulante en gemeenschapsgerichte zorg waarbij tot bij de zorgbehoevende zelf wordt gegaan. Daarbij is de terugbetaling van psychologische zorgen door klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen een eerste prioriteit.” Zoals voorzien in het federaal regeerakkoord is het doel van deze overeenkomst het toegankelijker maken van geestelijke gezondheidszorg, dicht bij de leefomgeving gestreefd naar 50% lokaal eigendom van de burger te brengen, in samenwerking met de actoren in de eerste lijn. Binnen de begrotingsdoelstelling van de verplichte verzekering projecten voor geneeskundige verzorging werd hiervoor het reeds beschikbaar budget van 39,3 mio euro vanaf 2021 verhoogd met 112,5 mio euro. Deze overeenkomst bouwt verder op de eerste overeenkomst “eerstelijnspsychologische zorg” waarbij rekening wordt gehouden met tal van bekommernissen en aanbevelingen. Deze overeenkomst is een volgende stap in de ontsluiting van psychologische zorg voor de bevolking en maakt de verdere uitbouw mogelijk van de eerstelijnspsychologische functie en van de gespecialiseerde psychologische zorg hernieuw- bare energie.4 Voor informatie over participatie in het kader van de ambulante geestelijke gezondheidszorgOmgevingswet kunt u terecht op de Inspiratiegids Partici- patie Omgevingswet. Dit is aanvullend opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Deze factsheet heeft als doel om gemeenten, provincies en het Rijk handvatten te bieden om in hun rol als bevoegd gezag te sturen op proces- participatie en financiële participatie bij de realisatie van projecten voor hernieuwbare energie. Participatie kent vele aspecten, de factsheet heeft specifiek een juridische invalshoek. Op basis van de huidige stand van het bestaande aanbod, en houdt rechtstreeks verband recht – met doorkijk naar de hervormingen Omge- vingswet (1 januari 2022) – geeft de factsheet inzicht in de geestelijke gezondheidszorgmogelijkheden van overheden om eisen te stellen aan 1 Klimaatakkoord 2019, p. 164, 219. Deze investering moet geïntegreerd worden in Het Klimaatakkoord is onderdeel van het ruime reeds bestaande federale en regionale psychosociaal aanbod, waarvoor op 2 december 2020 een akkoord binnen de IMC werd afgesloten. In dit akkoord werd overeengekomen dat de investeringen van de federale overheid en de gemeenschappen en de gewesten complementair aan elkaar zijn : “De deelentiteiten engageren zich om hun bijkomende recurrente investeringen niet af te bouwen en de tijdelijke projecten tijdens de COVID-crisis aan te houden. Om dubbelfinanciering te vermijden worden obv de quota per netwerk controlemechanismen voorzien. Deze worden bilateraal tussen de federale overheid en de gemeenschappen en gewesten afgesproken.”klimaatbeleid. De 32 netwerken geestelijke gezondheidszorg krijgen een coördinerende rol om initiatieven te nemen om dit psychisch zorgaanbod in de eerstelijndeelnemende partijen, binnen de visie uit waar- onder het protocolakkoordRijk, te organiseren in een ruimer getrapt organisatiemodel, waarbij: • de zorg is afgestemd op de persoonlijke situatie committeren zich aan deze afspraken en mogelijkheden van de patiënt blijven zelf en zijn omgeving (matched care) • de zorg deel uitmaakt van de bredere eerstelijnszorg in het kader van een geïntegreerde multidisciplinaire eerstelijnszorg • de zorg tevens deel uitmaakt van de ruimere geïntegreerde geestelijke gezondheidszorg binnen de netwerken GGZ. • uitgegaan wordt van een visie van “public mental health”. De nadruk ligt op opdrachten gedefinieerd in het protocolakkoord: preventie (met inbegrip van symptoomreductie en voorkomen van herval), vraagverheldering, vroegtijdige en kortdurende veerkracht ondersteunende interventies, diagnostiek, behandeling, rehabilitatie/herstel alsook kennis- en expertisedeling. Met uitzondering van universele preventie (dat tot de bevoegdheid van de deelstaten behoort) en acute en complexe zorgvragen, wordt het beoogde organisatiemodel in deze conventie verder uitgewerkt in de vorm van twee functies: de functie eerstelijnspsychologische zorg en de functie gespecialiseerde psychologische zorg. Het onderscheid tussen deze twee functies is belangrijk samen verantwoordelijk voor de organisatie van de zorg binnen de conventie, maar naar de rechthebbende toe dient een geïntegreerd aanbod aan psychologische en andere zorg- en hulpverlening gepresenteerd te worden aangezien integrale en “matched” care het leidinggevende principe dient te zijn. Deze opdracht van de netwerken kadert binnen een context van transitie naar de gestructureerde inbedding, tijdens de looptijd van deze overeenkomst, van de ambulante geestelijke gezondheidszorg in de eerste lijngezondheidszorg. Lokale multidisciplinaire samenwerkingsverbanden brengen alle actoren in de 1e lijn, die werkzaam zijn voor een omschreven territorium bij elkaar, in een grootteorde vanaf ongeveer 75.000 inwoners tot 250.000 inwoners. Zij zijn daartoe erkend of worden aangewezen door de bevoegde deelentiteiten. Deze lokale multidisciplinaire lokale samenwerkingsverbanden worden ter informatie meegedeeld aan de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid 1. Gedurende deze transitiefase zullen actoren actief in de “eerste functie activiteiten inzake preventie, promotie van de ggz, vroegdetectie, screening en diagnosestelling” binnen de netwerken volwassenen of in “het activiteitenprogramma 1: vroegtijdige opsporing en interventie” in de netwerken kinderen en jongeren, met het lokale multidisciplinaire samenwerkingsverband afspraken maken over hoe multidisciplinair en geïntegreerd werken kan gerealiseerd worden vertrekkende vanuit “patient centered and goal oriented care”uitvoering ervan.
Appears in 2 contracts
Sources: Oplegger & Factsheet, Oplegger & Factsheet
Inleiding. Op 2 december 2020 werd een Protocolakkoord gesloten tussen de federale regering en de Gewesten en Gemeenschappen over een gecoördineerde aanpak Deze overeenkomst creëert voor de versterking van het psychisch zorgaanbod, in het bijzonder voor kwetsbare doelgroepen die het zwaarst zijn getroffen door de COVID- 19-pandemie. Dit protocol kadert ook eerste maal een verzekeringstegemoetkoming in de afspraken in het federaal regeerakkoord waarin onder meer staat dat “de geestelijke gezondheidszorg op een gelijkwaardige manier benaderd psychologische zorg1 die gerealiseerd wordt inzake toegankelijkheid, kwaliteit, nabijheid en betaalbaarheid als de somatische gezondheidszorg, en er hiertoe wordt ingezet op heel laagdrempelige, ambulante en gemeenschapsgerichte zorg waarbij tot bij de zorgbehoevende zelf wordt gegaan. Daarbij is de terugbetaling van psychologische zorgen door klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen orthopedagogen. Het hiervoor door de Federale Regering vrijgemaakte budget van 22,5 miljoen euro dekt weliswaar slechts een eerste prioriteit.” Zoals voorzien in het federaal regeerakkoord is het doel van deze overeenkomst het toegankelijker maken van geestelijke gezondheidszorg, dicht bij de leefomgeving beperkt deel van de burger te brengen, in samenwerking met de actoren in de eerste lijn. Binnen de begrotingsdoelstelling reële psychologische nood (7 à 9% van de verplichte verzekering totale nood volgens bepaalde berekeningen). Conform de beslissing van de Federale Regering geldt de tegemoetkoming voor geneeskundige verzorging werd hiervoor het reeds beschikbaar budget eerstelijns psychologische sessies die gerealiseerd worden voor volwassenen met vaak voorkomende psychische problemen en die verwezen zijn door hun huisarts of psychiater, met een maximum van 39,3 mio euro vanaf 2021 verhoogd met 112,5 mio euro8 sessies per patiënt per jaar. Deze overeenkomst bouwt verder op de eerste overeenkomst “eerstelijnspsychologische zorg” waarbij rekening wordt gehouden met tal van bekommernissen en aanbevelingen. Deze overeenkomst is een volgende stap in de ontsluiting terugbetaling van psychologische zorg past in de hervorming van de geestelijke gezondheidszorg voor volwassenen in België. In dat kader zijn er de afgelopen jaren reeds een aantal belangrijke mijlpalen gezet in de richting van een gemeenschapsgerichte zorg. De hervorming van de geestelijke gezondheidszorg voor volwassenen heeft als doel om in de verschillende gebieden van het land tot een gemeenschapsgericht zorgaanbod te komen waarin de essentiële functies van de geestelijke gezondheidszorg op geïntegreerde wijze aanwezig zijn. In dat kader zijn er door de afbouw van een deel van het ziekenhuisaanbod mobiele equipes opgericht die ingepast worden binnen de reeds bestaande voorzieningen. Tegelijkertijd wordt de nadruk gelegd op een intensifiëring van de residentiële zorgen. De praktische aanpak van het netwerk wordt afgestemd op de noden van de gebruikers van het zorgaanbod en hun omgeving. De terugbetaling van psychologische zorg die in deze overeenkomst geregeld wordt, is een eerste stap die het bestaand hulp- en zorgaanbod zal aanvullen voor personen met vaak voorkomende psychische problemen zoals problemen op vlak van angst, depressie of alcoholgebruik. Het doel is om dit nieuw aanbod complementair te maken aan het bestaande aanbod en de link te verzekeren met de reeds bestaande vormen van tenlasteneming, onder meer de psychologische zorg die verstrekt wordt door huisartsen en door voorzieningen/diensten onder de bevoegdheid van de Deelentiteiten en door de gespecialiseerde netwerken voor geestelijke gezondheid. Deze visie past in de globale en geïntegreerde aanpak die de filosofie is van de hervorming van de geestelijke gezondheidszorg. In lijn met de hervorming van de geestelijke gezondheidszorg en met het oog op een evenwichtige spreiding van het zorgaanbod over het ganse land en over de maanden van het jaar, heeft de Federale Regering beslist om voor de bevolking terugbetaling van de psychologische zorg te werken via een getrapte organisatie met een centrale rol voor de reeds geïnstalleerde netwerken geestelijke gezondheid. Volgens de beslissing van de Federale Regering verloopt de facturatie van de psychologische sessies via een ziekenhuis van het netwerk. Gegeven het beperkte aanvangsbudget voor deze nieuwe maatregel, wordt ernaar gestreefd om dit budget zo optimaal mogelijk in te zetten door een beperkt aantal sessies per patiënt te vergoeden en maakt door een pro rata verdeling van dit budget over de verdere uitbouw mogelijk netwerken die wetenschappelijk geobjectiveerd is in verhouding tot het inwonersaantal, de prevalentie van psychische aandoeningen en de sociaal-economische status binnen het werkingsgebied. Het netwerk krijgt een belangrijke rol in de globale coördinatie en spreiding van de beschikbare capaciteit van psychologische sessies over het werkingsgebied van het netwerk. Het netwerk zal hiertoe overeenkomsten afsluiten met een aantal klinisch psychologen/orthopedagogen binnen het werkingsgebied. Het zijn deze klinisch psychologen/orthopedagogen die instaan voor de uitvoering van de sessies. Het netwerk ondersteunt de verwijzers en de klinisch psychologen/orthopedagogen door middelen aan te reiken (bijvoorbeeld gevalideerde vragenlijsten) die zij kunnen gebruiken in hun beslissingsproces om te oordelen of een patiënt beantwoordt aan de criteria van de doelgroep. Binnen het netwerk wordt 1 ziekenhuis belast met de facturatie van de eerstelijnspsychologische functie sessies aan de verzekeringsinstellingen en met de uitbetaling van de verzekeringstegemoetkoming aan de klinisch psychologen/orthopedagogen. Het gelimiteerde budget voor deze nieuwe maatregel noodzaakt een beperking van de doelgroep van de terugbetaling (beperking qua leeftijd en qua type problemen) en van het aantal klinisch psychologen/orthopedagogen waarmee het netwerk een overeenkomst kan afsluiten. Ondanks de gespecialiseerde psychologische zorg beperking van de doelgroep is het budget nog niet voldoende om alle patiënten die aan de criteria van de doelgroep voldoen in het kader van de ambulante geestelijke gezondheidszorgdeze overeenkomst te bereiken. Dit is aanvullend op Evenwel betekent dit niet dat hierdoor bepaalde patiënten niet zullen kunnen worden geholpen : het aanbod dat in deze overeenkomst wordt voorzien komt bovenop het bestaande aanbodaanbod (onder meer door huisarts, door zelfhulpmogelijkheden, door psycholoog, door centra geestelijke gezondheidszorg of door artsen-specialisten). Het is noodzakelijk dat de overheid hierover breed en houdt rechtstreeks verband met duidelijk communiceert aan de hervormingen bevolking en de verwijzers. De overeenkomstencommissie betreurt dat de terugbetaling beperkt blijft tot volwassenen, wetende dat de meeste psychische problemen een eerste maal optreden in de geestelijke gezondheidszorglevensfase van 14-23 jaar. Deze investering moet geïntegreerd worden in het ruime reeds bestaande federale en regionale psychosociaal aanbod, waarvoor op 2 december 2020 een akkoord binnen De commissie is ook bezorgd over de IMC werd afgesloten. In dit akkoord werd overeengekomen dat de investeringen mate van aantrekkelijkheid van de federale overheid en overeenkomst voor de gemeenschappen en klinisch psychologen/orthopedagogen. Volgens de gewesten complementair aan elkaar zijn : “De deelentiteiten engageren zich om hun bijkomende recurrente investeringen niet af te bouwen en beslissing van de tijdelijke projecten tijdens de COVID-crisis aan te houden. Om dubbelfinanciering te vermijden worden obv de quota per netwerk controlemechanismen voorzien. Deze worden bilateraal tussen de federale overheid en de gemeenschappen en gewesten afgesproken.”Federale Regering bedraagt het normaal tarief 45€ voor een sessie van 45 minuten. De 32 netwerken geestelijke gezondheidszorg krijgen leden van de overeenkomstencommissie pleiten, bijvoorbeeld naar analogie met het plan internering, voor een coördinerende rol om initiatieven te nemen om dit psychisch zorgaanbod globale aanpak omtrent de inzet van de klinisch psycholoog/orthopedagoog zowel op vlak van organisatie als op budgettair vlak en gespreid in de eerstelijn, binnen tijd. Op het vlak van elektronische gegevensuitwisseling dienen de visie uit het protocolakkoord, nodige stappen ondernomen te organiseren in een ruimer getrapt organisatiemodel, waarbij: • worden zodat de zorg is afgestemd op klinisch psychologen en orthopedagogen zelf de persoonlijke situatie en mogelijkheden verzekerbaarheid van de patiënt en zijn omgeving patiënten kunnen raadplegen (matched care) • de zorg deel uitmaakt van de bredere eerstelijnszorg in het kader van een geïntegreerde multidisciplinaire eerstelijnszorg • de zorg tevens deel uitmaakt van de ruimere geïntegreerde geestelijke gezondheidszorg binnen de netwerken GGZ. • uitgegaan wordt van een visie van “public mental health”. De nadruk ligt op opdrachten gedefinieerd in het protocolakkoord: preventie (met inbegrip van symptoomreductie en voorkomen van hervaltoegang tot MyCareNet), vraagverheldering, vroegtijdige zodat deze therapeuten elektronisch en kortdurende veerkracht ondersteunende interventies, diagnostiek, behandeling, rehabilitatie/herstel alsook kennis- en expertisedeling. Met uitzondering op een beveiligde manier kunnen communiceren (gebruik van universele preventie (dat tot de bevoegdheid van de deelstaten behoorteHealthbox) en acute zodat de naleving van bepaalde quota onmiddellijk en complexe zorgvragen, wordt het beoogde organisatiemodel in deze conventie verder uitgewerkt in de vorm van twee functies: de functie eerstelijnspsychologische zorg en de functie gespecialiseerde psychologische zorg. Het onderscheid tussen deze twee functies is belangrijk voor de organisatie van de zorg binnen de conventie, maar naar de rechthebbende toe dient een geïntegreerd aanbod aan psychologische en andere zorg- en hulpverlening gepresenteerd te worden aangezien integrale en “matched” care het leidinggevende principe dient te zijn. Deze opdracht van de netwerken kadert binnen een context van transitie naar de gestructureerde inbedding, tijdens de looptijd van deze overeenkomst, van de ambulante geestelijke gezondheidszorg in de eerste lijngezondheidszorg. Lokale multidisciplinaire samenwerkingsverbanden brengen alle actoren in de 1e lijn, die werkzaam zijn voor een omschreven territorium bij elkaar, in een grootteorde vanaf ongeveer 75.000 inwoners tot 250.000 inwoners. Zij zijn daartoe erkend of worden aangewezen door de bevoegde deelentiteiten. Deze lokale multidisciplinaire lokale samenwerkingsverbanden worden ter informatie meegedeeld aan de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid 1. Gedurende deze transitiefase zullen actoren actief in de “eerste functie activiteiten inzake preventie, promotie van de ggz, vroegdetectie, screening en diagnosestelling” binnen de netwerken volwassenen of in “het activiteitenprogramma 1: vroegtijdige opsporing en interventie” in de netwerken kinderen en jongeren, met het lokale multidisciplinaire samenwerkingsverband afspraken maken over hoe multidisciplinair en geïntegreerd werken correct beoordeeld kan gerealiseerd worden vertrekkende vanuit “patient centered and goal oriented care”worden.
Appears in 2 contracts
Sources: Overeenkomst Voor Eerstelijns Psychologische Zorg, Overeenkomst Voor Eerstelijns Psychologische Zorg
Inleiding. Op 2 december 2020 werd een Protocolakkoord gesloten tussen de federale regering en de Gewesten en Gemeenschappen over een gecoördineerde aanpak voor de versterking van het psychisch zorgaanbod, in het bijzonder voor kwetsbare doelgroepen die het zwaarst zijn getroffen door de COVID- 19-pandemie. Dit protocol kadert ook in de afspraken in het federaal regeerakkoord waarin onder meer staat dat “de geestelijke gezondheidszorg op een gelijkwaardige manier benaderd wordt inzake toegankelijkheid, kwaliteit, nabijheid en betaalbaarheid als de somatische gezondheidszorg, en er hiertoe wordt ingezet op heel laagdrempelige, ambulante en gemeenschapsgerichte zorg waarbij tot bij de zorgbehoevende zelf wordt gegaan. Daarbij is de terugbetaling van psychologische zorgen door klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen een eerste prioriteit.” ”. Zoals voorzien in het federaal regeerakkoord is het doel van deze overeenkomst het toegankelijker maken van geestelijke gezondheidszorg, dicht bij de leefomgeving van de burger te brengen, en in samenwerking met de actoren in de eerste lijn. Binnen de begrotingsdoelstelling van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging werd hiervoor het reeds beschikbaar budget van 39,3 mio euro vanaf 2021 verhoogd met 112,5 mio euro. Deze overeenkomst bouwt verder op de eerste voorgaande overeenkomst “eerstelijnspsychologische zorg” betreffende de financiering van de psychologische functies in de eerste lijn via netwerken en lokale multidisciplinaire samenwerkingsverbanden”, waarbij rekening wordt gehouden met tal van bekommernissen aanbevelingen uit het EPCAP 2.0- onderzoek en aanbevelingende bekommernissen, aangedragen door de diverse partners op het terrein. Deze overeenkomst is een volgende stap in het toegankelijker maken van interventies, die het verhogen van de ontsluiting van psychologische zorg voor veerkracht bij de bevolking beogen en maakt de verdere uitbouw mogelijk maken van de eerstelijnspsychologische functie en van de gespecialiseerde psychologische zorg functie eerstelijnspsychologische behandeling van lichte tot matige problemen in het kader van de ambulante geestelijke gezondheidszorg. Dit is aanvullend op het bestaande aanbod, en houdt rechtstreeks verband met de hervormingen in de geestelijke gezondheidszorg. Deze investering moet geïntegreerd worden in het ruime reeds bestaande federale en regionale psychosociaal psychosociale aanbod, waarvoor op 2 december 2020 een akkoord binnen de IMC Interministeriële conferentie werd afgesloten. In dit akkoord werd overeengekomen dat de investeringen van de federale overheid en de gemeenschappen en de gewesten complementair aan elkaar zijn zijn: “De deelentiteiten engageren zich om hun bijkomende recurrente investeringen niet af te bouwen en de tijdelijke projecten tijdens de COVID-crisis aan te houden. Om dubbelfinanciering te vermijden worden obv o.b.v. de quota per netwerk controlemechanismen voorzien. Deze worden bilateraal tussen de federale overheid en de gemeenschappen en gewesten afgesproken.”. De ” In het kader van de overeenkomst die ze met het Riziv hebben afgesloten, behouden de 32 netwerken geestelijke gezondheidszorg krijgen een coördinerende rol om initiatieven te nemen om dit psychisch zorgaanbod in de eerstelijneerste lijn, binnen de visie uit het protocolakkoord, te organiseren in binnen een ruimer getrapt organisatiemodel, waarbij: • de zorg is afgestemd op de persoonlijke situatie en mogelijkheden van de patiënt en zijn omgeving (matched care) • ); de zorg deel uitmaakt van de bredere eerstelijnszorg in het kader van een geïntegreerde multidisciplinaire eerstelijnszorg • eerstelijnszorg; de zorg tevens deel uitmaakt van de ruimere geïntegreerde geestelijke gezondheidszorg binnen de netwerken GGZ. • ; uitgegaan wordt van een visie van “public mental health”. De nadruk ligt op de opdrachten die zijn gedefinieerd in het protocolakkoord: preventie (met inbegrip van symptoomreductie en voorkomen van herval), vraagverhelderingvraagverheldering en assessment, vroegtijdige en kortdurende veerkracht ondersteunende veerkrachtondersteunende interventies, diagnostiek, behandeling, rehabilitatie/herstel alsook kortdurende behandeling van lichte tot matige problemen. De nadruk ligt ook op kennis- en expertisedelingexpertisedeling met zorg- en hulpverleners in de eerste lijn en de bevordering van het vindplaatsgericht werken. Met uitzondering van universele preventie (dat tot de bevoegdheid van de deelstaten behoort) en acute en complexe zorgvragen, wordt het beoogde organisatiemodel in deze conventie overeenkomst verder uitgewerkt in de vorm van twee drie functies: de functie gemeenschapsgerichte psychologische zorg in de eerste lijn, de functie eerstelijnspsychologische zorg ondersteuning en de functie gespecialiseerde psychologische zorgeerstelijnspsychologische behandeling van lichte tot matige problemen. Het onderscheid tussen deze twee drie functies is belangrijk voor de organisatie van de zorg binnen de conventieovereenkomst, maar naar de rechthebbende toe dient een geïntegreerd aanbod aan psychologische en andere zorg- en hulpverlening gepresenteerd te worden aangezien integrale en afgestemde (“matched” care ”) zorg het leidinggevende leidende principe dient te zijn. Deze opdracht De nadruk ligt ook op de verdere groei en uitrol van de netwerken kadert binnen een context GGZ-hervormingen die werden opgestart, waarbij in 2024 prioriteit wordt gemaakt van transitie naar het verder stimuleren van innovatieve praktijken in de gestructureerde inbedding, tijdens de looptijd van deze overeenkomst, van de ambulante geestelijke gezondheidszorg psychologische zorg in de eerste lijngezondheidszorglijn zoals het vindplaatsgericht werken en groepssessies. Lokale Hierdoor kunnen nog meer rechthebbenden toegang krijgen tot laagdrempelige geestelijke gezondheidszorg. Verwacht wordt dat alle relevante actoren, die binnen het netwerk GGZ betrokken zijn bij de uitvoering van de drie functies, samenwerken om deze te integreren in het totale zorg- en welzijnslandschap, zowel op macro- (overheden), op meso- (netwerken geestelijke gezondheidszorg en lokale multidisciplinaire samenwerkingsverbanden brengen alle actoren samenwerkingsverbanden) als op microniveau (multidisciplinair organisatiemodel in de 1e lijnbuurt/wijk). Deze overeenkomst heeft daarbij een vijfvoudige doelstelling (5AIM) voor ogen: de verbetering van de gezondheid door betere mentale gezondheidsuitkomsten, bevordering van gezondheidsvaardigheden, versterking van de veerkracht, betere en snellere detectie van psychische problemen, toeleiding naar en beschikbaarheid en toegankelijkheid van gepaste zorg, en dit vooral via vindplaatsgericht werken. de verhoging van de kwaliteitservaring van de zorg via resultaatgerichte monitoring en meting. Zowel de ervaring van kwalitatieve zorg door de patiënt en zijn omgeving als de toepassing van evidence based practice worden hier beoogd. het inzetten op betere werkomstandigheden voor mensen in de zorgsector, inclusief ondersteuning en vorming voor zorgverleners. een efficiënte inzet van budget door middelen in te zetten die werkzaam meerwaarde creëren, onder meer door het aanbieden van verschillende zorgmodaliteiten en de inzet van andere hulpverleners voor opdrachten gemeenschapsgerichte interventies, eerstelijnspsychologische ondersteuning en eerstelijnspsychologische behandeling. Er wordt uitgegaan van een risicostratificatie om ervoor te zorgen dat de inzet van de middelen afgestemd is op de intensiteit van de psychische nood/behoefte binnen het werkingsgebied van het netwerk. sociale rechtvaardigheid en inclusie – opdat hetzelfde resultaat bij iedereen wordt bereikt, is het nodig om voor de meest kwetsbare doelgroepen extra inspanningen te leveren. Er wordt ingezet op communicatie en sensibilisering en er worden samenwerkingsafspraken opgesteld tussen de actoren en structuren in zorg en welzijn. Het netwerk zal de mate waarin deze doelstellingen worden gerealiseerd monitoren en auto-evalueren. In lijn met het public mental health perspectief en de beperkte middelen wordt, vanuit onder meer wetenschappelijke inzichten, de praktische haalbaarheid en zorgindicatie van de rechthebbende en zijn voor context, ingezet op het verder ontwikkelen van een omschreven territorium bij elkaargroepsaanbod, op vindplaatsgericht werken en op een aanbod van vroeginterventie en vroegdetectie. De rechthebbende zal afgestemde zorg op maat krijgen op basis van een geïntegreerd en multidisciplinair zorgaanbod. De hulpvraag wordt in een grootteorde vanaf ongeveer 75.000 inwoners tot 250.000 inwonerseerste contact/aanmelding (zonder aanrekening van remgeld, eens per referentieperiode van 12 maanden) verhelderd, waarna de rechthebbende (indien nodig) georiënteerd wordt naar de meest gepaste zorg. Zij De functie gemeenschapsgerichte interventies wordt via vindplaatsgericht werken georganiseerd, met als doel de stap naar zorg zo klein mogelijk te maken. De netwerken geestelijke gezondheidszorg hebben een opdracht in het optimaliseren van zorgtrajecten naar en tussen de verschillende functies binnen dit aanbod. De processen van doorverwijzing, overleg en informatie-uitwisseling worden ondersteund door een functioneel bilan1 en/of een zorg- en ondersteuningsplan. In het kader van deze overeenkomst wordt van de zorgverlener die deze overeenkomst afsluit verwacht dat hij over de hele lijn een evidence based practice (EBP) houding hanteert voor de verschillende functies die onder de overeenkomst vallen. EBP is een benadering die de zorgverleners aanbeveelt om rekening te houden met vier pijlers bij het nemen van klinische beslissingen, om zo de effectiviteit van de zorg te verbeteren. Volgens deze benadering is het noodzakelijk om met volgende aspecten rekening te houden: Met de expertise en de kennis die professionals hebben opgedaan tijdens hun opleiding en eerdere klinische ervaring. Met de kenmerken, waarden en voorkeuren van de patiënt door hem te betrekken bij zijn daartoe erkend of worden aangewezen zorg door de bevoegde deelentiteitenmiddel van gedeelde besluitvorming. Deze lokale multidisciplinaire lokale samenwerkingsverbanden worden ter informatie meegedeeld aan de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid 1. Gedurende deze transitiefase zullen actoren actief Met wetenschappelijk bewijs, door interventies en klinische keuzes te baseren op het beste beschikbare bewijs in de “eerste functie activiteiten inzake preventiewetenschappelijke literatuur. Met de organisatorische en omgevingscontext waarin de zorg wordt verleend. Hierbij houdt de zorgverlener eveneens rekening met de visie zoals bedoeld in deze overeenkomst. Om de opdrachten van die netwerken geestelijke gezondheidszorg te ondersteunen, promotie en ook ter ondersteuning van elke psycholoog/orthopedagoog die deze overeenkomst afsluit, engageert de federale overheid zich om een aanbod te voorzien dat complementair is aan het aanbod van de ggz, vroegdetectie, screening en diagnosestelling” binnen de netwerken volwassenen of in “het activiteitenprogramma 1: vroegtijdige opsporing en interventie” deelstaten. Dat doet ze in de vorm van wetenschappelijk onderzoek (evaluatie van de overeenkomst), communicatie, vormingsmodules, het beschikbaar maken van evidence based practice richtlijnen, richtlijnen voor e/m-health, een multidisciplinair elektronisch samenwerkingsplatform zoals voorzien in de roadmap eGezondheid (4.2), onderzoek naar de mogelijkheid tot ondersteuning vanuit BelRAI voor de opmaak van een multidisciplinair zorgplan waarin psychologische zorg wordt voorzien, het beschikbaar stellen van een dashboard in de toepassing van de vzw IM en de financiering van stagemeesters. Binnen een generiek kader dat geldt voor alle zorgverstrekkers zal ook een debat gevoerd worden over een praktijkpremie voor psychologen/orthopedagogen om, volgens nader te bepalen modaliteiten, een aantal doelstellingen te bereiken. Om de toegankelijkheid van de rechthebbenden tot psychologische zorg bijkomend te verhogen, stelt het Riziv een webtoepassing ter beschikking waarin elke rechthebbende of verwijzende zorgverstrekker op basis van een postcode een link krijgt naar de webpagina’s van het netwerk/de naburige netwerken kinderen en jongeren, waarop de contactgegevens staan van de psychologen/orthopedagogen die een overeenkomst sloten met het lokale multidisciplinaire samenwerkingsverband afspraken maken over hoe multidisciplinair en geïntegreerd werken kan gerealiseerd worden vertrekkende vanuit “patient centered and goal oriented care”netwerk.
