Doelgroepen. Er zijn twee gesloten groepen medewerkers die geld kunnen storten in de dagenbank. Hieronder worden de doelgroepen weergegeven:
Doelgroepen. Enkele doelgroepen vragen net wat meer van onze aandacht de komende jaren:
Doelgroepen. Jongeren: - Inventariseren woonwensen jongeren (< 23 jaar) en starters (per kern) en gebruik maken van bestaande gegevens. Gebruik maken van enquête Denekamp; - Onder de aandacht brengen mogelijkheden in sociale huur; - Faciliteren/stimuleren starters, bv door middel van bestemming van goedkope kavels en startersleningen; - Verkoop betaalbare sociale huurwoningen aan jongeren/starters. Gemeente, Mijande Wonen Mijande Wonen, Huurdersraad, gemeente gemeente Mijande Wonen A3b. Ouderen: - In kaart brengen van de behoefte aan levensloopbestendige woningen - Vergroten aantal levensloopbestendige nieuwbouwwoningen in zowel sociale huur als koop: gelijkvloers en dichtbij voorzieningen. Aantallen leggen we vast in de uitvoeringsagenda; - Vergroten van het aantal levensloopbestendige, toegankelijke bestaande woningen. Aantallen leggen we vast in de uitvoeringsagenda; - Ouderen via voorlichting en het benutten van contactmomenten proactief bewust maken van de toekomstbestendigheid van hun woning, van de mogelijkheden van domotica en aanpassingen en van eventuele mogelijkheden om te verhuizen / door te stromen; - Op maat faciliteren van ouderen die willen doorstromen naar een passende woning; - Stimuleren en helpen ontwikkelen van lokale initiatieven voor nieuwe woonvormen met zorg (tussen thuis en verpleeghuis). gemeente gemeente, Mijande Wonen Mijande Wonen (sociale huur), gemeente (particulieren) Mijande Wonen, Huurdersraad, gemeente Mijande Wonen gemeente, Mijande Wonen, i.s.m. zorgorganisaties A3c. Statushouders: - Huisvesten statushouders/invulling gemeentelijke taakstelling, met als uitgangspunten: spreiding, niet in de kleinste kernen (vanwege voorzieningenniveau); - Sturen op vraag (typen huishoudens) vanuit COA; - Onderzoeken of bestaand bezit via ingrepen beter geschikt is te maken (bv vergroten/samenvoegen woningen); - Afstemmen over de wijze van huisvesten van statushouders: tijdelijk dan wel structureel, alternatieve huisvestingsmogelijkheden etc.; - Nazorg bieden aan statushouders na plaatsing (direct gerelateerd aan het wonen). gemeente, Mijande Wonen gemeente Mijande Wonen gemeente, Mijande Wonen Mijande Wonen
Doelgroepen. Een aantal groepen op de arbeidsmarkt verdient extra aandacht. Werkgevers moeten actief proberen deze groepen aan een arbeids- plaats te helpen. Dat kan door obstakels en belemmeringen weg te nemen. Dat zijn:
Doelgroepen. Er zijn groepen bewoners die niet op eigen kracht goede woonruimte kunnen vinden. Dit zijn de groepen waarvan de Woningwet 2015 bepaalt dat woningcorporaties hen zoveel mogelijk met voorrang een sociale huurwoning moeten aanbieden. Partijen willen deze doelgroepen – zoals starters, vergunninghouders, mensen met een licht verstandelijke beperking en GGZ-cliënten – ondersteunen bij het vinden van adequate huisvesting. Aan de toenemende groep één- en tweepersoons huishoudens (zoals senioren) wordt aandacht besteed bij de nieuwbouw (zie paragraaf 5.1 en 6.1).
Doelgroepen. Onze doelgroepen zijn: (gewezen) deelnemers, gepensioneerden en werkgever(s). Aan hen ontlenen wij ons bestaansrecht en wij zijn er om hen te ondersteunen. Al deze mensen en organisaties hebben op de een of andere manier binding met Stap. Ieder op hun eigen manier. Met betrekking tot deze doelgroepen staan er in de Pensioenwet minimumeisen op het gebied van communicatie. Stap wil verder gaan dan slechts te voldoen aan de minimumeisen. Hoe die doelgroepen er precies uit zien (bijvoorbeeld qua leeftijdsopbouw, hoogte van het pensioen en andere relevante kenmerken) verschilt per Pensioenkring. Het is van belang om de doelgroepen goed in kaart te hebben: zo kunnen we de vertaling van communicatiebeleid naar communicatieplan nauwkeurig laten aansluiten bij de behoeften van elke doelgroep per Pensioenkring. De samenstelling van de doelgroepen wordt opgenomen in het communicatiejaarplan van de Pensioenkring.
