Afscheidsuitkering Voorbeeldclausules

Afscheidsuitkering. Werknemer die voor de eerste van de maand waarin hij de voor hem geldende AOW- gerechtigde leeftijd bereikt een 25- of 40-jarig dienstjubileum zou hebben gevierd, ontvangt bij eerder ontslag wegens volledige arbeidsongeschiktheid, OVUT of pensioen, een afscheidsuitkering, indien het dienstjubileum zou worden bereikt binnen 5 jaar na de datum van ontslag. Deze afscheidsuitkering is een jubileumgratificatie naar rato.
Afscheidsuitkering. Werknemer van wie het dienstverband wordt beëindigd omdat hij binnen de boventalligheidstermijn geen nieuwe functie gevonden heeft, heeft recht op een afscheidsuitkering, indien: • werknemer een 12 ½ , 25, 40 of 50-jarig dienstjubileum zou hebben gevierd voor de pensioenleeftijd en • werknemer het dienstjubileum zou hebben bereikt binnen vijf jaren na ontslagdatum. Wat betreft het 12 ½ jarig dienst- jubileum geldt dat dit dienstjubileum binnen 2,5 jaar na ontslagdatum bereikt zou moeten zijn. De afscheidsuitkering wordt berekend op basis van het op het moment van beëindiging van de arbeidsovereenkomst bereikte aantal dienstjaren in verhouding tot resp. 12 ½, 25, 40 of 50 en op basis van de laatstgenoten maandbezoldiging. Bij de vaststelling van het aantal dienstjaren vindt afronding op hele jaren plaats (zes maanden of meer naar boven, minder dan zes maanden naar beneden). De regels die gelden voor jubileumgratificaties wat betreft aanvangsdatum jubileumtijd- vak, bepaling aantal dienstjaren en bedrag van de gratificatie zijn – voor zover niet in strijd met het bovenstaande – van overeenkomstige toepassing. i) De ontslagvergoeding wordt niet toegekend indien het ontslag aan werknemer te wijten is. ii) De hoogte van de uitkering bij ontslag als bedoeld in artikel 4 onder v (ontslaguitkering) zal zodanig worden vast- gesteld, dat over de periode tot het bereiken van de voor de individuele werknemer geldende AOW-gerechtigde leeftijd de som van de uitkomsten uit • sociale uitkeringen • pensioen- en/of OVUT-rechten • de ontslaguitkering niet meer dan 75% van zijn laatst verdiende inkomen bedraagt doch tenminste gelijk is aan de voor de individueel werknemer geldende wettelijke Transitie- vergoeding mits de individuele werknemer met inachtneming van artikel 7:673 lid 7 BW op die Transitievergoeding recht zou hebben. Ingevolge artikel 7:673 lid 7 is onder meer geen Transitievergoeding verschuldigd indien het eindigen of niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst geschiedt in verband met of na het bereiken van de AOW-leeftijd of een andere leeftijd waarop voor de werknemer recht op pensioen ontstaat.
Afscheidsuitkering. 1 Je ontvangt een afscheidsuitkering van ▇▇▇▇▇▇▇ als: – je voor de eerste van de maand waarin je de voor jou geldende AOW-gerechtigde leef- tijd bereikt een 25- of 40-jarig dienstjubileum zou hebben gevierd, en – je hebt eerder ontslag gekregen dan je AOW-leeftijd vanwege volledige arbeidsonge- schiktheid of pensioen, en – het dienstjubileum zou worden bereikt binnen vijf jaar na deze ontslagdatum. 2 Deze afscheidsuitkering is een jubileumgratificatie naar rato. De uitkering is één bruto maandsalaris. De hoogte van de afscheidsuitkering is naar rato van de lengte van het dienstverband op het moment van ontslag en wordt bruto uitgekeerd.
Afscheidsuitkering. Een werknemer die voor de eerste van de maand waarin hij of zij de leeftijd bereikt van de AOW gerechtigde leeftijd zoals omschreven in het pensioenreglement van het te volgen Pensioenfonds Rail & OV een 25- of 40-jarig dienstjubileum zou hebben gevierd, ontvangt bij eerder ontslag wegens volledige arbeidsongeschiktheid of pensioen een afscheidsuitkering, indien het dienstjubileum zou worden bereikt binnen 5 jaar na de datum van ontslag. Deze afscheidsuitkering is een pro rata jubileumgratificatie.
Afscheidsuitkering. De werkgever keert een afscheidsuitkering uit als aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan: – De medewerker zou voor het eerste van de maand waarin hij 66 jaar wordt een 25- of 40-jarig dienstjubileum hebben gevierd. – De medewerker heeft eerder ontslag gekregen wegens volledige arbeidsongeschiktheid, is met pensioen of heeft gebruikgemaakt van de overgangsregeling VUT of de 55plus-regeling. – De medewerker zou het dienstjubileum bereiken binnen vijf jaar na de ontslagdatum. De afscheidsuitkering is een pro rata jubileumgratificatie.
Afscheidsuitkering. De medewerker heeft aanspraak op een bruto afscheidsuitkering als zijn arbeidsovereenkomst eerder wordt beëindigd dan de eerste dag van de maand waarin hij de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt en hij daardoor een 25- of 40-jarig dienstjubileum niet heeft kunnen halen binnen 5 jaar na de datum van zijn ontslag. De werkgever kent de afscheidsuitkering naar rato van het aantal dienstjaren van de medewerker toe in de volgende situaties waarin zijn arbeidsovereenkomst wordt beëindigd door: ▪ volledige arbeidsongeschiktheid; ▪ elke vorm van (pre)pensioen of ▪ een regeling voor vervroegde uittreding die in overleg tussen werkgever en vakorganisaties als onderdeel van een bedrijfseigen regeling tot stand is gekomen.
Afscheidsuitkering. De medewerker van wie het dienstverband wordt beëindigd omdat hij binnen de boventalligheidstermijn geen nieuwe functie gevonden heeft, heeft recht op een afscheidsuitkering, indien: - de medewerker een 12½ , 25 of 40 dienstjubileum zou hebben gevierd voor de pensioenleeftijd en - de medewerker het dienstjubileum zou hebben bereikt binnen vijf jaren na ontslagdatum. Wat betreft het 12 ½ jarig dienstjubileum geldt dat dit dienstjubileum binnen 2,5 jaar na ontslagdatum bereikt zou moeten zijn. De afscheidsuitkering wordt berekend op basis van het op het moment van beëindiging van de arbeidsovereenkomst bereikte aantal dienstjaren in verhouding tot resp. 12½, 25 of 40 en op basis van de laatstgenoten maandbezoldiging. Bij de vaststelling van het aantal dienstjaren vindt afronding op hele jaren plaats (zes maanden of meer naar boven, minder dan zes maanden naar beneden). De regels die gelden voor jubileumgratificaties wat betreft aanvangsdatum jubileumtijdvak, bepaling aantal dienstjaren en bedrag van de gratificatie zijn – voor zover niet in strijd met het bovenstaande - van overeenkomstige toepassing.
Afscheidsuitkering. Je ontvangt een afscheidsuitkering van ▇▇▇▇▇▇▇ als: – je voor de eerste van de maand waarin je de voor jou geldende AOW-gerechtigde leef- tijd bereikt een 25- of 40-jarig dienstjubileum zou hebben gevierd, en – je hebt eerder ontslag gekregen dan je AOW-leeftijd vanwege volledige arbeidsonge- schiktheid of pensioen, en – het dienstjubileum zou worden bereikt binnen vijf jaar na deze ontslagdatum.