Appears in 2 contracts
Sources: Financieringsovereenkomst, Financieringsovereenkomst
Inleiding. Op 2 december 2020 werd een Protocolakkoord gesloten tussen de federale regering en de Gewesten en Gemeenschappen over een gecoördineerde aanpak voor de versterking van het psychisch zorgaanbod, in het bijzonder voor kwetsbare doelgroepen die het zwaarst zijn getroffen door de COVID- 19COVID-19-pandemie. Dit protocol kadert ook in de afspraken in het federaal regeerakkoord waarin onder meer staat dat “de geestelijke gezondheidszorg op een gelijkwaardige manier benaderd wordt inzake toegankelijkheid, kwaliteit, nabijheid en betaalbaarheid als de somatische gezondheidszorg, en er hiertoe wordt ingezet op heel laagdrempelige, ambulante en gemeenschapsgerichte zorg waarbij tot bij de zorgbehoevende zelf wordt gegaan. Daarbij is de terugbetaling van psychologische zorgen door klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen een eerste prioriteit.” Zoals voorzien in het federaal regeerakkoord is het doel van deze overeenkomst het toegankelijker maken van geestelijke gezondheidszorg, dicht bij de leefomgeving van de burger te brengen, in samenwerking met de actoren in de eerste lijn. Binnen de begrotingsdoelstelling Deze visie gaat gepaard met een verhoging van de verplichte verzekering het budget voor geneeskundige verzorging werd hiervoor psychologische gezondheidszorg en het reeds beschikbaar budget ontwerp van 39,3 mio euro vanaf een nieuw overeenkomst dat op 26 juli 2021 verhoogd met 112,5 mio euro. Deze overeenkomst bouwt verder op de eerste overeenkomst “eerstelijnspsychologische zorg” waarbij rekening wordt gehouden met tal door het Verzekeringscomité van bekommernissen en aanbevelingenhet RIZIV is goedgekeurd. Deze overeenkomst is een volgende stap in de ontsluiting van psychologische zorg voor de bevolking en maakt de verdere uitbouw mogelijk van de eerstelijnspsychologische functie en van de gespecialiseerde psychologische zorg in het kader van de ambulante geestelijke gezondheidszorg. Dit is aanvullend op het bestaande aanbod, en houdt rechtstreeks verband met de hervormingen in de geestelijke gezondheidszorg. Deze investering moet geïntegreerd worden in het ruime reeds bestaande federale en regionale psychosociaal aanbodIn deze context, waarvoor op 2 december 2020 een akkoord binnen krijgen de IMC werd afgesloten. In dit akkoord werd overeengekomen dat de investeringen van de federale overheid en de gemeenschappen en de gewesten complementair aan elkaar zijn : “De deelentiteiten engageren zich om hun bijkomende recurrente investeringen niet af te bouwen en de tijdelijke projecten tijdens de COVID-crisis aan te houden. Om dubbelfinanciering te vermijden worden obv de quota per netwerk controlemechanismen voorzien. Deze worden bilateraal tussen de federale overheid en de gemeenschappen en gewesten afgesproken.”. De 32 netwerken geestelijke gezondheidszorg krijgen een coördinerende rol om initiatieven te nemen om dit psychisch zorgaanbod in de eerstelijn, binnen de visie uit het protocolakkoord, eerstelijn te organiseren in een ruimer getrapt organisatiemodel, waarbij: • ▪ de zorg is afgestemd op de persoonlijke situatie en mogelijkheden van de patiënt en zijn omgeving (matched care) • ▪ de zorg deel uitmaakt van de bredere eerstelijnszorg in het kader van een geïntegreerde multidisciplinaire eerstelijnszorg • ▪ de zorg tevens deel uitmaakt van de ruimere geïntegreerde geestelijke gezondheidszorg binnen de netwerken GGZ. • en uitgegaan wordt van een visie van “public mental health”. De nadruk ligt op opdrachten gedefinieerd in het protocolakkoord: preventie (met inbegrip van symptoomreductie en voorkomen van herval), vraagverheldering, vroegtijdige en kortdurende veerkracht ondersteunende interventies, diagnostiek, behandeling, rehabilitatie/herstel alsook kennis- en expertisedeling. Met uitzondering van universele preventie (dat tot de bevoegdheid van de deelstaten behoort) en acute en complexe zorgvragen, wordt het beoogde organisatiemodel in deze conventie verder uitgewerkt in de vorm van twee functies: de functie eerstelijnspsychologische zorg en de functie gespecialiseerde psychologische zorg. Het onderscheid tussen deze twee functies is belangrijk voor de organisatie van de zorg binnen de conventiezorg, maar naar de rechthebbende toe dient een geïntegreerd aanbod aan psychologische en andere zorg- en hulpverlening gepresenteerd te worden aangezien integrale en “matched” care het leidinggevende principe dient te zijn. Deze opdracht De rechthebbende zal dus afgestemde zorg op maat krijgen op basis van een geïntegreerd en multidisciplinair zorgaanbod. De hulpvraag wordt in een eerste contact/aanmelding (zonder aanrekening van remgeld) verhelderd en (indien nodig) georiënteerd naar de juiste zorg. De opdrachten gegroepeerd onder de functie eerstelijnspsychologische zorg worden laagdrempelig georganiseerd op de leef- en werkomgeving van de netwerken persoon. Indien meer gespecialiseerde zorg aangewezen is, wordt de rechthebbende, aangemeld bij het netwerk van gespecialiseerde psychologische zorg. Ook patiënten met een gestabiliseerde chronische psychiatrische problematiek kunnen voor vervolgzorg worden aangemeld (geïntegreerd circulair zorgmodel). De processen van aanmelding, overleg en informatie-uitwisseling worden ondersteund door een functioneel bilan1. In lijn met het public mental health perspectief en de beperkte middelen wordt vanuit onder meer wetenschappelijke inzichten, de praktische haalbaarheid en zorgindicatie van de rechthebbende en zijn context, ingezet op het verder ontwikkelen van een groepsaanbod en een aanbod van vroeginterventie en vroegdetectie en bijzondere aandacht voor kwetsbare groepen. Deze aanpak kadert binnen een context van transitie naar de gestructureerde inbedding, tijdens de looptijd van deze overeenkomst, inbedding van de ambulante geestelijke gezondheidszorg in de eerste lijngezondheidszorg. Lokale lijn gezondheidszorg en in lokale multidisciplinaire samenwerkingsverbanden brengen die alle actoren in de 1e lijn, eerste lijn die werkzaam zijn voor een omschreven territorium bij elkaar, in een grootteorde vanaf ongeveer 75.000 inwoners tot 250.000 inwoners. Zij zijn samen brengen en die daartoe erkend of aangewezen worden aangewezen door de bevoegde deelentiteiten. Deze Verwacht wordt dat alle relevante actoren die binnen het netwerk GG betrokken zijn bij de uitvoering van de twee functies samen werken om deze te integreren in het totale zorg- en welzijnslandschap zowel op macro (overheden), meso (netwerken GGZ en lokale multidisciplinaire lokale samenwerkingsverbanden worden ter informatie meegedeeld aan de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid 1. Gedurende deze transitiefase zullen actoren actief samenwerkingsverbanden) als op microniveau (multidisciplinaire organisatiemodel in de “eerste functie activiteiten inzake preventiebuurt/wijk). Van hen wordt ook verwacht dat zij de viervoudige doelstelling (4AIM) zouden nastreven die is voorzien in de overeenkomst die op 26 juli 2021 werd goedgekeurd door het Verzekeringscomité: ▪ ten eerste, promotie de verbetering van de ggzgezondheid door betere mentale gezondheidsuitkomsten, vroegdetectiebevordering van gezondheidsvaardigheden, screening versterking van de veerkracht, betere en diagnosestelling” binnen snellere detectie van psychische problemen, toeleiding naar en beschikbaarheid en toegankelijkheid van gepaste zorg; ▪ ten tweede, de netwerken volwassenen of in “verhoging van de kwaliteitservaring van de zorg via resultaatgerichte monitoring en meting. Zowel van de ervaren kwaliteit van de zorg door de patiënt en zijn omgeving alsook door toepassing van evidence, practice en experience based richtlijnen; ▪ ten derde, het activiteitenprogramma 1: vroegtijdige opsporing en interventie” inzetten op betere werkomstandigheden voor mensen in de netwerken kinderen zorgsector inclusief ondersteuning en jongeren, met vorming voor zorgverleners; ▪ ten vierde wordt het lokale multidisciplinaire samenwerkingsverband afspraken maken over hoe multidisciplinair budget efficiënt ingezet door middelen in te zetten die meerwaarde creëren onder meer door het aanbieden van verschillende zorgmodaliteiten en geïntegreerd werken kan gerealiseerd worden vertrekkende vanuit “patient centered and goal oriented care”inzet van andere hulpverleners voor opdrachten eerstelijnspsychologische zorg en gespecialiseerde psychologische zorg.
Appears in 2 contracts
Sources: Financieringsovereenkomst, Financieringsovereenkomst
Inleiding. Op 2 december 2020 werd een Protocolakkoord gesloten tussen de federale regering en de Gewesten en Gemeenschappen over een gecoördineerde aanpak voor de versterking van het psychisch zorgaanbod, in het bijzonder voor kwetsbare doelgroepen die het zwaarst zijn getroffen door de COVID- 19COVID-19-pandemie. Dit protocol kadert ook in de afspraken in het federaal regeerakkoord waarin onder meer staat dat “de geestelijke gezondheidszorg op een gelijkwaardige manier benaderd wordt inzake toegankelijkheid, kwaliteit, nabijheid en betaalbaarheid als de somatische gezondheidszorg, en er hiertoe wordt ingezet op heel laagdrempelige, ambulante en gemeenschapsgerichte zorg waarbij tot bij de zorgbehoevende zelf wordt gegaan. Daarbij is de terugbetaling van psychologische zorgen door klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen een eerste prioriteit.” Zoals voorzien in het federaal regeerakkoord is het doel van deze overeenkomst het toegankelijker maken van geestelijke gezondheidszorg, dicht bij de leefomgeving van de burger te brengen, in samenwerking met de actoren in de eerste lijn. Binnen de begrotingsdoelstelling Deze visie gaat gepaard met een verhoging van de verplichte verzekering het budget voor geneeskundige verzorging werd hiervoor psychologische gezondheidszorg en het reeds beschikbaar budget ontwerp van 39,3 mio euro vanaf een nieuw overeenkomst dat op 26 juli 2021 verhoogd met 112,5 mio euro. Deze overeenkomst bouwt verder op de eerste overeenkomst “eerstelijnspsychologische zorg” waarbij rekening wordt gehouden met tal door het Verzekeringscomité van bekommernissen en aanbevelingenhet RIZIV is goedgekeurd. Deze overeenkomst is een volgende stap in de ontsluiting van psychologische zorg voor de bevolking en maakt de verdere uitbouw mogelijk van de eerstelijnspsychologische functie en van de gespecialiseerde psychologische zorg in het kader van de ambulante geestelijke gezondheidszorg. Dit is aanvullend op het bestaande aanbod, en houdt rechtstreeks verband met de hervormingen in de geestelijke gezondheidszorg. Deze investering moet geïntegreerd worden in het ruime reeds bestaande federale en regionale psychosociaal aanbodIn deze context, waarvoor op 2 december 2020 een akkoord binnen krijgen de IMC werd afgesloten. In dit akkoord werd overeengekomen dat de investeringen van de federale overheid en de gemeenschappen en de gewesten complementair aan elkaar zijn : “De deelentiteiten engageren zich om hun bijkomende recurrente investeringen niet af te bouwen en de tijdelijke projecten tijdens de COVID-crisis aan te houden. Om dubbelfinanciering te vermijden worden obv de quota per netwerk controlemechanismen voorzien. Deze worden bilateraal tussen de federale overheid en de gemeenschappen en gewesten afgesproken.”. De 32 netwerken geestelijke gezondheidszorg krijgen een coördinerende rol om initiatieven te nemen om dit psychisch zorgaanbod in de eerstelijn, binnen de visie uit het protocolakkoord, eerstelijn te organiseren in een ruimer getrapt organisatiemodel, waarbij: • ▪ de zorg is afgestemd op de persoonlijke situatie en mogelijkheden van de patiënt en zijn omgeving (matched care) • ▪ de zorg deel uitmaakt van de bredere eerstelijnszorg in het kader van een geïntegreerde multidisciplinaire eerstelijnszorg • ▪ de zorg tevens deel uitmaakt van de ruimere geïntegreerde geestelijke gezondheidszorg binnen de netwerken GGZ. • en uitgegaan wordt van een visie van “public mental health”. De nadruk ligt op opdrachten gedefinieerd in het protocolakkoord: preventie (met inbegrip van symptoomreductie en voorkomen van herval), vraagverheldering, vroegtijdige en kortdurende veerkracht ondersteunende interventies, diagnostiek, behandeling, rehabilitatie/herstel alsook kennis- en expertisedeling. Met uitzondering van universele preventie (dat tot de bevoegdheid van de deelstaten behoort) en acute en complexe zorgvragen, wordt het beoogde organisatiemodel in deze conventie verder uitgewerkt in de vorm van twee functies: de functie eerstelijnspsychologische zorg en de functie gespecialiseerde psychologische zorg. Het onderscheid tussen deze twee functies is belangrijk voor de organisatie van de zorg binnen de conventiezorg, maar naar de rechthebbende toe dient een geïntegreerd aanbod aan psychologische en andere zorg- en hulpverlening gepresenteerd te worden aangezien integrale en “matched” care het leidinggevende principe dient te zijn. Deze opdracht De rechthebbende zal dus afgestemde zorg op maat krijgen op basis van een geïntegreerd en multidisciplinair zorgaanbod. De hulpvraag wordt in een eerste contact/aanmelding (zonder aanrekening van remgeld) verhelderd en (indien nodig) georiënteerd naar de juiste zorg. De opdrachten gegroepeerd onder de functie eerstelijnspsychologische zorg worden laagdrempelig georganiseerd op de leef- en werkomgeving van de netwerken persoon. Indien meer gespecialiseerde zorg aangewezen is, wordt de rechthebbende, aangemeld bij het netwerk van gespecialiseerde psychologische zorg. Ook patiënten met een gestabiliseerde chronische psychiatrische problematiek kunnen voor vervolgzorg worden aangemeld (geïntegreerd circulair zorgmodel). De processen van aanmelding, overleg en informatie-uitwisseling worden ondersteund door een functioneel bilan2. In lijn met het public mental health perspectief en de beperkte middelen wordt vanuit onder meer wetenschappelijke inzichten, de praktische haalbaarheid en zorgindicatie van de rechthebbende en zijn context, ingezet op het verder ontwikkelen van een groepsaanbod en een aanbod van vroeginterventie en vroegdetectie en bijzondere aandacht voor kwetsbare groepen. Deze aanpak kadert binnen een context van transitie naar de gestructureerde inbedding, tijdens de looptijd van deze overeenkomst, inbedding van de ambulante geestelijke gezondheidszorg in de eerste lijngezondheidszorg. Lokale lijn gezondheidszorg en in lokale multidisciplinaire samenwerkingsverbanden brengen die alle actoren in de 1e lijn, eerste lijn die werkzaam zijn voor een omschreven territorium bij elkaar, in een grootteorde vanaf ongeveer 75.000 inwoners tot 250.000 inwoners. Zij zijn samen brengen en die daartoe erkend of aangewezen worden aangewezen door de bevoegde deelentiteiten. Deze Verwacht wordt dat alle relevante actoren die binnen het netwerk GG betrokken zijn bij de uitvoering van de twee functies samen werken om deze te integreren in het totale zorg- en welzijnslandschap zowel op macro (overheden), meso (netwerken GGZ en lokale multidisciplinaire lokale samenwerkingsverbanden worden ter informatie meegedeeld aan de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid 1. Gedurende deze transitiefase zullen actoren actief samenwerkingsverbanden) als op microniveau (multidisciplinaire organisatiemodel in de “eerste functie activiteiten inzake preventiebuurt/wijk). Van hen wordt ook verwacht dat zij de viervoudige doelstelling (4AIM) zouden nastreven die is voorzien in de overeenkomst die op 26 juli 2021 werd goedgekeurd door het Verzekeringscomité: ▪ ten eerste, promotie de verbetering van de ggzgezondheid door betere mentale gezondheidsuitkomsten, vroegdetectiebevordering van gezondheidsvaardigheden, screening versterking van de veerkracht, betere en diagnosestelling” binnen snellere detectie van psychische problemen, toeleiding naar en beschikbaarheid en toegankelijkheid van gepaste zorg; ▪ ten tweede, de verhoging van de kwaliteitservaring van de zorg via resultaatgerichte monitoring en meting. Zowel van de ervaren kwaliteit van de zorg door de patiënt en zijn omgeving alsook door toepassing van evidence, practice en experience based richtlijnen; 2 Functioneel bilan wordt volgens het KCE gezien als een instrument dat de functionele status beschrijft van de rechthebbende en zijn context, inclusief het probleem en de capaciteiten van de persoon en zijn context (medisch, psychologisch, sociaal, lopende behandeling, antecedenten, enz.). Op basis van het functioneel bilan kan je inschatten welke zorg of ondersteuning nodig is (met inbegrip van de reeds gevolgde interventies), een zorg- of behandelingsplan opmaken, en een schatting maken van de duur van de nodige interventie. 3 ▪ ten derde, het inzetten op betere werkomstandigheden voor mensen in de zorgsector inclusief ondersteuning en vorming voor zorgverleners; ▪ ten vierde wordt het budget efficiënt ingezet door middelen in te zetten die meerwaarde creëren onder meer door het aanbieden van verschillende zorgmodaliteiten en inzet van andere hulpverleners voor opdrachten eerstelijnspsychologische zorg en gespecialiseerde psychologische zorg. Er wordt ingezet op communicatie en sensibilisering door de netwerken volwassenen of met de actoren en structuren in “zorg en welzijn. Het netwerk zal de mate waarin deze doelstellingen worden gerealiseerd monitoren en auto-evalueren. Om de opdrachten van die netwerken GGZ en de gemaakte afspraken met de lokale multidisciplinaire samenwerkingsverbanden te ondersteunen, engageert de federale overheid zich onder de vorm van coaching, faciliteren van intervisie/supervisie momenten, vormingsmodules, het activiteitenprogramma 1: vroegtijdige opsporing beschikbaar maken van evidence, practice en interventie” experienced based richtlijnen, richtlijnen tot e/mhealth (een portaalsite met tools ter ondersteuning van zelfzorg en zorgaanbod) en een gedeeld multidisciplinair patiëntendossier zoals voorzien in de netwerken kinderen en jongerenroadmap eGezondheid. Een praktijkpremie zal onder meer voorzien worden voor vrij gevestigde praktijken van klinisch psychologen/orthopedagogen, volgens nader te bepalen modaliteiten met het lokale multidisciplinaire samenwerkingsverband afspraken maken over hoe multidisciplinair doel om de communicatie te faciliteren via het gebruik van informatica, hard- of software. Tussen het Verzekeringscomité en geïntegreerd werken kan gerealiseerd worden vertrekkende vanuit “patient centered and goal oriented care”de netwerken GGZ werd hiertoe een overeenkomst gesloten, waarvan de gecoördineerde tekst is terug te vinden op de website van het Riziv. In die overeenkomst is een begeleidingscomité samengesteld dat onder meer als opdracht heeft om de uitvoering van die overeenkomst te evalueren.
Appears in 2 contracts
Sources: Financieringsovereenkomst, Financieringsovereenkomst
Inleiding. Op 2 december 2020 werd 8 november 2023 heeft de IMC Volksgezondheid een Protocolakkoord protocolakkoord goedgekeurd over het Interfederaal plan voor geïntegreerde zorg. Met dit plan willen de verschillende ministers van Volksgezondheid en Welzijn een duurzaam en beter gecoördineerd beleid creëren voor de implementatie van geïntegreerde zorg in ons land. Samenwerking op verschillende niveaus is de basis om geïntegreerde zorg te realiseren. Het plan is op 13 november 2023 voorgelegd aan het Verzekeringscomité (CGV nota 2023/316). Het protocolakkoord beoogt onder meer de gezamenlijke opbouw en uitvoering van een aantal programma's voor geïntegreerde zorg waarvoor er, met het oog op de organisatie en cofinanciering ervan, overeenkomsten kunnen worden gesloten met het Verzekeringscomité. De federale overheid en de deelstaten zorgen, in overleg met de betrokken stakeholders, voor een efficiënte, gecoördineerde en effectieve inzet van middelen die de geïntegreerde zorg en ondersteuning versterken, op basis van een meer gecoördineerde aanpak en via financieringsvormen die geïntegreerde zorg en welzijn aanmoedigen. Elke overheid draagt bij en elke overheid zet de nodige middelen in vanuit haar eigen bevoegdheden. Om dit plan uit te voeren, wordt cofinanciering overeengekomen tussen de federale regering overheid en elke deelstaat. De cofinanciering bestaat uit twee delen: - Deel 1: verstrekkingen en andere opdrachten van gecoördineerde zorg op het microniveau, conform de afgesproken asymmetrie. - Deel 2: opdrachten op het mesoniveau, conform de afgesproken asymmetrie, om de handelingen/ verstrekkingen van zorg- en welzijnsprofessionals in kader van gecoördineerde zorg (deel 1) goed te faciliteren Het specifieke gebruik ervan wordt vastgelegd in bilaterale overeenkomsten tussen het Verzekeringscomité van het RIZIV en de Gewesten en Gemeenschappen over een gecoördineerde aanpak voor de versterking van het psychisch zorgaanbod, in het bijzonder voor kwetsbare koninklijk besluit van 29 maart 2024 vermelde rechtspersonen. Met betrekking tot de doelgroepen die het zwaarst zijn getroffen door de COVID- 19-pandemie. Dit protocol kadert ook in de afspraken in het federaal regeerakkoord waarin onder meer staat dat “de geestelijke gezondheidszorg op een gelijkwaardige manier benaderd wordt inzake toegankelijkheid, kwaliteit, nabijheid en betaalbaarheid als de somatische gezondheidszorg, en er hiertoe wordt ingezet op heel laagdrempelige, ambulante en gemeenschapsgerichte zorg waarbij tot bij de zorgbehoevende zelf wordt gegaan. Daarbij is de terugbetaling van psychologische zorgen door klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen een eerste prioriteit.” Zoals voorzien in het federaal regeerakkoord is het doel van deze overeenkomst het toegankelijker maken van geestelijke gezondheidszorg, dicht bij de leefomgeving van de burger te brengen, in samenwerking met de actoren in programma's is overeengekomen dat prioriteit zal worden gegeven aan : - zwangere vrouwen en hun kinderen gedurende de eerste lijn. Binnen 1000 dagen (vanaf de begrotingsdoelstelling van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging werd hiervoor het reeds beschikbaar budget van 39,3 mio euro vanaf 2021 verhoogd met 112,5 mio euro. Deze overeenkomst bouwt verder op de eerste overeenkomst “eerstelijnspsychologische zorg” waarbij rekening wordt gehouden met tal van bekommernissen conceptie) en aanbevelingen. Deze overeenkomst is een volgende stap in de ontsluiting van psychologische zorg voor de bevolking hun gezin; - kwetsbare personen; - kinderen en maakt de verdere uitbouw mogelijk van de eerstelijnspsychologische functie en van de gespecialiseerde psychologische zorg adolescenten in het kader van de ambulante geestelijke gezondheidszorgpreventie en behandeling van obesitas. Dit is aanvullend op Deze overeenkomst regelt voor de eerste prioritaire doelgroep een aantal organisatorische en financiële bepalingen en het bestaande aanbodengagement van de overeenkomst sluitende partij tegenover het Verzekeringscomité, en houdt rechtstreeks verband met bepaalt ook de hervormingen verschillende bijdragen van de ziekteverzekering in de geestelijke kosten van verstrekkingen en activiteiten die bovenop de reeds bestaande verstrekkingen en activiteiten (bijvoorbeeld in de nomenclatuur voor gezondheidszorg) kunnen worden voorzien. Deze investering moet geïntegreerd Het volledige kader waarbinnen deze verstrekkingen kunnen worden geïmplementeerd en gefactureerd is beschreven in het ruime reeds bestaande federale bijgevoegde programma "Zorg en regionale psychosociaal aanbodondersteuning voor zwangere vrouwen, waarvoor op 2 december 2020 een akkoord binnen de IMC werd afgesloten. In dit akkoord werd overeengekomen dat de investeringen van de federale overheid kinderen en de gemeenschappen en de gewesten complementair aan elkaar zijn : “De deelentiteiten engageren zich om hun bijkomende recurrente investeringen niet af te bouwen en de tijdelijke projecten gezin tijdens de COVID-crisis aan te houdeneerste 1000 dagen". Om dubbelfinanciering te vermijden worden obv de quota per netwerk controlemechanismen voorzien. Deze worden bilateraal tussen de federale overheid en de gemeenschappen en gewesten afgesproken.”. De 32 netwerken geestelijke gezondheidszorg krijgen een coördinerende rol om initiatieven te nemen om dit psychisch zorgaanbod in de eerstelijn, binnen de visie uit het protocolakkoord, te organiseren in een ruimer getrapt organisatiemodel, waarbij: • de zorg is afgestemd op de persoonlijke situatie en mogelijkheden van de patiënt en zijn omgeving (matched care) • de zorg deel uitmaakt van de bredere eerstelijnszorg in het kader van een geïntegreerde multidisciplinaire eerstelijnszorg • de zorg tevens deel uitmaakt van de ruimere geïntegreerde geestelijke gezondheidszorg binnen de netwerken GGZ. • uitgegaan wordt van een visie van “public mental health”. De nadruk ligt op opdrachten gedefinieerd in het protocolakkoord: preventie (met inbegrip van symptoomreductie en voorkomen van herval), vraagverheldering, vroegtijdige en kortdurende veerkracht ondersteunende interventies, diagnostiek, behandeling, rehabilitatie/herstel alsook kennis- en expertisedeling. Met uitzondering van universele preventie (dat tot de bevoegdheid van de deelstaten behoort) en acute en complexe zorgvragen, wordt het beoogde organisatiemodel in deze conventie verder uitgewerkt in de vorm van twee functies: de functie eerstelijnspsychologische zorg en de functie gespecialiseerde psychologische zorg. Het onderscheid tussen deze twee functies is belangrijk voor de organisatie van de zorg binnen de conventie, maar naar de rechthebbende toe dient een geïntegreerd aanbod aan psychologische en andere zorg- en hulpverlening gepresenteerd te worden aangezien integrale en “matched” care het leidinggevende principe dient te zijn. Deze opdracht van de netwerken kadert binnen een context van transitie naar de gestructureerde inbedding, tijdens de looptijd van deze overeenkomst, van de ambulante geestelijke gezondheidszorg in de eerste lijngezondheidszorg. Lokale multidisciplinaire samenwerkingsverbanden brengen alle actoren in de 1e lijn, die werkzaam zijn voor een omschreven territorium bij elkaar, in een grootteorde vanaf ongeveer 75.000 inwoners tot 250.000 inwoners. Zij zijn daartoe erkend of worden aangewezen door de bevoegde deelentiteiten. Deze lokale multidisciplinaire lokale samenwerkingsverbanden worden ter informatie meegedeeld aan de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid 1. Gedurende deze transitiefase zullen actoren actief in de “eerste functie activiteiten inzake preventie, promotie van de ggz, vroegdetectie, screening en diagnosestelling” binnen de netwerken volwassenen of in “het activiteitenprogramma 1: vroegtijdige opsporing en interventie” in de netwerken kinderen en jongeren, met het lokale multidisciplinaire samenwerkingsverband afspraken maken over hoe multidisciplinair en geïntegreerd werken kan gerealiseerd worden vertrekkende vanuit “patient centered and goal oriented care”.Inhoud Inleiding 2
Appears in 1 contract
Sources: Overeenkomst Voor Geïntegreerde Zorg
Inleiding. Op 2 december 2020 werd 20 april 2023 heeft de raad het integraal beleidskader Maatschappelijke Agenda 2023- 2027 vastgesteld (bijlage 1). Met deze vaststelling zijn kaders vastgesteld voor het subsidiebeleid voor het sociaal domein. Het integraal beleidskader Maatschappelijke Agenda 2023-2027 is gebaseerd op een Protocolakkoord gesloten tussen de federale regering analyse van cijfers (trends en financiën), te verwachten maatschappelijke ontwikkelingen en de Gewesten behoeften van onze inwoners en Gemeenschappen over is tot stand gekomen in co-creatie met raad en maatschappelijke organisaties. De opgaven uit het integraal beleidskader Maatschappelijke Agenda 2023-2027 zijn samen met maatschappelijke partners in werksessies uitgewerkt. De uitkomsten van deze werksessies betreffen de maatschappelijke effecten en resultaten die de gemeente met zijn maatschappelijke partners wil realiseren en welke inspanningen ervoor nodig zijn om dit te bereiken in het sociaal domein. De gemeente ziet subsidie als effectief middel om organisaties te ondersteunen die een gecoördineerde aanpak bijdrage leveren aan dat wat inwoners in Woerden nodig hebben. De gemeente wil het beschikbare subsidiebudget gericht, effectief en doelmatig besteden. De gemeente subsidieert organisaties voor de versterking inhoudelijke bijdragen die zij leveren aan realisatie van deze maatschappelijke opgaven. Op basis van het psychisch zorgaanbodintegraal beleidskader Maatschappelijke Agenda 2023-2027 maakt de gemeente Woerden waar mogelijk meerjarige subsidie afspraken met organisaties. De gemeente subsidieert organisaties voor het maatschappelijke effect dat zij bereiken met hun inspanningen. Deze maatschappelijke effecten kunnen aantoonbaar worden herleid naar de maatschappelijke doelen uit het integraal beleidskader Maatschappelijke agenda 2023-2027. De ASV ( bijlage 7) is het juridisch kader op basis waarvan de gemeente subsidie verstrekt. Artikel 3 uit de ASV geeft het college de mogelijkheid om nadere regels te stellen over te subsidiëren activiteiten, in het bijzonder voor kwetsbare doelgroepen die het zwaarst zijn getroffen door en verdeling van subsidie over de COVID- 19-pandemieverschillende beleidsterreinen. Dit protocol kadert ook in document bevat deze nadere (subsidie)regels waaraan de afspraken in subsidieaanvragen vanaf het federaal regeerakkoord waarin onder meer staat dat “de geestelijke gezondheidszorg op een gelijkwaardige manier benaderd wordt inzake toegankelijkheid, kwaliteit, nabijheid en betaalbaarheid als de somatische gezondheidszorg, en er hiertoe wordt ingezet op heel laagdrempelige, ambulante en gemeenschapsgerichte zorg waarbij tot bij de zorgbehoevende zelf wordt gegaan. Daarbij is de terugbetaling moment van psychologische zorgen door klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen een eerste prioriteit.” Zoals voorzien in het federaal regeerakkoord is het doel inwerkingtreding van deze overeenkomst het toegankelijker maken van geestelijke gezondheidszorg, dicht bij de leefomgeving van de burger te brengen, in samenwerking met de actoren in de eerste lijn. Binnen de begrotingsdoelstelling van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging werd hiervoor het reeds beschikbaar budget van 39,3 mio euro vanaf 2021 verhoogd met 112,5 mio euro. Deze overeenkomst bouwt verder op de eerste overeenkomst “eerstelijnspsychologische zorg” waarbij rekening wordt gehouden met tal van bekommernissen en aanbevelingen. Deze overeenkomst is een volgende stap in de ontsluiting van psychologische zorg voor de bevolking en maakt de verdere uitbouw mogelijk van de eerstelijnspsychologische functie en van de gespecialiseerde psychologische zorg in het kader van de ambulante geestelijke gezondheidszorg. Dit is aanvullend op het bestaande aanbod, en houdt rechtstreeks verband met de hervormingen in de geestelijke gezondheidszorg. Deze investering moet geïntegreerd regeling worden in het ruime reeds bestaande federale en regionale psychosociaal aanbod, waarvoor op 2 december 2020 een akkoord binnen de IMC werd afgesloten. In dit akkoord werd overeengekomen dat de investeringen van de federale overheid en de gemeenschappen en de gewesten complementair aan elkaar zijn : “De deelentiteiten engageren zich om hun bijkomende recurrente investeringen niet af te bouwen en de tijdelijke projecten tijdens de COVID-crisis aan te houden. Om dubbelfinanciering te vermijden worden obv de quota per netwerk controlemechanismen voorzien. Deze worden bilateraal tussen de federale overheid en de gemeenschappen en gewesten afgesprokengetoetst.”. De 32 netwerken geestelijke gezondheidszorg krijgen een coördinerende rol om initiatieven te nemen om dit psychisch zorgaanbod in de eerstelijn, binnen de visie uit het protocolakkoord, te organiseren in een ruimer getrapt organisatiemodel, waarbij: • de zorg is afgestemd op de persoonlijke situatie en mogelijkheden van de patiënt en zijn omgeving (matched care) • de zorg deel uitmaakt van de bredere eerstelijnszorg in het kader van een geïntegreerde multidisciplinaire eerstelijnszorg • de zorg tevens deel uitmaakt van de ruimere geïntegreerde geestelijke gezondheidszorg binnen de netwerken GGZ. • uitgegaan wordt van een visie van “public mental health”. De nadruk ligt op opdrachten gedefinieerd in het protocolakkoord: preventie (met inbegrip van symptoomreductie en voorkomen van herval), vraagverheldering, vroegtijdige en kortdurende veerkracht ondersteunende interventies, diagnostiek, behandeling, rehabilitatie/herstel alsook kennis- en expertisedeling. Met uitzondering van universele preventie (dat tot de bevoegdheid van de deelstaten behoort) en acute en complexe zorgvragen, wordt het beoogde organisatiemodel in deze conventie verder uitgewerkt in de vorm van twee functies: de functie eerstelijnspsychologische zorg en de functie gespecialiseerde psychologische zorg. Het onderscheid tussen deze twee functies is belangrijk voor de organisatie van de zorg binnen de conventie, maar naar de rechthebbende toe dient een geïntegreerd aanbod aan psychologische en andere zorg- en hulpverlening gepresenteerd te worden aangezien integrale en “matched” care het leidinggevende principe dient te zijn. Deze opdracht van de netwerken kadert binnen een context van transitie naar de gestructureerde inbedding, tijdens de looptijd van deze overeenkomst, van de ambulante geestelijke gezondheidszorg in de eerste lijngezondheidszorg. Lokale multidisciplinaire samenwerkingsverbanden brengen alle actoren in de 1e lijn, die werkzaam zijn voor een omschreven territorium bij elkaar, in een grootteorde vanaf ongeveer 75.000 inwoners tot 250.000 inwoners. Zij zijn daartoe erkend of worden aangewezen door de bevoegde deelentiteiten. Deze lokale multidisciplinaire lokale samenwerkingsverbanden worden ter informatie meegedeeld aan de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid 1. Gedurende deze transitiefase zullen actoren actief in de “eerste functie activiteiten inzake preventie, promotie van de ggz, vroegdetectie, screening en diagnosestelling” binnen de netwerken volwassenen of in “het activiteitenprogramma 1: vroegtijdige opsporing en interventie” in de netwerken kinderen en jongeren, met het lokale multidisciplinaire samenwerkingsverband afspraken maken over hoe multidisciplinair en geïntegreerd werken kan gerealiseerd worden vertrekkende vanuit “patient centered and goal oriented care”.
