Werkgeversbijdrage Voorbeeldclausules

Werkgeversbijdrage a. De werkgeversorganisaties verplichten zich per 1 maart 2015 tot het betalen van een werkgevers- bijdrage aan de werknemersorganisaties van in totaal € 95.000 op jaarbasis. De werkgeversbijdrage wordt jaarlijks vanaf 2016 geïndexeerd aan de hand van het CBS consumentenprijsindexcijfer (CPI) van het voor- gaande kalenderjaar. Per 1 juni 2019 is de werkgevers- bijdrage evenredig met het aantal toegetreden werk- nemers uit de ▇▇▇ ▇▇▇▇▇▇▇▇▇▇▇▇▇▇▇▇▇ (ca. 2000) verhoogd. De werkgeversorganisaties betalen de werkgeversbijdrage uit aan iedere afzonderlijke werk- nemersorganisatie na collectieve opgave van de leden- tallen en op basis van die ledentallen. b. Partijen komen overeen dat voor elk van de werk- nemersbestuurszetels de SSFH in 2015, 2016 en 2017 een bedrag van € 5.000,- uitkeert aan de desbetreffende werknemersorganisaties, ter ondersteuning en voorbe- reiding van de bestuurlijke activiteiten voor het fonds.
Werkgeversbijdrage. 1. De werkgever is per kalenderjaar een werkgeversbijdrage verschuldigd. 2. De werkgeversbijdrage is ingesteld vanuit de erkenning van de waarde van een goed overleg met de vakbonden zowel lokaal als met de werkgeversvereniging en is bedoeld om de vakbonden te compenseren voor hun bijdragen aan de vormgeving van collectieve arbeidsvoorwaarden voor alle, georganiseerde en ongeorganiseerde, ambtenaren werkzaam bij de leden van de Vereniging werken voor waterschappen. 3. De vakbonden zullen in het kader van het regulier periodiek overleg tussen cao-partijen jaarlijks informatie verschaffen omtrent de in dat jaar door hen te ontplooien activiteiten. 4. De vakbonden verbinden zich de door op basis van dit hoofdstuk ontvangen bedragen te zullen besteden voor het rechtenpakket van hun leden en voor algemene activiteiten ten behoeve van die leden. 5. De vakbonden garanderen dat deze bijdragen niet zullen worden gebruikt voor stortingen in hun weerstandskassen of voor het verlenen van financiële bijdragen aan daarmee gelijk te stellen activiteiten. In de jaarrekening van de vakbonden wordt expliciet benoemd hoe de stakingskas gevuld wordt. De jaarrekening wordt voorzien van een accountantsverklaring.
Werkgeversbijdrage. De bestaande werkgeversbijdrageregeling wordt ongewijzigd gehandhaafd.
Werkgeversbijdrage. De werkgeversbijdrage wordt gecontinueerd volgens de AWVN-bijdrageregeling.
Werkgeversbijdrage. De werkgever is aan de SSF een bijdrage verschuldigd. In 2024 en 2025 bedraagt deze tenminste 0,08% van de in dat jaar voor de onderneming geldende Loonsom Wfsv.
Werkgeversbijdrage. De werknemer heeft jaarlijks recht op een MyChoicebudget dat wordt toegekend als een percentage van het jaarsalaris van enig kalenderjaar. Dit percentage bedraagt 6,11%.
Werkgeversbijdrage. Gedurende de looptijd van de cao wordt de werkgeversbijdrageregeling voortgezet.
Werkgeversbijdrage. De werkgever is aan de ROM een bijdrage verschuldigd voor secretariaatskosten op bedrijfstakniveau. Deze bijdrage (heffing) wordt vastgesteld door het ROM-bestuur. De heffing voor A+O, ROM en SSF samen bedraagt 0,5%. In de jaren 2024 en 2025 bedraagt de heffing voor de ROM tenminste 0,12% van de in dat jaar voor de onderneming geldende Loonsom Wfsv.
Werkgeversbijdrage. De Museumvereniging verklaart zich bereid om tot 2024 aan de vakverenigingen vallend onder deze cao een bij- drage te verstrekken van € 20.000 per jaar. De vakvereni- gingen dragen zelf zorg voor de onderlinge verdeling van dit bedrag.
Werkgeversbijdrage. De bestaande werkgeversbijdrage wordt gecontinueerd.