Common use of Milieu Clause in Contracts

Milieu. 1. Met inachtneming van het Europese Energiehandvest en de verklaring van de in 1993 in Luzern gehouden conferentie, en het Energiehandvestverdrag, inzonderheid artikel 19, en het protocol bij het Energiehandvestverdrag betreffende energie- efficiëntie en daarmee samenhangende milieuaspecten, ontwik- kelen en versterken partijen hun samenwerking op het gebied van het milieu en de volksgezondheid. 2. De samenwerking beoogt bestrijding van het milieubederf en met name: — daadwerkelijke controle van de verontreinigingsniveaus en beoordeling van het milieu; informatiesysteem met betrek- king tot de milieutoestand; — bestrijding van lokale, regionale en grensoverschrijdende lucht- en waterverontreiniging; — ecologisch herstel; — duurzame, doeltreffende en uit milieuoogpunt doelmatige energieproductie en -gebruik; — de veiligheid van industriële installaties; — de classificatie en veilige behandeling van chemische pro- ducten; — verbetering van de kwaliteit van het water; — beperking, recycling en veilige verwijdering van afval; ten- uitvoerlegging van het Verdrag van Bazel; — onderzoek van de milieueffecten van de landbouw, bodem- erosie en chemische verontreiniging; — de bescherming van bossen, — de instandhouding van de biodiversiteit, beschermde gebie- den en duurzaam gebruik en beheer van biologische rijk- dommen; — planning van het landgebruik, met inbegrip van nieuw- bouwplanning en stadsplanning; — toepassing van economische en fiscale instrumenten; — onderzoek van klimaatsveranderingen op aarde; — milieuopvoeding en -bewustmaking; — technische bijstand bij de sanering van met radioactiviteit besmette zones en het oplossen van daaronder veroor- zaakte gezondheids- en sociale problemen; — tenuitvoerlegging van het Verdrag van Espoo inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband. 3. De samenwerking vindt met name plaats via: — opstelling van plannen voor rampen en andere noodsitua- ties; — uitwisseling van informatie en deskundigen, onder meer op het gebied van de overdracht van schone technologieën en het veilige en uit milieuoogpunt verantwoorde gebruik van biotechnologieën; — gezamenlijke onderzoeksactiviteiten; — aanpassing van wetgeving aan communautaire normen; — opleiding op milieugebied en institutionele versterking; — samenwerking in regionaal verband, met inbegrip van samenwerking in het kader van het Europees Milieuagent- schap en op internationaal niveau; — ontwikkeling van strategieën, vooral in verband met de wereldomvattende en klimatologische kwesties en tevens met het oog op de totstandbrenging van duurzame ontwik- keling; — milieueffectstudies.

Appears in 2 contracts

Sources: Partnership Agreement, Partnership Agreement

Milieu. 1. Met inachtneming van het Europese Energiehandvest en de verklaring Ver- klaring van de in 1993 in Luzern gehouden conferentie, en het EnergiehandvestverdragEner- giehandvestverdrag, inzonderheid artikel 19, en het protocol Protocol bij het Energiehandvestverdrag Verdrag inzake het Energiehandvest betreffende energie- energie-efficiëntie en daarmee samenhangende milieuaspecten, ontwik- kelen ontwikkelen en versterken partijen par- tijen hun samenwerking op het gebied van het milieu en de volksgezondheidvolks- gezondheid. 2. De samenwerking beoogt bestrijding van het milieubederf milieubedrijf en met name: — daadwerkelijke controle van de verontreinigingsniveaus en beoordeling beoor- deling van het milieu; informatiesysteem met betrek- king betrekking tot de milieutoestandmi- lieutoestand; — bestrijding van lokale, regionale en grensoverschrijdende lucht- en waterverontreiniging; — ecologisch herstel; — duurzame, doeltreffende en uit milieuoogpunt doelmatige energieproductie energie- productie en -gebruik; — de veiligheid van industriële installaties; — de classificatie en veilige behandeling van chemische pro- ductenproducten; — verbetering van de kwaliteit van het water; — beperking, recycling en veilige verwijdering van afval; ten- uitvoerlegging tenuitvoer- legging van het Verdrag van Bazel; — onderzoek van de milieueffecten van de landbouw, bodem- erosie bodemerosie en chemische verontreiniging; — de bescherming van bossen, ; — de instandhouding van de biodiversiteit, beschermde gebie- den gebieden en duurzaam duurzame gebruik en beheer van biologische rijk- dommenrijkdommen; — planning van het landgebruik, met inbegrip van nieuw- bouwplanning nieuwbouwplanning en stadsplanning; — toepassing van economische en fiscale instrumenten; — onderzoek van klimaatsveranderingen op aarde; — milieuopvoeding en -bewustmaking; — technische bijstand bij de sanering van met radioactiviteit besmette zones en het oplossen van daaronder veroor- zaakte daardoor veroorzaakte gezondheids- en sociale problemen; — tenuitvoerlegging van het Verdrag van Espoo inzake milieueffectrapportage milieueffec- trapportage in grensoverschrijdend verband. 3. De samenwerking vindt met name plaats via: — opstelling van plannen voor rampen en andere noodsitua- tiesnoodsituaties; — uitwisseling van informatie en deskundigen, onder meer op het gebied ge- bied van de overdracht van schone technologieën en het veilige en uit milieuoogpunt verantwoorde gebruik van biotechnologieën; — gezamenlijke onderzoeksactiviteiten; — aanpassing van wetgeving aan communautaire normen; — opleiding op milieugebied en institutionele versterking; — samenwerking in regionaal verband, met inbegrip van samenwerking in het kader van het Europees Milieuagent- schap Milieuagentschap en op internationaal niveau; — ontwikkeling van strategieën, vooral in verband met de wereldomvattende wereldomvat- tende en klimatologische kwesties en tevens met het oog op de totstandbrenging van duurzame ontwik- kelingontwikkeling; — milieueffectstudies.