Doelgroepen. Prehospitalisatie
Doelgroepen. Artikel 1. Onder rechthebbenden op de revalidatie als bedoeld bij deze overeenkomst, dient te worden verstaan: de rechthebbenden met ernstige stoornissen die significante beperkingen in activiteiten en/of participatieproblemen aan het dagelijks leven met zich meebrengen en waarvan de zorgnood van die aard is dat diagnostiek en/of behandeling in de multidisciplinaire setting van een centrum voor ambulante revalidatie noodzakelijk is.
Groep 1: Verstandelijke beperking (DSM-5 code 317, 318.0, 318.1, 318.2, 315.8) Een stoornis in de verstandelijke ontwikkeling (DSM-5 codes 317, 318.0, 318.1, 318.2) wordt o.a. gekenmerkt door een totaal intelligentiequotiënt van ≤ 70, vastgesteld met een individueel afgenomen intelligentietest. Bij kinderen jonger dan 5 jaar die op een individueel afgenomen ontwikkelingstest een ontwikkelingsquotiënt van ≤ 70 behalen, wordt DSM-5 code 315.8 (globale ontwikkelingsachterstand) gebruikt. Groep 2: Taalstoornis (DSM-5 code 315.32) Als kwalitatief criterium voor een taalstoornis geldt een significante uitval (-1,5 standaarddeviaties of percentiel ≤ 7) voor minstens 3 taalaspecten (articulatie/fonologie, lexicon, semantiek, morfologie, syntax, pragmatiek) in de receptieve en/of expressieve dimensie (DSM-5 code 315.32; 315.39). Het begin van de symptomen ligt in de vroege ontwikkelingsperiode. Exclusiecriteria voor deze groep zijn: - een totaal intelligentie- of ontwikkelingsquotiënt ≤ 70, en - een gehoorstoornis als een gemiddeld verlies > 40 db HL, gemeten aan het beste oor, zonder hoorapparaat, van 3 van de 5 volgende frequentiezones: 250, 500, 1000, 2000 en 4000 Hertz. Een adequate respons op geluiden <40db op 3 van de 5 volgende frequentiezones: 250, 500, 1000, 2000 en 4000 Hertz volstaat ook om het exclusiecriterium van gehoorstoornis uit te sluiten. Daarnaast dient voor elke twee- of meertalige gebruiker met een vermoeden van een taalstoornis het protocol meertaligheid gevolgd te worden om na te gaan of de taalstoornis aanwezig is ten gevolge van het aanleren van een andere taal dan de moedertaal of van een meertalige opvoeding. Het protocol houdt in dat bij twee- of meertalige gebruikers met een vermoeden van een mondelinge taalstoornis pas na minstens 1 jaar regelmatige en systematische blootstelling aan de taal waarin de gebruiker gerevalideerd wilt worden (= het taalbad), een bilan mag gestart worden. Om voor multidisciplinaire revalidatie in aanmerking te komen dient een taalstoornis: - ofwel samen voor te komen met een and...
Doelgroepen. In 47 van de 57 cao’s met werkgelegenheidsbepalingen is aangegeven voor welke doelgroepen de betreffende bepalingen zijn bedoeld. De doelgroep langdurig werklozen komt het meest voor, namelijk in 22 cao’s, gevolgd door de doelgroepen jongeren en leerlingen (resp. in 21 en 15 cao’s). In 10 cao’s wordt concreet aangegeven hoeveel plaatsen per doelgroep worden gecreëerd. In bijlage 5 (tabel 4) wordt het aantal arbeidsplaatsen genoemd, verdeeld naar doelgroep en soort arbeidsplaats. Van het totale aantal arbeidsplaatsen (1427) is van bijna 1400 aangegeven voor welke doelgroep deze zijn bestemd. Het grootste deel daarvan is bestemd voor leerlingen, gevolgd door plaatsen voor jongeren en etnische minderheden (resp. ca. 700, 425 en 252). In de meeste cao’s, waarin een doelgroepenbeleid wordt genoemd, betreft het afspraken zonder hierbij aantallen arbeidsplaatsen te vermelden. Voor de doelgroepen langdurig werklozen, (her)intredende vrouwen en gehandicapten zijn geen bepalingen met een concreet aantal arbeidsplaatsen aangetroffen.
Doelgroepen. Landerd SpoRtZO zal sport en bewegen als middel inzetten voor meer zelfredzame inwoners en dus een leefbaar en sociaalveerkrachtig Landerd! In bijlage 9: doelgroepen wordt er een verdeling gemaakt in diverse (specifieke) doelgroepen ten aanzien van de inwoners in de gemeente Landerd. Per doelgroep worden de verschillende aandachtgebieden aangegeven en wordt de relatie met sport en bewegen beschreven. Door sport en bewegen in te zetten als middel draagt Landerd SpoRtZO bij aan het bevorderen van de beschreven aandachtgebieden en daarmee ook aan de diverse gezondheidsdimensies van positieve gezondheid. De cijfers waarmee de aandachtsgebieden aangeduid worden zijn verkregen uit de meest recente GGG-gezondheidsmonitor gegevens. De verkrijgbare cijfers worden vergelijkt met cijfers uit de GGD- regio Hart voor Brabant.