Klimaat Voorbeeldclausules
Klimaat. 8.1 Dienst: U heeft de mogelijkheid om vanop afstand de status van de verwarming en/of airconditioning op afstand te controleren, te activeren of te deactiveren. Zodra de verwarming en/of airconditioning op afstand met succes werd geactiveerd, ontvangt u een bevestigingsbericht of een pushmelding. Bovendien heeft u de mogelijkheid om vanop afstand de klimaattimer voor verwarming of airconditioning op afstand te programmeren. Zodra deze met succes werd ingesteld, ontvangt u een bevestigingsbericht en een pushmelding op uw mobiele apparaat wanneer een geactiveerde klimmaattimer is afgelopen.
Klimaat. Diensten: U kunt de status van de verwarming en/of de airconditioning bedienen door deze op afstand in- en uit te schakelen. Zodra de verwarming en/of airconditioning succesvol is in- of uitgeschakeld, ontvangt u een bevestigingsbericht of een pushmelding. Daarnaast kunt u de klimaat timer voor verwarming en/of airconditioning op afstand instellen. Wanneer de timer is ingesteld, ontvangt u een bevestigingsbericht of pushmelding op uw mobiele apparaat zodra een geactiveerde klimaat timer is afgelopen.
Klimaat. Air Purification
Klimaat. De omgevingscondities in de ruimte waarin de apparatuur met de kast geplaatst moet worden, dienen te voldoen aan • Omgevingstemperatuur: tót en met • Een vochtvrije ruimte met eën relatieve luchtvochtigheid: tussen de 5% en 70%, nlet-condenserend; • Er mogen geeti (ver)bouw activiteiten De apparatuur dient in een stofvrije ruimte te staan en op eên hoogte vati minimaal 1 meter vanaf de vloer geplaatst te Ónder stofVrij wordt hét volgende De aanwezigheid van zand In de ruimte mag de 30 niet overschrijden. Indien geen mechanische ventilatie of airconditioning ln de technische ruimte is, mógen de volgende waarden niet overschrijder): stofdeeltjes maximaal 200 suspensie en 35 per dag sedimentatie is de hoeveelheid stof in de lucht en sedimentatie is de neerslag op apparatuur of vloer), Blj gebruik van ventilatie of airconditioning Is filtering aanbevolen die de beneden de houdt; • De apparatuur mag niet In een open ruimte of op de grond geplaatst worden. Hierbij wordt aangegeven dat de opgegeven waarden voor de verschillende condities extremen zijn die maar enkele uren per jaar mogen voorkomen.
Klimaat. De met beperkte verhardingen en halfverhardingen (kiezels e.d.) verzegelde bodems dienen uit stabiliteitsoverwegingen respectievelijk met het oog op duurzame ontwikkeling van percelen te worden meegenomen.
Klimaat. De voeger heeft vaak last van vocht/waternevel. Bij buitenwerk wordt hij blootgesteld aan weer en wind. Beschutting tegen slechte weersomstandigheden is niet altijd aanwezig. Slechte weersomstandigheden in combinatie met kleding die onvoldoende bescherming biedt, leiden tot een grotere kans op gezondheidsklachten. Voor de condities waaronder moet worden gewerkt en ook voor het treffen van maatregelen, is het van belang of het voegbedrijf zelf aannemer is of als onderaannemer optreedt. In het laatste geval is men mede afhankelijk van de voorzieningen die beschikbaar worden gesteld. Een belangrijk advies is dan ook goede afspraken te maken over het werken bij wind, kou en regen. Vooral bij werk aan gevels zijn afspraken noodzakelijk over de maximale windkracht waarbij nog mag worden gewerkt.
Klimaat. Gezien het niet-bestendig karakter van halfverhardingen zoals kiezels en geotextiel en van beperkte verhardingen zoals een tuinpad uit staptegels, is het aangewezen dat de ontgraving van zones met dergelijke semi-verhardingen door de saneringsplichtige wordt opgenomen als deel van de saneringswerken. Voor de integratie van ontharding in de sanering wordt verwezen naar de bespreking van onderdeel 3 (koppelkansen).