Appears in 2 contracts

Sources: Partnerschap en Samenwerkingsovereenkomst, Partnerschap en Samenwerkingsovereenkomst

Milieu. 1. Met inachtneming van het Europese Energiehandvest en de verklaring ver- klaring van de in 1993 in Luzern gehouden conferentie, en het EnergiehandvestverdragVerdrag inzake het Energiehandvest, inzonderheid artikel 19, en het protocol bij het Energiehandvestverdrag Verdrag inzake het Energiehandvest betreffende energie- energie-efficiëntie en daarmee samenhangende milieuaspecten, ontwik- kelen ontwikkelen en versterken partijen hun samenwerking op het gebied van het milieu en de volksgezondheid. 2. De samenwerking beoogt bestrijding van het milieubederf en met name: — daadwerkelijke controle van de verontreinigingsniveaus en beoordeling beoor- deling van het milieu; informatiesysteem met betrek- king betrekking tot de milieutoestand; — bestrijding van lokale, regionale en grensoverschrijdende lucht- en waterverontreiniging; — ecologisch herstel; — duurzame, doeltreffende en uit milieuoogpunt doelmatige energieproductie energie- productie en -gebruik; — de ecologische veiligheid van industriële installaties; — de classificatie en veilige behandeling van chemische pro- ductenproducten; — verbetering van de kwaliteit van het water; — beperking, recycling en veilige verwijdering van afval; ten- uitvoerlegging tenuitvoer- legging van het Verdrag van Bazel; — onderzoek van de milieueffecten van de landbouw, bodem- erosie bodemerosie en chemische verontreiniging; — de bescherming en verjonging van bossen, ; — de instandhouding van de biodiversiteit, beschermde gebie- den gebieden en duurzaam gebruik en beheer van biologische rijk- dommenrijkdommen; — planning van het landgebruik, met inbegrip van nieuw- bouwplanning nieuwbouwplanning en stadsplanning; — toepassing van economische en fiscale instrumenten; — onderzoek van klimaatsveranderingen op aarde; — milieuopvoeding en -bewustmaking; — technische bijstand bij de sanering van met radioactiviteit besmette zones en het oplossen van daaronder veroor- zaakte daardoor veroorzaakte gezondheids- en sociale problemen; — tenuitvoerlegging van het Verdrag van Espoo inzake milieueffectrapportage milieueffec- trapportage in grensoverschrijdend verband. 3. De samenwerking vindt met name plaats via: — opstelling van plannen voor rampen en andere noodsitua- tiesnoodsituaties; — uitwisseling van informatie en deskundigen, onder meer op het gebied ge- bied van de overdracht van schone technologieën en het veilige en uit milieuoogpunt verantwoorde gebruik van biotechnologieën; — gezamenlijke onderzoeksactiviteiten; — aanpassing van wetgeving aan communautaire normen; — opleiding op milieugebied en institutionele versterking; — samenwerking in regionaal verband, met inbegrip van samenwerking in het kader van het Europees Milieuagent- schap Milieuagentschap en op internationaal niveau; — ontwikkeling van strategieën, vooral in verband met de wereldomvattende wereldomvat- tende en klimatologische kwesties en tevens met het oog op de totstandbrenging van duurzame ontwik- kelingontwikkeling; — milieueffectstudies; — ecologisch toezicht.

Appears in 2 contracts

Sources: Partnership Agreement, Partnership Agreement

Milieu. 1. Met inachtneming van het Europese Energiehandvest en de verklaring Verkla- ring van de in Conferentie van Luzern van 1993 in Luzern gehouden conferentie, en het Energiehandvestverdrag, inzonderheid artikel 19, en het protocol bij het Energiehandvestverdrag betreffende energie- efficiëntie en daarmee samenhangende milieuaspecten, ontwik- kelen ontwikkelen en versterken partijen Partijen hun samenwerking op het gebied van het milieu en de volksgezondheidvolksge- zondheid. 2. De samenwerking beoogt bestrijding van het milieubederf en met name: daadwerkelijke controle van de verontreinigingsniveaus en beoordeling beoor- deling van het milieu; informatiesysteem met betrek- king betrekking tot de milieutoestandtoestand van het milieu; bestrijding van lokale, regionale en grensoverschrijdende lucht- en waterverontreiniging; ecologisch herstel; duurzame, doeltreffende en uit milieuoogpunt doelmatige energieproductie energie- produktie en -gebruik; de veiligheid van industriële industrie¨le installaties; de classificatie en veilige behandeling van chemische pro- ductenprodukten; verbetering van de kwaliteit van het water; beperking, recycling en veilige verwijdering van afvalafval ; ten- uitvoerlegging tenuitvoer- legging van het Verdrag van Bazel; onderzoek van de milieueffecten milieu-effecten van de landbouw, bodem- erosie bodemerosie en chemische verontreiniging; de bescherming van bossen, — ; – de instandhouding van de biodiversiteit, beschermde gebie- den gebieden en duurzaam gebruik en beheer van biologische rijk- dommenrijkdommen; planning van het landgebruik, met inbegrip van nieuw- bouwplanning nieuwbouwplanning en stadsplanning; — toepassing – aanwending van economische en fiscale instrumenten; onderzoek van klimaatsveranderingen op aardewereldniveau; — milieuopvoeding – milieu-opvoeding en -bewustmaking; — technische bijstand bij de sanering van met radioactiviteit besmette zones en het oplossen van daaronder veroor- zaakte gezondheids- en sociale problemen; — tenuitvoerlegging van het Verdrag van Espoo inzake milieueffectrapportage milieu- effectrapportage in grensoverschrijdend verband. 3. De samenwerking vindt met name plaats via: – de opstelling van plannen voor rampen en andere noodsitua- tiesnoodsituaties; uitwisseling van informatie en deskundigen, onder meer op het gebied van de overdracht van schone technologieën technologiee¨n en het veilige en uit milieuoogpunt verantwoorde gebruik van biotechnologieënbiotechnologiee¨n; gezamenlijke onderzoeksactiviteiten; — aanpassing – verbeteringen van wetgeving aan om deze meer in overeenstemming te brengen met de communautaire normen; — opleiding op milieugebied en institutionele versterking; — samenwerking in regionaal verband, met inbegrip van samenwerking samenwer- king in het kader van het door de Gemeenschap opgerichte Europees Milieuagent- schap Milieubureau en op internationaal niveau; — ontwikkeling – uitstippeling van strategieënstrategiee¨n, vooral in verband met de wereldomvattende wereldomvat- tende en klimatologische kwesties en tevens met het oog op de totstandbrenging totstand- brenging van duurzame ontwik- kelingontwikkeling; — milieueffectstudies– milieu-effectstudies.

