Corporaties Voorbeeldclausules

Corporaties a. De corporaties zijn in eerste instantie verantwoordelijk voor de realisatie van het corporatiedeel van de benodigde voorraadontwikkeling uit dit Regioakkoord. De basis hierbij is de voorraad sociale huurwoningen in 2030 die is afgestemd op de uitgebrachte biedingen door de gemeenten in 2018, voor zover van toepassing, en vervolgens vastgelegd in de prestatieafspraken voor 2019 en verder. De corporaties spannen zich maximaal in om op regionaal niveau het verlies van sociale huurwoningen tot een minimum te beperken en bij te dragen aan het bereiken van Meer Evenwicht. Zij doen dit binnen de wettelijke kaders, financiële ruimte en in regionaal verband afgestemd gemeentelijk beleid. b. De corporaties geven invulling aan de afspraken uit dit Regioakkoord en spreken elkaar aan op ieders individuele verantwoordelijkheid en de gezamenlijke verantwoordelijkheid. c. Gegeven de woningwet richten de corporaties zich primair op de huisvesting van de ECdoelgroep. d. De Corporaties zullen zich inspannen voor de regionale opgave, eventueel buiten de “eigen” gemeenten, indien mogelijk en passend binnen het beleid van de corporatie. Zulks vorm te geven binnen de cyclus van de prestatieafspraken. e. De corporaties dragen zorg voor de verankering van de afspraken uit dit akkoord in de lokale prestatieafspraken. f. De corporaties zorgen voor de inbreng van de lokale huurdersvertegenwoordiging t terzake de verankering van dit Regioakkoord in de lokale prestatieafsprakencyclus.
Corporaties. Bouwen betaalbare studentenhuisvesting, binnen de financiële mogelijkheden van de corporatie en de uitgangspunten van de prestatieafspraken. Hierbij wordt ingezet op een variatie aan type huisvesting: zowel zelfstandige woningen, als onzelfstandige studenteneenheden (inclusief eenheden op basis van woningdelen).
Corporaties. We werken samen aan het realiseren van de nieuwbouw en de versnelling (zie bijlage 1). In 2022 leveren we gezamenlijk 53 woningen op. Als beoogde plannen niet doorgaan of vertragen zoeken we gezamenlijk actief naar alternatieven.
Corporaties. De kerntaak van corporaties blijft het bieden van huisvesting aan mensen die dat nodig hebben. Samen met de ketenpartners spelen zij actief in op trends als tweedeling, langer thuis wonen, extramuralisering en de toestroom van vluchtelingen. Samen met partners signaleren corporaties vroegtijdig knelpunten en pakken deze op. Zo zien zij steeds meer mensen die tussen wal en schip dreigen te vallen. Corporaties doen hun werk vanuit de huisvestingtaak en nemen de verantwoordelijkheid van anderen niet over; we doen het samen. Corporaties zetten zich in voor: - Het huisvesten van een brede groep bewoners - vanaf lage inkomens tot en met lagere middeninkomens inclusief bijzondere groepen - in betaalbare woningen in gemengde, gedifferentieerde wijken en buurten; - Wijken waar door krapte of krimp wijkontwikkeling en herstructurering noodzakelijk is, daarin pakken corporaties een actieve rol met oog voor het maatschappelijk belang; - Een CO2 neutrale voorraad in onze duurzaamheidsopgave. Wonen is lokaal. De maatschappelijke opgave komt voort uit de lokale context. Die pakken de corporaties passend bij de individuele vermogenspositie op en steunen elkaar regionaal in de volkshuisvestelijke opgaven. De corporaties gaan samen met de maatschappelijke partners het gesprek met de huurdersorganisaties en gemeente aan over een toekomstbestendigere woningmarkt met als inzet een woon- en huurbeleid op het juiste schaalniveau. De betaalbaarheid blijft een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de corporatie (betaalbare woningen), de rijksoverheid (huurtoeslag) en de gemeente (faciliteren sociale woningbouw).
Corporaties. Aanbieding gemeentelijke panden Gemeentelijke panden (met name in sterke wijken) worden bij voorkeur als eerste aan corporaties te koop aangeboden voor onderzoek naar transformatie voor de huisvesting van bijzondere doelgroepen. Per locatie wordt bekeken of dit ook voor mixed wonen kan gelden (daarbij worden ook reguliere woningzoekenden gehuisvest). Corporaties Gemeente I I e. Experimenteren met gemengde woonvormen Corporaties experimenteren met gemengde woonvormen (zoals de ‘Magic Mix’) en wisselen hun ervaringen uit. Partijen hechten grote waarde aan de samenwerking tussen gemeente, woningcorporaties en zorgpartijen en willen zich inzetten voor inclusie. Zorg-/welzijnspartijen hebben een belangrijke rol voor de haalbaarheid van inclusieve buurten. De gemeente ondersteunt de corporaties waar nodig in de samenwerking met deze zorg/welzijnspartijen. Corporaties en gemeente staan open voor kansrijke initiatieven voor gemengde woonvormen vanuit de Leidse bevolking. Gemeente Huurdersorg. Corporaties

