Salaris bij indiensttreding Voorbeeldclausules

Salaris bij indiensttreding. 1. De loonschalen zijn verdeeld in treden. 2. Bij indiensttreding wordt de werknemer die jonger is dan 21 jaar ingedeeld in de bij de functie behorende loonschaal op de trede die wordt aangeduid met zijn leeftijd. 3. De werknemer van 21 jaar en ouder wordt ingedeeld in trede 0 van de bij zijn functie behorende loonschaal. 4. De werkgever kan een hogere anciënniteit (trede) toekennen dan in lid 2 en 3 aangegeven, indien hij daartoe termen aanwezig acht. 5. De autobuschauffeur van 21 jaar en ouder wordt bij indiensttreding ingedeeld als volgt: • leeftijd 21 jaar : chauffeursloonschaal, trede 0 • leeftijd 22 jaar : chauffeursloonschaal, trede 1 • leeftijd 23 jaar en ouder : chauffeursloonschaal, trede 2 Lid 4 van dit artikel is van overeenkomstige toepassing. a) Indien de werknemer direct voorafgaand aan het dienstverband één of meerdere dienstjaren in dezelfde functie bij een ander openbaar vervoerbedrijf in Nederland werkzaam is geweest, worden ter bepaling van de anciënniteit die dienstjaren meegeteld. b) In het kader van dit artikellid wordt tevens in aanmerking genomen openbaar vervoerervaring die de werknemer in dienst van een in Nederland gevestigd besloten busvervoerbedrijf heeft opgedaan. a) Gedurende maximaal één jaar kan indeling in een lagere dan de bij de functie behorende loonschaal plaatsvinden, echter op een niveau dat ook in die hogere schaal voorkomt. Een dergelijke inwerkperiode kan alleen worden toegepast, indien vaststaat dat de werknemer de functie niet onmiddellijk volledig of geheel zelfstandig zal kunnen vervullen. Bij het volledig of geheel zelfstandig vervullen van de functie volgt indeling op het gelijke of nagenoeg gelijke bedrag in de hogere loonschaal, onder handhaving van de aanvankelijke periodieke datum. b) De in sub a bedoelde periode kan ten hoogste een lengte hebben van 3 jaar, indien het een functie betreft waarvan de beloning naar verwachting hoger uitkomt dan schaal 9 en de inhoud in belangrijke mate door de betrokkene wordt bepaald, of indien er sprake is van een vakopleiding. In die gevallen wordt periodiek, doch tenminste elk half jaar aan de hand van een beoordeling bepaald of er aanleiding is tot aanpassing van de inschaling. Voor een meerjarige vakopleiding, zal door de werkgever in overleg met de vakorganisaties een regeling worden getroffen.
Salaris bij indiensttreding. 1. De loonschalen zijn verdeeld in treden. 2. Bij indiensttreding wordt de werknemer die jonger is dan 21 jaar ingedeeld in de bij de functie behorende loonschaal op de trede, die wordt aangeduid met zijn leeftijd. 3. De werkgever kan een hogere inschaling toekennen, indien hij daar redenen voor aanwezig acht. 4. Indien de werknemer direct voorafgaand aan indiensttreding één of meer dienstjaren in dezelfde functie bij een ander openbaar vervoerbedrijf in Nederland werkzaam is geweest, worden voor de inschaling die dienstjaren meegeteld.
Salaris bij indiensttreding. Bij indiensttreding ontvangt de werknemer het minimum jaarsalaris behorende bij zijn salarisgroep. Bij de feitelijke inpassing kan rekening worden gehouden met de ervaring van de werknemer in soortgelijke functies bij een andere werkgever.
Salaris bij indiensttreding. 1 Bij indiensttreding kent werkgever de medewerker het salaris toe dat in de voor hem geldende aanloopschaal is vermeld achter salarisnummer 0. 2 Van het bepaalde in het vorige lid kan worden afgeweken door het toekennen van een hoger salaris in de aanloopschaal of de functieschaal op grond van opleiding en/of ervaringsjaren, indien daarvoor naar het oordeel van werkgever aanleiding bestaat. 3 De medewerker kan een lagere salarisschaal dan de aanloopschaal of functieschaal worden toegekend. Dat kan als de werknemer niet voldoet aan eisen van ervaring, geschiktheid en bekwaamheid van de functie. 4 Werkgever kan bij een indiensttreding een vaste toelage toekennen.