Appears in 1 contract

Sources: Overeenkomst Inzake Partnerschap en Samenwerking

Milieu. 1. Met inachtneming van het Europese Energiehandvest en de verklaring Verkla- ring van de in 1993 in Luzern gehouden conferentieConferentie, en het EnergiehandvestverdragEnergie- handvestverdrag, inzonderheid artikel 199, en het protocol Protocol bij het Energiehandvestverdrag Energie- handvestverdrag betreffende energie- efficiëntie energie-efficie¨ntie en daarmee samenhangende milieuaspectensamen- hangende milieu-aspecten, ontwik- kelen ontwikkelen en versterken partijen hun samenwerking sa- menwerking op het gebied van het milieu en de volksgezondheid. 2. De samenwerking beoogt bestrijding van het milieubederf en met name: daadwerkelijke controle van de verontreinigingsniveaus en beoordeling beoor- deling van het milieu; informatiesysteem met betrek- king betrekking tot de milieutoestandmilieu- toestand; bestrijding van lokale, regionale en grensoverschrijdende lucht- en waterverontreiniging; ecologisch herstel; duurzame, doeltreffende en uit milieuoogpunt milieu-oogpunt doelmatige energieproductie energie- produktie en -gebruik; de ecologische veiligheid van industriële industrie¨le installaties; de classificatie en veilige behandeling van chemische pro- ductenprodukten; verbetering van de kwaliteit van het water; beperking, recycling en veilige verwijdering van afval; ten- uitvoerlegging tenuitvoer- legging van het Verdrag van Bazel; onderzoek van de milieueffecten milieu-effecten van de landbouw, bodem- erosie bodemerosie en chemische verontreiniging; de bescherming en verjonging van bossen, — ; – de instandhouding van de biodiversiteit, beschermde gebie- den gebieden en duurzaam gebruik en beheer van biologische rijk- dommenrijkdommen; planning van het landgebruik, met inbegrip van nieuw- bouwplanning nieuwbouwplanning en stadsplanning; toepassing van economische en fiscale instrumenten; onderzoek van klimaatsveranderingen op aarde; — milieuopvoeding – milieu-opvoeding en -bewustmaking; technische bijstand bij de sanering van met radioactiviteit besmette zones en het oplossen van daaronder veroor- zaakte veroorzaakte gezondheids- en sociale problemen; tenuitvoerlegging van het Verdrag van Espoo inzake milieueffectrapportage milieu- effectrapportage in grensoverschrijdend verband. 3. De samenwerking vindt met name plaats via: opstelling van plannen voor rampen en andere noodsitua- tiesnoodsituaties; uitwisseling van informatie en deskundigen, onder meer op het gebied van de overdracht van schone technologieën technologiee¨n en het veilige en uit milieuoogpunt milieu-oogpunt verantwoorde gebruik van biotechnologieënbiotechnologiee¨n; gezamenlijke onderzoeksactiviteiten; aanpassing van wetgeving aan communautaire normen; opleiding op milieugebied en institutionele versterking; samenwerking in regionaal verband, met inbegrip van samenwerking samenwer- king in het kader van het Europees Milieuagent- schap Milieu-agentschap en op internationaal internatio- naal niveau; ontwikkeling van strategieënstrategiee¨n, vooral in verband met de wereldomvattende wereldomvat- tende en klimatologische kwesties en tevens met het oog op de totstandbrenging totstand- brenging van duurzame ontwik- kelingontwikkeling; — milieueffectstudies– milieu-effectstudies; – ecologisch toezicht.