Appears in 1 contract
Sources: Subsidieregeling
Inleiding. Op 2 december 2020 werd De IMC heeft op 19 oktober 2015 het protocolakkoord “Gemeenschappelijk Plan voor chronisch zieken: geïntegreerde zorg voor een Protocolakkoord gesloten tussen betere gezondheid” goedgekeurd. Dit Plan is het resultaat van een gemeenschappelijke visie van de federale regering verschillende overheden om tot een meer geïntegreerde benadering voor de zorg van de chronisch zieken te komen, die weergegeven wordt in de Gemeenschappelijke Verklaring van 30 maart 2015. Het Gemeenschappelijk Plan ‘Geïntegreerde zorg voor een betere gezondheid’ beoogt om op een kostenneutrale manier hoog kwalitatieve zorg te bieden aan alle patiënten en de Gewesten en Gemeenschappen over gezondheidstoestand van de bevolking te verbeteren (Triple Aim principe). Om dit doel te bereiken, is een gecoördineerde aanpak voor de versterking hervorming van het psychisch zorgaanbodhuidige zorgsysteem voor chronisch zieken naar een systeem van meer geïntegreerde, in het bijzonder patiëntgerichte zorg noodzakelijk. Hier zit tevens een bijzondere aandacht voor kwetsbare doelgroepen die het zwaarst zijn getroffen door de COVID- 19-pandemie. Dit protocol kadert ook ‘equity’ in de afspraken zorg en tevredenheid van het personeel in het federaal regeerakkoord waarin vervat. De uitvoering van dit Plan voorziet onder meer staat dat “de geestelijke gezondheidszorg op een gelijkwaardige manier benaderd wordt inzake toegankelijkheid, kwaliteit, nabijheid en betaalbaarheid als de somatische gezondheidszorg, en er hiertoe wordt ingezet op heel laagdrempelige, ambulante en gemeenschapsgerichte zorg waarbij tot bij de zorgbehoevende zelf wordt gegaan. Daarbij is de terugbetaling van psychologische zorgen door klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen een eerste prioriteit.” Zoals voorzien in het federaal regeerakkoord is het doel van deze overeenkomst het toegankelijker maken van geestelijke gezondheidszorg, dicht bij de leefomgeving van de burger te brengen, in samenwerking met de actoren in de eerste lijn. Binnen de begrotingsdoelstelling van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging werd hiervoor het reeds beschikbaar budget van 39,3 mio euro vanaf 2021 verhoogd met 112,5 mio euro. Deze overeenkomst bouwt verder op de eerste overeenkomst “eerstelijnspsychologische zorg” waarbij rekening wordt gehouden met tal van bekommernissen en aanbevelingen. Deze overeenkomst is een volgende stap in de ontsluiting van psychologische zorg voor de bevolking en maakt de verdere uitbouw mogelijk van de eerstelijnspsychologische functie en van de gespecialiseerde psychologische zorg in het kader van de ambulante geestelijke gezondheidszorg. Dit is aanvullend op het bestaande aanbod, en houdt rechtstreeks verband met de hervormingen in de geestelijke gezondheidszorg. Deze investering moet geïntegreerd worden in het ruime reeds bestaande federale en regionale psychosociaal aanbod, waarvoor op 2 december 2020 een akkoord binnen de IMC werd afgesloten. In dit akkoord werd overeengekomen dat de investeringen van de federale overheid ontwikkeling en de gemeenschappen en de gewesten complementair aan elkaar zijn : “De deelentiteiten engageren zich om hun bijkomende recurrente investeringen niet af te bouwen en de tijdelijke projecten tijdens de COVID-crisis aan te houden. Om dubbelfinanciering te vermijden worden obv de quota per netwerk controlemechanismen voorzien. Deze worden bilateraal tussen de federale overheid en de gemeenschappen en gewesten afgesproken.”. De 32 netwerken geestelijke gezondheidszorg krijgen een coördinerende rol om initiatieven te nemen om dit psychisch zorgaanbod in de eerstelijn, binnen de visie uit het protocolakkoord, te organiseren in een ruimer getrapt organisatiemodel, waarbij: • de implementatie van nieuwe zorgmodellen voor chronische zorg is afgestemd op de persoonlijke situatie en mogelijkheden van de patiënt en zijn omgeving (matched care) • de zorg deel uitmaakt van de bredere eerstelijnszorg in het kader van een via pilootprojecten voor geïntegreerde multidisciplinaire eerstelijnszorg • de zorg tevens deel uitmaakt van de ruimere geïntegreerde geestelijke gezondheidszorg binnen de netwerken GGZ. • uitgegaan wordt van een visie van “public mental health”. De nadruk ligt op opdrachten gedefinieerd in het protocolakkoord: preventie (met inbegrip van symptoomreductie en voorkomen van herval), vraagverheldering, vroegtijdige en kortdurende veerkracht ondersteunende interventies, diagnostiek, behandeling, rehabilitatie/herstel alsook kennis- en expertisedeling. Met uitzondering van universele preventie (dat tot de bevoegdheid van de deelstaten behoort) en acute en complexe zorgvragen, wordt het beoogde organisatiemodel in deze conventie verder uitgewerkt in de vorm van twee functies: de functie eerstelijnspsychologische zorg en de functie gespecialiseerde psychologische zorg. Het onderscheid tussen deze twee functies is belangrijk Koninklijk besluit van 31 juli 2017 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder het Verzekeringscomité van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering overeenkomsten kan sluiten voor de organisatie financiering van pilootprojecten voor geïntegreerde zorg (publicatie BS van 18 augustus 2017) bepaalt de voorwaarden waaronder overeenkomsten kunnen worden gesloten tussen het Verzekeringscomité en de pilootprojecten met het oog op de invoering van geïntegreerde zorg binnen een geografisch afgebakende zone. Zoals gecommuniceerd op 18 december 2017, werden 14 projecten, waaronder u, weerhouden na een selectieprocedure. Dit betekent dat het Verzekeringscomité een overeenkomst wenst af te sluiten met uw project, in uitvoering van het KB van 31 juli 2017. Deze nota geeft uitleg bij de bepalingen van de zorg binnen de conventie, maar naar de rechthebbende toe dient een geïntegreerd aanbod aan psychologische en andere zorg- en hulpverlening gepresenteerd te worden aangezien integrale en “matched” care het leidinggevende principe dient te zijn. Deze opdracht van de netwerken kadert binnen een context van transitie naar de gestructureerde inbedding, tijdens de looptijd van deze overeenkomst, van de ambulante geestelijke gezondheidszorg in de eerste lijngezondheidszorg. Lokale multidisciplinaire samenwerkingsverbanden brengen alle actoren in de 1e lijn, die werkzaam zijn voor een omschreven territorium bij elkaar, in een grootteorde vanaf ongeveer 75.000 inwoners tot 250.000 inwoners. Zij zijn daartoe erkend of worden aangewezen door de bevoegde deelentiteiten. Deze lokale multidisciplinaire lokale samenwerkingsverbanden worden ter informatie meegedeeld aan de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid 1. Gedurende deze transitiefase zullen actoren actief in de “eerste functie activiteiten inzake preventie, promotie van de ggz, vroegdetectie, screening en diagnosestelling” binnen de netwerken volwassenen of in “het activiteitenprogramma 1: vroegtijdige opsporing en interventie” in de netwerken kinderen en jongeren, met het lokale multidisciplinaire samenwerkingsverband afspraken maken over hoe multidisciplinair en geïntegreerd werken kan gerealiseerd worden vertrekkende vanuit “patient centered and goal oriented care”overeenkomst volgens dezelfde structuur.
Appears in 1 contract
Sources: Overeenkomst Betreffende De Financiering Van De Pilootprojecten Voor Geïntegreerde Zorg
Inleiding. Op 2 december 2020 werd een Protocolakkoord gesloten tussen Het adviesrapport is onderdeel van de federale regering opdracht van het ministerie van VWS aan de Stuurgroep Ondervoeding. In deze opdracht wordt aan de Stuurgroep Ondervoeding gevraagd om advies te geven over hoe de aanpak van ondervoeding bij (thuiswonende) ouderen structureel geborgd wordt in de reguliere zorg en ondersteuning. Het eerste deel van de Gewesten opdracht, inzicht geven in de stand van zaken over de aanpak van ondervoeding bij (thuiswonende) ouderen is in februari 2021 ingediend bij het Ministerie van VWS en Gemeenschappen op 16 april 2021 heeft de staatssecretaris de stand van zaken aangeboden aan de Tweede Kamer. De eind mei 2021 gepresenteerde prevalentiecijfers van ondervoeding bij thuiswonende ouderen van de Longitudinal Aging Study Amsterdam (LASA) op basis van zelfrapportage laten zien dat de prevalentie onder thuiswonende ouderen in de afgelopen 20 jaar met 40% is gedaald (vergelijking van de pre-COVID periode 2018/2019 met 1998/1999). Bij ouderen met zorg thuis is de prevalentie van ondervoeding nagenoeg onveranderd. In 2005/2006 was bij deze groep de prevalentie 12% op basis van de gegevens uit het LASA-cohort, in 2018/2019 is de prevalentie 11.2%. Uit het onderzoek van Schilp (2011) waarin onderzoekers ouderen thuis onderzochten, bleek is de wijze waarop gegevens zijn verzameld. De Stuurgroep Ondervoeding is verheugd te zien dat er aanwijzingen zijn dat de prevalentie van ondervoeding bij thuiswonende ouderen zonder zorg thuis daalt, maar ziet de uitdagingen om dit resultaat te behouden, mede door de toename van het aantal ouderen de komende jaren. Tijdens dit onderzoek hebben we gezien dat er mogelijkheden zijn voor borging van de aanpak van ondervoeding, echter (nog) niet in alle domeinen. Het uitgevoerde onderzoek heeft inzicht gegeven in de hiaten om tot verbetering van de aanpak van ondervoeding bij (thuiswonende) ouderen te komen. Dit rapport gaat over een gecoördineerde het tweede deel van de opdracht met het advies op de vraag hoe ondervoeding structureel geborgd kan worden in reguliere zorg en ondersteuning. Het in kaart brengen van de mogelijkheden om de aanpak van ondervoeding bij (thuiswonende) ouderen te borgen is voor de versterking Stuurgroep Ondervoeding een waardevolle exercitie. Ook de gesprekspartners juichen het opstellen van dit rapport toe omdat ze vinden dat een volgende fase nodig en mogelijk is. Ze waarderen het zeer dat het Ministerie van VWS deze opdracht heeft gegeven en dat vier relevante directies nauw zijn betrokken. Het wordt gevoeld als een erkenning van de complexiteit van dit (zorg-)probleem. De interviews en bijeenkomsten met alle partners die een rol (zouden kunnen) spelen, bieden inzicht in de mogelijkheden om de aanpak van ondervoeding in de verschillende domeinen te integreren. De aanpak van ondervoeding bij (thuiswonende) ouderen kent vele facetten die tot de gewenste en beoogde resultaten leiden, wanneer vanuit het publieke, sociale en medische domein, en met ondersteuning van het psychisch zorgaanbodministerie van VWS, gekozen wordt voor een integrale benadering. Daarbij ligt de focus op thuiswonende ouderen: zij wonen immers steeds langer met zorg en ondersteuning thuis, een eventuele ziekenhuisopname is kort evenals de periode dat een oudere in het bijzonder voor kwetsbare doelgroepen die het zwaarst zijn getroffen door verpleeghuis woont. Hoe beter gevoed thuis, des te beter is de COVID- 19-pandemie. Dit protocol kadert ook in de afspraken voedingstoestand bij opname in het federaal regeerakkoord waarin onder meer staat dat “de geestelijke gezondheidszorg op een gelijkwaardige manier benaderd wordt inzake toegankelijkheid, kwaliteit, nabijheid en betaalbaarheid als de somatische gezondheidszorg, en er hiertoe wordt ingezet op heel laagdrempelige, ambulante en gemeenschapsgerichte zorg waarbij tot bij de zorgbehoevende zelf wordt gegaan. Daarbij is de terugbetaling van psychologische zorgen door klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen een eerste prioriteit.” Zoals voorzien in het federaal regeerakkoord is het doel van deze overeenkomst het toegankelijker maken van geestelijke gezondheidszorg, dicht bij de leefomgeving van de burger te brengen, in samenwerking met de actoren in de eerste lijn. Binnen de begrotingsdoelstelling van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging werd hiervoor het reeds beschikbaar budget van 39,3 mio euro vanaf 2021 verhoogd met 112,5 mio euro. Deze overeenkomst bouwt verder op de eerste overeenkomst “eerstelijnspsychologische zorg” waarbij rekening wordt gehouden met tal van bekommernissen en aanbevelingen. Deze overeenkomst is een volgende stap in de ontsluiting van psychologische zorg voor de bevolking en maakt de verdere uitbouw mogelijk van de eerstelijnspsychologische functie en van de gespecialiseerde psychologische zorg in het kader van de ambulante geestelijke gezondheidszorg. Dit is aanvullend op het bestaande aanbod, en houdt rechtstreeks verband met de hervormingen in de geestelijke gezondheidszorg. Deze investering moet geïntegreerd worden in het ruime reeds bestaande federale en regionale psychosociaal aanbod, waarvoor op 2 december 2020 een akkoord binnen de IMC werd afgeslotenziekenhuis of verpleeghuis. In dit akkoord werd overeengekomen dat adviesrapport schetsen we een kader met aanbevelingen en een plan van aanpak met acties. Daarbij nemen we ook de investeringen aanbevelingen mee van bijvoorbeeld het RIVM en de Taskforce Gezond eten met ouderen, én die van (recent) door de Stuurgroep Ondervoeding uitgevoerde projecten. Wij presenteren een integraal advies, waarvoor de beschikbare middelen uit de Raamovereenkomst niet toereikend zijn. Omdat de activiteiten van waarde zijn voor de toekomstige vitaliteit en zelfredzaamheid van ouderen en nauw samenhangen, zoals verwoord in de Dialoognota oudere worden 2020-2040, biedt het bestuur van de federale overheid en Stuurgroep Ondervoeding het op deze wijze aan. Dit advies biedt handvatten om de gemeenschappen en benoemde aandacht aan (bijvoorbeeld) ondervoeding vorm te geven. We gaan over de gewesten complementair aan elkaar zijn : “De deelentiteiten engageren zich om hun bijkomende recurrente investeringen niet af te bouwen en de tijdelijke projecten tijdens de COVID-crisis aan te houden. Om dubbelfinanciering te vermijden worden obv de quota per netwerk controlemechanismen voorzien. Deze worden bilateraal tussen de federale overheid en de gemeenschappen en gewesten afgesproken.”. De 32 netwerken geestelijke gezondheidszorg krijgen een coördinerende rol om initiatieven te nemen mogelijkheden om dit psychisch zorgaanbod in samenhang met andere thema’s, zoals valpreventie op te pakken en eventuele andere scenario’s graag in gesprek met het Ministerie van VWS. Het rapport start met een inleiding over ondervoeding bij (thuiswonende) ouderen in Nederland, waarna een beschrijving van de aanpak en verantwoording van de opdracht volgt. Vervolgens worden adviezen gegeven over hoe aanpak van ondervoeding geborgd kan worden, welke uitdagingen er zijn voor de komende jaren en welke prioriteiten voor de komende twee jaar. Naast een structurele verankering van ondervoeding bij organisaties in de eerstelijnverschillende domeinen, binnen de visie uit is er een specifieke focus op het protocolakkoord, te organiseren in een ruimer getrapt organisatiemodel, waarbij: • de zorg is afgestemd op de persoonlijke situatie sociale domein (ontwikkelingen en mogelijkheden van de patiënt en zijn omgeving (matched care) • de zorg deel uitmaakt van de bredere eerstelijnszorg in het kader verspreiding van een geïntegreerde multidisciplinaire eerstelijnszorg • de zorg tevens deel uitmaakt van de ruimere geïntegreerde geestelijke gezondheidszorg binnen de netwerken GGZ. • uitgegaan wordt van een visie van “public mental health”. De nadruk ligt op opdrachten gedefinieerd in het protocolakkoord: preventie (met inbegrip van symptoomreductie en voorkomen van herval), vraagverheldering, vroegtijdige en kortdurende veerkracht ondersteunende interventies, diagnostiek, behandeling, rehabilitatie/herstel alsook kennis- en expertisedeling. Met uitzondering van universele preventie (dat tot de bevoegdheid van de deelstaten behoortsignaleringsinstrument) en acute op regionale implementatie in bestaande organisaties, gericht op afstemming en complexe zorgvragencontinuïteit. ▇▇. ▇▇▇▇▇▇ ▇▇▇▇▇▇▇▇ MBA, wordt het beoogde organisatiemodel in deze conventie verder uitgewerkt in de vorm van twee functies: de functie eerstelijnspsychologische zorg en de functie gespecialiseerde psychologische zorg. Het onderscheid tussen deze twee functies is belangrijk voor de organisatie van de zorg binnen de conventievoorzitter bestuur Stuurgroep Ondervoeding ▇▇▇▇▇ ▇▇▇ ▇▇▇ ▇▇▇▇▇▇▇, maar naar de rechthebbende toe dient een geïntegreerd aanbod aan psychologische en andere zorg- en hulpverlening gepresenteerd te worden aangezien integrale en “matched” care het leidinggevende principe dient te zijn. Deze opdracht van de netwerken kadert binnen een context van transitie naar de gestructureerde inbedding, tijdens de looptijd van deze overeenkomst, van de ambulante geestelijke gezondheidszorg in de eerste lijngezondheidszorg. Lokale multidisciplinaire samenwerkingsverbanden brengen alle actoren in de 1e lijn, die werkzaam zijn voor een omschreven territorium bij elkaar, in een grootteorde vanaf ongeveer 75.000 inwoners tot 250.000 inwoners. Zij zijn daartoe erkend of worden aangewezen door de bevoegde deelentiteiten. Deze lokale multidisciplinaire lokale samenwerkingsverbanden worden ter informatie meegedeeld aan de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid 1. Gedurende deze transitiefase zullen actoren actief in de “eerste functie activiteiten inzake preventie, promotie van de ggz, vroegdetectie, screening en diagnosestelling” binnen de netwerken volwassenen of in “het activiteitenprogramma 1: vroegtijdige opsporing en interventie” in de netwerken kinderen en jongeren, met het lokale multidisciplinaire samenwerkingsverband afspraken maken over hoe multidisciplinair en geïntegreerd werken kan gerealiseerd worden vertrekkende vanuit “patient centered and goal oriented care”.bureaudirecteur
Appears in 1 contract
Sources: Adviesrapport
Inleiding. Op 2 december 2020 werd een Protocolakkoord gesloten tussen de federale regering De NVZ en de Gewesten LAD/ de Federatie hebben in juni 2023 een principeakkoord geslo- ten ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden voor medisch specialisten van 2022 en Gemeenschappen verder. De daarin overeengekomen voorwaarden zijn toentertijd in werking getreden zonder dat de AMS 2021 is aangepast. Vervolgens zijn partijen vanaf ok- tober 2023 met elkaar in gesprek gegaan over de arbeidsvoorwaarden 2023 en verder. Op 26 januari 2024 hebben partijen een gecoördineerde aanpak onderhandelaarsakkoord bereikt. Zowel het principeakkoord van 2023 als het onderhandelaarsakkoord van 2024 zijn hier opgenomen. Principeakkoord juni 2023 Gezond en Veilig Werken blijft de norm In de AMS 2021 hebben AMS-partijen de visie uitgedragen dat Gezond en Veilig Werken de norm is. Deze visie is onveranderd gebleven. Wanneer medisch speci- alisten gezond en veilig werken, wordt een belangrijke randvoorwaarde gecreëerd voor duurzame inzetbaarheid en optimaal functioneren. De raad van bestuur (verder: bestuur), Vereniging Medisch Specialisten in Dienst- verband (hierna: VMSD), de versterking van het psychisch zorgaanbod, Organisatorische Eenheden (hierna: OE’s) en de indivi- duele medisch specialisten dragen ieder verantwoordelijkheid in het bijzonder voor kwetsbare doelgroepen die het zwaarst zijn getroffen door realiseren van Gezond en Veilig Werken. Samen moeten zij dit onderwerp bespreekbaar maken, concretiseren en de COVID- 19-pandemienoodzakelijke afspraken hierover vastleggen. Dit protocol kadert ook vraagt om goede basisafspraken in de afspraken in AMS en een cultuur waarin ▇▇▇▇▇▇ en Veilig Werken wordt gezien als onmisbare randvoorwaarde voor het federaal regeerakkoord waarin onder meer staat dat “leveren van kwalitatieve en patiëntveilige zorg. Shared governance/gelijkgerichtheid, transparantie en naleving zijn noodzakelijke randvoorwaarden Voor de geestelijke gezondheidszorg op een gelijkwaardige manier benaderd wordt inzake toegankelijkheidAMS-partijen zijn shared governance/gelijkgerichtheid, kwaliteit, nabijheid transparantie en betaalbaarheid als de somatische gezondheidszorg, en er hiertoe wordt ingezet op heel laagdrempelige, ambulante en gemeenschapsgerichte zorg waarbij naleving noodzakelijke randvoorwaarden om te komen tot bij de zorgbehoevende zelf wordt gegaan. Daarbij is de terugbetaling van psychologische zorgen door klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen een eerste prioriteit.” Zoals voorzien in het federaal regeerakkoord is het doel van deze overeenkomst het toegankelijker maken van geestelijke gezondheidszorg, dicht bij de leefomgeving van de burger te brengen, in samenwerking met de actoren in de eerste lijn. Binnen de begrotingsdoelstelling van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging werd hiervoor het reeds beschikbaar budget van 39,3 mio euro vanaf 2021 verhoogd met 112,5 mio euro. Deze overeenkomst bouwt verder op de eerste overeenkomst “eerstelijnspsychologische zorg” waarbij rekening wordt gehouden met tal van bekommernissen en aanbevelingen. Deze overeenkomst is een volgende stap in de ontsluiting van psychologische zorg voor de bevolking en maakt de verdere uitbouw mogelijk van de eerstelijnspsychologische functie en van de gespecialiseerde psychologische zorg in het kader van de ambulante geestelijke gezondheidszorg. Dit is aanvullend op het bestaande aanbod, en houdt rechtstreeks verband met de hervormingen in de geestelijke gezondheidszorg. Deze investering moet geïntegreerd worden in het ruime reeds bestaande federale en regionale psychosociaal aanbod, waarvoor op 2 december 2020 een akkoord binnen de IMC werd afgesloten. In dit akkoord werd overeengekomen dat de investeringen van de federale overheid en de gemeenschappen en de gewesten complementair aan elkaar zijn : “De deelentiteiten engageren zich om hun bijkomende recurrente investeringen niet af te bouwen en de tijdelijke projecten tijdens de COVID-crisis aan te houden. Om dubbelfinanciering te vermijden worden obv de quota per netwerk controlemechanismen voorzien. Deze worden bilateraal tussen de federale overheid en de gemeenschappen en gewesten afgesproken.”. De 32 netwerken geestelijke gezondheidszorg krijgen een coördinerende rol om initiatieven te nemen om dit psychisch zorgaanbod in de eerstelijn, binnen de visie uit het protocolakkoord, te organiseren optimale zorgverlening in een ruimer getrapt organisatiemodel, waarbij: • de zorg is afgestemd op de persoonlijke situatie gezond en mogelijkheden van de patiënt en zijn omgeving (matched care) • de zorg deel uitmaakt van de bredere eerstelijnszorg in het kader van een geïntegreerde multidisciplinaire eerstelijnszorg • de zorg tevens deel uitmaakt van de ruimere geïntegreerde geestelijke gezondheidszorg binnen de netwerken GGZ. • uitgegaan wordt van een visie van “public mental health”. De nadruk ligt op opdrachten gedefinieerd in het protocolakkoord: preventie (met inbegrip van symptoomreductie en voorkomen van herval), vraagverheldering, vroegtijdige en kortdurende veerkracht ondersteunende interventies, diagnostiek, behandeling, rehabilitatie/herstel alsook kennis- en expertisedeling. Met uitzondering van universele preventie (dat tot de bevoegdheid van de deelstaten behoort) en acute en complexe zorgvragen, wordt het beoogde organisatiemodel in deze conventie verder uitgewerkt in de vorm van twee functies: de functie eerstelijnspsychologische zorg en de functie gespecialiseerde psychologische zorgveilig werkklimaat. Het onderscheid tussen deze twee functies is belangrijk voor de organisatie noodzakelijk dat medisch specialisten en bestuur op basis van de gelijkwaar- digheid tot partnerschap komen om op duurzame wijze hoogwaardige medisch specialistische zorg binnen de conventie, maar naar de rechthebbende toe dient een geïntegreerd aanbod aan psychologische en andere zorg- en hulpverlening gepresenteerd te worden aangezien integrale en “matched” care het leidinggevende principe dient te zijn. Deze opdracht van de netwerken kadert binnen een context van transitie naar de gestructureerde inbedding, tijdens de looptijd van deze overeenkomst, van de ambulante geestelijke gezondheidszorg in de eerste lijngezondheidszorg. Lokale multidisciplinaire samenwerkingsverbanden brengen alle actoren in de 1e lijn, die werkzaam zijn voor een omschreven territorium bij elkaar, in een grootteorde vanaf ongeveer 75.000 inwoners tot 250.000 inwoners. Zij zijn daartoe erkend of worden aangewezen door de bevoegde deelentiteiten. Deze lokale multidisciplinaire lokale samenwerkingsverbanden worden ter informatie meegedeeld aan de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid 1. Gedurende deze transitiefase zullen actoren actief in de “eerste functie activiteiten inzake preventie, promotie van de ggz, vroegdetectie, screening en diagnosestelling” binnen de netwerken volwassenen of in “het activiteitenprogramma 1: vroegtijdige opsporing en interventie” in de netwerken kinderen en jongeren, met het lokale multidisciplinaire samenwerkingsverband afspraken maken over hoe multidisciplinair en geïntegreerd werken kan gerealiseerd worden vertrekkende vanuit “patient centered and goal oriented care”kunnen leveren.