Klimaat. Afhankelijk van de aard van de werkzaamheden en de fysieke belasting die daar het gevolg van is, mag de temperatuur op de arbeidsplaats niet schadelijk zijn voor de gezondheid van werknemers. Op werk moet het klimaat aangenaam zijn. Niet te warm en niet te koud, maar bijvoorbeeld ook niet te vochtig. Zodat uw werknemers goed kunnen werken. Zorg voor de juiste temperatuur en luchtvochtig- heid. Voorkom tocht. Welk beroep heeft te maken met onaangename klimaatomstandigheden? • Dakdekker – Bitumen / kunststof Wat zegt de wet- en regelgeving? Wettelijke verplichtingen Arbobesluit: Artikel 6.1 Temperatuur • De wet bepaalt dat u als werkgever moet zorgen dat de (minimum-) temperatuur geen gevaar oplevert voor de gezondheid van uw werknemers. Dit kunt u bijvoorbeeld doen door: o De inrichting van de werkplek (maatregelen tegen tocht, kou en vocht); o De inzet van persoonlijke beschermingsmiddelen (werkkleding); o De organisatie van de werkzaamheden: bijvoorbeeld door de werktijden te verkorten en/of de werkzaamheden af te wisselen in een warme omgeving. ▇▇▇ ▇▇▇▇▇▇▇ • Artikel 14, Arbeidsomstandigeden, lid 10 en 11 (werkzaamheden in de buitenlucht).
Klimaat. Begin maart 2020 wordt naar verwachting het voorstel voor de eerste Europese klimaatwet gepresenteerd. Deze wet moet de doelstelling van 2050 inzake klimaatneutraliteit juridisch vastleggen. De klimaatwet zorgt ervoor dat al het EU-beleid bijdraagt aan de doelstelling van klimaatneutraliteit en dat alle sectoren hun bijdrage leveren. Naast deze klimaatwet komt de Commissie in de zomer van 2020 met een uitgebreid plan om de uitstoot van broeikasgas voor 2030 te verminderen met 55% in plaats van de tot nu toe voorgenomen 40%. Ook is er een herziening van wetgevende maatregelen om de klimaatambities te bevorderen aangekondigd. Dit voorstel wordt gevolgd door een herziening van het emissiehandelssysteem (ETS). De Europese klimaatwet gaat ook gevolgen hebben voor de provincies. Wij zullen de ontwikkelingen actief volgen en hierover signaleren en adviseren richting de provinciale achterban. Waar mogelijk en noodzakelijk leveren wij inbreng vanuit onze regionale praktijk. Het is zaak om een Europese klimaatwet zo goed mogelijk te laten aansluiten bij de reeds gemaakte afspraken en toezeggingen binnen het Nederlandse klimaatakkoord. Naar verwachting zal het advies over de Europese klimaatwet behandeld gaan worden in de ENVE- commissie (commissie milieu, klimaatverandering en energie) van het Comité van de Regio’s. Hoewel er in deze commissie geen bestuurder uit de Randstadprovincies zitting heeft, zullen onze provincies o.a. betrokken zijn via partijlijnen binnen het Comité en hun lidmaatschappen van regionale netwerken zoals de Conference of Peripheral Maritime Regions (CPMR). Dat is een Europees netwerk van maritieme en kustregio’s, waarvan de Noord-Hollandse gedeputeerde Cees Loggen vicevoorzitter is.
Klimaat. ▇▇▇▇▇▇▇ (2000) haalde het ‘klimaat’ aan als een potentiële vestigingsfactor. Badri (2007) verstaat hieronder ondermeer de hoeveelheid sneeuw die valt, gemiddelde maandelijkse temperatuur, vochtigheidsgraad. Dit klimaat kan immers de productiviteit van de werknemers beïnvloeden. De productiviteit van werknemers in een gematigde klimaatzone zal verschillen van de productiviteit van werknemers in een (sub)tropisch klimaatzone. Doordat België een gematigd maritiem klimaat heeft, is er géén productiveitsverlies te wijten aan het klimaat. Het klimaat in Limburg is geen belangrijke vestigingsfactor voor industriële ondernemingen in de provincie. Een overzicht van de 46 besproken vestigingsfactoren in negen categorieën voor de vestiging van industriële ondernemingen is opgenomen in bijlage 15. Deze 46 factoren vormen de basis voor het praktijkonderzoek. Het is op basis van deze verschillende factoren dat een vragenlijst opgesteld is omtrent de industriële vestigingsfactoren in de provincie Limburg.