Appears in 1 contract

Sources: Partnerschaps en Samenwerkingsovereenkomst

Milieu. 1. Met inachtneming van het Europese Energiehandvest en de verklaring van de in 1993 in Luzern gehouden conferentie, en het Energiehandvestverdrag, inzonderheid artikel 19, en het protocol bij het Energiehandvestverdrag betreffende energie- efficiëntie en daarmee samenhangende milieuaspecten, ontwik- kelen ontwikkelen en versterken partijen hun samenwerking op het gebied van het milieu en de volksgezondheid. 2. De samenwerking beoogt bestrijding van het milieubederf en met name: — daadwerkelijke controle van de verontreinigingsniveaus en beoordeling beoor- deling van het milieu; informatiesysteem met betrek- king betrekking tot de milieutoestand; — bestrijding van lokale, regionale en grensoverschrijdende lucht- en waterverontreiniging; — ecologisch herstel; — duurzame, doeltreffende en uit milieuoogpunt doelmatige energieproductie energie- productie en -gebruik; — de veiligheid van industriële installaties; — de classificatie en veilige behandeling van chemische pro- ductenproducten; — verbetering van de kwaliteit van het water; — beperking, recycling en veilige verwijdering van afval; ten- uitvoerlegging tenuitvoer- legging van het Verdrag van Bazel; — onderzoek van de milieueffecten van de landbouw, bodem- erosie bodemerosie en chemische verontreiniging; — de bescherming van bossen, ; — de instandhouding van de biodiversiteit, beschermde gebie- den gebieden en duurzaam gebruik en beheer van biologische rijk- dommenrijkdommen; — planning van het landgebruik, met inbegrip van nieuw- bouwplanning nieuwbouwplanning en stadsplanning; — toepassing van economische en fiscale instrumenten; — onderzoek van klimaatsveranderingen op aardewereldniveau; — milieuopvoeding en -bewustmaking; — technische bijstand bij de sanering van met radioactiviteit besmette zones en het oplossen van daaronder veroor- zaakte veroorzaakte gezondheids- en sociale problemen; — tenuitvoerlegging van het Verdrag van Espoo inzake milieueffectrapportage milieueffec- trapportage in grensoverschrijdend verband. 3. De samenwerking vindt met name plaats via: — de opstelling van plannen voor rampen en andere noodsitua- tiesnoodsituaties; — uitwisseling van informatie en deskundigen, onder meer op het gebied ge- bied van de overdracht van schone technologieën en het veilige en uit milieuoogpunt verantwoorde gebruik van biotechnologieën; — gezamenlijke onderzoeksactiviteiten; — aanpassing van wetgeving aan communautaire normen; — opleiding op milieugebied en institutionele versterking; — samenwerking in regionaal verband, verband (met inbegrip van samenwerking samenwer- king in het kader van het Europees Milieuagent- schap Milieuagentschap en op internationaal inter- nationaal niveau); — ontwikkeling uitstippeling van strategieën, vooral in verband met de wereldomvattende wereldomvat- tende en klimatologische kwesties en tevens met het oog op de totstandbrenging van duurzame ontwik- kelingontwikkeling; — milieueffectstudies.

Appears in 1 contract

Sources: Partnerschaps en Samenwerkingsovereenkomst

Milieu. 1. Met inachtneming van het Europese Energiehandvest en de verklaring Verkla- ring van de in 1993 in Luzern gehouden conferentieConferentie, en het EnergiehandvestverdragEnergie- handvestverdrag, inzonderheid artikel 19, en het protocol Protocol bij het Energiehandvestverdrag Energie- handvestverdrag betreffende energie- efficiëntie energie-efficie¨ntie en daarmee samenhangende milieuaspectensamenhan- gende milieu-aspecten, ontwik- kelen ontwikkelen en versterken partijen hun samenwerking samen- werking op het gebied van het milieu en de volksgezondheid. 2. De samenwerking beoogt bestrijding van het milieubederf en met name: daadwerkelijke controle van de verontreinigingsniveaus en beoordeling beoor- deling van het milieu; informatiesysteem met betrek- king betrekking tot de milieutoestandmilieu- toestand; bestrijding van lokale, regionale en grensoverschrijdende lucht- en waterverontreiniging; ecologisch herstel; duurzame, doeltreffende en uit milieuoogpunt milieu-oogpunt doelmatige energieproductie energie- produktie en -gebruik; de veiligheid van industriële industrie¨le installaties; de classificatie en veilige behandeling van chemische pro- ductenprodukten; verbetering van de kwaliteit van het water; beperking, recycling en veilige verwijdering van afval; ten- uitvoerlegging tenuitvoer- legging van het Verdrag van Bazel; onderzoek van de milieueffecten milieu-effecten van de landbouw, bodem- erosie bodemerosie en chemische verontreiniging; de bescherming van bossen, — ; – de instandhouding van de biodiversiteit, beschermde gebie- den gebieden en duurzaam gebruik en beheer van biologische rijk- dommenrijkdommen; planning van het landgebruik, met inbegrip van nieuw- bouwplanning nieuwbouwplanning en stadsplanning; toepassing van economische en fiscale instrumenten; onderzoek van klimaatsveranderingen op aarde; — milieuopvoeding – milieu-opvoeding en -bewustmaking; technische bijstand bij de sanering van met radioactiviteit besmette zones en het oplossen van daaronder veroor- zaakte veroorzaakte gezondheids- en sociale problemen; tenuitvoerlegging van het Verdrag van Espoo inzake milieueffectrapportage milieu- effectrapportage in grensoverschrijdend verband. 3. De samenwerking vindt met name plaats via: opstelling van plannen voor rampen en andere noodsitua- tiesnoodsituaties; uitwisseling van informatie en deskundigen, onder meer op het gebied van de overdracht van schone technologieën technologiee¨n en het veilige en uit milieuoogpunt milieu-oogpunt verantwoorde gebruik van biotechnologieënbiotechnologiee¨n; gezamenlijke onderzoeksactiviteiten; aanpassing van wetgeving aan communautaire normen; opleiding op milieugebied en institutionele versterking; samenwerking in regionaal verband, met inbegrip van samenwerking samenwer- king in het kader van het Europees Milieuagent- schap Milieu-agentschap en op internationaal internatio- naal niveau; ontwikkeling van strategieënstrategiee¨n, vooral in verband met de wereldomvattende wereldomvat- tende en klimatologische kwesties en tevens met het oog op de totstandbrenging totstand- brenging van duurzame ontwik- kelingontwikkeling; — milieueffectstudies– milieu-effectstudies.