Appears in 1 contract
Inleiding. Op 2 december 2020 werd een Protocolakkoord gesloten tussen Het adviesrapport is onderdeel van de federale regering opdracht van het ministerie van VWS aan de Stuurgroep Ondervoeding. In deze opdracht wordt aan de Stuurgroep Ondervoeding gevraagd om advies te geven over hoe de aanpak van ondervoeding bij (thuiswonende) ouderen structureel geborgd wordt in de reguliere zorg en ondersteuning. Het eerste deel van de Gewesten opdracht, inzicht geven in de stand van zaken over de aanpak van ondervoeding bij (thuiswonende) ouderen is in februari 2021 ingediend bij het Ministerie van VWS en Gemeenschappen op 16 april 2021 heeft de staatssecretaris de stand van zaken aangeboden aan de Tweede Kamer. De eind mei 2021 gepresenteerde prevalentiecijfers van ondervoeding bij thuiswonende ouderen van de Longitudinal Aging Study Amsterdam (LASA) op basis van zelfrapportage laten zien dat de prevalentie onder thuiswonende ouderen in de afgelopen 20 jaar met 40% is gedaald (vergelijking van de pre-COVID periode 2018/2019 met 1998/1999). Bij ouderen met zorg thuis is de prevalentie van ondervoeding nagenoeg onveranderd. In 2005/2006 was bij deze groep de prevalentie 12% op basis van de gegevens uit het LASA-cohort, in 2018/2019 is de prevalentie 11.2%. Uit het onderzoek van ▇▇▇▇▇▇ (2011) waarin onderzoekers ouderen thuis onderzochten, bleek de prevalentie afhankelijk van de leeftijd 30-40%. Eén van de verklaringen voor dit verschil is de wijze waarop gegevens zijn verzameld. De Stuurgroep Ondervoeding is verheugd te zien dat er aanwijzingen zijn dat de prevalentie van ondervoeding bij thuiswonende ouderen zonder zorg thuis daalt, maar ziet de uitdagingen om dit resultaat te behouden, mede door de toename van het aantal ouderen de komende jaren. Tijdens dit onderzoek hebben we gezien dat er mogelijkheden zijn voor borging van de aanpak van ondervoeding, echter (nog) niet in alle domeinen. Het uitgevoerde onderzoek heeft inzicht gegeven in de hiaten om tot verbetering van de aanpak van ondervoeding bij (thuiswonende) ouderen te komen. Dit rapport gaat over een gecoördineerde het tweede deel van de opdracht met het advies op de vraag hoe ondervoeding structureel geborgd kan worden in reguliere zorg en ondersteuning. Het in kaart brengen van de mogelijkheden om de aanpak van ondervoeding bij (thuiswonende) ouderen te borgen is voor de versterking Stuurgroep Ondervoeding een waardevolle exercitie. Ook de gesprekspartners juichen het opstellen van dit rapport toe omdat ze vinden dat een volgende fase nodig en mogelijk is. Ze waarderen het zeer dat het Ministerie van VWS deze opdracht heeft gegeven en dat vier relevante directies nauw zijn betrokken. Het wordt gevoeld als een erkenning van de complexiteit van dit (zorg-)probleem. De interviews en bijeenkomsten met alle partners die een rol (zouden kunnen) spelen, bieden inzicht in de mogelijkheden om de aanpak van ondervoeding in de verschillende domeinen te integreren. De aanpak van ondervoeding bij (thuiswonende) ouderen kent vele facetten die tot de gewenste en beoogde resultaten leiden, wanneer vanuit het publieke, sociale en medische domein, en met ondersteuning van het psychisch zorgaanbodministerie van VWS, gekozen wordt voor een integrale benadering. Daarbij ligt de focus op thuiswonende ouderen: zij wonen immers steeds langer met zorg en ondersteuning thuis, een eventuele ziekenhuisopname is kort evenals de periode dat een oudere in het bijzonder voor kwetsbare doelgroepen die het zwaarst zijn getroffen door verpleeghuis woont. Hoe beter gevoed thuis, des te beter is de COVID- 19-pandemie. Dit protocol kadert ook in de afspraken voedingstoestand bij opname in het federaal regeerakkoord waarin onder meer staat dat “de geestelijke gezondheidszorg op een gelijkwaardige manier benaderd wordt inzake toegankelijkheid, kwaliteit, nabijheid en betaalbaarheid als de somatische gezondheidszorg, en er hiertoe wordt ingezet op heel laagdrempelige, ambulante en gemeenschapsgerichte zorg waarbij tot bij de zorgbehoevende zelf wordt gegaan. Daarbij is de terugbetaling van psychologische zorgen door klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen een eerste prioriteit.” Zoals voorzien in het federaal regeerakkoord is het doel van deze overeenkomst het toegankelijker maken van geestelijke gezondheidszorg, dicht bij de leefomgeving van de burger te brengen, in samenwerking met de actoren in de eerste lijn. Binnen de begrotingsdoelstelling van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging werd hiervoor het reeds beschikbaar budget van 39,3 mio euro vanaf 2021 verhoogd met 112,5 mio euro. Deze overeenkomst bouwt verder op de eerste overeenkomst “eerstelijnspsychologische zorg” waarbij rekening wordt gehouden met tal van bekommernissen en aanbevelingen. Deze overeenkomst is een volgende stap in de ontsluiting van psychologische zorg voor de bevolking en maakt de verdere uitbouw mogelijk van de eerstelijnspsychologische functie en van de gespecialiseerde psychologische zorg in het kader van de ambulante geestelijke gezondheidszorg. Dit is aanvullend op het bestaande aanbod, en houdt rechtstreeks verband met de hervormingen in de geestelijke gezondheidszorg. Deze investering moet geïntegreerd worden in het ruime reeds bestaande federale en regionale psychosociaal aanbod, waarvoor op 2 december 2020 een akkoord binnen de IMC werd afgeslotenziekenhuis of verpleeghuis. In dit akkoord werd overeengekomen dat adviesrapport schetsen we een kader met aanbevelingen en een plan van aanpak met acties. Daarbij nemen we ook de investeringen aanbevelingen mee van bijvoorbeeld het RIVM en de Taskforce Gezond eten met ouderen, én die van (recent) door de Stuurgroep Ondervoeding uitgevoerde projecten. Wij presenteren een integraal advies, waarvoor de beschikbare middelen uit de Raamovereenkomst niet toereikend zijn. Omdat de activiteiten van waarde zijn voor de toekomstige vitaliteit en zelfredzaamheid van ouderen en nauw samenhangen, zoals verwoord in de Dialoognota oudere worden 2020-2040, biedt het bestuur van de federale overheid en Stuurgroep Ondervoeding het op deze wijze aan. Dit advies biedt handvatten om de gemeenschappen en benoemde aandacht aan (bijvoorbeeld) ondervoeding vorm te geven. We gaan over de gewesten complementair aan elkaar zijn : “De deelentiteiten engageren zich om hun bijkomende recurrente investeringen niet af te bouwen en de tijdelijke projecten tijdens de COVID-crisis aan te houden. Om dubbelfinanciering te vermijden worden obv de quota per netwerk controlemechanismen voorzien. Deze worden bilateraal tussen de federale overheid en de gemeenschappen en gewesten afgesproken.”. De 32 netwerken geestelijke gezondheidszorg krijgen een coördinerende rol om initiatieven te nemen mogelijkheden om dit psychisch zorgaanbod in samenhang met andere thema’s, zoals valpreventie op te pakken en eventuele andere scenario’s graag in gesprek met het Ministerie van VWS. Het rapport start met een inleiding over ondervoeding bij (thuiswonende) ouderen in Nederland, waarna een beschrijving van de aanpak en verantwoording van de opdracht volgt. Vervolgens worden adviezen gegeven over hoe aanpak van ondervoeding geborgd kan worden, welke uitdagingen er zijn voor de komende jaren en welke prioriteiten voor de komende twee jaar. Naast een structurele verankering van ondervoeding bij organisaties in de eerstelijnverschillende domeinen, binnen de visie uit is er een specifieke focus op het protocolakkoord, te organiseren in een ruimer getrapt organisatiemodel, waarbij: • de zorg is afgestemd op de persoonlijke situatie sociale domein (ontwikkelingen en mogelijkheden van de patiënt en zijn omgeving (matched care) • de zorg deel uitmaakt van de bredere eerstelijnszorg in het kader verspreiding van een geïntegreerde multidisciplinaire eerstelijnszorg • de zorg tevens deel uitmaakt van de ruimere geïntegreerde geestelijke gezondheidszorg binnen de netwerken GGZ. • uitgegaan wordt van een visie van “public mental health”. De nadruk ligt op opdrachten gedefinieerd in het protocolakkoord: preventie (met inbegrip van symptoomreductie en voorkomen van herval), vraagverheldering, vroegtijdige en kortdurende veerkracht ondersteunende interventies, diagnostiek, behandeling, rehabilitatie/herstel alsook kennis- en expertisedeling. Met uitzondering van universele preventie (dat tot de bevoegdheid van de deelstaten behoortsignaleringsinstrument) en acute op regionale implementatie in bestaande organisaties, gericht op afstemming en complexe zorgvragencontinuïteit. ▇▇. ▇▇▇▇▇▇ ▇▇▇▇▇▇▇▇ MBA, wordt het beoogde organisatiemodel in deze conventie verder uitgewerkt in de vorm van twee functies: de functie eerstelijnspsychologische zorg en de functie gespecialiseerde psychologische zorg. Het onderscheid tussen deze twee functies is belangrijk voor de organisatie van de zorg binnen de conventievoorzitter bestuur Stuurgroep Ondervoeding ▇▇▇▇▇ ▇▇▇ ▇▇▇ ▇▇▇▇▇▇▇, maar naar de rechthebbende toe dient een geïntegreerd aanbod aan psychologische en andere zorg- en hulpverlening gepresenteerd te worden aangezien integrale en “matched” care het leidinggevende principe dient te zijn. Deze opdracht van de netwerken kadert binnen een context van transitie naar de gestructureerde inbedding, tijdens de looptijd van deze overeenkomst, van de ambulante geestelijke gezondheidszorg in de eerste lijngezondheidszorg. Lokale multidisciplinaire samenwerkingsverbanden brengen alle actoren in de 1e lijn, die werkzaam zijn voor een omschreven territorium bij elkaar, in een grootteorde vanaf ongeveer 75.000 inwoners tot 250.000 inwoners. Zij zijn daartoe erkend of worden aangewezen door de bevoegde deelentiteiten. Deze lokale multidisciplinaire lokale samenwerkingsverbanden worden ter informatie meegedeeld aan de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid 1. Gedurende deze transitiefase zullen actoren actief in de “eerste functie activiteiten inzake preventie, promotie van de ggz, vroegdetectie, screening en diagnosestelling” binnen de netwerken volwassenen of in “het activiteitenprogramma 1: vroegtijdige opsporing en interventie” in de netwerken kinderen en jongeren, met het lokale multidisciplinaire samenwerkingsverband afspraken maken over hoe multidisciplinair en geïntegreerd werken kan gerealiseerd worden vertrekkende vanuit “patient centered and goal oriented care”.bureaudirecteur
Appears in 1 contract
Sources: Adviesrapport
Inleiding. Op 2 december 2020 werd een Protocolakkoord gesloten tussen de federale regering en de Gewesten en Gemeenschappen over een gecoördineerde aanpak Deze overeenkomst creëert voor de versterking van het psychisch zorgaanbod, in het bijzonder voor kwetsbare doelgroepen die het zwaarst zijn getroffen door de COVID- 19-pandemie. Dit protocol kadert ook eerste maal een verzekeringstegemoetkoming in de afspraken in het federaal regeerakkoord waarin onder meer staat dat “de geestelijke gezondheidszorg op een gelijkwaardige manier benaderd psycholo- gische zorg1 die gerealiseerd wordt inzake toegankelijkheid, kwaliteit, nabijheid en betaalbaarheid als de somatische gezondheidszorg, en er hiertoe wordt ingezet op heel laagdrempelige, ambulante en gemeenschapsgerichte zorg waarbij tot bij de zorgbehoevende zelf wordt gegaan. Daarbij is de terugbetaling van psychologische zorgen door klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen orthopedagogen. Het hier- voor door de Federale Regering vrijgemaakte budget van 22,5 miljoen euro dekt weliswaar slechts een eerste prioriteit.” Zoals voorzien in het federaal regeerakkoord is het doel van deze overeenkomst het toegankelijker maken van geestelijke gezondheidszorg, dicht bij de leefomgeving beperkt deel van de burger te brengen, in samenwerking met de actoren in de eerste lijn. Binnen de begrotingsdoelstelling reële psychologische nood (7 à 9% van de verplichte verzekering totale nood volgens bepaalde berekeningen). Conform de beslissing van de Federale Regering geldt de tegemoetkoming voor geneeskundige verzorging werd hiervoor het reeds beschikbaar budget eer- stelijns psychologische sessies die gerealiseerd worden voor volwassenen met vaak voorkomende psychische problemen en die verwezen zijn door hun huisarts of psychiater, met een maximum van 39,3 mio euro vanaf 2021 verhoogd met 112,5 mio euro8 sessies per patiënt per jaar. Deze overeenkomst bouwt verder op de eerste overeenkomst “eerstelijnspsychologische zorg” waarbij rekening wordt gehouden met tal van bekommernissen en aanbevelingen. Deze overeenkomst is een volgende stap in de ontsluiting terugbetaling van psychologische zorg voor past in de bevolking en maakt de verdere uitbouw mogelijk hervorming van de eerstelijnspsychologische functie en geestelijke gezondheids- zorg voor volwassenen in België. In dat kader zijn er de afgelopen jaren reeds een aantal belangrijke mijlpalen gezet in de richting van een gemeenschapsgerichte zorg. De hervorming van de gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg voor volwassenen heeft als doel om in de verschillende gebieden van het land tot een gemeenschapsgericht zorgaanbod te komen waarin de essentiële functies van de geestelijke gezondheidszorg op geïntegreerde wijze aanwezig zijn. In dat kader zijn er door de afbouw van een deel van het ziekenhuisaanbod mobiele equipes opgericht die ingepast worden binnen de reeds be- staande voorzieningen. Tegelijkertijd wordt de nadruk gelegd op een intensifiëring van de residentiële zorgen. De praktische aanpak van het netwerk wordt afgestemd op de noden van de gebruikers van het zorgaanbod en hun omgeving. De terugbetaling van psychologische zorg die in deze overeenkomst geregeld wordt, is een eerste stap die het kader bestaand hulp- en zorgaanbod zal aanvullen voor personen met vaak voorkomende psy- chische problemen zoals problemen op vlak van angst, depressie of alcoholgebruik. Het doel is om dit nieuw aanbod complementair te maken aan het bestaande aanbod en de link te verzekeren met de reeds bestaande vormen van tenlasteneming, onder meer de psychologische zorg die verstrekt wordt door huisartsen en door voorzieningen/diensten onder de bevoegdheid van de ambulante Deelentiteiten en door de gespecialiseerde netwerken voor geestelijke gezondheidszorggezondheid. Dit Deze visie past in de globale en geïnte- greerde aanpak die de filosofie is aanvullend op het bestaande aanbod, en houdt rechtstreeks verband met van de hervormingen in hervorming van de geestelijke gezondheidszorg. Deze investering moet geïntegreerd worden in het ruime reeds bestaande federale en regionale psychosociaal aanbod, waarvoor op 2 december 2020 een akkoord binnen In lijn met de IMC werd afgesloten. In dit akkoord werd overeengekomen dat de investeringen hervorming van de federale overheid geestelijke gezondheidszorg en met het oog op een evenwichtige spreiding van het zorgaanbod over het ganse land en over de maanden van het jaar, heeft de Federa- le Regering beslist om voor de terugbetaling van de psychologische zorg te werken via een getrapte organisatie met een centrale rol voor de reeds geïnstalleerde netwerken geestelijke gezondheid. Vol- gens de beslissing van de Federale Regering verloopt de facturatie van de psychologische sessies via een ziekenhuis van het netwerk. Gegeven het beperkte aanvangsbudget voor deze nieuwe maatregel, wordt ernaar gestreefd om dit budget zo optimaal mogelijk in te zetten door een beperkt aantal sessies per patiënt te vergoeden en door een pro rata verdeling van dit budget over de netwerken die wetenschappelijk geobjectiveerd is in verhouding tot het inwonersaantal, de prevalentie van psychische aandoeningen en de gemeenschappen sociaal- economische status binnen het werkingsgebied. Het netwerk krijgt een belangrijke rol in de globale coördinatie en spreiding van de beschikbare capa- citeit van psychologische sessies over het werkingsgebied van het netwerk. Het netwerk zal hiertoe overeenkomsten afsluiten met een aantal klinisch psychologen/orthopedagogen binnen het werkings- gebied. Het zijn deze klinisch psychologen/orthopedagogen die instaan voor de uitvoering van de sessies. Het netwerk ondersteunt de verwijzers en de gewesten complementair klinisch psychologen/orthopedagogen door middelen aan elkaar zijn : “De deelentiteiten engageren zich de reiken (bijvoorbeeld gevalideerde vragenlijsten) die zij kunnen gebruiken in hun be- slissingsproces om hun bijkomende recurrente investeringen niet af te bouwen en oordelen of een patiënt beantwoordt aan de tijdelijke projecten tijdens de COVID-crisis aan te houden. Om dubbelfinanciering te vermijden worden obv de quota per netwerk controlemechanismen voorzien. Deze worden bilateraal tussen de federale overheid en de gemeenschappen en gewesten afgesproken.”. De 32 netwerken geestelijke gezondheidszorg krijgen een coördinerende rol om initiatieven te nemen om dit psychisch zorgaanbod in de eerstelijn, binnen de visie uit het protocolakkoord, te organiseren in een ruimer getrapt organisatiemodel, waarbij: • de zorg is afgestemd op de persoonlijke situatie en mogelijkheden criteria van de patiënt en zijn omgeving (matched care) • doelgroep. Binnen het netwerk wordt 1 ziekenhuis belast met de zorg deel uitmaakt facturatie van de bredere eerstelijnszorg in het kader van een geïntegreerde multidisciplinaire eerstelijnszorg • eerstelijnspsychologische ses- sies aan de zorg tevens deel uitmaakt verzekeringsinstellingen en met de uitbetaling van de ruimere geïntegreerde geestelijke gezondheidszorg binnen verzekeringstegemoetkoming aan de netwerken GGZklinisch psychologen/orthopedagogen. • uitgegaan wordt van Het gelimiteerde budget voor deze nieuwe maatregel noodzaakt een visie van “public mental health”. De nadruk ligt op opdrachten gedefinieerd in het protocolakkoord: preventie (met inbegrip van symptoomreductie en voorkomen van herval), vraagverheldering, vroegtijdige en kortdurende veerkracht ondersteunende interventies, diagnostiek, behandeling, rehabilitatie/herstel alsook kennis- en expertisedeling. Met uitzondering van universele preventie (dat tot de bevoegdheid beperking van de deelstaten behoortdoelgroep van de terugbetaling (beperking qua leeftijd en qua type problemen) en acute en complexe zorgvragen, wordt van het beoogde organisatiemodel in deze conventie verder uitgewerkt in de vorm van twee functies: de functie eerstelijnspsychologische zorg en de functie gespecialiseerde psychologische zorg. Het onderscheid tussen deze twee functies is belangrijk voor de organisatie van de zorg binnen de conventie, maar naar de rechthebbende toe dient een geïntegreerd aanbod aan psychologische en andere zorg- en hulpverlening gepresenteerd te worden aangezien integrale en “matched” care het leidinggevende principe dient te zijn. Deze opdracht van de netwerken kadert binnen een context van transitie naar de gestructureerde inbedding, tijdens de looptijd van deze overeenkomst, van de ambulante geestelijke gezondheidszorg in de eerste lijngezondheidszorg. Lokale multidisciplinaire samenwerkingsverbanden brengen alle actoren in de 1e lijn, die werkzaam zijn voor een omschreven territorium bij elkaar, in een grootteorde vanaf ongeveer 75.000 inwoners tot 250.000 inwoners. Zij zijn daartoe erkend of worden aangewezen door de bevoegde deelentiteiten. Deze lokale multidisciplinaire lokale samenwerkingsverbanden worden ter informatie meegedeeld aan de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid 1. Gedurende deze transitiefase zullen actoren actief in de “eerste functie activiteiten inzake preventie, promotie van de ggz, vroegdetectie, screening en diagnosestelling” binnen de netwerken volwassenen of in “het activiteitenprogramma 1: vroegtijdige opsporing en interventie” in de netwerken kinderen en jongeren, met het lokale multidisciplinaire samenwerkingsverband afspraken maken over hoe multidisciplinair en geïntegreerd werken kan gerealiseerd worden vertrekkende vanuit “patient centered and goal oriented care”.aantal klinisch psycholo-
Appears in 1 contract
Sources: Overeenkomst Met De Netwerken Geestelijke Gezondheid Volwassenen
Inleiding. Op 2 december 2020 werd Stichting MRN wil een Protocolakkoord gesloten tussen bijdrage leveren aan de federale regering circulaire economie door onder andere het initiëren van een vrijwillige uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor matrassen, het voorzien in voldoende recyclingcapaciteit, innovatie ten behoeve van recyclingtechnologie en ECO-design, en daarbij het bewustzijn van de Gewesten consument te vergroten ten aanzien van het belang van en Gemeenschappen over mogelijkheid tot het recyclen van matrassen. Stichting MRN vertegenwoordigt de producenten en importeurs van matrassen voor consumenten in Nederland. Stichting MRN heeft initiatief genomen de verantwoordelijkheid voor het recyclen van ▇▇▇▇▇▇▇▇▇ in belangrijke mate te willen verleggen van de overheid naar de matrasproducenten en/of -importeurs van matrassen. Stichting MRN heeft de intentie een gecoördineerde aanpak vrijwillige producentenverantwoordelijkheid te realiseren die als doelstelling heeft dat in 2028 75% van het totaal aantal van de voor de versterking Nederlandse consumentenmarkt in de handel gebrachte matrassen gerecycled zullen worden. Om dit te realiseren is een afvalbeheerbijdrage noodzakelijk voor producenten en importeurs van het psychisch zorgaanbod, matrassen per in het bijzonder de handel gebrachte matras voor kwetsbare doelgroepen die het zwaarst zijn getroffen consumenten ter dekking van hun deel van de kosten van producentenverantwoordelijkheid. Om bij te dragen aan de doelstellingen en om een gelijk speelveld te creëren heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat de ‘Overeenkomst inzake de afvalbeheerbijdrage voor de recycling van matrassen’ (hierna te noemen ‘Overeenkomst’) vanaf 1 januari 2022 tot en met 31 oktober 2026 algemeen verbindend verklaard voor producenten en importeurs van matrassen. Eén algemeenverbindendverklaring van een ‘Overeenkomst’ door de COVID- 19-pandemieMinister van Infrastructuur en Waterstaat brengt met zich mee dat aan de ‘Overeenkomst’ de status van formele wetgeving wordt gegeven. Dit protocol kadert ook in Hiermee worden de afspraken in het federaal regeerakkoord waarin verplichtingen voortvloeiend uit de ‘Overeenkomst’ van toepassing op al diegenen die onder meer staat dat “de geestelijke gezondheidszorg op een gelijkwaardige manier benaderd wordt inzake toegankelijkheid, kwaliteit, nabijheid en betaalbaarheid als de somatische gezondheidszorg, en er hiertoe wordt ingezet op heel laagdrempelige, ambulante en gemeenschapsgerichte zorg waarbij tot bij de zorgbehoevende zelf wordt gegaan. Daarbij is de terugbetaling van psychologische zorgen door klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen een eerste prioriteit.” Zoals voorzien in het federaal regeerakkoord is het doel van deze overeenkomst het toegankelijker maken van geestelijke gezondheidszorg, dicht bij de leefomgeving werkingssfeer bepalingen van de burger te brengen, in samenwerking met de actoren in de eerste lijn. Binnen de begrotingsdoelstelling van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging werd hiervoor het reeds beschikbaar budget van 39,3 mio euro vanaf 2021 verhoogd met 112,5 mio euro. Deze overeenkomst bouwt verder op de eerste overeenkomst “eerstelijnspsychologische zorg” waarbij rekening wordt gehouden met tal van bekommernissen en aanbevelingen. Deze overeenkomst is een volgende stap in de ontsluiting van psychologische zorg voor de bevolking en maakt de verdere uitbouw mogelijk van de eerstelijnspsychologische functie en van de gespecialiseerde psychologische zorg in het kader van de ambulante geestelijke gezondheidszorg. Dit is aanvullend op het bestaande aanbod, en houdt rechtstreeks verband met de hervormingen in de geestelijke gezondheidszorg. Deze investering moet geïntegreerd worden in het ruime reeds bestaande federale en regionale psychosociaal aanbod, waarvoor op 2 december 2020 een akkoord binnen de IMC werd afgeslotenvallen. In dit akkoord werd overeengekomen geval betekent dit dat de investeringen UPV verplicht wordt opgelegd aan alle producenten/importeurs van matrassen voor consumenten in Nederland. Bijlage: ‘Overeenkomst inzake de federale overheid en afvalbeheerbijdrage voor de gemeenschappen en de gewesten complementair aan elkaar zijn : “De deelentiteiten engageren zich om hun bijkomende recurrente investeringen niet af te bouwen en de tijdelijke projecten tijdens de COVID-crisis aan te houden. Om dubbelfinanciering te vermijden worden obv de quota per netwerk controlemechanismen voorzien. Deze worden bilateraal tussen de federale overheid en de gemeenschappen en gewesten afgesproken.”. De 32 netwerken geestelijke gezondheidszorg krijgen een coördinerende rol om initiatieven te nemen om dit psychisch zorgaanbod recycling van matrassen’, zoals gepubliceerd in de eerstelijn, binnen de visie uit het protocolakkoord, te organiseren in een ruimer getrapt organisatiemodel, waarbij: • de zorg is afgestemd op de persoonlijke situatie en mogelijkheden van de patiënt en zijn omgeving ▇▇▇▇▇▇▇▇▇▇▇▇▇ ▇▇. ▇▇▇▇▇ d.d. 17 december 2021. (matched care) • de zorg deel uitmaakt van de bredere eerstelijnszorg in het kader van een geïntegreerde multidisciplinaire eerstelijnszorg • de zorg tevens deel uitmaakt van de ruimere geïntegreerde geestelijke gezondheidszorg binnen de netwerken GGZ. • uitgegaan wordt van een visie van “public mental health”. De nadruk ligt op opdrachten gedefinieerd in het protocolakkoord: preventie (met inbegrip van symptoomreductie en voorkomen van herval▇▇▇▇▇://▇▇▇.▇▇/▇▇▇/▇▇▇▇▇▇▇/▇▇▇▇/▇▇/▇▇▇-▇▇▇▇▇▇▇▇▇▇▇▇-▇▇▇▇▇▇▇▇▇.▇▇▇), vraagverheldering, vroegtijdige en kortdurende veerkracht ondersteunende interventies, diagnostiek, behandeling, rehabilitatie/herstel alsook kennis- en expertisedeling. Met uitzondering van universele preventie (dat tot de bevoegdheid van de deelstaten behoort) en acute en complexe zorgvragen, wordt het beoogde organisatiemodel in deze conventie verder uitgewerkt in de vorm van twee functies: de functie eerstelijnspsychologische zorg en de functie gespecialiseerde psychologische zorg. Het onderscheid tussen deze twee functies is belangrijk voor de organisatie van de zorg binnen de conventie, maar naar de rechthebbende toe dient een geïntegreerd aanbod aan psychologische en andere zorg- en hulpverlening gepresenteerd te worden aangezien integrale en “matched” care het leidinggevende principe dient te zijn. Deze opdracht van de netwerken kadert binnen een context van transitie naar de gestructureerde inbedding, tijdens de looptijd van deze overeenkomst, van de ambulante geestelijke gezondheidszorg in de eerste lijngezondheidszorg. Lokale multidisciplinaire samenwerkingsverbanden brengen alle actoren in de 1e lijn, die werkzaam zijn voor een omschreven territorium bij elkaar, in een grootteorde vanaf ongeveer 75.000 inwoners tot 250.000 inwoners. Zij zijn daartoe erkend of worden aangewezen door de bevoegde deelentiteiten. Deze lokale multidisciplinaire lokale samenwerkingsverbanden worden ter informatie meegedeeld aan de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid 1. Gedurende deze transitiefase zullen actoren actief in de “eerste functie activiteiten inzake preventie, promotie van de ggz, vroegdetectie, screening en diagnosestelling” binnen de netwerken volwassenen of in “het activiteitenprogramma 1: vroegtijdige opsporing en interventie” in de netwerken kinderen en jongeren, met het lokale multidisciplinaire samenwerkingsverband afspraken maken over hoe multidisciplinair en geïntegreerd werken kan gerealiseerd worden vertrekkende vanuit “patient centered and goal oriented care”.