Related to Corporaties

  • Motorrijtuig Het motorrijtuig dat als zodanig is omschreven op het polisblad.

  • Vakantiebijslag 1. Per kalenderjaar heeft de werknemer recht op een vakantiebijslag die 8% bedraagt van het over de vierde betalingsperiode van het lopende kalenderjaar berekende loon maal dertien en bij loonbetaling per maand 8% van het loon over de maand april van het lopende kalenderjaar maal twaalf. Onder het loon zoals genoemd in dit artikel wordt verstaan het van toepassing zijnde functieloon, vermeerderd met, indien van toepassing, de ploegendiensttoeslag en de persoonlijke toeslag ex artikel 23 van deze CAO. 2. De minimum vakantiebijslag bedraagt per kalenderjaar voor alle werknemers van 22 jaar en ouder tenminste 104% van het in de vierde betalingsperiode van het lopende kalenderjaar geldende loon, respectievelijk tenminste 96% van het loon over de maand april van het lopende kalenderjaar bij maandbetaling, behorende bij schaal D trede 1. Voor de jeugdige werknemer in de zin van artikel 20 bedraagt dit minimum het bij hun leeftijd passende percentage, genoemd in artikel 20, van hiervoor aangegeven bedrag. 3. Indien de werknemer slechts een gedeelte van het kalenderjaar in dienst is van de werkgever, heeft hij recht op een evenredig deel. 4. De vakantiebijslag dient in de maand mei over het lopende kalenderjaar te worden uitbetaald. 5. In afwijking van het gestelde in lid 4 kan de werkgever aan de werknemer die minder dan 1 jaar in zijn dienst is, of op basis van een tijdelijk contract korter dan 3 jaar in zijn dienst is, de vakantiebijslag in twee termijnen betalen, en wel één in de maand mei en één in de maand november. 6. Indien het dienstverband van de werknemer vóór de vierde betalingsperiode danwel vóór april eindigt, vormt – in afwijking van lid 1 – het laatst genoten loon de basis van de berekening van de vakantiebijslag. 7. In geval van langdurige arbeidsongeschiktheid is de werkgever over een periode van 24 maanden van de arbeidsongeschiktheid verplicht de vakantiebijslag te betalen, met inachtneming van de bepalingen in artikel 16 van de Wet Minimumloon en Minimumvakantiebijslag. Voor de toepassing van dit artikellid worden perioden waarin de werknemer ten gevolge van ziekte verhinderd is geweest zijn arbeid te verrichten, bij elkaar opgeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan 4 weken opvolgen.

  • Motorrijtuigen Niet gedekt is de aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt met of door een motorrijtuig, met inbegrip van al hetgeen daarmee met welk doel dan ook is verbonden, dat: ■ een verzekerde in eigendom heeft, bezit, houdt, bestuurt, gebruikt of laat gebruiken; ■ een niet-ondergeschikte gebruikt voor werkzaamheden ter uitoefening van het bedrijf van de verzekeringnemer. Deze uitsluiting geldt evenwel niet voor:

  • BELANGRIJK Er wordt aanbevolen aan de inschrijver om zich uiterlijk de dag vóór de opening van de offertes aan te melden teneinde contact te kunnen opnemen met de e-procurement helpdesk om eventuele toegangsproblemen tot de site xxxxx://xxxx.xxxxxxxxxxxxxxxxx.xx/ op te lossen.