Appears in 1 contract

Sources: Partnership and Cooperation Agreement

Milieu. 1. Met inachtneming van het Europese Europeese Energiehandvest en de verklaring van de in 1993 in Luzern gehouden conferentie, en het Energiehandvestverdrag, inzonderheid artikel 19, en het protocol bij het Energiehandvestverdrag betreffende energie- efficiëntie en daarmee samenhangende milieuaspecten, ontwik- kelen ontwikkelen en versterken partijen hun samenwerking op het gebied van het milieu en de volksgezondheid. 2. De samenwerking beoogt bestrijding van het milieubederf en met name: — daadwerkelijke controle van de verontreinigingsniveaus en beoordeling van het milieu; informatiesysteem met betrek- king tot de milieutoestand; — bestrijding van lokale, regionale en grensoverschrijdende lucht- en waterverontreiniging; — ecologisch herstel; — duurzame, doeltreffende en uit milieuoogpunt doelmatige energieproductie en -gebruik; — de veiligheid van industriële installaties; — de classificatie en veilige behandeling van chemische pro- ducten; — verbetering van de kwaliteit van het water; — beperking, recycling en veilige verwijdering van afval; ten- uitvoerlegging van het Verdrag van Bazel; — onderzoek van de milieueffecten van de landbouw, bodem- erosie bode- merosie en chemische verontreiniging; — de bescherming van bossen, ; — de instandhouding van de biodiversiteit, beschermde gebie- den en duurzaam gebruik en beheer van biologische rijk- dommen; — planning van het landgebruik, met inbegrip van nieuw- bouwplanning en stadsplanning; — toepassing van economische en fiscale instrumenten; — onderzoek van klimaatsveranderingen op aardewereldniveau; — milieuopvoeding en -bewustmaking; — technische bijstand bij de sanering van met radioactiviteit besmette zones en het oplossen van daaronder veroor- zaakte gezondheids- en sociale problemen; — tenuitvoerlegging van het Verdrag van Espoo inzake milieueffectrapportage mi- lieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband. 3. De samenwerking vindt met name plaats via: — de opstelling van plannen voor rampen en andere noodsitua- ties; noodsi- tuaties: — uitwisseling van informatie en deskundigen, onder meer op het gebied van de overdracht van schone technologieën en het veilige en uit milieuoogpunt verantwoorde gebruik van biotechnologieënbiotechnolgieën; — gezamenlijke onderzoeksactiviteiten; — aanpassing van wetgeving aan communautaire normen; — opleiding op milieugebied en institutionele versterking; — samenwerking in regionaal verband, verband (met inbegrip van samenwerking in het kader van het Europees Milieuagent- schap en op internationaal niveau); — ontwikkeling uitstippeling van strategieën, vooral in verband met de wereldomvattende wereld- omvattende en klimatologische kwesties en tevens met het oog op de totstandbrenging van duurzame ontwik- kelingontwikkeling; — milieueffectstudies.

Appears in 1 contract

Sources: Partnership Agreement

Milieu. 1. Met inachtneming van het Europese Energiehandvest en de verklaring van de in 1993 in Luzern gehouden conferentie, en het Energiehandvestverdrag, inzonderheid artikel 19, en het protocol bij het Energiehandvestverdrag betreffende energie- efficiëntie en daarmee samenhangende milieuaspecten, ontwik- kelen De partijen ontwikkelen en versterken partijen hun samenwerking op het gebied bij de essentiële taak om de achteruitgang van het milieu te bestrijden en de volksgezondheideen duurzaam milieubeleid te steunen. 2. De samenwerking beoogt kan op de volgende prioriteiten worden toege- spitst: – waterkwaliteit, waaronder de behandeling van afvalwater, met name in grensoverschrijdende wateren; – bestrijding van het milieubederf en met name: — daadwerkelijke controle van de verontreinigingsniveaus en beoordeling van het milieu; informatiesysteem met betrek- king tot de milieutoestand; — bestrijding van lokaleplaatselijke, regionale en grensoverschrijdende lucht- en waterverontreinigingwaterverontreiniging (onder meer van drinkwater); — ecologisch herstel– effectieve controle op verontreinigingsniveau en emissies; — duurzame– ontwikkeling van strategieën ten aanzien van wereldwijde en kli- matologische problemen; – efficiënte, doeltreffende duurzame en uit milieuoogpunt doelmatige schone energieproductie en -gebruik; — de – classificatie van en veilige omgang met chemische producten; – veiligheid van industriële installaties; — de classificatie en veilige behandeling van chemische pro- ducten; — verbetering van de kwaliteit van het water; — beperking– vermindering, recycling recyclering en veilige verwijdering van afval; ten- uitvoerlegging van het Verdrag van Bazel; — onderzoek van de milieueffecten van de landbouw, bodem- erosie en chemische verontreiniging; — de bescherming van bossen, — de instandhouding van de biodiversiteit, beschermde gebie- den en duurzaam gebruik en beheer van biologische rijk- dommen; — planning van het landgebruik, met inbegrip van nieuw- bouwplanning en stadsplanning; — toepassing van economische en fiscale instrumenten; — onderzoek van klimaatsveranderingen op aarde; — milieuopvoeding en -bewustmaking; — technische bijstand bij de sanering van met radioactiviteit besmette zones en het oplossen van daaronder veroor- zaakte gezondheids- en sociale problemen; — als- mede tenuitvoerlegging van het Verdrag van Espoo Bazel van 1989 inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan; – milieueffect van de landbouw; bodemerosie en verontreiniging door landbouwchemicaliën; – bescherming van bossen, flora en fauna en instandhouding van de biodiversiteit; – ruimtelijke ordening, met inbegrip van nieuwbouw- en stadsplan- ning; – gebruik van economische en fiscale instrumenten om het milieu te verbeteren; – uitvoering van milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verbanden strategische milieueffect- beoordelingen; – verdere harmonisatie van wet- en regelgeving met de com- munautaire normen; – internationale milieuverdragen waarbij de Gemeenschap partij is; – samenwerking op regionaal en internationaal niveau; – voorlichting en educatie over milieu en duurzame ontwikkeling. 3. De samenwerking vindt met name plaats via: — opstelling van plannen voor rampen en andere noodsitua- ties; — uitwisseling van informatie en deskundigen, onder meer op het gebied van de overdracht van schone technologieën en het veilige en uit milieuoogpunt verantwoorde gebruik van biotechnologieën; — gezamenlijke onderzoeksactiviteiten; — aanpassing van wetgeving aan communautaire normen; — opleiding op milieugebied en institutionele versterking; — samenwerking in regionaal verband, met inbegrip van samenwerking in het kader van het Europees Milieuagent- schap en op internationaal niveau; — ontwikkeling van strategieën, vooral in verband met de wereldomvattende en klimatologische kwesties en tevens partijen werken samen met het oog op de totstandbrenging bescherming van duurzame ontwik- kelingmensen, dieren, eigendommen en het milieu tegen natuurrampen en door de mens veroorzaakte rampen. Hiertoe kan de samenwerking de vol- gende terreinen omvatten: – uitwisseling van resultaten van wetenschappelijke en onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten; — milieueffectstudies– systemen voor wederzijdse vroegtijdige kennisgeving en waarschu- wing voor gevaren en rampen en de gevolgen daarvan; – reddings- en hulpverleningssystemen bij rampen; – uitwisseling van ervaring op het gebied van herstel en wederop- bouw na rampen.