Appears in 1 contract
Sources: Samenwerkingsconvenant
Inleiding. Op 2 december 2020 werd een Protocolakkoord gesloten tussen de federale regering en de Gewesten en Gemeenschappen over een gecoördineerde aanpak voor de versterking van het psychisch zorgaanbod, in het bijzonder voor kwetsbare doelgroepen die het zwaarst zijn getroffen door de COVID- 19-pandemie. Dit protocol kadert ook in de afspraken in het federaal regeerakkoord waarin onder meer staat dat “de geestelijke gezondheidszorg op een gelijkwaardige manier benaderd wordt inzake toegankelijkheid, kwaliteit, nabijheid en betaalbaarheid als de somatische gezondheidszorg, en er hiertoe wordt ingezet op heel laagdrempelige, ambulante en gemeenschapsgerichte zorg waarbij tot bij de zorgbehoevende zelf wordt gegaan. Daarbij is de terugbetaling van psychologische zorgen door klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen een eerste prioriteit.” Zoals voorzien in het federaal regeerakkoord is het doel van deze overeenkomst het toegankelijker maken van geestelijke gezondheidszorg, dicht bij de leefomgeving van de burger te brengen, en in samenwerking met de actoren in de eerste lijn. Binnen de begrotingsdoelstelling van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging werd wordt hiervoor het reeds in 2024 een budget beschikbaar budget gesteld van 39,3 mio euro vanaf 2021 verhoogd met 112,5 mio 218.963.000 euro. Deze overeenkomst bouwt verder op de eerste voorgaande overeenkomst “eerstelijnspsychologische zorg” betreffende de financiering van de psychologische functies in de eerste lijn via netwerken en lokale multidisciplinaire samenwerkingsverbanden”, waarbij rekening wordt gehouden met tal van bekommernissen aanbevelingen uit het EPCAP 2.0- onderzoek en aanbevelingende bekommernissen, aangedragen door de diverse partners op het terrein. Deze overeenkomst is een volgende stap in het toegankelijker maken van interventies, die het verhogen van de ontsluiting van psychologische zorg voor veerkracht bij de bevolking beogen en maakt de verdere uitbouw mogelijk maken van de eerstelijnspsychologische functie en van de gespecialiseerde psychologische zorg functie eerstelijnspsychologische behandeling van lichte tot matige problemen in het kader van de ambulante geestelijke gezondheidszorg. Dit is aanvullend op het bestaande aanbod, en houdt rechtstreeks verband met de hervormingen in de geestelijke gezondheidszorg. Deze investering moet geïntegreerd worden in het ruime reeds bestaande federale en regionale psychosociaal psychosociale aanbod, waarvoor op 2 december 2020 een akkoord binnen de IMC werd afgesloten. In dit akkoord werd overeengekomen dat de investeringen van de federale overheid en de gemeenschappen en de gewesten complementair aan elkaar zijn zijn: “De deelentiteiten engageren zich om hun bijkomende recurrente investeringen niet af te bouwen en de tijdelijke projecten tijdens de COVID-crisis aan te houden. Om dubbelfinanciering te vermijden worden obv o.b.v. de quota per netwerk controlemechanismen voorzien. Deze worden bilateraal tussen de federale overheid en de gemeenschappen en gewesten afgesproken.”. De ” In het kader van deze overeenkomst behouden de 32 netwerken geestelijke gezondheidszorg krijgen een coördinerende rol om initiatieven te nemen om dit psychisch zorgaanbod in de eerstelijneerste lijn, binnen de visie uit het protocolakkoord, te organiseren in binnen een ruimer getrapt organisatiemodel, waarbij: • de De zorg is afgestemd op de persoonlijke situatie en mogelijkheden van de patiënt en zijn omgeving (matched care) ); • de De zorg deel uitmaakt van de bredere eerstelijnszorg in het kader van een geïntegreerde multidisciplinaire eerstelijnszorg eerstelijnszorg; • de De zorg tevens deel uitmaakt van de ruimere geïntegreerde geestelijke gezondheidszorg binnen de netwerken GGZ. ; • uitgegaan Uitgegaan wordt van een visie van “public mental health”. De nadruk ligt op opdrachten de opdrachten, gedefinieerd in het protocolakkoord: preventie (met inbegrip van symptoomreductie en voorkomen van herval), vraagverhelderingvraagverheldering en assessment, vroegtijdige en kortdurende veerkracht ondersteunende veerkrachtondersteunende interventies, diagnostiek, behandeling, rehabilitatie/herstel alsook kortdurende behandeling van lichte tot matige problemen. De nadruk ligt ook op kennis- en expertisedelingexpertisedeling met zorg- en hulpverleners in de eerste lijn en de bevordering van het vindplaatsgericht werken. Met uitzondering van universele preventie (dat tot de bevoegdheid van de deelstaten behoort) en acute en complexe zorgvragen, wordt het beoogde organisatiemodel in deze conventie overeenkomst verder uitgewerkt in de vorm van twee drie functies: de functie eerstelijnspsychologische zorg gemeenschapsgerichte De nadruk ligt ook op de verdere groei en de functie gespecialiseerde psychologische zorg. Het onderscheid tussen deze twee functies is belangrijk voor de organisatie uitrol van de GGZ-hervormingen die werden opgestart, waarbij in 2024 prioriteit wordt gemaakt van het verder stimuleren van innovatieve praktijken in de psychologische zorg binnen de conventie, maar naar de rechthebbende toe dient een geïntegreerd aanbod aan psychologische en andere zorg- en hulpverlening gepresenteerd te worden aangezien integrale en “matched” care het leidinggevende principe dient te zijn. Deze opdracht van de netwerken kadert binnen een context van transitie naar de gestructureerde inbedding, tijdens de looptijd van deze overeenkomst, van de ambulante geestelijke gezondheidszorg in de eerste lijngezondheidszorglijn zoals het vindplaatsgericht werken en groepssessies. Lokale Hierdoor kunnen nog meer rechthebbenden toegang krijgen tot laagdrempelige geestelijke gezondheidszorg (standpunt van de Algemene Raad Riziv bij de beslissing over begroting 2024). Verwacht wordt dat alle relevante actoren, die binnen het netwerk GGZ betrokken zijn bij de uitvoering van de drie functies, samenwerken om deze te integreren in het totale zorg- en welzijnslandschap, zowel op macro- (overheden), meso- (netwerken geestelijke gezondheidszorg en lokale multidisciplinaire samenwerkingsverbanden brengen alle actoren samenwerkingsverbanden) als op microniveau (multidisciplinair organisatiemodel in de 1e lijn, die werkzaam zijn voor een omschreven territorium bij elkaar, in een grootteorde vanaf ongeveer 75.000 inwoners tot 250.000 inwoners. Zij zijn daartoe erkend of worden aangewezen door de bevoegde deelentiteitenbuurt/wijk). Deze lokale multidisciplinaire lokale samenwerkingsverbanden worden ter informatie meegedeeld aan de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid 1. Gedurende deze transitiefase zullen actoren actief in de “eerste functie activiteiten inzake preventie, promotie van de ggz, vroegdetectie, screening en diagnosestelling” binnen de netwerken volwassenen of in “het activiteitenprogramma 1: vroegtijdige opsporing en interventie” in de netwerken kinderen en jongeren, met het lokale multidisciplinaire samenwerkingsverband afspraken maken over hoe multidisciplinair en geïntegreerd werken kan gerealiseerd worden vertrekkende vanuit “patient centered and goal oriented care”.overeenkomst heeft daarbij een vijfvoudige doelstelling (5AIM) voor ogen:
Appears in 1 contract
Inleiding. Op 2 december 2020 werd een Protocolakkoord gesloten tussen de federale regering De NVZ en de Gewesten LAD/ de Federatie hebben in juni 2023 een principeakkoord gesloten ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden voor medisch specialisten van 2022 en Gemeenschappen verder. De daarin overeengekomen voorwaarden zijn toentertijd in werking getreden zonder dat de AMS 2021 is aangepast. Vervolgens zijn partijen vanaf oktober 2023 met elkaar in gesprek gegaan over de arbeidsvoorwaarden 2023 en verder. Op 26 januari 2024 hebben partijen een gecoördineerde aanpak onderhandelaarsakkoord bereikt. Zowel het principeakkoord van 2023 als het onderhandelaarsakkoord van 2024 zijn hier opgenomen. Principeakkoord juni 2023 In de AMS 2021 hebben AMS-partijen de visie uitgedragen dat Gezond en Veilig Werken de norm is. Deze visie is onveranderd gebleven. Wanneer medisch specialisten gezond en veilig werken, wordt een belangrijke randvoorwaarde gecreëerd voor duurzame inzetbaarheid en optimaal functioneren. De raad van bestuur (verder: bestuur), Vereniging Medisch Specialisten in Dienstverband (hierna: VMSD), de versterking van het psychisch zorgaanbod, Organisatorische Eenheden (hierna: OE’s) en de individuele medisch specialisten dragen ieder verantwoordelijkheid in het bijzonder voor kwetsbare doelgroepen die het zwaarst zijn getroffen door realiseren van Gezond en Veilig Werken. Samen moeten zij dit onderwerp bespreekbaar maken, concretiseren en de COVID- 19-pandemienoodzakelijke afspraken hierover vastleggen. Dit protocol kadert ook vraagt om goede basisafspraken in de afspraken in AMS en een cultuur waarin ▇▇▇▇▇▇ en Veilig Werken wordt gezien als onmisbare randvoorwaarde voor het federaal regeerakkoord waarin onder meer staat dat “leveren van kwalitatieve en patiëntveilige zorg. Voor de geestelijke gezondheidszorg op een gelijkwaardige manier benaderd wordt inzake toegankelijkheidAMS-partijen zijn shared governance/gelijkgerichtheid, kwaliteit, nabijheid transparantie en betaalbaarheid als de somatische gezondheidszorg, en er hiertoe wordt ingezet op heel laagdrempelige, ambulante en gemeenschapsgerichte zorg waarbij naleving noodzakelijke randvoorwaarden om te komen tot bij de zorgbehoevende zelf wordt gegaan. Daarbij is de terugbetaling van psychologische zorgen door klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen een eerste prioriteit.” Zoals voorzien in het federaal regeerakkoord is het doel van deze overeenkomst het toegankelijker maken van geestelijke gezondheidszorg, dicht bij de leefomgeving van de burger te brengen, in samenwerking met de actoren in de eerste lijn. Binnen de begrotingsdoelstelling van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging werd hiervoor het reeds beschikbaar budget van 39,3 mio euro vanaf 2021 verhoogd met 112,5 mio euro. Deze overeenkomst bouwt verder op de eerste overeenkomst “eerstelijnspsychologische zorg” waarbij rekening wordt gehouden met tal van bekommernissen en aanbevelingen. Deze overeenkomst is een volgende stap in de ontsluiting van psychologische zorg voor de bevolking en maakt de verdere uitbouw mogelijk van de eerstelijnspsychologische functie en van de gespecialiseerde psychologische zorg in het kader van de ambulante geestelijke gezondheidszorg. Dit is aanvullend op het bestaande aanbod, en houdt rechtstreeks verband met de hervormingen in de geestelijke gezondheidszorg. Deze investering moet geïntegreerd worden in het ruime reeds bestaande federale en regionale psychosociaal aanbod, waarvoor op 2 december 2020 een akkoord binnen de IMC werd afgesloten. In dit akkoord werd overeengekomen dat de investeringen van de federale overheid en de gemeenschappen en de gewesten complementair aan elkaar zijn : “De deelentiteiten engageren zich om hun bijkomende recurrente investeringen niet af te bouwen en de tijdelijke projecten tijdens de COVID-crisis aan te houden. Om dubbelfinanciering te vermijden worden obv de quota per netwerk controlemechanismen voorzien. Deze worden bilateraal tussen de federale overheid en de gemeenschappen en gewesten afgesproken.”. De 32 netwerken geestelijke gezondheidszorg krijgen een coördinerende rol om initiatieven te nemen om dit psychisch zorgaanbod in de eerstelijn, binnen de visie uit het protocolakkoord, te organiseren optimale zorgverlening in een ruimer getrapt organisatiemodel, waarbij: • de zorg is afgestemd op de persoonlijke situatie gezond en mogelijkheden van de patiënt en zijn omgeving (matched care) • de zorg deel uitmaakt van de bredere eerstelijnszorg in het kader van een geïntegreerde multidisciplinaire eerstelijnszorg • de zorg tevens deel uitmaakt van de ruimere geïntegreerde geestelijke gezondheidszorg binnen de netwerken GGZ. • uitgegaan wordt van een visie van “public mental health”. De nadruk ligt op opdrachten gedefinieerd in het protocolakkoord: preventie (met inbegrip van symptoomreductie en voorkomen van herval), vraagverheldering, vroegtijdige en kortdurende veerkracht ondersteunende interventies, diagnostiek, behandeling, rehabilitatie/herstel alsook kennis- en expertisedeling. Met uitzondering van universele preventie (dat tot de bevoegdheid van de deelstaten behoort) en acute en complexe zorgvragen, wordt het beoogde organisatiemodel in deze conventie verder uitgewerkt in de vorm van twee functies: de functie eerstelijnspsychologische zorg en de functie gespecialiseerde psychologische zorgveilig werkklimaat. Het onderscheid tussen deze twee functies is belangrijk voor de organisatie noodzakelijk dat medisch specialisten en bestuur op basis van de gelijkwaardigheid tot partnerschap komen om op duurzame wijze hoogwaardige medisch specialistische zorg binnen de conventie, maar naar de rechthebbende toe dient een geïntegreerd aanbod aan psychologische en andere zorg- en hulpverlening gepresenteerd te worden aangezien integrale en “matched” care het leidinggevende principe dient te zijn. Deze opdracht van de netwerken kadert binnen een context van transitie naar de gestructureerde inbedding, tijdens de looptijd van deze overeenkomst, van de ambulante geestelijke gezondheidszorg in de eerste lijngezondheidszorg. Lokale multidisciplinaire samenwerkingsverbanden brengen alle actoren in de 1e lijn, die werkzaam zijn voor een omschreven territorium bij elkaar, in een grootteorde vanaf ongeveer 75.000 inwoners tot 250.000 inwoners. Zij zijn daartoe erkend of worden aangewezen door de bevoegde deelentiteiten. Deze lokale multidisciplinaire lokale samenwerkingsverbanden worden ter informatie meegedeeld aan de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid 1. Gedurende deze transitiefase zullen actoren actief in de “eerste functie activiteiten inzake preventie, promotie van de ggz, vroegdetectie, screening en diagnosestelling” binnen de netwerken volwassenen of in “het activiteitenprogramma 1: vroegtijdige opsporing en interventie” in de netwerken kinderen en jongeren, met het lokale multidisciplinaire samenwerkingsverband afspraken maken over hoe multidisciplinair en geïntegreerd werken kan gerealiseerd worden vertrekkende vanuit “patient centered and goal oriented care”kunnen leveren.
Appears in 1 contract
Inleiding. Op 2 december 2020 werd De revalidatieovereenkomsten die geschreven worden door het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering, RIZIV, bieden een Protocolakkoord gesloten tussen vorm van alternatieve financiering voor de federale regering ziekenhuizen. Ze zijn één voorbeeld van resultaatsfinanciering voor de ziekenhuizen. Door crisismaatregelen bij de overheid is het Budget Financiële Middelen (BFM) van de ziekenhuizen in percentage gedaald van 4,5% boven de index naar 2% boven de index. (Colardyn, 2010-2011) In de MAHA (Model voor Automatic Hospital Analysis) ziet men dat het geaggregeerde gemiddelde van de omzet van het BFM gedaald is van 40,4% in 2002, naar 36,3% in 2009. De overheid gaat meer naar geforfaitariseerde vergoedingen. Daarom nemen de forfaits en revalidatieovereenkomsten in percentage van de omzet toe. In de MAHA analyse van 2002 ziet men dat het geaggregeerde gemiddelde van de forfaits 3,4% was, terwijl dit in 2009 reeds 4,5% van de omzet was. Er is dus een evolutie van capaciteitsfinanciering (vb. financiering voor aantal ziekenhuisbedden) en activiteitsfinanciering (werkingskosten) naar resultaatsfinanciering (vb. forfaitaire financiering voor specifieke patiëntengroep). Nog beter zou zijn dat de revalidatieovereenkomsten kunnen evolueren naar een financiering met kwaliteitstoetsing, dus een kwaliteitsfinanciering. De kwaliteitstoetsing zal een incentive, een echte aansporing, zijn voor de zorgverleners om de kwaliteit van zorg te verbeteren, wat kan leiden tot een meer effectieve zorg. Met dit onderzoek wil ik de effectiviteit en efficiëntie van de revalidatieovereenkomst kindernefrologie en de Gewesten revalidatieovereenkomst inzake zelfregulatie van diabetes mellitus bij kinderen en Gemeenschappen over adolescenten nagaan. Effectiviteit of doeltreffendheid wordt volgens ▇▇▇ ▇▇▇▇ gedefinieerd als ‘het gewenste effect hebben’ en ‘het in overeenstemming zijn met de doelstellingen, verwachtingen en definities’. Efficiëntie of doelmatigheid wordt volgens ▇▇▇ ▇▇▇▇ gedefinieerd als ‘steeds met het doel voor ogen, zodat geen tijd en middelen worden verspild aan bijzaken’ en ‘het verkrijgen van het grootst mogelijke effect of resultaat’. De doelstellingen van de twee revalidatieovereenkomsten zijn duidelijk gedefinieerd: de revalidatieovereenkomst kindernefrologie beoogt het bevorderen van therapietrouw en het voorkomen van de nood aan nierfunctievervangende therapie. De revalidatieovereenkomst inzake zelfregulatie van diabetes mellitus bij kinderen en adolescenten beoogt dat patiënten en hun naaste omgeving komen tot zelfregulatie van de diabetes en dat de omgeving hen voortdurend begeleidt. De middelen die de revalidatieovereenkomsten hiervoor aanreiken zijn financiële middelen om een gecoördineerde aanpak multidisciplinair team uit te bouwen, en voor de versterking revalidatieovereenkomst inzake zelfregulatie van diabetes mellitus bij kinderen en adolescenten is dit ook de financiering van de materialen die nodig zijn voor de zelfregulatie. Als expertverpleegkundige kindernefrologie in het Universitair Ziekenhuis Antwerpen, ben ik nauw betrokken bij de revalidatieovereenkomst kindernefrologie. Dit is een relatief nieuwe revalidatieovereenkomst die werd geschreven in 2009. Bij chronische ziekte, en zeker bij chronisch zieke kinderen, is het van groot belang dat er een goede multidisciplinaire opvolging gebeurt. Daarom wou ik de vergelijking maken met de revalidatieovereenkomst inzake zelfregulatie van diabetes mellitus bij kinderen en adolescenten, aangezien deze reeds langer bestaat, en recent aanpassingen heeft ondergaan. Door een uitgebreide literatuurstudie, interviews en benchmarking met andere landen, wil ik nagaan of de doelstellingen van de revalidatieovereenkomsten overeenkomen met de nood in de praktijk en of de revalidatieovereenkomsten bijdragen aan een betere, kwaliteitsvolle en meer efficiënte patiëntenzorg. Efficiëntie en kwaliteit van zorg gaan vaak samen. In de literatuurstudie ben ik vooral op zoek gegaan naar richtlijnen met betrekking tot chronische ziekte en organisatie van multidisciplinaire zorg, de efficiëntie van de zorg. Het adequate management van chronische ziekte wordt belangrijker aangezien chronische ziekten een steeds groter aandeel innemen in de maatschappij. (Quam et al, 2006) (▇▇▇▇▇▇ et al., 2001) Technologische innovaties en medische evoluties zorgen ervoor dat de overlevingskans van mensen met een chronische aandoeningen groter is. (▇▇▇▇▇ et al., 2009; ▇▇▇▇▇▇▇ et al., 2006) Ook wordt het percentage van het psychisch zorgaanbod, in het bijzonder voor kwetsbare doelgroepen die het zwaarst zijn getroffen door de COVID- 19-pandemie. Dit protocol kadert ook in de afspraken in het federaal regeerakkoord waarin onder meer staat Bruto Binnenlands Product dat “de geestelijke gezondheidszorg op een gelijkwaardige manier benaderd uitgegeven wordt inzake toegankelijkheid, kwaliteit, nabijheid en betaalbaarheid als de somatische aan gezondheidszorg, en er hiertoe wordt ingezet meer specifiek voor chronische ziekte, groter. (▇▇▇▇▇▇▇ et al., 2006) Aanvullend op heel laagdrempeligemijn literatuurstudie heb ik benchmarking gedaan met Duitsland, ambulante Frankrijk en gemeenschapsgerichte Nederland. Deze drie landen hebben een sociaal zekerheidssysteem gebaseerd op Bismarck, net zoals België, waardoor ze goed te vergelijken zijn. Hier heb ik vooral gezocht naar kwaliteitsindicatoren, met de bedoeling om na te gaan of de zorg waarbij tot bij de zorgbehoevende zelf wordt gegaanook effectief is. Daarbij is de terugbetaling van psychologische zorgen door klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen een eerste prioriteit.” Zoals voorzien Tot slot heb ik experten in het federaal regeerakkoord is het doel van deze overeenkomst het toegankelijker maken van geestelijke gezondheidszorg, dicht bij werkveld geïnterviewd. Vanuit de leefomgeving dagelijkse praktijk ondervinden zij de voordelen en/of nadelen van de burger te brengen, in samenwerking met revalidatieovereenkomsten. De experten zijn de actoren verantwoordelijke artsen van de revalidatieovereenkomsten in de eerste lijnUniversitaire Ziekenhuizen van Gent, Leuven en Antwerpen. Binnen Indien een centrum voldoet aan de begrotingsdoelstelling van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging werd hiervoor het reeds beschikbaar budget van 39,3 mio euro vanaf 2021 verhoogd met 112,5 mio euro. Deze overeenkomst bouwt verder op de eerste overeenkomst “eerstelijnspsychologische zorg” waarbij rekening wordt gehouden met tal van bekommernissen en aanbevelingen. Deze overeenkomst is een volgende stap in de ontsluiting van psychologische zorg voor de bevolking en maakt de verdere uitbouw mogelijk van de eerstelijnspsychologische functie en van de gespecialiseerde psychologische zorg in het kader van de ambulante geestelijke gezondheidszorg. Dit is aanvullend op het bestaande aanbod, en houdt rechtstreeks verband met de hervormingen in de geestelijke gezondheidszorg. Deze investering moet geïntegreerd worden in het ruime reeds bestaande federale en regionale psychosociaal aanbod, waarvoor op 2 december 2020 een akkoord binnen de IMC werd afgesloten. In dit akkoord werd overeengekomen dat de investeringen van de federale overheid en de gemeenschappen en de gewesten complementair aan elkaar zijn : “De deelentiteiten engageren zich om hun bijkomende recurrente investeringen niet af te bouwen en de tijdelijke projecten tijdens de COVID-crisis aan te houden. Om dubbelfinanciering te vermijden worden obv de quota per netwerk controlemechanismen voorzien. Deze worden bilateraal tussen de federale overheid en de gemeenschappen en gewesten afgesproken.”. De 32 netwerken geestelijke gezondheidszorg krijgen een coördinerende rol om initiatieven te nemen om dit psychisch zorgaanbod in de eerstelijn, binnen de visie uit het protocolakkoord, te organiseren in een ruimer getrapt organisatiemodel, waarbij: • de zorg is afgestemd op de persoonlijke situatie en mogelijkheden van de patiënt en zijn omgeving (matched care) • de zorg deel uitmaakt van de bredere eerstelijnszorg in het kader van een geïntegreerde multidisciplinaire eerstelijnszorg • de zorg tevens deel uitmaakt van de ruimere geïntegreerde geestelijke gezondheidszorg binnen de netwerken GGZ. • uitgegaan wordt van een visie van “public mental health”. De nadruk ligt op opdrachten gedefinieerd in het protocolakkoord: preventie (met inbegrip van symptoomreductie en voorkomen van herval), vraagverheldering, vroegtijdige en kortdurende veerkracht ondersteunende interventies, diagnostiek, behandeling, rehabilitatie/herstel alsook kennis- en expertisedeling. Met uitzondering van universele preventie (dat tot de bevoegdheid van de deelstaten behoort) en acute en complexe zorgvragencriteria, wordt het beoogde organisatiemodel in deze conventie verder uitgewerkt beschouwd als een referentiecentrum voor een specifieke pathologie. De interviewvragen werden minimum één week op voorhand doorgemaild naar de desbetreffende artsen. De interviews vonden plaats in de vorm van twee functies: de functie eerstelijnspsychologische zorg en de functie gespecialiseerde psychologische zorgUniversitaire Ziekenhuizen zelf. Het onderscheid tussen deze twee functies is belangrijk voor de organisatie Elk interview werd met dictafoon opgenomen. Nadien werd het interview uitgeschreven. Om anonimisering van de zorg binnen centra te garanderen, zullen de conventiecentra vanaf nu met afkortingen omschreven worden: RO1, maar naar de rechthebbende toe dient een geïntegreerd aanbod aan psychologische RO2 en andere zorg- en hulpverlening gepresenteerd te worden aangezien integrale en “matched” care het leidinggevende principe dient te zijnRO3. Deze opdracht De volgorde van de netwerken kadert binnen een context cijfers staat niet in relatie met de opsomming van transitie naar de gestructureerde inbedding, tijdens de looptijd centra hierboven. Naar aanleiding van deze overeenkomst, van de ambulante geestelijke gezondheidszorg in de eerste lijngezondheidszorg. Lokale multidisciplinaire samenwerkingsverbanden brengen alle actoren in de 1e lijndataverzamelingen ben ik gekomen tot een aantal aanbevelingen, die werkzaam zijn voor een omschreven territorium bij elkaar, in een grootteorde vanaf ongeveer 75.000 inwoners tot 250.000 inwoners. Zij zijn daartoe erkend of worden aangewezen door de bevoegde deelentiteiten. Deze lokale multidisciplinaire lokale samenwerkingsverbanden worden ter informatie meegedeeld aan de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid 1. Gedurende deze transitiefase op het einde van mijn masterproef zullen actoren actief in de “eerste functie activiteiten inzake preventie, promotie van de ggz, vroegdetectie, screening en diagnosestelling” binnen de netwerken volwassenen of in “het activiteitenprogramma 1: vroegtijdige opsporing en interventie” in de netwerken kinderen en jongeren, met het lokale multidisciplinaire samenwerkingsverband afspraken maken over hoe multidisciplinair en geïntegreerd werken kan gerealiseerd worden vertrekkende vanuit “patient centered and goal oriented care”aangehaald worden.