  • Duurzame inzetbaarheid 1. Werknemers van 55 jaar en ouder kunnen niet verplicht worden tot het werken in een ploegendienst. Werkgever en werknemer zullen in onderling overleg bepalen of hieraan uitvoering kan worden gegeven. De werknemer dient aan het begin van elk kalenderjaar aan te geven indien hij gebruik wenst te maken van deze uitzonderingsregeling. 2. Werknemers van 55 jaar en ouder kunnen niet verplicht worden tot het werken in de nacht (meer dan 1 uur tussen 00.00 en 06.00 uur). Werkgever en werknemer zullen in onderling overleg bepalen of hieraan uitvoering kan worden gegeven. De werknemer dient aan het begin van elk kalenderjaar aan te geven indien hij gebruik wenst te maken van deze uitzonderingsregeling. Bestaande afspraken gemaakt met werknemers die voorheen onder de CAO Goederenvervoer Nederland vielen, worden gerespecteerd. 3. Teneinde bij te dragen aan de duurzame inzetbaarheid van werknemers en die werknemers meer inzicht te geven daarin zal het Sectorinstituut Transport en Logistiek het gebruik van employability- en loopbaanscans en een vitaliteitsprogramma nader promoten. Werknemers kunnen 1x per 3 jaar gebruik maken van deze instrumenten.

  • Retourneren D.3.1 Indien Opdrachtgever gebruik maakt van de garantieregeling, dan zal Opdrachtgever de geleverde Hardware en alle toebehoren zoveel mogelijk in de oorspronkelijke staat van levering aan de Opdrachtnemer retourneren. D.3.2 Indien er kosten verbonden zijn aan het retourneren in het kader van de garantieregeling, dan zijn die voor rekening van de Opdrachtgever.

  • Deeltijdwerk 1. Ter verhoging van de arbeidsparticipatie zal ernaar worden gestreefd om het aantal werknemers in de onderneming uit deeltijdwerkers te bevorderen. Van deeltijdwerk is sprake als in de arbeidsovereenkomst minder dan de normale wekelijkse arbeidsduur is overeengekomen. Het streven is erop gericht een arbeidscontract aan te gaan voor minimaal acht uur per week, doch in ieder geval minimaal 28 uur per maand. 2. Deeltijdverzoeken worden positief benaderd en waar mogelijk gehonoreerd. Op voorhand worden geen functies uitgesloten van deeltijdarbeid. Bij vacant komende functies, dan wel nieuwe functies, wordt stelselmatig beoordeeld of vervulling in deeltijd mogelijk is. Invoering van deeltijd mag in beginsel op zichzelf niet leiden tot vermindering van de formatie. 3. Er is gelijke behandeling tussen deeltijdwerkers en voltijdwerkers. De bepalingen betreffende toekenning van overwerkvergoeding zijn op werknemers met een deeltijddienstverband slechts van toepassing, voor zover het overwerk wordt verricht buiten de normaal voor het bedrijf geldende arbeidsduur. Indien binnen de normale dagelijkse arbeidsduur door een deeltijdwerknemer langer wordt gewerkt dan de overeengekomen arbeidsduur dan dient het uursalaris te worden verhoogd met de andere vaste inkomenselementen zoals de vakantietoeslag en de opbouw van vakantierechten. 4. In beginsel wordt een verzoek van een werknemer om zijn of haar arbeidsduur aan te passen gehonoreerd, tenzij dit op grond van bedrijfsbelang niet van de werkgever kan worden gevergd. De besluitvorming vindt als regel binnen een maand plaats. Indien werknemers met een arbeidsovereenkomst minder dan de normale arbeidsduur regelmatig de voor hen geldende arbeidsduur overschrijden, kan, in onderling overleg, het arbeidscontract worden aangepast. Werknemers met een deeltijdovereenkomst kunnen desgewenst en met instemming van hun werkgever bij vacatures met voorrang hun arbeidsuren uitbreiden. 5. Onder arbeid in deeltijd wordt niet verstaan arbeid verricht door op- en afroepkrachten.

  • Vakantietoeslag De werknemer ontvangt 8% vakantietoeslag over de in het vakantietoeslagjaar verdiende salaris. De uitbetaling van deze vakantietoeslag zal eenmaal per jaar in de maand ............./periode * doch uiterlijk op 30 juni plaatsvinden.

  • Deeltijdarbeid 1 Elke werknemer heeft het recht zijn betrekkingsomvang te verminderen, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten. 2 Werknemers met een deeltijdbetrekking krijgen in geval van een vacature bij voldoende geschiktheid bij voorrang het recht hun betrekkingsomvang uit te breiden.4

  • Kennisgeving 16.1 Alle kennisgevingen door de Uitgevende Instelling aan de Obligatiehouders dienen schriftelijk te geschieden en zijn geldig indien deze zijn verzonden naar de (email)adressen van de individuele Obligatiehouders, zoals vermeld bekend bij de Uitgevende Instelling. Iedere kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan op de dag dat deze is verzonden.