Appears in 1 contract

Sources: Stabilisatie en Associatieovereenkomst

Milieu. 1. Met inachtneming van het Europese Energiehandvest en de verklaring van de in 1993 in Luzern gehouden conferentie, en het EnergiehandvestverdragVerdrag inzake het Energiehandvest, inzonderheid artikel 19, en het protocol bij het Energiehandvestverdrag Verdrag inzake het Energie- handvest betreffende energie- energie-efficiëntie en daarmee samenhangende samenhan- gende milieuaspecten, ontwik- kelen ontwikkelen en versterken partijen hun samenwerking op het gebied van het milieu en de volksgezondheidvolks- gezondheid. 2. De samenwerking beoogt bestrijding van het milieubederf en met name: — daadwerkelijke controle van de verontreinigingsniveaus en beoordeling van het milieu; informatiesysteem met betrek- king tot de milieutoestand; — bestrijding van lokale, regionale en grensoverschrijdende lucht- en waterverontreiniging; — ecologisch herstel; — duurzame, doeltreffende en uit milieuoogpunt doelmatige energieproductie en -gebruik; — de ecologische veiligheid van industriële installaties; — de classificatie en veilige behandeling van chemische pro- ducten; — verbetering van de kwaliteit van het water; — beperking, recycling en veilige verwijdering van afval; ten- uitvoerlegging van het Verdrag van Bazel; — onderzoek van de milieueffecten van de landbouw, bodem- erosie en chemische verontreiniging; — de bescherming en verjonging van bossen, ; — de instandhouding van de biodiversiteit, beschermde gebie- den en duurzaam gebruik en beheer van biologische rijk- dommen; — planning van het landgebruik, met inbegrip van nieuw- bouwplanning en stadsplanning; — toepassing van economische en fiscale instrumenten; — onderzoek van klimaatsveranderingen op aarde; — milieuopvoeding en -bewustmaking; — technische bijstand bij de sanering van met radioactiviteit besmette zones en het oplossen van daaronder veroor- zaakte daardoor veroorzaakte gezondheids- en sociale problemen; — tenuitvoerlegging van het Verdrag van Espoo inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband. 3. De samenwerking vindt met name plaats via: — opstelling van plannen voor rampen en andere noodsitua- tiesnood- situaties; — uitwisseling van informatie en deskundigen, onder meer op het gebied van de overdracht van schone technologieën en het veilige en uit milieuoogpunt verantwoorde gebruik van biotechnologieën; — gezamenlijke onderzoeksactiviteiten; — aanpassing van wetgeving aan communautaire normen; — opleiding op milieugebied en institutionele versterking; — samenwerking in regionaal verband, met inbegrip van samenwerking in het kader van het Europees Milieuagent- schap Milieuagentschap en op internationaal internatio- naal niveau; — ontwikkeling van strategieën, vooral in verband met de wereldomvattende en klimatologische kwesties en tevens met het oog op de totstandbrenging van duurzame ontwik- keling; — milieueffectstudies; — ecologisch toezicht.