Salaris bij indiensttreding. 1. De werknemer ontvangt bij indiensttreding in beginsel het startsalaris van de bij zijn functie behorende salarisschaal. 2. De werknemer die voor de vervulling van de functie nog niet over de vereiste ervaring en vaardigheden beschikt, kan in een naast lagere salarisschaal worden ingedeeld. Zodra de medewerker wel over de vereiste ervaring en vaardigheden beschikt, vindt in de eerstvolgende beoordelings- ronde overgang naar de bij de functie behorende salarisschaal plaats. 3. De werknemer die elders de voor de functie vereiste ervaring en vaardigheden heeft opgedaan, kan in overeenstemming met die ervaring hoger in de bij de functie behorende salarisschaal worden ingeschaald.
Salaris bij indiensttreding. 1. De loonschalen zijn verdeeld in treden. 2. De werkgever kan een hogere inschaling toekennen, indien hij daar redenen voor aanwezig acht. 3. Indien de werknemer direct voorafgaand aan indiensttreding één of meer dienstjaren in dezelfde functie bij een ander openbaar vervoerbedrijf in Nederland werkzaam is geweest, worden voor de inschaling die dienstjaren meegeteld.
Salaris bij indiensttreding a. Bij indiensttreding ontvangt de werknemer in beginsel het salaris behorend bij 0 dienstjaren. b. In afwijking van het gestelde onder a wordt de werknemer een hoger salaris toegekend, indien en voorzover hij in dienst is geweest bij een der bij deze collectieve arbeidsovereenkomst betrokken werkgevers, danwel bij een omroeporkest. c. Toekenning van een hoger salaris is eveneens mogelijk, indien de werknemer reeds op een andere wijze orkestervaring heeft opgedaan, dan wel anderszins blijk geeft meer dan normale capaciteiten te bezitten, een en ander ter beoordeling van de werkgever.
Salaris bij indiensttreding. 2.3.1.1. Bij indiensttreding in de leeftijd tot en met 23 jaar ontvangt de medewerker in het algemeen het salaris dat behoort bij de leeftijd die in het lopende kalenderjaar wordt bereikt. 2.3.1.2. Bij indiensttreding boven de 23 jarige leeftijd ontvangt de medewerker in het algemeen het salaris dat behoort bij het minimum salaris van de salarisgroep waarin hij voor zijn salarisbehandeling wordt ingedeeld. Ervaring kan leiden tot een hogere inschaling; dit kan eveneens gebeuren wanneer bijzondere omstandigheden zoals de arbeidsmarkt daartoe aanleiding geven. 2.3.1.3. Startende HBO'ers worden aangenomen op het aanvangssalaris voor deze categorie zoals vermeld in bijlage 2 d. In het kader van de jaarlijkse salarisvaststellingsprocedure worden - afhankelijk van het functioneren en het perspectief profiel - jaarlijks doorgroeipercentages vastgesteld zoals vermeld in bijlage 2 e.
Salaris bij indiensttreding a) Bij indiensttreding ontvangt het orkestlid in beginsel het salaris behorend bij 0 dienstjaren. b) In afwijking van het gestelde onder lid a) wordt het orkestlid een hoger salaris toegekend, indien en voor zover hij in dienst is geweest bij een der bij de ‘collectieve arbeidsovereenkomst Nederlandse Orkesten’ betrokken werkgevers, dan wel bij een gerenommeerd buitenlands orkest. c) Toekenning van een hoger salaris is eveneens mogelijk indien het orkestlid blijk geeft meer dan normale capaciteiten te bezitten, een en ander ter beoordeling van de directie.
Salaris bij indiensttreding. 1. De loonschalen zijn verdeeld in treden. 2. Bij indiensttreding wordt de werknemer die jonger is dan 21 jaar ingedeeld in de bij de functie behorende loonschaal op de trede die wordt aangeduid met zijn leeftijd. 3. De werknemer van 21 jaar en ouder wordt ingedeeld in trede 0 van de bij zijn functie behorende loonschaal. 4. De werkgever kan een hogere anciënniteit (trede) toekennen dan in lid 2 en 3 aangegeven, indien hij daartoe termen aanwezig acht. 5. De autobuschauffeur van 21 jaar en ouder wordt bij indiensttreding ingedeeld als volgt: • leeftijd 21 jaar: chauffeursloonschaal, trede 0; • leeftijd 22 jaar: chauffeursloonschaal, trede 1; • leeftijd 23 jaar en ouder: chauffeursloonschaal, trede 2.