Appears in 1 contract
Sources: Rehabilitation Agreement
Inleiding. Op 2 december 2020 werd een Protocolakkoord gesloten tussen de federale regering en de Gewesten en Gemeenschappen over een gecoördineerde aanpak voor de versterking van het psychisch zorgaanbod, in het bijzonder voor kwetsbare doelgroepen die het zwaarst zijn getroffen door de COVID- 19COVID-19-pandemie. Dit protocol kadert ook in de afspraken in het federaal regeerakkoord waarin onder meer staat dat “de geestelijke gezondheidszorg op een gelijkwaardige manier benaderd wordt inzake toegankelijkheid, kwaliteit, nabijheid en betaalbaarheid als de somatische gezondheidszorg, en er hiertoe wordt ingezet op heel laagdrempelige, ambulante en gemeenschapsgerichte zorg waarbij tot bij de zorgbehoevende zelf wordt gegaan. Daarbij is de terugbetaling van psychologische zorgen door klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen een eerste prioriteit.” Zoals voorzien in het federaal regeerakkoord is het doel van deze overeenkomst het toegankelijker maken van geestelijke gezondheidszorg, dicht bij de leefomgeving van de burger te brengen, in samenwerking met de actoren in de eerste lijn. Binnen de begrotingsdoelstelling Deze visie gaat gepaard met een verhoging van de verplichte verzekering het budget voor geneeskundige verzorging werd hiervoor psychologische gezondheidszorg en het reeds beschikbaar budget ontwerp van 39,3 mio euro vanaf een nieuw overeenkomst dat op 26 juli 2021 verhoogd met 112,5 mio euro. Deze overeenkomst bouwt verder op de eerste overeenkomst “eerstelijnspsychologische zorg” waarbij rekening wordt gehouden met tal door het Verzekeringscomité van bekommernissen en aanbevelingen. het RIZIV is goedgekeurd.Deze overeenkomst is een volgende stap in de ontsluiting van psychologische zorg voor de bevolking en maakt de verdere uitbouw mogelijk van de eerstelijnspsychologische functie en van envan de gespecialiseerde psychologische zorg in het kader van de ambulante geestelijke gezondheidszorg. Dit is aanvullend op het bestaande aanbod, en houdt rechtstreeks verband met de hervormingen in de geestelijke gezondheidszorg. Deze investering moet geïntegreerd worden in het ruime reeds bestaande federale en regionale psychosociaal aanbodIn deze context, waarvoor op 2 december 2020 een akkoord binnen krijgen de IMC werd afgesloten. In dit akkoord werd overeengekomen dat de investeringen van de federale overheid en de gemeenschappen en de gewesten complementair aan elkaar zijn : “De deelentiteiten engageren zich om hun bijkomende recurrente investeringen niet af te bouwen en de tijdelijke projecten tijdens de COVID-crisis aan te houden. Om dubbelfinanciering te vermijden worden obv de quota per netwerk controlemechanismen voorzien. Deze worden bilateraal tussen de federale overheid en de gemeenschappen en gewesten afgesproken.”. De 32 netwerken geestelijke gezondheidszorg krijgen een coördinerende rol om initiatieven te nemen om dit psychisch zorgaanbod in de eerstelijn, binnen de visie uit het protocolakkoord, eerstelijn te organiseren in een ruimer getrapt organisatiemodel, waarbij: • de zorg is afgestemd op de persoonlijke situatie en mogelijkheden van de patiënt en zijn omgeving (matched care) • de zorg deel uitmaakt van de bredere eerstelijnszorg in het kader van een geïntegreerde multidisciplinaire eerstelijnszorg • de zorg tevens deel uitmaakt van de ruimere geïntegreerde geestelijke gezondheidszorg binnen de netwerken GGZ. • uitgegaan wordt van een visie van “public mental health”. De nadruk ligt op opdrachten gedefinieerd in het protocolakkoord: preventie (met inbegrip van symptoomreductie en voorkomen van herval), vraagverheldering, vroegtijdige en kortdurende veerkracht ondersteunende interventies, diagnostiek, behandeling, rehabilitatie/herstel alsook kennis- alsookkennis- en expertisedeling. Met uitzondering van universele preventie (dat tot de bevoegdheid van de deelstaten behoort) en acute en complexe zorgvragen, wordt het beoogde organisatiemodel in deze conventie verder uitgewerkt in de vorm van twee functies: de functie eerstelijnspsychologische functieeerstelijnspsychologische zorg en de functie gespecialiseerde psychologische zorg. Het onderscheid tussen deze twee functies is belangrijk voor de organisatie van de zorg binnen de conventiezorg, maar naar maarnaar de rechthebbende toe dient een geïntegreerd aanbod aan psychologische en andere zorg- en hulpverlening gepresenteerd te worden aangezien integrale en “matched” care het leidinggevende principe dient te zijn. Deze opdracht De rechthebbende zal dus afgestemde zorg op maat krijgen op basis van een geïntegreerd en multidisciplinair zorgaanbod. De hulpvraag wordt in een eerste contact/aanmelding (zonder aanrekening van remgeld) verhelderd en (indien nodig) georiënteerd naar de juiste zorg. De opdrachten gegroepeerd onder de functie eerstelijnspsychologische zorg worden laagdrempelig georganiseerd op de leef- en werkomgeving van de netwerken persoon. Indien meer gespecialiseerde zorg aangewezen is, wordt de rechthebbende, aangemeld bij het netwerk van gespecialiseerde psychologische zorg. Ook patiënten met een gestabiliseerde chronischepsychiatrische problematiek kunnen voor vervolgzorg worden aangemeld (geïntegreerd circulair zorgmodel). De processen van aanmelding, overleg en informatie-uitwisseling worden ondersteund door een functioneel bilan1. In lijn met het public mental health perspectief en de beperkte middelen wordt vanuit onder meer wetenschappelijke inzichten, de praktische haalbaarheid en zorgindicatie van de rechthebbende en zijn context, ingezet ophet verder ontwikkelen van een groepsaanbod en een aanbod van vroeginterventie en vroegdetectie en bijzondere aandacht voor kwetsbare groepen. Deze aanpak kadert binnen een context van transitie naar de gestructureerde inbedding, tijdens de looptijd van deze overeenkomst, van de inbedding vande ambulante geestelijke gezondheidszorg in de eerste lijngezondheidszorg. Lokale eerstelijnsgezondheidszorg en in lokale multidisciplinaire samenwerkingsverbanden brengen die alle actoren in de 1e lijn, lijn die werkzaam zijn voor een omschreven territorium bij elkaar, in een grootteorde vanaf ongeveer 75.000 inwoners tot 250.000 inwoners. Zij zijn samen brengen en die daartoe erkend of aangewezen worden aangewezen door de bevoegde deelentiteiten. Deze Verwacht wordt dat alle relevante actoren die binnen het netwerk GG betrokken zijn bij de uitvoering van de twee functies samen werken om deze te integreren in het totale zorg- en welzijnslandschap zowel op macro (overheden), meso (netwerken GGZ en lokale multidisciplinaire lokale samenwerkingsverbanden worden ter informatie meegedeeld aan de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid 1. Gedurende deze transitiefase zullen actoren actief samenwerkingsverbanden) als op microniveau (multidisciplinaire organisatiemodel in de “eerste functie activiteiten inzake preventiebuurt/wijk). Van hen wordt ook verwacht dat zij de 4-voudige doelstelling (4AIM) zouden nastreven dieis voorzien in de overeenkomst die op 26 juli 2021 werd goedgekeurd door het Verzekeringscomité: • ten eerste, promotie de verbetering van de ggzgezondheid door betere mentale gezondheidsuitkomsten, vroegdetectiebevordering van gezondheidsvaardigheden, screening versterking ▇▇▇▇▇ ▇▇▇▇▇▇▇▇▇▇, betere en diagnosestelling” binnen snellere detectie van psychische problemen, toeleiding naaren beschikbaarheid en toegankelijkheid van gepaste zorg; • ten tweede, de verhoging van de kwaliteitservaring van de zorg via resultaatgerichte monitoring en meting. Zowel van de ervaren kwaliteit van de zorg door de patiënt en zijn omgeving alsook door toepassing van evidence, practice en experience based richtlijnen; • ten derde, het inzetten op betere werkomstandigheden voor mensen in de zorgsectorinclusief ondersteuning en vorming voor zorgverleners; • ten vierde wordt het budget efficiënt ingezet door middelen in te zetten die meerwaardecreëren onder meer door het aanbieden van verschillende zorgmodaliteiten en inzet van andere hulpverleners voor opdrachten eerstelijnspsychologische zorg en gespecialiseerde psychologische zorg. Er wordt ingezet op communicatie en sensibilisering door de netwerken volwassenen of met de actoren en structuren in “zorg en welzijn. Het netwerk zal de mate waarin deze doelstellingen worden gerealiseerd monitoren en auto-evalueren. Om de opdrachten van die netwerken GGZ en de gemaakte afspraken met de lokale multidisciplinaire samenwerkingsverbanden te ondersteunen, engageert de federale overheidzich onder de vorm van coaching, faciliteren van intervisie/supervisiemomenten, vormingsmodules, het activiteitenprogramma 1: vroegtijdige opsporing beschikbaar maken van evidence, practice en interventie” experienced based richtlijnen, richtlijnen tot e/m-health (een portaalsite met tools ter ondersteuning van zelfzorg en zorgaanbod) en een gedeeld multidisciplinair patiëntendossier zoals voorzien in de netwerken kinderen en jongerenroadmap eGezondheid. Een praktijkpremie zal onder meer voorzien worden voor vrij gevestigde praktijken van klinisch psychologen/orthopedagogen, volgens nader te bepalen modaliteiten met het lokale multidisciplinaire samenwerkingsverband afspraken maken over hoe multidisciplinair en geïntegreerd werken kan gerealiseerd worden vertrekkende vanuit “patient centered and goal oriented care”doel om de communicatie te faciliteren via het gebruik van informatica, hard- of software.
Appears in 1 contract
Sources: Financieringsovereenkomst
Inleiding. Op 2 december 2020 werd een Protocolakkoord gesloten tussen de federale regering en de Gewesten en Gemeenschappen over een gecoördineerde aanpak voor de versterking van het psychisch zorgaanbod, in het bijzonder voor kwetsbare doelgroepen die het zwaarst zijn getroffen door de COVID- 19-pandemie. Dit protocol kadert ook in de afspraken in het federaal regeerakkoord waarin onder meer staat dat “de geestelijke gezondheidszorg op een gelijkwaardige manier benaderd wordt inzake toegankelijkheid, kwaliteit, nabijheid en betaalbaarheid als de somatische gezondheidszorg, en er hiertoe wordt ingezet op heel laagdrempelige, ambulante en gemeenschapsgerichte zorg waarbij tot bij de zorgbehoevende zelf wordt gegaan. Daarbij is de terugbetaling van psychologische zorgen door klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen een eerste prioriteit.” Zoals voorzien in het federaal regeerakkoord is het doel van deze overeenkomst het toegankelijker maken van geestelijke gezondheidszorg, dicht bij de leefomgeving van de burger te brengen, in samenwerking met de actoren in de eerste lijn. Binnen de begrotingsdoelstelling Deze visie gaat gepaard met een verhoging van de verplichte verzekering het budget voor geneeskundige verzorging werd hiervoor psychologische gezondheidszorg en het reeds beschikbaar budget ontwerp van 39,3 mio euro vanaf een nieuw overeenkomst dat op 26 juli 2021 verhoogd met 112,5 mio euro. Deze overeenkomst bouwt verder op de eerste overeenkomst “eerstelijnspsychologische zorg” waarbij rekening wordt gehouden met tal door het Verzekeringscomité van bekommernissen en aanbevelingenhet RIZIV is goedgekeurd. Deze overeenkomst is een volgende stap in de ontsluiting van psychologische zorg voor de bevolking en maakt de verdere uitbouw mogelijk van de eerstelijnspsychologische functie en van de gespecialiseerde psychologische zorg in het kader van de ambulante geestelijke gezondheidszorg. Dit is aanvullend op het bestaande aanbod, en houdt rechtstreeks verband met de hervormingen in de geestelijke gezondheidszorg. Deze investering moet geïntegreerd worden in het ruime reeds bestaande federale en regionale psychosociaal aanbod, waarvoor op 2 december 2020 een akkoord binnen de IMC werd afgesloten. In dit akkoord werd overeengekomen dat de investeringen van de federale overheid en de gemeenschappen en de gewesten complementair aan elkaar zijn : “De deelentiteiten engageren zich om hun bijkomende recurrente investeringen niet af te bouwen en de tijdelijke projecten tijdens de COVID-crisis aan te houden. Om dubbelfinanciering te vermijden worden obv de quota per netwerk controlemechanismen voorzien. Deze worden bilateraal tussen de federale overheid en de gemeenschappen en gewesten afgesproken.”. De 32 netwerken geestelijke gezondheidszorg krijgen een coördinerende rol om initiatieven te nemen om dit psychisch zorgaanbod in de eerstelijn, binnen de visie uit het protocolakkoord, te organiseren in een ruimer getrapt organisatiemodel, waarbij: • de zorg is afgestemd op de persoonlijke situatie en mogelijkheden van de patiënt en zijn omgeving (matched care) • de zorg deel uitmaakt van de bredere eerstelijnszorg in het kader van een geïntegreerde multidisciplinaire eerstelijnszorg • de zorg tevens deel uitmaakt van de ruimere geïntegreerde geestelijke gezondheidszorg binnen de netwerken GGZ. • uitgegaan wordt van een visie van “public mental health”. De nadruk ligt op opdrachten gedefinieerd in het protocolakkoord: preventie (met inbegrip van symptoomreductie en voorkomen van herval), vraagverheldering, vroegtijdige en kortdurende veerkracht ondersteunende interventies, diagnostiek, behandeling, rehabilitatie/herstel alsook kennis- en expertisedeling. Met uitzondering van universele preventie (dat tot de bevoegdheid van de deelstaten behoort) en acute en complexe zorgvragen, wordt het beoogde organisatiemodel in deze conventie verder uitgewerkt in de vorm van twee functies: de functie eerstelijnspsychologische zorg en de functie gespecialiseerde psychologische zorg. Het onderscheid tussen deze twee functies is belangrijk voor de organisatie van de zorg binnen de conventie, maar naar de rechthebbende toe dient een geïntegreerd aanbod aan psychologische en andere zorg- en hulpverlening gepresenteerd te worden aangezien integrale en “matched” care het leidinggevende principe dient te zijn. Deze opdracht van de netwerken kadert binnen een context van transitie naar de gestructureerde inbedding, tijdens de looptijd van deze overeenkomst, van de ambulante geestelijke gezondheidszorg in de eerste lijngezondheidszorg. Lokale multidisciplinaire samenwerkingsverbanden brengen alle actoren in de 1e lijn, die werkzaam zijn voor een omschreven territorium bij elkaar, in een grootteorde vanaf ongeveer 75.000 inwoners tot 250.000 inwoners. Zij zijn daartoe erkend of worden aangewezen door de bevoegde deelentiteiten. Deze lokale multidisciplinaire lokale samenwerkingsverbanden worden ter informatie meegedeeld aan de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid 1. Gedurende deze transitiefase zullen actoren actief in de “eerste functie activiteiten inzake preventie, promotie van de ggz, vroegdetectie, screening en diagnosestelling” binnen de netwerken volwassenen of in “het activiteitenprogramma 1: vroegtijdige opsporing en interventie” in de netwerken kinderen en jongeren, met het lokale multidisciplinaire samenwerkingsverband afspraken maken over hoe multidisciplinair en geïntegreerd werken kan gerealiseerd worden vertrekkende vanuit “patient centered and goal oriented care”.
Appears in 1 contract
Sources: Samenwerkingsovereenkomst
Inleiding. Op 2 14 december 2020 werd een Protocolakkoord gesloten tussen 2022 hebben de federale regering en de Gewesten en Gemeenschappen hun akkoord verleend over het te ontwikkelen transversaal zorgmodel eetstoornissen als transversaal project geïntegreerde zorg. Deze visie op zorg heeft als ambitie om de huidige manier van zorgaanbod en – organisatie te laten evolueren richting een gecoördineerde model waarin de patiënt een centrale rol heeft, omringd door zorgverleners die transversaal samenwerken, met aandacht voor zorgcontinuïteit. Het model wordt uitgewerkt door de concrete voorstellen voor een doordachte nieuwe zorgorganisatie bij eetstoornissen van het Comité voor het nieuw geestelijk gezondheidsbeleid voor kinderen en jongeren (COMGGKJ), goedgekeurd op 22 juni 2022. Daarbij is het niet enkel de bedoeling om eetproblemen en eetstoornissen te detecteren en te behandelen, maar ook om ze te voorkomen, onder meer, zoals reeds aangegeven in het federaal regeerakkoord, door binnen de federale bevoegdheden preventieve controleonderzoeken te stimuleren (o.a. tandzorg, dieetzorg, psychische zorg, risicopatiënten, etc.) […] of slechte voeding terug te dringen (o.a. via de aanpak van ongezonde voedingspatronen). Er is in België nood aan een populatie-georiënteerde zorgorganisatie die: kinderen en jongeren versterkt, zodat mentale problemen en meer bepaald eetstoornissen kunnen worden voorkomen. zorgt voor vroegtijdige detectie bij de eerste signalen van eetproblemen en -stoornissen. kwaliteitsvolle zorg-op-maat biedt bij eetstoornissen. en die leidt tot meer gezondheidswinst, meer welbevinden, minder lijden en minder maatschappelijke en financiële kosten. Om dit te bereiken is nood aan een goed uitgebouwd aanbod waarin alle betrokken actoren samenwerken over alle bevoegdheden en disciplines heen om continuïteit van zorgen te realiseren binnen elk zorgtraject voor bepaalde eetproblemen en eetstoornissen en over alle leeftijdsfasen heen. Zoals overeengekomen in de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid (IMC) op 14 december 2022 wordt een zorgtraject ontwikkeld over alle zorgniveaus (nulde, eerste, tweede en derde lijn) en over alle beleidsdomeinen heen (welzijn, gezondheidszorg, jeugd, vrije tijd, media, …) met bijzondere aandacht voor de versterking van kinderen, jongeren en hun gezinnen/families. Het doel van de overeenkomst tussen het psychisch Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering en het netwerk geestelijke gezondheid kinderen en jongeren betreffende de financiering van het zorgtraject eetstoornissen is om vanuit de bevoegdheid van de verplichte ziekteverzekering te voorzien in de nodige middelen voor het realiseren van een zorgtraject eetstoornissen zodat kinderen en jongeren met eetstoornissen vlot gebruik kunnen maken van een toegankelijk, geïntegreerd, continu en multidisciplinair zorgaanbod, in het bijzonder voor kwetsbare doelgroepen aangepast aan hun individuele noden en die het zwaarst zijn getroffen door de COVID- 19-pandemie. Dit protocol kadert ook in de afspraken in het federaal regeerakkoord waarin onder meer staat dat “de geestelijke gezondheidszorg op een gelijkwaardige manier benaderd wordt inzake toegankelijkheid, kwaliteit, nabijheid en betaalbaarheid als de somatische gezondheidszorg, en er hiertoe wordt ingezet op heel laagdrempelige, ambulante en gemeenschapsgerichte zorg waarbij tot bij de zorgbehoevende zelf wordt gegaan. Daarbij is de terugbetaling van psychologische zorgen door klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen een eerste prioriteit.” Zoals voorzien in het federaal regeerakkoord is het doel van deze overeenkomst het toegankelijker maken van geestelijke gezondheidszorg, dicht bij de leefomgeving van de burger te brengen, in samenwerking met de actoren in de eerste lijnhun omgeving. Binnen de begrotingsdoelstelling van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging werd hiervoor het reeds beschikbaar vanaf 2023 een budget van 39,3 mio 10 miljoen euro vanaf 2021 verhoogd met 112,5 mio euro. Deze overeenkomst bouwt verder op de eerste overeenkomst “eerstelijnspsychologische zorg” waarbij rekening wordt gehouden met tal van bekommernissen en aanbevelingen. Deze overeenkomst is een volgende stap in de ontsluiting van psychologische zorg voor de bevolking en maakt de verdere uitbouw mogelijk van de eerstelijnspsychologische functie en van de gespecialiseerde psychologische zorg in het kader van de ambulante geestelijke gezondheidszorg. Dit is aanvullend op het bestaande aanbod, en houdt rechtstreeks verband met de hervormingen in de geestelijke gezondheidszorggereserveerd. Deze investering moet is complementair en wordt geïntegreerd worden in het ruime reeds bestaande federale en regionale psychosociaal aanbod, waarvoor op 2 zoals weergegeven in de IMC-fiche van 14 december 2020 een akkoord binnen de IMC werd afgesloten2022. In dit akkoord Daarin werd overeengekomen dat de investeringen van de federale overheid en de gemeenschappen en de gewesten complementair aan elkaar zijn : “De deelentiteiten engageren zich om hun bijkomende recurrente investeringen niet af te bouwen moeten zijn. Er wordt ingezet op de ontwikkeling van een opleidingsaanbod specifiek bestemd voor de diëtist en voor de klinisch psycholoog/orthopedagoog die de functie eerstelijnspsychologische ondersteuning invult en de tijdelijke projecten tijdens klinisch psycholoog/orthopedagoog die de COVID-crisis aan te houden. Om dubbelfinanciering te vermijden worden obv de quota per netwerk controlemechanismen voorzien. Deze worden bilateraal tussen de federale overheid en de gemeenschappen en gewesten afgesproken.”. De 32 netwerken geestelijke gezondheidszorg krijgen een coördinerende rol om initiatieven te nemen om dit psychisch zorgaanbod in de eerstelijnfunctie eerstelijnspsychologische behandeling van lichte tot matige problemen invult, binnen de visie uit het protocolakkoord, te organiseren in een ruimer getrapt organisatiemodel, waarbij: • de zorg is afgestemd op de persoonlijke situatie en mogelijkheden van de patiënt en zijn omgeving (matched care) • de zorg deel uitmaakt van de bredere eerstelijnszorg in het kader van een geïntegreerde multidisciplinaire eerstelijnszorg • de zorg tevens deel uitmaakt overeenkomst tussen het Verzekeringscomité van het RIZIV en het netwerk geestelijke gezondheid betreffende de financiering van de ruimere geïntegreerde psychologische functies in de eerste lijn via netwerken geestelijke gezondheidszorg binnen gezondheid. Dit met de netwerken GGZ. • uitgegaan wordt bedoeling dat deze zorgprofessionals in staat zullen zijn om de (eerste) signalen van een visie van “public mental health”eetproblemen en eetstoornissen te herkennen en zicht krijgen op het beschikbare hulp- en zorgverleningsaanbod teneinde patiënten toe te leiden naar de meest gepaste zorg. De nadruk ligt op opdrachten gedefinieerd in het protocolakkoord: preventie (gehanteerde definities stemmen overeen met inbegrip van symptoomreductie en voorkomen van herval), vraagverheldering, vroegtijdige en kortdurende veerkracht ondersteunende interventies, diagnostiek, behandeling, rehabilitatie/herstel alsook kennis- en expertisedeling. Met uitzondering van universele preventie (dat tot de bevoegdheid van de deelstaten behoort) en acute en complexe zorgvragen, wordt het beoogde organisatiemodel in deze conventie verder uitgewerkt definities in de vorm van twee functies: overeenkomst eerstelijnspsychologische zorg. Binnen het eerstelijnsaanbod kunnen de patiënten met eetproblemen en eetstoornissen terecht bij de huisarts, de diëtist en de klinisch psycholoog/orthopedagoog die de functie eerstelijnspsychologische zorg ondersteuning invult. Indien de diagnose van een eetstoornis wordt gesteld kan de patiënt binnen een meer gespecialiseerd ambulant zorgaanbod terecht: de klinisch psycholoog die de functie eerstelijnspsychologische behandeling invult de arts-specialist in de kinder- en jeugdpsychiatrie waarvoor financiering is voorzien via de nomenclatuur de arts-specialist in de psychiatrie waarvoor financiering is voorzien via de nomenclatuur de arts-specialist in de kindergeneeskunde of inwendige geneeskunde waarvoor financiering is voorzien via de nomenclatuur de gespecialiseerde diëtist waarvan de financiering wordt geregeld in deze overeenkomst Wanneer bij de patiënt de diagnose van een eetstoornis wordt gesteld, komt deze in aanmerking voor een zorgtraject eetstoornissen. Binnen dit kader zal ook een behandelplan worden opgesteld voor de interdisciplinaire samenwerking en de functie gespecialiseerde psychologische zorgafstemming van de klinische interventies van de verschillende zorgverleners betrokken in de behandeling van de rechthebbende. Concreet wordt er binnen het GGKJ-netwerk een zorgteam samengesteld dat vanuit een multidisciplinaire benadering de patiënt behandelt met aandacht voor zijn context. Binnen het zorgtraject zijn belangrijke pijlers - waarvan de financiering eveneens wordt geregeld in de overeenkomst betreffende de financiering van het zorgtraject eetstoornissen - het multidisciplinair overleg waar een behandelplan en de zorgcoördinatie-opdracht uit volgt en de MAST GGKJ-teams die de ambulante zorgverleners door middel van expertise ondersteunen. Het onderscheid zorgtraject bestaat uit individuele sessies, maar er bestaat ook de mogelijkheid om binnen het netwerk een aanbod van groepssessies uit te bouwen, geleid door een samenwerking tussen deze twee functies psycholoog en diëtist. Deze mogelijkheid wordt niet uitgewerkt in onderhavige overeenkomst, noch in de overeenkomst betreffende de financiering van het zorgtraject eetstoornissen, maar is belangrijk voor voorzien in de organisatie overeenkomst betreffende psychologische zorg in de eerste lijn. Indien de complexiteit van de zorg binnen toeneemt, kunnen de conventiezorgverleners uit het eerstelijns zorgaanbod en het gespecialiseerde ambulante zorgaanbod een beroep doen op de ondersteuning en expertise van multidisciplinaire ambulante supportteams (MAST-GGKJ of MAST-supraregionaal), maar naar en dit zowel voor milde tot matige als voor complexe eetstoornissen, opdat de ambulante behandeling van de rechthebbende toe dient een geïntegreerd aanbod aan psychologische en andere zorg- en hulpverlening gepresenteerd te kan worden aangezien integrale en “matched” care het leidinggevende principe dient te zijngehandhaafd. Deze opdracht In functie van de netwerken kadert binnen een context van transitie naar de gestructureerde inbedding, tijdens de looptijd van deze overeenkomst, ernst van de eetstoornis, en wanneer enkel ambulante geestelijke gezondheidszorg in behandeling niet meer volstaat, kan de eerste lijngezondheidszorg. Lokale multidisciplinaire samenwerkingsverbanden brengen alle actoren in de 1e lijn, die werkzaam zijn voor een omschreven territorium bij elkaar, rechthebbende worden opgenomen in een grootteorde vanaf ongeveer 75.000 inwoners tot 250.000 inwonersziekenhuis en/of instappen in een deeltijdsprogramma binnen het netwerk GGKJ. Zij zijn daartoe erkend of worden aangewezen door Wanneer tenslotte de bevoegde deelentiteiten. Deze lokale multidisciplinaire lokale samenwerkingsverbanden worden ter informatie meegedeeld aan de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid 1. Gedurende deze transitiefase zullen actoren actief in de “eerste functie activiteiten inzake preventie, promotie complexiteit van de ggzeetstoornis van dien aard is dat een hooggespecialiseerde residentiële behandeling (partiële of voltijdse opname) noodzakelijk is, vroegdetectie, screening en diagnosestelling” binnen kan de netwerken volwassenen rechthebbende worden opgenomen in een referentiecentrum en/of instappen in “een deeltijdsprogramma aangeboden door het activiteitenprogramma 1: vroegtijdige opsporing en interventie” referentiecentrum. De overeenkomst betreffende de financiering van het zorgtraject eetstoornissen moet gelezen worden in de netwerken kinderen en jongeren, combinatie met het lokale multidisciplinaire samenwerkingsverband afspraken maken over hoe multidisciplinair en geïntegreerd werken kan gerealiseerd worden vertrekkende vanuit “patient centered and goal oriented care”.andere initiatieven:
Appears in 1 contract
Sources: Samenwerkingsovereenkomst
Inleiding. Op 2 december 2020 werd een Protocolakkoord gesloten tussen de federale regering De visienota1 goedgekeurd door het verzekeringscomité en de Gewesten en Gemeenschappen over FRZV eind 2019 maakt duidelijk dat er nood is aan een gecoördineerde aanpak hervorming van de daghospitalisatie, zowel organisatorisch als financieel, zowel voor de versterking chirurgische als de niet-chirurgische daghospitalisatie. Het dagziekenhuis schrijft zich perfect in in het streven om de patiënt kwalitatief en efficiënt ten laste te nemen. Maar ook toegankelijkheid blijft belangrijk: voor sommige, sociaal zwakkere, patiënten moet klassieke hospitalisatie uit medische noodzaak wel mogelijk blijven. Een billijke, correcte en transparante financiering gebaseerd op reële noden en kosten en toekomstige evoluties is het uitganspunt. Op middellange termijn komt er een uniek financieringssysteem, waarbij het historisch onderscheid tussen chirurgische en niet-chirurgische daghospitalisatie in het financieringssysteem wordt weggewerkt en de limitatieve lijsten niet langer nodig zijn. De uitwerking van deze hervorming vraagt de nodige tijd. Daarom is in de visienota en het bijhorende stappenplan gekozen voor een aanpak in fases. De laatste grote update van de financiering en de limitatieve lijsten van de chirurgische daghospitalisatie dateert van 2002. Voor de niet-chirurgische daghospitalisatie betreft het 2007, behalve het oncologisch dagziekenhuis wat in 2018 hervormd werd. We menen dat enkele gerichte maatregelen de bestaande rem op de verdere ontwikkeling van de daghospitalisatie kunnen wegnemen. Het huidige advies is uitgewerkt binnen de financiële werkgroep van het psychisch zorgaanbodbegeleidingscomité “hervorming dagziekenhuis” die is samengesteld uit vertegenwoordigers van de FRZV, in de overeenkomstencommissie RIZIV en de medicomut. Het advies werd formeel ter goedkeuring voorgelegd aan de FRZV en de overeenkomstencommissie van het bijzonder voor kwetsbare doelgroepen die het zwaarst zijn getroffen door de COVID- 19-pandemieRIZIV. Dit protocol kadert ook Het heeft als doelstelling om een eerste stap te zetten in de afspraken in hervorming van de financiering van het federaal regeerakkoord waarin onder meer staat dat “dagziekenhuis door het huidig dubbele financieringsmechanisme te actualiseren: chirurgisch via het BFM en niet-chirurgisch via de geestelijke gezondheidszorg op een gelijkwaardige manier benaderd wordt inzake toegankelijkheid, kwaliteit, nabijheid en betaalbaarheid als de somatische gezondheidszorg, en er hiertoe wordt ingezet RIZIV-forfaits. Het advies focust zich op heel laagdrempelige, ambulante en gemeenschapsgerichte zorg waarbij tot bij de zorgbehoevende zelf wordt gegaanconcrete voorstellen die realiseerbaar zijn op korte termijn. Daarbij is de terugbetaling van psychologische zorgen door klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen een eerste prioriteit.” Zoals voorzien in het federaal regeerakkoord is het doel van deze overeenkomst het toegankelijker maken van geestelijke gezondheidszorg, dicht bij de leefomgeving In functie van de burger te brengen, in samenwerking met beschikbaarheid van een beperkt bijkomend budget en de actoren in de eerste lijn. Binnen de begrotingsdoelstelling voortgang van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging werd hiervoor expertenwerkgroep kunnen de maatregelen binnen het reeds beschikbaar budget van 39,3 mio euro vanaf BFM in principe al op 1 juli 2021 verhoogd met 112,5 mio euroworden gerealiseerd. Deze overeenkomst bouwt verder op de eerste overeenkomst “eerstelijnspsychologische zorg” waarbij rekening wordt gehouden met tal van bekommernissen en aanbevelingen. Deze overeenkomst is een volgende stap in de ontsluiting van psychologische zorg voor de bevolking en maakt de verdere uitbouw mogelijk van de eerstelijnspsychologische functie en van de gespecialiseerde psychologische zorg in het kader van de ambulante geestelijke gezondheidszorg. Dit is aanvullend op het bestaande aanbod, en houdt rechtstreeks verband met de hervormingen in de geestelijke gezondheidszorg. Deze investering moet geïntegreerd worden in het ruime reeds bestaande federale en regionale psychosociaal aanbod, waarvoor op 2 december 2020 een akkoord De maatregelen binnen de IMC werd afgeslotennationale overeenkomst zouden ingang kunnen vinden ten vroegste vanaf 01/01/2021. In dit akkoord werd overeengekomen dat advies gaan we dieper in op de investeringen volgende punten. Definitie van de federale overheid in het BFM te financieren prestaties (hoofdstuk 1) Korte termijn bijsturing van de financieringstechniek BFM, onderdeel B2 (hoofdstuk 3) Voor de niet-chirurgische daghospitalisatie (RIZIV): ▇▇▇▇▇▇▇▇ tot hervorming van het maxiforfait anesthesie (hoofdstuk 4) Voor beide: Hoe de lijst A en de gemeenschappen en de gewesten complementair aan elkaar zijn : “De deelentiteiten engageren zich om hun bijkomende recurrente investeringen niet af te bouwen en de tijdelijke projecten tijdens de COVID-crisis aan te houden. Om dubbelfinanciering te vermijden worden obv de quota per netwerk controlemechanismen voorzien. Deze worden bilateraal tussen de federale overheid en de gemeenschappen en gewesten afgesproken.”. De 32 netwerken geestelijke gezondheidszorg krijgen een coördinerende rol om initiatieven te nemen om dit psychisch zorgaanbod lijsten in de eerstelijn, binnen nationale overeenkomst bijwerken en hoe de visie uit het protocolakkoord, te organiseren in een ruimer getrapt organisatiemodel, waarbij: • de zorg is afgestemd op de persoonlijke situatie en mogelijkheden van de patiënt en zijn omgeving nodige middelen bepalen? (matched care) • de zorg deel uitmaakt van de bredere eerstelijnszorg in het kader van een geïntegreerde multidisciplinaire eerstelijnszorg • de zorg tevens deel uitmaakt van de ruimere geïntegreerde geestelijke gezondheidszorg binnen de netwerken GGZ. • uitgegaan wordt van een visie van “public mental health”. De nadruk ligt op opdrachten gedefinieerd in het protocolakkoord: preventie (met inbegrip van symptoomreductie en voorkomen van hervalhoofdstuk 2), vraagverheldering, vroegtijdige en kortdurende veerkracht ondersteunende interventies, diagnostiek, behandeling, rehabilitatie/herstel alsook kennis- en expertisedeling. Met uitzondering van universele preventie (dat tot de bevoegdheid van de deelstaten behoort) en acute en complexe zorgvragen, wordt het beoogde organisatiemodel in deze conventie verder uitgewerkt in de vorm van twee functies: de functie eerstelijnspsychologische zorg en de functie gespecialiseerde psychologische zorg. Het onderscheid tussen deze twee functies is belangrijk voor de organisatie van de zorg binnen de conventie, maar naar de rechthebbende toe dient een geïntegreerd aanbod aan psychologische en andere zorg- en hulpverlening gepresenteerd te worden aangezien integrale en “matched” care het leidinggevende principe dient te zijn. Deze opdracht van de netwerken kadert binnen een context van transitie naar de gestructureerde inbedding, tijdens de looptijd van deze overeenkomst, van de ambulante geestelijke gezondheidszorg in de eerste lijngezondheidszorg. Lokale multidisciplinaire samenwerkingsverbanden brengen alle actoren in de 1e lijn, die werkzaam zijn voor een omschreven territorium bij elkaar, in een grootteorde vanaf ongeveer 75.000 inwoners tot 250.000 inwoners. Zij zijn daartoe erkend of worden aangewezen door de bevoegde deelentiteiten. Deze lokale multidisciplinaire lokale samenwerkingsverbanden worden ter informatie meegedeeld aan de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid 1. Gedurende deze transitiefase zullen actoren actief in de “eerste functie activiteiten inzake preventie, promotie van de ggz, vroegdetectie, screening en diagnosestelling” binnen de netwerken volwassenen of in “het activiteitenprogramma 1: vroegtijdige opsporing en interventie” in de netwerken kinderen en jongeren, met het lokale multidisciplinaire samenwerkingsverband afspraken maken over hoe multidisciplinair en geïntegreerd werken kan gerealiseerd worden vertrekkende vanuit “patient centered and goal oriented care”.