Appears in 1 contract

Sources: Partnership Agreement

Milieu. 1. Met inachtneming van het Europese Energiehandvest Energiehand- vest en de verklaring Verklaring van de in Conferentie van Luzern van 1993 in Luzern gehouden conferentie, en het Energiehandvestverdrag, inzonderheid artikel 19, en het protocol bij het Energiehandvestverdrag betreffende energie- efficiëntie en daarmee samenhangende milieuaspecten, ontwik- kelen ontwikkelen en versterken partijen hun samenwerking samenwer- king op het gebied van het milieu en de volksgezondheidvolksgezond- heid. 2. De samenwerking beoogt bestrijding van het milieubederf milieu- bederf en met name: — daadwerkelijke controle van de verontreinigingsniveaus verontreinigingsni- veaus en beoordeling van het milieu; informatiesysteem informatiesys- teem met betrek- king betrekking tot de milieutoestandtoestand van het milieu; — bestrijding van lokale, regionale en grensoverschrijdende grensoverschrij- dende lucht- en waterverontreiniging; — ecologisch herstel; — duurzame, doeltreffende en uit milieuoogpunt doelmatige doelma- tige energieproductie en -gebruik; — de veiligheid van industriële installaties; — de classificatie en veilige behandeling van chemische pro- ductenproducten; — verbetering van de kwaliteit van het water; — beperking, recycling en veilige verwijdering van afval; ten- uitvoerlegging tenuitvoerlegging van het Verdrag van Bazel; — onderzoek van de milieueffecten van de landbouw, bodem- erosie bodemerosie en chemische verontreiniging; — de bescherming van bossen, ; — de instandhouding van de biodiversiteit, beschermde gebie- den gebieden en duurzaam gebruik en beheer van biologische rijk- dommenbiologi- sche rijkdommen; — planning van het landgebruik, met inbegrip van nieuw- bouwplanning nieuwbouwplanning en stadsplanning; — toepassing aanwending van economische en fiscale instrumenteninstrumen- ten; — onderzoek van klimaatsveranderingen op aardewereldni- veau; — milieuopvoeding en -bewustmaking; — technische bijstand bij de sanering van met radioactiviteit besmette zones en het oplossen van daaronder veroor- zaakte gezondheids- en sociale problemen; — tenuitvoerlegging van het Verdrag van Espoo inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verbandver- band. 3. De samenwerking vindt met name plaats via: — de opstelling van plannen voor rampen en andere noodsitua- tiesnoodsituaties; — uitwisseling van informatie en deskundigen, onder meer op het gebied van de overdracht van schone technologieën en het veilige en uit milieuoogpunt verantwoorde gebruik van biotechnologieën; — gezamenlijke onderzoeksactiviteiten; — aanpassing verbeteringen van wetgeving aan om deze meer in over- eenstemming te brengen met de communautaire normen; — opleiding op milieugebied en institutionele versterkingnor- men; — samenwerking in regionaal verband, met inbegrip van samenwerking in het kader van het Europees Milieuagent- schap Milieu- bureau en op internationaal niveau; — ontwikkeling uitstippeling van strategieën, vooral in verband met de wereldomvattende en klimatologische kwesties en tevens met het oog op de totstandbrenging van duurzame ontwik- kelingduur- zame ontwikkeling; — milieueffectstudies.

Appears in 1 contract

Sources: Partnership Agreement

Milieu. 1. Met inachtneming van het Europese Energiehandvest en de verklaring Verklaring van de in 1993 in Luzern gehouden conferentie, en het Energiehandvestverdrag, inzonderheid artikel 19, en het protocol Protocol bij het Energiehandvestverdrag Verdrag inzake het Energiehandvest betreffende energie- energie-efficiëntie en daarmee samenhangende milieuaspecten, ontwik- kelen ontwikkelen en versterken partijen hun samenwerking op het gebied van het milieu en de volksgezondheid. 2. De samenwerking beoogt bestrijding van het milieubederf milieubedrijf en met name: — daadwerkelijke controle van de verontreinigingsniveaus en beoordeling van het milieu; informatiesysteem met betrek- king tot de milieutoestand; — bestrijding van lokale, regionale en grensoverschrijdende lucht- en waterverontreiniging; — ecologisch herstel; — duurzame, doeltreffende en uit milieuoogpunt doelmatige energieproductie en -gebruik; — de veiligheid van industriële installaties; — de classificatie en veilige behandeling van chemische pro- ducten; — verbetering van de kwaliteit van het water; — beperking, recycling en veilige verwijdering van afval; ten- uitvoerlegging van het Verdrag van Bazel; — onderzoek van de milieueffecten van de landbouw, bodem- erosie en chemische verontreiniging; — de bescherming van bossen, ; — de instandhouding van de biodiversiteit, beschermde gebie- den en duurzaam duurzame gebruik en beheer van biologische rijk- dommen; — planning van het landgebruik, met inbegrip van nieuw- bouwplanning en stadsplanning; — toepassing van economische en fiscale instrumenten; — onderzoek van klimaatsveranderingen op aarde; — milieuopvoeding en -bewustmaking; — technische bijstand bij de sanering van met radioactiviteit besmette zones en het oplossen van daaronder veroor- zaakte daardoor veroorzaakte gezondheids- en sociale problemen; — tenuitvoerlegging van het Verdrag van Espoo inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband. 3. De samenwerking vindt met name plaats via: — opstelling van plannen voor rampen en andere noodsitua- ties; — uitwisseling van informatie en deskundigen, onder meer op het gebied van de overdracht van schone technologieën en het veilige en uit milieuoogpunt verantwoorde gebruik van biotechnologieën; — gezamenlijke onderzoeksactiviteiten; — aanpassing van wetgeving aan communautaire normen; — opleiding op milieugebied en institutionele versterking; — samenwerking in regionaal verband, met inbegrip van samenwerking in het kader van het Europees Milieuagent- schap en op internationaal niveau; — ontwikkeling van strategieën, vooral in verband met de wereldomvattende en klimatologische kwesties en tevens met het oog op de totstandbrenging van duurzame ontwik- keling; — milieueffectstudies.