Related to Afscheidsuitkering

  • Eindejaarsuitkering In de maand december wordt een -resultaatonafhankelijke- eindejaarsuitkering uitbetaald van 8,33% van het loon.

  • Uitkering De maatschappij betaalt de schade-uitkering aan de verzekeringnemer, tenzij deze een ander aanwijst of de polisvoorwaarden anders bepalen.

  • Jubileumuitkering 1. De werkgever zal aan de werknemer bij een respectievelijk 25- 40- dan wel 50-jarig aaneengesloten dienstverband een jubileumuitkering verstrekken. 2. De jubileumuitkering bedraagt: a. bij een 25-jarig dienstverband: één bruto maandsalaris; b. bij een 40-jarig dienstverband: twee bruto maandsalarissen; c. bij een 50-jarig dienstverband: drie bruto maandsalarissen.

  • Vakantie-uitkering 1. De werknemer heeft aanspraak op een vakantie-uitkering voor de tijd waarin hij salaris heeft ontvangen. 2. De vakantie-uitkering wordt vastgesteld via de matrix in bijlage A9 van deze cao, waarbij rekening wordt gehouden met het gestelde in: Berekeningswijze VU. 3. De vakantie-uitkering wordt in de maand mei uitbetaald over de periode van twaalf maanden die eindigt met de maand mei. 4. In afwijking van het derde lid vindt bij ontslag van de werknemer de uitbetaling plaats over het tijdvak, gelegen tussen het einde van de laatst verstreken periode waarover de vakantie-uitkering werd uitbetaald en de datum van ontslag. 5. Onverminderd het zesde lid bedraagt de vakantie-uitkering per kalendermaand 8% van het bedrag dat de werknemer in die maand aan salaris heeft ontvangen. 6. Voor de werknemer die in de van toepassing zijnde maand op grond van het eerste lid aanspraak heeft op een bedrag dat lager is dan het bedrag genoemd in bijlage A9, wordt de vakantie-uitkering vastgesteld op laatstbedoeld bedrag, met dien verstande dat dit bedrag naar evenredigheid wordt verminderd voor de werknemer die is aangesteld in een betrekking met een omvang van minder dan een normbetrekking.

  • WIA-uitkering Een uitkering die een werknemer krijgt toegekend van UWV volgens de WIA.