Appears in 1 contract
Sources: Advies
Inleiding. Op 2 december 2020 werd een Protocolakkoord gesloten tussen de federale regering en de Gewesten en Gemeenschappen over een gecoördineerde aanpak Deze overeenkomst creëert voor de versterking van het psychisch zorgaanbod, in het bijzonder voor kwetsbare doelgroepen die het zwaarst zijn getroffen door de COVID- 19-pandemie. Dit protocol kadert ook eerste maal een verzekeringstegemoetkoming in de afspraken in het federaal regeerakkoord waarin onder meer staat dat “de geestelijke gezondheidszorg op een gelijkwaardige manier benaderd psycholo- gische zorg1 die gerealiseerd wordt inzake toegankelijkheid, kwaliteit, nabijheid en betaalbaarheid als de somatische gezondheidszorg, en er hiertoe wordt ingezet op heel laagdrempelige, ambulante en gemeenschapsgerichte zorg waarbij tot bij de zorgbehoevende zelf wordt gegaan. Daarbij is de terugbetaling van psychologische zorgen door klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen orthopedagogen. Het hier- voor door de Federale Regering vrijgemaakte budget van 22,5 miljoen euro dekt weliswaar slechts een eerste prioriteit.” Zoals voorzien in het federaal regeerakkoord is het doel van deze overeenkomst het toegankelijker maken van geestelijke gezondheidszorg, dicht bij de leefomgeving beperkt deel van de burger te brengen, in samenwerking met de actoren in de eerste lijn. Binnen de begrotingsdoelstelling reële psychologische nood (7 à 9% van de verplichte verzekering totale nood volgens bepaalde berekeningen). Conform de beslissing van de Federale Regering geldt de tegemoetkoming voor geneeskundige verzorging werd hiervoor het reeds beschikbaar budget eer- stelijns psychologische sessies die gerealiseerd worden voor volwassenen met vaak voorkomende psychische problemen en die verwezen zijn door hun huisarts of psychiater, met een maximum van 39,3 mio euro vanaf 2021 verhoogd met 112,5 mio euro8 sessies per patiënt per jaar. Deze overeenkomst bouwt verder op de eerste overeenkomst “eerstelijnspsychologische zorg” waarbij rekening wordt gehouden met tal van bekommernissen en aanbevelingen. Deze overeenkomst is een volgende stap in de ontsluiting terugbetaling van psychologische zorg voor past in de bevolking en maakt de verdere uitbouw mogelijk hervorming van de eerstelijnspsychologische functie en geestelijke gezondheids- zorg voor volwassenen in België. In dat kader zijn er de afgelopen jaren reeds een aantal belangrijke mijlpalen gezet in de richting van een gemeenschapsgerichte zorg. De hervorming van de gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg voor volwassenen heeft als doel om in de verschillende gebieden van het land tot een gemeenschapsgericht zorgaanbod te komen waarin de essentiële functies van de geestelijke gezondheidszorg op geïntegreerde wijze aanwezig zijn. In dat kader zijn er door de afbouw van een deel van het ziekenhuisaanbod mobiele equipes opgericht die ingepast worden binnen de reeds be- staande voorzieningen. Tegelijkertijd wordt de nadruk gelegd op een intensifiëring van de residentiële zorgen. De praktische aanpak van het netwerk wordt afgestemd op de noden van de gebruikers van het zorgaanbod en hun omgeving. De terugbetaling van psychologische zorg die in deze overeenkomst geregeld wordt, is een eerste stap die het kader bestaand hulp- en zorgaanbod zal aanvullen voor personen met vaak voorkomende psy- chische problemen zoals problemen op vlak van angst, depressie of alcoholgebruik. Het doel is om dit nieuw aanbod complementair te maken aan het bestaande aanbod en de link te verzekeren met de reeds bestaande vormen van tenlasteneming, onder meer de psychologische zorg die verstrekt wordt door huisartsen en door voorzieningen/diensten onder de bevoegdheid van de ambulante Deelentiteiten en door de gespecialiseerde netwerken voor geestelijke gezondheidszorggezondheid. Dit Deze visie past in de globale en geïnte- greerde aanpak die de filosofie is aanvullend op het bestaande aanbod, en houdt rechtstreeks verband met van de hervormingen in hervorming van de geestelijke gezondheidszorg. Deze investering moet geïntegreerd worden in het ruime reeds bestaande federale en regionale psychosociaal aanbod, waarvoor op 2 december 2020 een akkoord binnen In lijn met de IMC werd afgesloten. In dit akkoord werd overeengekomen dat de investeringen hervorming van de federale overheid geestelijke gezondheidszorg en met het oog op een evenwichtige spreiding van het zorgaanbod over het ganse land en over de maanden van het jaar, heeft de Federa- le Regering beslist om voor de terugbetaling van de psychologische zorg te werken via een getrapte organisatie met een centrale rol voor de reeds geïnstalleerde netwerken geestelijke gezondheid. Vol- gens de beslissing van de Federale Regering verloopt de facturatie van de psychologische sessies via een ziekenhuis van het netwerk. Gegeven het beperkte aanvangsbudget voor deze nieuwe maatregel, wordt ernaar gestreefd om dit budget zo optimaal mogelijk in te zetten door een beperkt aantal sessies per patiënt te vergoeden en door een pro rata verdeling van dit budget over de netwerken die wetenschappelijk geobjectiveerd is in verhouding tot het inwonersaantal, de prevalentie van psychische aandoeningen en de gemeenschappen sociaal- economische status binnen het werkingsgebied. Het netwerk krijgt een belangrijke rol in de globale coördinatie en spreiding van de beschikbare capa- citeit van psychologische sessies over het werkingsgebied van het netwerk. Het netwerk zal hiertoe overeenkomsten afsluiten met een aantal klinisch psychologen/orthopedagogen binnen het werkings- gebied. Het zijn deze klinisch psychologen/orthopedagogen die instaan voor de uitvoering van de sessies. Het netwerk ondersteunt de verwijzers en de gewesten complementair aan elkaar zijn : “De deelentiteiten engageren zich om hun bijkomende recurrente investeringen niet af te bouwen en de tijdelijke projecten tijdens de COVID-crisis klinisch psychologen/orthopedagogen door middelen aan te houden. Om dubbelfinanciering reiken (bijvoorbeeld gevalideerde vragenlijsten) die zij kunnen gebruiken in hun be- slissingsproces om te vermijden worden obv oordelen of een patiënt beantwoordt aan de quota per netwerk controlemechanismen voorzien. Deze worden bilateraal tussen de federale overheid en de gemeenschappen en gewesten afgesproken.”. De 32 netwerken geestelijke gezondheidszorg krijgen een coördinerende rol om initiatieven te nemen om dit psychisch zorgaanbod in de eerstelijn, binnen de visie uit het protocolakkoord, te organiseren in een ruimer getrapt organisatiemodel, waarbij: • de zorg is afgestemd op de persoonlijke situatie en mogelijkheden criteria van de patiënt en zijn omgeving (matched care) • doelgroep. Binnen het netwerk wordt 1 ziekenhuis belast met de zorg deel uitmaakt facturatie van de bredere eerstelijnszorg in het kader van een geïntegreerde multidisciplinaire eerstelijnszorg • eerstelijnspsychologische ses- sies aan de zorg tevens deel uitmaakt verzekeringsinstellingen en met de uitbetaling van de ruimere geïntegreerde geestelijke gezondheidszorg binnen verzekeringstegemoetkoming aan de netwerken GGZklinisch psychologen/orthopedagogen. • uitgegaan wordt van Het gelimiteerde budget voor deze nieuwe maatregel noodzaakt een visie van “public mental health”. De nadruk ligt op opdrachten gedefinieerd in het protocolakkoord: preventie (met inbegrip van symptoomreductie en voorkomen van herval), vraagverheldering, vroegtijdige en kortdurende veerkracht ondersteunende interventies, diagnostiek, behandeling, rehabilitatie/herstel alsook kennis- en expertisedeling. Met uitzondering van universele preventie (dat tot de bevoegdheid beperking van de deelstaten behoortdoelgroep van de terugbetaling (beperking qua leeftijd en qua type problemen) en acute en complexe zorgvragen, wordt van het beoogde organisatiemodel in deze conventie verder uitgewerkt in de vorm van twee functies: de functie eerstelijnspsychologische zorg en de functie gespecialiseerde psychologische zorg. Het onderscheid tussen deze twee functies is belangrijk voor de organisatie van de zorg binnen de conventie, maar naar de rechthebbende toe dient een geïntegreerd aanbod aan psychologische en andere zorg- en hulpverlening gepresenteerd te worden aangezien integrale en “matched” care het leidinggevende principe dient te zijn. Deze opdracht van de netwerken kadert binnen een context van transitie naar de gestructureerde inbedding, tijdens de looptijd van deze overeenkomst, van de ambulante geestelijke gezondheidszorg in de eerste lijngezondheidszorg. Lokale multidisciplinaire samenwerkingsverbanden brengen alle actoren in de 1e lijn, die werkzaam zijn voor een omschreven territorium bij elkaar, in een grootteorde vanaf ongeveer 75.000 inwoners tot 250.000 inwoners. Zij zijn daartoe erkend of worden aangewezen door de bevoegde deelentiteiten. Deze lokale multidisciplinaire lokale samenwerkingsverbanden worden ter informatie meegedeeld aan de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid 1. Gedurende deze transitiefase zullen actoren actief in de “eerste functie activiteiten inzake preventie, promotie van de ggz, vroegdetectie, screening en diagnosestelling” binnen de netwerken volwassenen of in “het activiteitenprogramma 1: vroegtijdige opsporing en interventie” in de netwerken kinderen en jongeren, met het lokale multidisciplinaire samenwerkingsverband afspraken maken over hoe multidisciplinair en geïntegreerd werken kan gerealiseerd worden vertrekkende vanuit “patient centered and goal oriented care”.aantal klinisch psycholo-
Appears in 1 contract
Inleiding. Op 2 december 2020 werd Sinds 2015 bundelen gemeenten, jeugdhulpaanbieders en Gecertificeerde Instellingen, brancheorganisaties, cliëntenorganisaties en het Rijk de krachten om een Protocolakkoord gesloten tussen grote maatschappelijke opgave te realiseren: de federale regering en jeugdhulp dichter naar de Gewesten en Gemeenschappen over een gecoördineerde aanpak voor de versterking leefwereld van het psychisch zorgaanbodkind en het gezin te brengen. Gemeenten en aanbieders hebben de ambitie en verantwoordelijkheid om hulp en ondersteuning voor kinderen, jongeren en gezinnen in samenhang, op maat en dichtbij het gezin te organiseren. In de afgelopen jaren zijn mooie stappen gezet in het bijzonder voor kwetsbare doelgroepen die het zwaarst zijn getroffen door de COVID- 19-pandemie. Dit protocol kadert ook in de afspraken in het federaal regeerakkoord waarin onder meer staat dat “de geestelijke gezondheidszorg op een gelijkwaardige manier benaderd wordt inzake toegankelijkheid, kwaliteit, nabijheid en betaalbaarheid als de somatische gezondheidszorgrealiseren van deze ambitie, en er hiertoe wordt ingezet op heel laagdrempeligeis ook het besef gegroeid dat het inhoudelijke veranderproces dat met de Jeugdwet meekwam - de transformatie - tijd kost. Tegelijkertijd is en blijft vernieuwing een continue (leer)proces. Het is belangrijk om de transformatie blijvend aan de dagelijkse praktijk te toetsen én flexibel aan de werkelijkheid te kunnen aanpassen, ambulante en gemeenschapsgerichte zorg waarbij tot bij conform de zorgbehoevende zelf wordt gegaanuitgangspunten van de Jeugdwet. Daarbij Voor een succesvolle uitwerking van de Jeugdwet is de terugbetaling conclusie van psychologische zorgen door klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen het ‘Statement 24-uurssessie Zorglandschap’ dat een eerste prioriteit.” Zoals voorzien in regionale inrichting van het federaal regeerakkoord is het doel van deze overeenkomst het toegankelijker maken van geestelijke gezondheidszorgzorglandschap, dicht bij de leefomgeving van de burger te brengen, in samenwerking met de actoren in de eerste lijn. Binnen de begrotingsdoelstelling van de verplichte verzekering (boven)regionale expertteams voor geneeskundige verzorging werd hiervoor het reeds beschikbaar budget van 39,3 mio euro vanaf 2021 verhoogd met 112,5 mio euro. Deze overeenkomst bouwt verder op de eerste overeenkomst “eerstelijnspsychologische zorg” waarbij rekening wordt gehouden met tal van bekommernissen en aanbevelingen. Deze overeenkomst is een volgende stap in de ontsluiting van psychologische zorg voor de bevolking en maakt de verdere uitbouw mogelijk van de eerstelijnspsychologische functie en van de gespecialiseerde psychologische zorg in het kader van de ambulante geestelijke gezondheidszorg. Dit is aanvullend op het bestaande aanbod, en houdt rechtstreeks verband met de hervormingen in de geestelijke gezondheidszorg. Deze investering moet geïntegreerd worden in het ruime reeds bestaande federale en regionale psychosociaal aanbod, waarvoor op 2 december 2020 een akkoord binnen de IMC werd afgesloten. In dit akkoord werd overeengekomen dat de investeringen van de federale overheid en de gemeenschappen en de gewesten complementair aan elkaar zijn : “De deelentiteiten engageren zich om hun bijkomende recurrente investeringen niet af te bouwen en de tijdelijke projecten tijdens de COVID-crisis aan te houden. Om dubbelfinanciering te vermijden worden obv de quota per netwerk controlemechanismen voorzien. Deze worden bilateraal tussen de federale overheid en de gemeenschappen en gewesten afgesproken.”. De 32 netwerken geestelijke gezondheidszorg krijgen een coördinerende rol om initiatieven te nemen om dit psychisch zorgaanbod in de eerstelijn, binnen de visie uit het protocolakkoord, te organiseren in een ruimer getrapt organisatiemodel, waarbij: • de zorg is afgestemd op de persoonlijke situatie en mogelijkheden van de patiënt en zijn omgeving (matched care) • de zorg deel uitmaakt van de bredere eerstelijnszorg in het kader van een geïntegreerde multidisciplinaire eerstelijnszorg • de zorg tevens deel uitmaakt van de ruimere geïntegreerde geestelijke gezondheidszorg binnen de netwerken GGZ. • uitgegaan wordt van een visie van “public mental health”. De nadruk ligt op opdrachten gedefinieerd in het protocolakkoord: preventie (met inbegrip van symptoomreductie en voorkomen van herval), vraagverheldering, vroegtijdige en kortdurende veerkracht ondersteunende interventies, diagnostiek, behandeling, rehabilitatie/herstel alsook kennis- en expertisedeling. Met uitzondering van universele preventie (dat tot de bevoegdheid van de deelstaten behoort) en acute en complexe zorgvragen, wordt versterken van de basisjeugdhulp met expertise uit de specialistische jeugdhulp, verbeterde ketensamenwerking en het beoogde organisatiemodel leren van elkaar noodzakelijke voorwaarden zijn. Kortom; de Jeugdwet biedt belangrijke voorwaarden om het jeugdhulpstelsel te verbeteren. Voorwaarden die het mogelijk maken om hulp meer integraal, dichter bij de leefwereld van kinderen, jongeren en gezinnen te organiseren en met meer mogelijkheden tot maatwerk. Deze kansen voor vernieuwing benutten we alleen nog niet ten volle. Om de vernieuwing van het jeugdhulpstelsel een extra impuls te geven, is gezamenlijk door gemeenten en het Rijk een Transformatiefonds opgericht. Voor de periode 2018 tot en met 2020 is jaarlijks € 36 miljoen aan transformatiebudget beschikbaar gesteld. Het gaat in deze conventie verder uitgewerkt totaal om een bedrag van € 108 miljoen, waarvan € 54 miljoen door gemeenten ter beschikking is gesteld en € 54 miljoen door het Rijk ter beschikking is gesteld. Jeugdzorgregio’s komen in aanmerking voor een bijdrage uit het Transformatiefonds door ‘Regionale deals Jeugd’ af te sluiten. Hiertoe stellen jeugdzorgregio’s in 2018 een meerjarig transformatieplan op, voor ten minste de periode 2018 tot en met 2020. Dit document licht de spelregels toe waar een aanvraag voor het Transformatiefonds aan moet voldoen en op welke wijze een aanvraag zal worden gehonoreerd. Deze spelregels zijn in samenwerking tussen de VNG en het Rijk opgesteld. Jeugdzorgregio’s Gemeenten hebben in de vorm Jeugdwet een belangrijke verantwoordelijkheid. ▇▇▇▇ nodig werken gemeenten samen in jeugdzorgregio’s. De transformatie vindt zowel op lokaal niveau als op regionaal niveau plaats, en tevens in de uitwisseling en afstemming tussen de jeugdzorgregio’s. Om impact te hebben met de inzet van twee functies: de functie eerstelijnspsychologische zorg en de functie gespecialiseerde psychologische zorghet Transformatiefonds, is het nodig dat een transformatiebudget voldoende toereikend is om daadwerkelijk te kunnen transformeren. Het onderscheid tussen deze twee functies is belangrijk voor de organisatie Transformatiefonds wordt dan ook op het niveau van de zorg binnen de conventie, maar naar de rechthebbende toe dient een geïntegreerd aanbod aan psychologische en andere zorg- en hulpverlening gepresenteerd te worden aangezien integrale en “matched” care het leidinggevende principe dient te zijn. Deze opdracht van de netwerken kadert binnen een context van transitie naar de gestructureerde inbedding, tijdens de looptijd van deze overeenkomst, van de ambulante geestelijke gezondheidszorg in de eerste lijngezondheidszorg. Lokale multidisciplinaire samenwerkingsverbanden brengen alle actoren in de 1e lijn, die werkzaam zijn voor een omschreven territorium bij elkaar, in een grootteorde vanaf ongeveer 75.000 inwoners tot 250.000 inwoners. Zij zijn daartoe erkend of worden aangewezen door de bevoegde deelentiteiten. Deze lokale multidisciplinaire lokale samenwerkingsverbanden worden ter informatie meegedeeld aan de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid 1. Gedurende deze transitiefase zullen actoren actief in de “eerste functie activiteiten inzake preventie, promotie van de ggz, vroegdetectie, screening en diagnosestelling” binnen de netwerken volwassenen of in “het activiteitenprogramma 1: vroegtijdige opsporing en interventie” in de netwerken kinderen en jongeren, met het lokale multidisciplinaire samenwerkingsverband afspraken maken over hoe multidisciplinair en geïntegreerd werken kan gerealiseerd worden vertrekkende vanuit “patient centered and goal oriented care”jeugdzorgregio’s ingezet.
Appears in 1 contract
Sources: Transformatiefonds
Inleiding. Op 2 december 2020 werd Het federaal regeerakkoord bevat het engagement van de regering om verder te bouwen op het federaal plan chronisch zieken om tot een Protocolakkoord gesloten tussen nieuw ambitieus Interfederaal Plan te komen voor de implementatie van geïntegreerde zorg in België. In dat kader heeft het RIZIV een overheidsopdracht aan het "WeCare"-consortium gegund, dat enerzijds tot taak heeft de teams bij de federale regering administraties en de Gewesten Beleidscel van de minister te ondersteunen en Gemeenschappen over te versterken bij het bepalen en ontwikkelen van een gecoördineerde aanpak veranderingsstrategie naar geïntegreerde zorg op macro-, meso-,1 en microniveau2, in een
1 Mesoniveau = zorgorganisaties en individuele zorgverleners 2 Microniveau = op het niveau van de rechthebbende Interfederaal Plan voor Geïntegreerde Zorg, en anderzijds de actoren op mesoniveau te ondersteunen om via een sterke sturing te zorgen voor de versterking ontwikkeling en organisatie van geïntegreerde zorg aan de bevolking binnen een afgebakende regio om de 5AIM te bereiken3. Daartoe is het noodzakelijk om enerzijds rekening te houden met de ervaring die reeds werd opgedaan tijdens de jaren van uitvoering van de projecten ter ondersteuning van personen met complexe zorg- en hulpbehoeften, de zogenaamde " Protocol 3-projecten" en anderzijds om samen te werken (via coaching door het WeCare-consortium) met de overige actoren op mesoniveau (12 projecten voor geïntegreerde zorg (PGZ), de netwerken voor geestelijke gezondheid (GGZ) of met andere lokale samenwerkingsverbanden waaronder deze die door de deelentiteiten zijn voorzien) om ervaringen te delen en/of over te dragen en om de basis voor een succesvolle uitvoering van het psychisch zorgaanbodtoekomstige Interfederaal Plan voor Geïntegreerde Zorg te toetsen en te verdiepen. Dat is de context waarin deze overgangsovereenkomst wordt gesloten, die voortbouwt op de vorige overeenkomst met de Protocol 3-projecten die op 31 december 2022 ten einde loopt. Deze overeenkomst vormt een nieuwe stap in de uitwerking van het project van het Interfederaal Plan tegen eind 2023 en de implementatie van de geïntegreerde zorg in België vanaf 2024. Zij voorziet in een transitieperiode om de geleidelijke transitie voor te bereiden naar de toekomstige context van de zorgorganisatie zoals zal worden overeengekomen in het bijzonder voor kwetsbare doelgroepen die het zwaarst zijn getroffen door de COVID- 19-pandemienieuwe Interfederaal Plan. Dit protocol kadert ook in de afspraken in het federaal regeerakkoord waarin onder meer staat dat “de geestelijke gezondheidszorg op een gelijkwaardige manier benaderd wordt inzake toegankelijkheid, kwaliteit, nabijheid en betaalbaarheid als de somatische gezondheidszorg, en er hiertoe wordt ingezet op heel laagdrempelige, ambulante en gemeenschapsgerichte zorg waarbij tot bij de zorgbehoevende zelf wordt gegaan. Daarbij is de terugbetaling van psychologische zorgen door klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen een eerste prioriteit.” Zoals voorzien in het federaal regeerakkoord is het doel van In deze overeenkomst het toegankelijker maken van geestelijke gezondheidszorg, dicht bij worden de leefomgeving van voorwaarden vastgelegd voor de burger te brengen, in samenwerking met de actoren in de eerste lijn. Binnen de begrotingsdoelstelling tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging werd hiervoor het reeds beschikbaar budget van 39,3 mio euro vanaf 2021 verhoogd met 112,5 mio euro. Deze overeenkomst bouwt verder op de eerste overeenkomst “eerstelijnspsychologische zorg” waarbij rekening wordt gehouden met tal van bekommernissen en aanbevelingen. Deze overeenkomst is een volgende stap in de ontsluiting kosten van psychologische zorg ondersteunende verstrekkingen voor personen met complexe zorgbehoeften. Zij bepaalt eveneens de voorwaarden voor samenwerking met en ondersteuning door de administratie en regelt de modaliteiten voor de bevolking en maakt de verdere uitbouw mogelijk uitvoering van specifieke activiteiten van de eerstelijnspsychologische functie en van de gespecialiseerde psychologische zorg "Protocol 3-projecten" in het kader van de ambulante geestelijke gezondheidszorg. Dit is aanvullend op het bestaande aanbod, en houdt rechtstreeks verband met de hervormingen in de geestelijke gezondheidszorgtransitieperiode. Deze investering moet geïntegreerd worden in het ruime reeds bestaande federale en regionale psychosociaal aanbod, waarvoor op 2 december 2020 een akkoord binnen de IMC werd afgesloten. In dit akkoord werd overeengekomen dat de investeringen van de federale overheid en de gemeenschappen en de gewesten complementair aan elkaar zijn : “De deelentiteiten engageren zich om hun bijkomende recurrente investeringen niet af te bouwen en de tijdelijke projecten tijdens de COVID-crisis aan te houden. Om dubbelfinanciering te vermijden worden obv de quota per netwerk controlemechanismen voorzien. Deze worden bilateraal tussen de federale overheid en de gemeenschappen en gewesten afgesproken.”. De 32 netwerken geestelijke gezondheidszorg krijgen een coördinerende rol om initiatieven te nemen om dit psychisch zorgaanbod in de eerstelijn, binnen de visie uit het protocolakkoord, te organiseren in een ruimer getrapt organisatiemodel, waarbij: • de zorg is afgestemd op de persoonlijke situatie en mogelijkheden van de patiënt en zijn omgeving (matched care) • de zorg deel uitmaakt van de bredere eerstelijnszorg in het kader van een geïntegreerde multidisciplinaire eerstelijnszorg • de zorg tevens deel uitmaakt van de ruimere geïntegreerde geestelijke gezondheidszorg binnen de netwerken GGZ. • uitgegaan transitieovereenkomst wordt van een visie van “public mental health”. De nadruk ligt op opdrachten gedefinieerd in het protocolakkoord: preventie (met inbegrip van symptoomreductie en voorkomen van herval), vraagverheldering, vroegtijdige en kortdurende veerkracht ondersteunende interventies, diagnostiek, behandeling, rehabilitatie/herstel alsook kennis- en expertisedeling. Met uitzondering van universele preventie (dat tot de bevoegdheid van de deelstaten behoort) en acute en complexe zorgvragen, wordt het beoogde organisatiemodel in deze conventie verder uitgewerkt in de vorm van twee functies: de functie eerstelijnspsychologische zorg en de functie gespecialiseerde psychologische zorg. Het onderscheid tussen deze twee functies is belangrijk gesloten voor de organisatie période van de zorg binnen de conventie, maar naar de rechthebbende toe dient een geïntegreerd aanbod aan psychologische en andere zorg- en hulpverlening gepresenteerd te worden aangezien integrale en “matched” care het leidinggevende principe dient te zijn. Deze opdracht van de netwerken kadert binnen een context van transitie naar de gestructureerde inbedding, tijdens de looptijd van deze overeenkomst, van de ambulante geestelijke gezondheidszorg in de eerste lijngezondheidszorg. Lokale multidisciplinaire samenwerkingsverbanden brengen alle actoren in de 1e lijn, die werkzaam zijn voor een omschreven territorium bij elkaar, in een grootteorde vanaf ongeveer 75.000 inwoners 1 januari 2023 tot 250.000 inwoners. Zij zijn daartoe erkend of worden aangewezen door de bevoegde deelentiteiten. Deze lokale multidisciplinaire lokale samenwerkingsverbanden worden ter informatie meegedeeld aan de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid 1. Gedurende deze transitiefase zullen actoren actief in de “eerste functie activiteiten inzake preventie, promotie van de ggz, vroegdetectie, screening en diagnosestelling” binnen de netwerken volwassenen of in “het activiteitenprogramma 1: vroegtijdige opsporing en interventie” in de netwerken kinderen en jongeren, met het lokale multidisciplinaire samenwerkingsverband afspraken maken over hoe multidisciplinair en geïntegreerd werken kan gerealiseerd worden vertrekkende vanuit “patient centered and goal oriented care”31 december 2024.
