Gasflessen Voorbeeldclausules

Gasflessen. Er zijn maximaal 2 gasflessen (à 18kg) toegestaan per plaats. Gasflessen moeten op ieder moment toegankelijk/goed bereikbaar zijn. Houdt u aan de richtlijnen van de Gemeente Sluis; Veilig omgaan met flessengas.
Gasflessen in het gehuurde gasflessen dan wel andere primitieve warmtebronnen te gebruiken. In het bijzonder is het de huurder verboden het gehuurde te doen verwarmen door middel van het gebruik van gasflessen dan wel andere primitieve warmtebronnen, alsmede in het gehuurde maal- tijden en/of warm water te bereiden door gebruik- making van de hiervoor bedoelde warmtebronnen.
Gasflessen. 11.6.1 Gasflessen mogen niet in de inrichting aanwezig zijn als goedkeuring, blijkens de ingeponste datum, niet of niet tijdig heeft plaatsgevonden door een NoBo of een, ingevolge de EEG- kaderrichtlijn 76/767/EEG, alsmede de daarop berustende bijzondere richtlijnen 84/525, 84/526, 84/527/EEG, aangewezen instantie. De beproeving van gasflessen moet periodiek zijn herhaald overeenkomstig de termijnen, aangegeven in het VLG. 11.6.2 Voorkomen moet worden dat gasflessen kunnen omvallen, worden aangereden of met een vochtige bodem in aanraking kunnen komen. 11.6.3 Gasflessen moeten worden opgeslagen in een voldoende geventileerde omgeving.
Gasflessen. 12.1 Gasflessen moeten geplaatst en aangesloten worden volgens de wettelijk voorgeschreven normen. 12.2 Per tenthuis mogen maximaal twee gasflessen (leeg of vol) aanwezig zijn. 12.3 Gasflessen mogen nooit worden ingegraven. 12.4 Gasflessen moeten op een goed geventileerde plaats gezet worden en mogen nooit ingebouwd worden. 12.5 Alleen gekeurde gasflessen zijn toegestaan. Een gasslang mag niet ouder zijn dan twee jaar en moet zijn voorzien van deugdelijke slangklemmen. 12.6 Een gasslang mag niet langer zijn dan 1 meter.
Gasflessen. Beschouw lege flessen als even gevaarlijk als volle flessen! Lege flessen moeten gescheiden opgeslagen worden van de volle. Gasflessen die niet in gebruik zijn moeten voorzien zijn van een beschermkap. Gasflessen op de werkvloer moeten beperkt worden tot de daghoeveelheid en stevig vast staan, bij voorkeur op een flessenkar, zodat ze niet kunnen omvallen of wegschuiven. Aangezien meestal gebruikt worden voor brandgevaarlijke werken moet op de flessenkar eveneens een brandblusser voorzien worden. Gasflessen zijn voorzien van een permanente beschermkraag. Wanneer ze niet in gebruik zijn moeten ze buiten, nooit in een gesloten ruimte, op een vaste plaats rechtop en vastgemaakt opgeslagen worden, beschermd tegen zon en hittebronnen, conform de regelgeving.
Gasflessen. Gasflessen met daarin butaan, zuurstof of acetyleen kunnen binnen of buiten staan. De opslagruimte hoeft niet uit brandwe- rend materiaal te bestaan. Een eenvoudig scheidingshekwerk of dunne stalen profielwanden zijn hiervoor al geschikt. Wel moet de ruimte afgesloten zijn. De lange gasflessen mogen bovendien niet omvallen. Dit kan voorkomen worden door ze bijvoorbeeld met een kettinkje aan de wand te bevestigen of in een speciaal flessenrek te plaatsen. Verder mogen de flessen niet dicht bij of in de brandstofopslagruimten zijn opgeslagen. Lege en volle butaangasflessen moeten verder altijd gescheiden van elkaar opgeslagen zijn. TABEL 1: AFSTANDEN VAN DE OPSLAGVOORZIENING TOT DE INRICHTINGS- GRENS / BOUWWERKEN VAN DE INRICHTING OF BRANDBARE OBJECTEN Totale waterinhoud van de opgeslagen gasflessen minder dan 2.500 l Totale waterinhoud van de opgeslagen gasflessen meer dan 2.500 l Brandwerendheid 60 min 30 min 0 min 60 min 30 min 0 min Afstand in m tot de inrichtingsgrens 0 1 3 0 3 5 Afstand in m tot bouwwerk of brand- baar object binnen de inrichting 0 3 5 0 5 10
Gasflessen. 5.2.1 De opslag van gasflessen (ADR-klasse 2) moet in de speciaal daarvoor bestemde ruimte plaats vinden en moet voldoen aan de voorschriften van de paragrafen 6.1.2, 6.1.3, 6.2 en 6.3 van de richtlijn PGS 15 "Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen” (Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen 15:2016 versie 1.0 (september 2016)).
Gasflessen. De gasflessen, darmen, ventielen, ontspanners verkeren in goede staat. Er worden steeds branders gebruikt met waakvlam of piëzo-ontsteking. De gasflessen blijven steeds buiten de lasput of het mangat staan. De ventielen moeten mechanisch beschermd zijn door een veiligheidskraag op de fles.
Gasflessen