Appears in 1 contract

Sources: Partnership Agreement

Milieu. 1. Met inachtneming van het Europese Energiehandvest en de verklaring van de in 1993 in Luzern gehouden conferentie, en het Energiehandvestverdrag, inzonderheid artikel 19, en het protocol bij het Energiehandvestverdrag betreffende energie- efficiëntie en daarmee samenhangende milieuaspecten, ontwik- kelen ont- wikkelen en versterken partijen hun samenwerking op het gebied van het milieu en de volksgezondheid. 2. De samenwerking beoogt bestrijding van het milieubederf en met name: — daadwerkelijke controle van de verontreinigingsniveaus en beoordeling van het milieu; informatiesysteem met betrek- king tot de milieutoestand; — bestrijding van lokale, regionale en grensoverschrijdende lucht- en waterverontreiniging; — ecologisch herstel; — duurzame, doeltreffende en uit milieuoogpunt doelmatige energieproductie en -gebruik; — de veiligheid van industriële installaties; — de classificatie en veilige behandeling van chemische pro- ducten; — verbetering van de kwaliteit van het water; — beperking, recycling en veilige verwijdering van afval; ten- uitvoerlegging van het Verdrag van Bazel; — onderzoek van de milieueffecten van de landbouw, bodem- erosie bo- demerosie en chemische verontreiniging; — de bescherming van bossen, ; — de instandhouding van de biodiversiteit, beschermde gebie- den en duurzaam gebruik en beheer van biologische rijk- dommen; — planning van het landgebruik, met inbegrip van nieuw- bouwplanning en stadsplanning; — toepassing van economische en fiscale instrumenten; — onderzoek van klimaatsveranderingen op aardewereldniveau; — milieuopvoeding en -bewustmaking; — technische bijstand bij de sanering van met radioactiviteit besmette zones en het oplossen van daaronder veroor- zaakte gezondheids- en sociale problemen; — tenuitvoerlegging van het Verdrag van Espoo inzake milieueffectrapportage mi- lieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband. 3. De samenwerking vindt met name plaats via: — de opstelling van plannen voor rampen en andere noodsitua- tiesnoodsi- tuaties; — uitwisseling van informatie en deskundigen, onder meer op het gebied van de overdracht van schone technologieën en het veilige en uit milieuoogpunt verantwoorde gebruik van biotechnologieën; — gezamenlijke onderzoeksactiviteiten; — aanpassing van wetgeving aan communautaire normen; — opleiding op milieugebied en institutionele versterking; — samenwerking in regionaal verband, verband (met inbegrip van samenwerking in het kader van het Europees Milieuagent- schap en op internationaal niveau); — ontwikkeling uitstippeling van strategieën, vooral in verband met de wereldomvattende wereld- omvattende en klimatologische kwesties en tevens met het oog op de totstandbrenging van duurzame ontwik- kelingontwikkeling; — de overdracht van technologie en knowhow, ook op het terrein van Europese technische normen en certificatiesys- temen; — milieueffectstudies.

Appears in 1 contract

Sources: Partnership Agreement

Milieu. 1. Met inachtneming van het Europese Energiehandvest en de verklaring Verkla- ring van de in 1993 in Luzern gehouden conferentieConferentie, en het EnergiehandvestverdragEnergie- handvestverdrag, inzonderheid artikel 19, en het protocol Protocol bij het Energiehandvestverdrag Energie- handvestverdrag betreffende energie- efficiëntie energie-efficie¨ntie en daarmee samenhangende milieuaspectensamen- hangende milieu-aspecten, ontwik- kelen ontwikkelen en versterken partijen hun samenwerking sa- menwerking op het gebied van het milieu en de volksgezondheid. 2. De samenwerking beoogt bestrijding van het milieubederf en met name: daadwerkelijke controle van de verontreinigingsniveaus en beoordeling beoor- deling van het milieu; informatiesysteem met betrek- king betrekking tot de milieutoestandmilieu- toestand; bestrijding van lokale, regionale en grensoverschrijdende lucht- en waterverontreiniging; ecologisch herstel; duurzame, doeltreffende en uit milieuoogpunt milieu-oogpunt doelmatige energieproductie energie- produktie en -gebruik; de veiligheid van industriële industrie¨le installaties; de classificatie en veilige behandeling van chemische pro- ductenprodukten; verbetering van de kwaliteit van het water; beperking, recycling en veilige verwijdering van afval; ten- uitvoerlegging tenuitvoer- legging van het Verdrag van Bazel; onderzoek van de milieueffecten milieu-effecten van de landbouw, bodem- erosie bodemerosie en chemische verontreiniging; de bescherming van bossen, — ; – de instandhouding van de biodiversiteit, beschermde gebie- den gebieden en duurzaam gebruik en beheer van biologische rijk- dommenrijkdommen; planning van het landgebruik, met inbegrip van nieuw- bouwplanning nieuwbouwplanning en stadsplanning; toepassing van economische en fiscale instrumenten; onderzoek van klimaatsveranderingen op aarde; — milieuopvoeding – milieu-opvoeding en -bewustmaking; technische bijstand bij de sanering van met radioactiviteit besmette zones en het oplossen van daaronder veroor- zaakte veroorzaakte gezondheids- en sociale problemen; tenuitvoerlegging van het Verdrag van Espoo inzake milieueffectrapportage milieu- effectrapportage in grensoverschrijdend verband. 3. De samenwerking vindt met name plaats via: opstelling van plannen voor rampen en andere noodsitua- tiesnoodsituaties; uitwisseling van informatie en deskundigen, onder meer op het gebied van de overdracht van schone technologieën technologiee¨n en het veilige en uit milieuoogpunt milieu-oogpunt verantwoorde gebruik van biotechnologieënbiotechnologiee¨n; gezamenlijke onderzoeksactiviteiten; aanpassing van wetgeving aan communautaire normen; opleiding op milieugebied en institutionele versterking; samenwerking in regionaal verband, met inbegrip van samenwerking samenwer- king in het kader van het Europees Milieuagent- schap Milieu-agentschap en op internationaal internatio- naal niveau; ontwikkeling van strategieënstrategiee¨n, vooral in verband met de wereldomvattende wereldomvat- tende en klimatologische kwesties en tevens met het oog op de totstandbrenging totstand- brenging van duurzame ontwik- kelingontwikkeling; — milieueffectstudies– milieu-effectstudies.

Appears in 1 contract

Sources: Partnerschaps en Samenwerkingsovereenkomst