Appears in 1 contract
Sources: Overeenkomst Voor Ondersteuning Van Personen Met Complexe Zorg en Hulpbehoeften
Inleiding. Op 2 december 2020 werd een Protocolakkoord gesloten tussen de federale regering en de Gewesten en Gemeenschappen over een gecoördineerde aanpak voor de versterking van het psychisch zorgaanbod, in het bijzonder voor kwetsbare doelgroepen die het zwaarst zijn getroffen door de COVID- 19COVID-19-pandemie. Dit protocol kadert ook in de afspraken in het federaal regeerakkoord waarin onder meer staat dat “de geestelijke gezondheidszorg op een gelijkwaardige manier benaderd wordt inzake toegankelijkheid, kwaliteit, nabijheid en betaalbaarheid als de somatische gezondheidszorg, en er hiertoe wordt ingezet op heel laagdrempelige, ambulante en gemeenschapsgerichte zorg waarbij tot bij de zorgbehoevende zelf wordt gegaan. Daarbij is de terugbetaling van psychologische zorgen door klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen een eerste prioriteit.” Zoals voorzien in het federaal regeerakkoord is het doel van deze overeenkomst het toegankelijker maken van geestelijke gezondheidszorg, dicht bij de leefomgeving van de burger te brengen, in samenwerking met de actoren in de eerste lijn. Binnen de begrotingsdoelstelling Deze visie gaat gepaard met een verhoging van de verplichte verzekering het budget voor geneeskundige verzorging werd hiervoor psychologische gezondheidszorg en het reeds beschikbaar budget ontwerp van 39,3 mio euro vanaf een nieuw overeenkomst dat op 26 juli 2021 verhoogd met 112,5 mio euro. Deze overeenkomst bouwt verder op de eerste overeenkomst “eerstelijnspsychologische zorg” waarbij rekening wordt gehouden met tal door het Verzekeringscomité van bekommernissen en aanbevelingenhet RIZIV is goedgekeurd. Deze overeenkomst is een volgende stap in de ontsluiting van psychologische zorg voor de bevolking en maakt de verdere uitbouw mogelijk van de eerstelijnspsychologische functie en van de gespecialiseerde psychologische zorg in het kader van de ambulante geestelijke gezondheidszorg. Dit is aanvullend op het bestaande aanbod, en houdt rechtstreeks verband met de hervormingen in de geestelijke gezondheidszorg. Deze investering moet geïntegreerd worden in het ruime reeds bestaande federale en regionale psychosociaal aanbodIn deze context, waarvoor op 2 december 2020 een akkoord binnen krijgen de IMC werd afgesloten. In dit akkoord werd overeengekomen dat de investeringen van de federale overheid en de gemeenschappen en de gewesten complementair aan elkaar zijn : “De deelentiteiten engageren zich om hun bijkomende recurrente investeringen niet af te bouwen en de tijdelijke projecten tijdens de COVID-crisis aan te houden. Om dubbelfinanciering te vermijden worden obv de quota per netwerk controlemechanismen voorzien. Deze worden bilateraal tussen de federale overheid en de gemeenschappen en gewesten afgesproken.”. De 32 netwerken geestelijke gezondheidszorg krijgen een coördinerende rol om initiatieven te nemen om dit psychisch zorgaanbod in de eerstelijn, binnen de visie uit het protocolakkoord, eerstelijn te organiseren in een ruimer getrapt organisatiemodel, waarbij: • - de zorg is afgestemd op de persoonlijke situatie en mogelijkheden van de patiënt en zijn omgeving (matched care) • - de zorg deel uitmaakt van de bredere eerstelijnszorg in het kader van een geïntegreerde multidisciplinaire eerstelijnszorg • - de zorg tevens deel uitmaakt van de ruimere geïntegreerde geestelijke gezondheidszorg binnen de netwerken GGZ. • en uitgegaan wordt van een visie van “public mental health”. De nadruk ligt op opdrachten gedefinieerd in het protocolakkoord: preventie (met inbegrip van symptoomreductie en voorkomen van herval), vraagverheldering, vroegtijdige en kortdurende veerkracht ondersteunende interventies, diagnostiek, behandeling, rehabilitatie/herstel alsook kennis- en expertisedeling. Met uitzondering van universele preventie (dat tot de bevoegdheid van de deelstaten behoort) en acute en complexe zorgvragen, wordt het beoogde organisatiemodel in deze conventie verder uitgewerkt in de vorm van twee functies: de functie eerstelijnspsychologische zorg en de functie gespecialiseerde psychologische zorg. Het onderscheid tussen deze twee functies is belangrijk voor de organisatie van de zorg binnen de conventiezorg, maar naar de rechthebbende toe dient een geïntegreerd aanbod aan psychologische en andere zorg- en hulpverlening gepresenteerd te worden aangezien integrale en “matched” care het leidinggevende principe dient te zijn. Deze opdracht De rechthebbende zal dus afgestemde zorg op maat krijgen op basis van een geïntegreerd en multidisciplinair zorgaanbod. De hulpvraag wordt in een eerste contact/aanmelding (zonder aanrekening van remgeld) verhelderd en (indien nodig) georiënteerd naar de juiste zorg. De opdrachten gegroepeerd onder de functie eerstelijnspsychologische zorg worden laagdrempelig georganiseerd op de leef- en werkomgeving van de netwerken persoon. Indien meer gespecialiseerde zorg aangewezen is, wordt de rechthebbende, aangemeld bij het netwerk van gespecialiseerde psychologische zorg. Ook patiënten met een gestabiliseerde chronische psychiatrische problematiek kunnen voor vervolgzorg worden aangemeld (geïntegreerd circulair zorgmodel). De processen van aanmelding, overleg en informatie- uitwisseling worden ondersteund door een functioneel bilan1. In lijn met het public mental health perspectief en de beperkte middelen wordt vanuit onder meer wetenschappelijke inzichten, de praktische haalbaarheid en zorgindicatie van de rechthebbende en zijn context, ingezet op het verder ontwikkelen van een groepsaanbod en een aanbod van vroeginterventie en vroegdetectie en bijzondere aandacht voor kwetsbare groepen. Deze aanpak kadert binnen een context van transitie naar de gestructureerde inbedding, tijdens de looptijd van deze overeenkomst, inbedding van de ambulante geestelijke gezondheidszorg in de eerste lijngezondheidszorg. Lokale lijn gezondheidszorg en in lokale multidisciplinaire samenwerkingsverbanden brengen die alle actoren in de 1e lijn, lijn die werkzaam zijn voor een omschreven territorium bij elkaar, in een grootteorde vanaf ongeveer 75.000 inwoners tot 250.000 inwoners. Zij zijn samen brengen en die daartoe erkend of aangewezen worden aangewezen door de bevoegde deelentiteiten. Deze Verwacht wordt dat alle relevante actoren die binnen het netwerk GG betrokken zijn bij de uitvoering van de twee functies samen werken om deze te integreren in het totale zorg- en welzijnslandschap zowel op macro (overheden), meso (netwerken GGZ en lokale multidisciplinaire lokale samenwerkingsverbanden worden ter informatie meegedeeld aan de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid 1. Gedurende deze transitiefase zullen actoren actief samenwerkingsverbanden) als op microniveau (multidisciplinaire organisatiemodel in de “eerste functie activiteiten inzake preventiebuurt/wijk). Van hen wordt ook verwacht dat zij d de 4-voudige doelstelling (4AIM) zouden nastreven die is voorzien in de overeenkomst die op 26 juli 2021 werd goedgekeurd door het Verzekeringscomité: ● ten eerste, promotie de verbetering van de ggzgezondheid door betere mentale gezondheidsuitkomsten, vroegdetectiebevordering van gezondheidsvaardigheden, screening versterking van de veerkracht, betere en diagnosestelling” binnen snellere detectie van psychische problemen, toeleiding naar en beschikbaarheid en toegankelijkheid van gepaste zorg; ● ten tweede, de verhoging van de kwaliteitservaring van de zorg via resultaatgerichte monitoring en meting. Zowel van de ervaren kwaliteit van de zorg door de patiënt en zijn omgeving alsook door toepassing van evidence, practice en experience based richtlijnen; ● ten derde, het inzetten op betere werkomstandigheden voor mensen in de zorgsector inclusief ondersteuning en vorming voor zorgverleners; ● ten vierde wordt het budget efficiënt ingezet door middelen in te zetten die meerwaarde creëren onder meer door het aanbieden van verschillende zorgmodaliteiten en inzet van andere hulpverleners voor opdrachten eerstelijnspsychologische zorg en 1 Functioneel bilan wordt volgens het KCE gezien als een instrument dat de functionele status beschrijft van de rechthebbende en zijn context, inclusief het probleem en de capaciteiten van de persoon en zijn context (medisch, psychologisch, sociaal, lopende behandeling, antecedenten, enz.). Op basis van het functioneel bilan kan je inschatten welke zorg of ondersteuning nodig is (met inbegrip van de reeds gevolgde interventies), een zorg- of behandelingsplan opmaken, en een schatting maken van de duur van de nodige interventie. gespecialiseerde psychologische zorg. Er wordt ingezet op communicatie en sensibilisering door de netwerken volwassenen of met de actoren en structuren in “zorg en welzijn. Het netwerk zal de mate waarin deze doelstellingen worden gerealiseerd monitoren en auto-evalueren. Om de opdrachten van die netwerken GGZ en de gemaakte afspraken met de lokale multidisciplinaire samenwerkingsverbanden te ondersteunen, engageert de federale overheid zich onder de vorm van coaching, faciliteren van intervisie/supervisie momenten, vormingsmodules, het activiteitenprogramma 1: vroegtijdige opsporing beschikbaar maken van evidence, practice en interventie” experienced based richtlijnen, richtlijnen tot e/mhealth (een portaalsite met tools ter ondersteuning van zelfzorg en zorgaanbod) en een gedeeld multidisciplinair patiëntendossier zoals voorzien in de netwerken kinderen en jongerenroadmap eGezondheid. Een praktijkpremie zal onder meer voorzien worden voor vrij gevestigde praktijken van klinisch psychologen/orthopedagogen, volgens nader te bepalen modaliteiten met het lokale multidisciplinaire samenwerkingsverband afspraken maken over hoe multidisciplinair doel om de communicatie te faciliteren via het gebruik van informatica, hard- of software. Tussen het Verzekeringscomité en geïntegreerd werken kan gerealiseerd worden vertrekkende vanuit “patient centered and goal oriented care”de netwerken GGZ werd hiertoe een overeenkomst gesloten, waarvan de gecoördineerde tekst is terug te vinden op de website van het Riziv. In die overeenkomst is een begeleidingscomité samengesteld dat onder meer als opdracht heeft om de uitvoering van die overeenkomst te evalueren.
Appears in 1 contract
Sources: Financieringsovereenkomst
Inleiding. Op 2 december 2020 werd een Protocolakkoord gesloten tussen de federale regering en de Gewesten en Gemeenschappen over een gecoördineerde aanpak voor de versterking van het psychisch zorgaanbod, in het bijzonder voor kwetsbare doelgroepen die het zwaarst zijn getroffen ge- troffen door de COVID- 19COVID-19-pandemie. Dit protocol kadert ook in de afspraken in het federaal regeerakkoord waarin onder meer staat dat “de geestelijke gezondheidszorg op een gelijkwaardige manier benaderd wordt inzake toegankelijkheidtoe- gankelijkheid, kwaliteit, nabijheid en betaalbaarheid als de somatische gezondheidszorg, en er hiertoe wordt ingezet op heel laagdrempelige, ambulante en gemeenschapsgerichte zorg waarbij waar- bij tot bij de zorgbehoevende zelf wordt gegaan. Daarbij is de terugbetaling van psychologische zorgen door klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen een eerste prioriteit.” Zoals voorzien in het federaal regeerakkoord is het doel van deze overeenkomst het toegankelijker toegan- kelijker maken van geestelijke gezondheidszorg, dicht bij de leefomgeving van de burger te brengen, in samenwerking met de actoren in de eerste lijn. Binnen de begrotingsdoelstelling van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging werd hiervoor het reeds beschikbaar budget van 39,3 mio euro vanaf 2021 verhoogd met 112,5 mio euro. Deze overeenkomst bouwt verder op de eerste overeenkomst “eerstelijnspsychologische zorg” waarbij rekening wordt gehouden met tal van bekommernissen en aanbevelingen. Deze overeenkomst over- eenkomst is een volgende stap in de ontsluiting van psychologische zorg voor de bevolking en maakt de verdere uitbouw mogelijk van de eerstelijnspsychologische functie en van de gespecialiseerde gespe- cialiseerde psychologische zorg in het kader van de ambulante geestelijke gezondheidszorg. Dit is aanvullend op het bestaande aanbod, en houdt rechtstreeks verband met de hervormingen hervormin- gen in de geestelijke gezondheidszorg. Deze investering moet geïntegreerd worden in het ruime reeds bestaande federale en regionale psychosociaal aanbod, waarvoor op 2 december 2020 een akkoord binnen de IMC werd afgesloten. In dit akkoord werd overeengekomen dat de investeringen van de federale overheid en de gemeenschappen en de gewesten complementair comple- mentair aan elkaar zijn : “De deelentiteiten engageren zich om hun bijkomende recurrente investeringen in- vesteringen niet af te bouwen en de tijdelijke projecten tijdens de COVID-crisis aan te houden. Om dubbelfinanciering te vermijden worden obv de quota per netwerk controlemechanismen voorzien. Deze worden bilateraal tussen de federale overheid en de gemeenschappen en gewesten ge- westen afgesproken.”. De 32 netwerken geestelijke gezondheidszorg krijgen een coördinerende rol om initiatieven te nemen om dit psychisch zorgaanbod in de eerstelijn, binnen de visie uit het protocolakkoord, te organiseren in een ruimer getrapt organisatiemodel, waarbij: • de zorg is afgestemd op de persoonlijke situatie en mogelijkheden van de patiënt en zijn omgeving (matched care) • de zorg deel uitmaakt van de bredere eerstelijnszorg in het kader van een geïntegreerde geïnte- greerde multidisciplinaire eerstelijnszorg • de zorg tevens deel uitmaakt van de ruimere geïntegreerde geestelijke gezondheidszorg gezondheids- zorg binnen de netwerken GGZ. • uitgegaan wordt van een visie van “public mental health”. De nadruk ligt op opdrachten gedefinieerd in het protocolakkoord: preventie (met inbegrip van symptoomreductie en voorkomen van herval), vraagverheldering, vroegtijdige en kortdurende veerkracht ondersteunende interventies, diagnostiek, behandeling, rehabilitatie/herstel alsook kennis- en expertisedeling. Met uitzondering van universele preventie (dat tot de bevoegdheid van de deelstaten behoort) en acute en complexe zorgvragen, wordt het beoogde organisatiemodel organisatie- model in deze conventie verder uitgewerkt in de vorm van twee functies: de functie eerstelijnspsychologische eerste- lijnspsychologische zorg en de functie gespecialiseerde psychologische zorg. Het onderscheid on- derscheid tussen deze twee functies is belangrijk voor de organisatie van de zorg binnen de conventie, maar naar de rechthebbende toe dient een geïntegreerd aanbod aan psychologische psycholo- gische en andere zorg- en hulpverlening gepresenteerd te worden aangezien integrale en “matchedmat- ched” care het leidinggevende principe dient te zijn. Deze opdracht van de netwerken kadert binnen een context van transitie naar de gestructureerde gestructu- reerde inbedding, tijdens de looptijd van deze overeenkomst, van de ambulante geestelijke gezondheidszorg in de eerste lijngezondheidszorg. Lokale multidisciplinaire samenwerkingsverbanden samenwerkings- verbanden brengen alle actoren in de 1e lijn, die werkzaam zijn voor een omschreven territorium bij elkaar, in een grootteorde vanaf ongeveer 75.000 inwoners tot 250.000 inwoners. Zij zijn daartoe erkend of worden aangewezen door de bevoegde deelentiteiten. Deze lokale multidisciplinaire multidis- ciplinaire lokale samenwerkingsverbanden worden ter informatie meegedeeld aan de Interministeriële Intermi- nisteriële Conferentie Volksgezondheid 1. Gedurende deze transitiefase zullen actoren actief in de “eerste functie activiteiten inzake preventiepre- ventie, promotie van de ggz, vroegdetectie, screening en diagnosestelling” binnen de netwerken netwer- ken volwassenen of in “het activiteitenprogramma 1: vroegtijdige opsporing en interventie” in de netwerken kinderen en jongeren, met het lokale multidisciplinaire samenwerkingsverband afspraken maken over hoe multidisciplinair en geïntegreerd werken kan gerealiseerd worden vertrekkende vanuit “patient centered and goal oriented care”.. Vanuit een inschatting van de noden van een regio en een populatiemanagement zullen de netwerken in deze transitiefase multidisciplinaire samenwerking via een dubbele aanpak sti- muleren:
Appears in 1 contract
Inleiding. Op 2 december 2020 werd een Protocolakkoord gesloten tussen de federale regering en de Gewesten en Gemeenschappen De Nieuwe Hollandse Waterlinie is met 50.000 hectare over een gecoördineerde aanpak traject van 85 km het grootste rijksmonument van Nederland, waarbinnen het historisch gebruik van water als militaire strategie voor de versterking landsverdediging herkenbaar is. Om dit rijksbrede cultureel erfgoed voor de toekomstige generaties levend te houden is het herkenbaar maken van de linie in de ruimte en het landschap gecombineerd met eigentijds gebruik, de beste methode. Al sinds 2003 is de Nieuwe Hollandse Waterlinie een Nationaal Project waarvan de basis is beschreven in ‘Panorama Krayenhoff, het ‘linieperspectief’. In 2005 bezegelden vijf gedeputeerden en vijf bewindslieden hun samenwerking ten behoeve van het psychisch zorgaanbod, nationale project in een bestuursovereenkomst. De basis voor de daadwerkelijke uitvoering werd gelegd in 2008 met de ondertekening van het Pact van Rijnauwen (2008-2011). De ondertekenaars spraken af om zich in te spannen om de financiële dekking rond te krijgen en tijdig te beginnen met de uitvoering van ongeveer 200 van de in totaal 300 projecten in het bijzonder uitvoeringsprogramma. De uitvoering is verwoord in de uitvoeringsprogramma’s (UP) 1 ‘Linie in uitvoering’ en 2 ‘Linie in bedrijf’. Het UP 2 heeft een horizon tot en met 2015. De toenmalige planning van het Nationaal Project loopt tot 2020. Sinds Panorama Krayenhoff is er veel veranderd op sociaal, cultureel en economisch terrein. De herontwikkeling van de NHW krijgt op dit moment vorm onder een getemperd economisch optimisme en een gedecentraliseerd bestuurlijk stelsel. Decentralisatie van rijkstaken, de voortgang van het Nationaal Project en het feit dat het Nationaal Project “halverwege” haar looptijd is, vraagt om een herijking op organisatorisch vlak, prioritering van de uitvoering en verandering van rollen van de liniepartners. Na een periode van herstel en ontwikkeling is er op 30 januari 2014 voor kwetsbare doelgroepen die gekozen in de laatste periode (tot 2020) van het zwaarst zijn getroffen door de COVID- 19-pandemieNationaal Project te komen tot afronding, borging en vermaatschappelijking. Dit protocol kadert impliceert ook in de afspraken in het federaal regeerakkoord waarin onder meer staat dat “de geestelijke gezondheidszorg op een gelijkwaardige manier benaderd wordt inzake toegankelijkheidproces van afbouw, kwaliteit, nabijheid prioritering en betaalbaarheid als de somatische gezondheidszorg, en er hiertoe wordt ingezet op heel laagdrempelige, ambulante en gemeenschapsgerichte zorg waarbij tot bij de zorgbehoevende zelf wordt gegaan. Daarbij is de terugbetaling van psychologische zorgen door klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen een eerste prioriteit.” Zoals voorzien in het federaal regeerakkoord is het doel van deze overeenkomst het toegankelijker maken van geestelijke gezondheidszorg, dicht bij de leefomgeving van de burger te brengen, in samenwerking met de actoren in de eerste lijn. Binnen de begrotingsdoelstelling van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging werd hiervoor het reeds beschikbaar budget van 39,3 mio euro vanaf 2021 verhoogd met 112,5 mio euro. Deze overeenkomst bouwt verder op de eerste overeenkomst “eerstelijnspsychologische zorg” waarbij rekening wordt gehouden met tal van bekommernissen en aanbevelingen. Deze overeenkomst is een volgende stap in de ontsluiting van psychologische zorg voor de bevolking en maakt de verdere uitbouw mogelijk van de eerstelijnspsychologische functie en van de gespecialiseerde psychologische zorg in het kader van de ambulante geestelijke gezondheidszorg. Dit is aanvullend op het bestaande aanbod, en houdt rechtstreeks verband met de hervormingen in de geestelijke gezondheidszorg. Deze investering moet geïntegreerd worden in het ruime reeds bestaande federale en regionale psychosociaal aanbod, waarvoor op 2 december 2020 een akkoord binnen de IMC werd afgesloten. In dit akkoord werd overeengekomen dat de investeringen van de federale overheid en de gemeenschappen en de gewesten complementair aan elkaar zijn : “De deelentiteiten engageren zich om hun bijkomende recurrente investeringen niet af te bouwen en de tijdelijke projecten tijdens de COVID-crisis aan te houden. Om dubbelfinanciering te vermijden worden obv de quota per netwerk controlemechanismen voorzien. Deze worden bilateraal tussen de federale overheid en de gemeenschappen en gewesten afgesproken.”. De 32 netwerken geestelijke gezondheidszorg krijgen een coördinerende rol om initiatieven te nemen om dit psychisch zorgaanbod in de eerstelijn, binnen de visie uit het protocolakkoord, te organiseren in een ruimer getrapt organisatiemodel, waarbij: • de zorg is afgestemd op de persoonlijke situatie en mogelijkheden van de patiënt en zijn omgeving (matched care) • de zorg deel uitmaakt van de bredere eerstelijnszorg in het kader opbouw van een geïntegreerde multidisciplinaire eerstelijnszorg • de zorg tevens deel uitmaakt van de ruimere geïntegreerde geestelijke gezondheidszorg binnen de netwerken GGZ. • uitgegaan wordt van een visie van “public mental health”. De nadruk ligt op opdrachten gedefinieerd in het protocolakkoord: preventie (met inbegrip van symptoomreductie ander governance- en voorkomen van herval), vraagverheldering, vroegtijdige en kortdurende veerkracht ondersteunende interventies, diagnostiek, behandeling, rehabilitatie/herstel alsook kennis- en expertisedeling. Met uitzondering van universele preventie (dat tot de bevoegdheid van de deelstaten behoort) en acute en complexe zorgvragen, wordt het beoogde organisatiemodel in deze conventie verder uitgewerkt in de vorm van twee functies: de functie eerstelijnspsychologische zorg en de functie gespecialiseerde psychologische zorg. Het onderscheid tussen deze twee functies is belangrijk voor de organisatie van de zorg binnen de conventie, maar naar de rechthebbende toe dient een geïntegreerd aanbod aan psychologische en andere zorg- en hulpverlening gepresenteerd te worden aangezien integrale en “matched” care het leidinggevende principe dient te zijn. Deze opdracht van de netwerken kadert binnen een context van transitie naar de gestructureerde inbedding, tijdens de looptijd van deze overeenkomst, van de ambulante geestelijke gezondheidszorg in de eerste lijngezondheidszorg. Lokale multidisciplinaire samenwerkingsverbanden brengen alle actoren in de 1e lijn, die werkzaam zijn voor een omschreven territorium bij elkaar, in een grootteorde vanaf ongeveer 75.000 inwoners tot 250.000 inwoners. Zij zijn daartoe erkend of worden aangewezen door de bevoegde deelentiteiten. Deze lokale multidisciplinaire lokale samenwerkingsverbanden worden ter informatie meegedeeld aan de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid 1. Gedurende deze transitiefase zullen actoren actief in de “eerste functie activiteiten inzake preventie, promotie van de ggz, vroegdetectie, screening en diagnosestelling” binnen de netwerken volwassenen of in “het activiteitenprogramma 1: vroegtijdige opsporing en interventie” in de netwerken kinderen en jongeren, met het lokale multidisciplinaire samenwerkingsverband afspraken maken over hoe multidisciplinair en geïntegreerd werken kan gerealiseerd worden vertrekkende vanuit “patient centered and goal oriented care”financieringsmodel.
Appears in 1 contract
Sources: Bestuursovereenkomst
Inleiding. Op 2 december 2020 werd een Protocolakkoord gesloten tussen de federale regering en de Gewesten en Gemeenschappen over een gecoördineerde aanpak voor de versterking van het psychisch zorgaanbod, in het bijzonder voor kwetsbare doelgroepen die het zwaarst zijn getroffen door de COVID- 19COVID-19-pandemie. Dit protocol kadert ook in de afspraken in het federaal regeerakkoord waarin onder meer staat dat “de geestelijke gezondheidszorg op een gelijkwaardige manier benaderd wordt inzake toegankelijkheid, kwaliteit, nabijheid en betaalbaarheid als de somatische gezondheidszorg, en er hiertoe wordt ingezet op heel laagdrempelige, ambulante en gemeenschapsgerichte zorg waarbij tot bij de zorgbehoevende zelf wordt gegaan. Daarbij is de terugbetaling van psychologische zorgen door klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen een eerste prioriteit.” Zoals voorzien in het federaal regeerakkoord is het doel van deze overeenkomst het toegankelijker maken van geestelijke gezondheidszorg, dicht bij de leefomgeving van de burger te brengen, in samenwerking met de actoren in de eerste lijn. Binnen de begrotingsdoelstelling Deze visie gaat gepaard met een verhoging van de verplichte verzekering het budget voor geneeskundige verzorging werd hiervoor psychologische gezondheidszorg en het reeds beschikbaar budget ontwerp van 39,3 mio euro vanaf een nieuw overeenkomst dat op 26 juli 2021 verhoogd met 112,5 mio euro. Deze overeenkomst bouwt verder op de eerste overeenkomst “eerstelijnspsychologische zorg” waarbij rekening wordt gehouden met tal door het Verzekeringscomité van bekommernissen en aanbevelingenhet RIZIV is goedgekeurd. Deze overeenkomst is een volgende stap in de ontsluiting van psychologische zorg voor de bevolking en maakt de verdere uitbouw mogelijk van de eerstelijnspsychologische functie en van de gespecialiseerde psychologische zorg in het kader van de ambulante geestelijke gezondheidszorg. Dit is aanvullend op het bestaande aanbod, en houdt rechtstreeks verband met de hervormingen in de geestelijke gezondheidszorg. Deze investering moet geïntegreerd worden in het ruime reeds bestaande federale en regionale psychosociaal aanbodIn deze context, waarvoor op 2 december 2020 een akkoord binnen krijgen de IMC werd afgesloten. In dit akkoord werd overeengekomen dat de investeringen van de federale overheid en de gemeenschappen en de gewesten complementair aan elkaar zijn : “De deelentiteiten engageren zich om hun bijkomende recurrente investeringen niet af te bouwen en de tijdelijke projecten tijdens de COVID-crisis aan te houden. Om dubbelfinanciering te vermijden worden obv de quota per netwerk controlemechanismen voorzien. Deze worden bilateraal tussen de federale overheid en de gemeenschappen en gewesten afgesproken.”. De 32 netwerken geestelijke gezondheidszorg krijgen een coördinerende rol om initiatieven te nemen om dit psychisch zorgaanbod in de eerstelijn, binnen de visie uit het protocolakkoord, eerstelijn te organiseren in een ruimer getrapt organisatiemodel, waarbij: • de zorg is afgestemd op de persoonlijke situatie en mogelijkheden van de patiënt en zijn omgeving (matched care) • de zorg deel uitmaakt van de bredere eerstelijnszorg in het kader van een geïntegreerde multidisciplinaire eerstelijnszorg • de zorg tevens deel uitmaakt van de ruimere geïntegreerde geestelijke gezondheidszorg binnen de netwerken GGZ. • GGZ en uitgegaan wordt van een visie van “public mental health”. De nadruk ligt op opdrachten gedefinieerd in het protocolakkoord: preventie (met inbegrip van symptoomreductie en voorkomen van herval), vraagverheldering, vroegtijdige en kortdurende veerkracht ondersteunende interventies, diagnostiek, behandeling, rehabilitatie/herstel alsook kennis- en expertisedeling. Met uitzondering van universele preventie (dat tot de bevoegdheid van de deelstaten behoort) en acute en complexe zorgvragen, wordt het beoogde organisatiemodel in deze conventie verder uitgewerkt in de vorm van twee functies: de functie eerstelijnspsychologische zorg en de functie gespecialiseerde psychologische zorg. Het onderscheid tussen deze twee functies is belangrijk voor de organisatie van de zorg binnen de conventiezorg, maar naar de rechthebbende toe dient een geïntegreerd aanbod aan psychologische en andere zorg- en hulpverlening gepresenteerd te worden aangezien integrale en “matched” care het leidinggevende principe dient te zijn. Deze opdracht De rechthebbende zal dus afgestemde zorg op maat krijgen op basis van een geïntegreerd en multidisciplinair zorgaanbod. De hulpvraag wordt in een eerste contact/aanmelding (zonder aanrekening van remgeld) verhelderd en (indien nodig) georiënteerd naar de juiste zorg. De opdrachten gegroepeerd onder de functie eerstelijnspsychologische zorg worden laagdrempelig georganiseerd op de leef- en werkomgeving van de netwerken persoon. Indien meer gespecialiseerde zorg aangewezen is, wordt de rechthebbende aangemeld bij het netwerk van gespecialiseerde psychologische zorg. Ook patiënten met een gestabiliseerde chronische psychiatrische problematiek kunnen voor vervolgzorg worden aangemeld (geïntegreerd circulair zorgmodel). De processen van aanmelding, overleg en informatie-uitwisseling worden ondersteund door een functioneel bilan1. In lijn met het public mental health perspectief en de beperkte middelen wordt vanuit onder meer wetenschappelijke inzichten, de praktische haalbaarheid en zorgindicatie van de rechthebbende en zijn context, ingezet op het verder ontwikkelen van een groepsaanbod en een aanbod van vroeginterventie en vroegdetectie en bijzondere aandacht voor kwetsbare groepen. Deze aanpak kadert binnen een context van transitie naar de gestructureerde inbedding, tijdens de looptijd van deze overeenkomst, inbedding van de ambulante geestelijke gezondheidszorg in de eerste lijngezondheidszorg. Lokale lijn gezondheidszorg en in lokale multidisciplinaire samenwerkingsverbanden brengen die alle actoren in de 1e lijn, lijn die werkzaam zijn voor een omschreven territorium bij elkaar, in een grootteorde vanaf ongeveer 75.000 inwoners tot 250.000 inwoners. Zij zijn samen brengen en die daartoe erkend of aangewezen worden aangewezen door de bevoegde deelentiteiten. Deze Verwacht wordt dat alle relevante actoren die binnen het netwerk GG betrokken zijn bij de uitvoering van de twee functies samen werken om deze te integreren in het totale zorg- en welzijnslandschap zowel op macro (overheden), meso (netwerken GGZ en lokale multidisciplinaire lokale samenwerkingsverbanden worden ter informatie meegedeeld aan de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid 1. Gedurende deze transitiefase zullen actoren actief samenwerkingsverbanden) als op microniveau (multidisciplinaire organisatiemodel in de “eerste functie activiteiten inzake preventiebuurt/wijk). Van hen wordt ook verwacht dat zij de 4-voudige doelstelling (4AIM) zouden nastreven die is voorzien in de overeenkomst die op 26 juli 2021 werd goedgekeurd door het Verzekeringscomité: • Ten eerste, promotie de verbetering van de ggzgezondheid door betere mentale gezondheidsuitkomsten, vroegdetectiebevordering van gezondheidsvaardigheden, screening versterking van de veerkracht, betere en diagnosestelling” binnen snellere detectie van psychische problemen, toeleiding naar en beschikbaarheid en toegankelijkheid van gepaste zorg; • Ten tweede, de netwerken volwassenen of in “het activiteitenprogramma 1: vroegtijdige opsporing verhoging van de kwaliteitservaring van de zorg via resultaatgerichte monitoring en interventie” in meting. Zowel van de netwerken kinderen ervaren kwaliteit van de zorg door de patiënt en jongerenzijn omgeving alsook door toepassing van evidence, met het lokale multidisciplinaire samenwerkingsverband afspraken maken over hoe multidisciplinair practice en geïntegreerd werken kan gerealiseerd worden vertrekkende vanuit “patient centered and goal oriented care”.experience based richtlijnen;
Appears in 1 contract
Sources: Financieringsovereenkomst