Common use of Opzegtermijn Clause in Contracts

Opzegtermijn. A. De werkgever moet een opzegtermijn in acht nemen die afhangt van de lengte van de arbeidsovereenkomst op de dag van opzegging: - korter dan vijf jaar: een maand - vijf tot en met 9 jaar: twee maanden - 10 tot en met 14 jaar: drie maanden - 15 jaar of langer: vier maanden B. De werknemer moet een opzegtermijn van één maand in acht nemen. C. Voor de werknemer die op 1 januari 1999 45 jaar of ouder was, blijft de opzegtermijn gelden, die voor haar gold vóór 1 januari 1999.

Appears in 5 contracts

Sources: Collective Labor Agreement, Collective Labor Agreement, Cao

Opzegtermijn. A. De 1. In geval van opzegging nemen zowel de werkgever moet een als de werknemer de volgende opzegtermijn in acht nemen acht8: a. ten minste 1 maand indien de arbeidsovereenkomst 6 maanden of minder heeft geduurd; b. ten minste 2 maanden indien de arbeidsovereenkomst meer dan 6 maanden, doch minder dan 12 maanden heeft geduurd; c. ten minste 3 maanden indien de arbeidsovereenkomst 12 maanden of meer heeft geduurd. 2. Indien de opzegtermijn die afhangt bij wijze van overgangsbepaling is voorgeschreven op grond van art. XXI van de lengte Wet van 14 mei 1998 (Stb. 300, 1998) langer is dan de opzegtermijn genoemd in dit artikel, geldt voor de werkgever de termijn volgens voornoemde Wet. 3. Indien het een werknemer betreft die de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt, bedraagt de opzegtermijn die de werkgever in acht moet nemen 1 maand. 4. Met wederzijds goedvinden kan van de arbeidsovereenkomst op de dag van opzegging: - korter dan vijf jaar: een maand - vijf tot in lid 1 en met 9 jaar: twee maanden - 10 tot en met 14 jaar: drie maanden - 15 jaar of langer: vier maanden B. De werknemer moet een opzegtermijn van één maand in acht nemen2 genoemde termijnen worden afgeweken. C. Voor de werknemer die op 1 januari 1999 45 jaar of ouder was, blijft de opzegtermijn gelden, die voor haar gold vóór 1 januari 1999.

Appears in 5 contracts

Sources: Collectieve Arbeidsovereenkomst Voor Het Voortgezet Onderwijs, Collectieve Arbeidsovereenkomst Voor Het Voortgezet Onderwijs, Collectieve Arbeidsovereenkomst Voor Het Voortgezet Onderwijs

Opzegtermijn. A. De 1. In geval van opzegging nemen zowel de werkgever moet een als de werknemer de volgende opzegtermijn in acht nemen acht: a. ten minste 1 maand indien de arbeidsovereenkomst 6 maanden of minder heeft geduurd; b. ten minste 2 maanden indien de arbeidsovereenkomst meer dan 6 maanden, doch minder dan 12 maanden heeft geduurd; c. ten minste 3 maanden indien de arbeidsovereenkomst 12 maanden of meer heeft geduurd. Met arbeidsovereenkomst wordt in dit artikel bedoeld het totaal aan opvolgende arbeidsovereenkomsten, met dien verstande dat deze arbeidsovereenkomsten elkaar hebben opgevolgd met tussenpozen van ten hoogste zes maanden (conform artikel 7:668a BW)15. 2. Indien de opzegtermijn die afhangt bij wijze van overgangsbepaling is voorgeschreven op grond van art. XXI van de lengte Wet van 14 mei 1998 (Stb. 300, 1998) langer is dan de opzegtermijn genoemd in dit artikel, geldt voor de werkgever de termijn volgens voornoemde Wet. 3. Indien het een werknemer betreft die de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt, bedraagt de opzegtermijn die de werkgever in acht moet nemen 1 maand. 4. Met wederzijds goedvinden kan van de arbeidsovereenkomst op de dag van opzegging: - korter dan vijf jaar: een maand - vijf tot in lid 1 en met 9 jaar: twee maanden - 10 tot en met 14 jaar: drie maanden - 15 jaar of langer: vier maanden B. De werknemer moet een opzegtermijn van één maand in acht nemen2 genoemde termijnen worden afgeweken. C. Voor de werknemer die op 1 januari 1999 45 jaar of ouder was, blijft de opzegtermijn gelden, die voor haar gold vóór 1 januari 1999.

Appears in 4 contracts

Sources: Collectieve Arbeidsovereenkomst Voor Het Voortgezet Onderwijs, Collective Labor Agreement for Secondary Education, Collective Labor Agreement for Secondary Education

Opzegtermijn. A. a. Zowel de werknemer als de werkgever kunnen een arbeidsovereenkomst opzeggen met inachtneming van de wettelijke opzegbepalingen. b. De door de werkgever moet een opzegtermijn in acht te nemen wettelijke opzegtermijn bedraagt bij een arbeids- overeenkomst die afhangt van de lengte van de arbeidsovereenkomst op de dag van opzegging: - korter dan vijf jaarjaar heeft geduurd: een maand één maand; - vijf tot en met 9 jaar: twee maanden - 10 tot en met 14 jaar: drie maanden - 15 jaar of langer, maar korter dan tien jaar heeft geduurd: twee maanden; - tien jaar of langer, maar korter dan vijftien jaar heeft geduurd: drie maanden; - vijftien jaar of langer heeft geduurd: vier maanden. B. c. Indien partijen van de opzegtermijnen in sub b van dit artikel willen afwijken kan dat enkel conform de in de wet opgenomen mogelijkheden. d. De door de werknemer moet een opzegtermijn van één maand in acht nemente nemen opzegtermijn bedraagt één maand. C. Voor de werknemer die op 1 januari 1999 45 jaar of ouder was, blijft de opzegtermijn gelden, die voor haar gold vóór 1 januari 1999e. Opzegging van een arbeidsovereenkomst vindt enkel plaats tegen het einde van een kalendermaand.

Appears in 4 contracts

Sources: Cao Eerstelijn Fysiotherapie, Cao Eerstelijn Fysiotherapie, Cao Eerstelijn Fysiotherapie

Opzegtermijn. A. De 1. In geval van opzegging nemen zowel de werkgever moet een als de werknemer de volgende opzegtermijn in acht nemen acht10: a. ten minste 1 maand indien de arbeidsovereenkomst 6 maanden of minder heeft geduurd; b. ten minste 2 maanden indien de arbeidsovereenkomst meer dan 6 maanden, doch minder dan 12 maanden heeft geduurd; c. ten minste 3 maanden indien de arbeidsovereenkomst 12 maanden of meer heeft geduurd. 2. Indien de opzegtermijn die afhangt bij wijze van overgangsbepaling is voorgeschreven op grond van art. XXI van de lengte Wet van 14 mei 1998 (Stb. 300, 1998) langer is dan de opzegtermijn genoemd in dit artikel, geldt voor de werkgever de termijn volgens voornoemde Wet. 3. Indien het een werknemer betreft die de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt, bedraagt de opzegtermijn die de werkgever in acht moet nemen 1 maand. 4. Met wederzijds goedvinden kan van de arbeidsovereenkomst op de dag van opzegging: - korter dan vijf jaar: een maand - vijf tot in lid 1 en met 9 jaar: twee maanden - 10 tot en met 14 jaar: drie maanden - 15 jaar of langer: vier maanden B. De werknemer moet een opzegtermijn van één maand in acht nemen2 genoemde termijnen worden afgeweken. C. Voor de werknemer die op 1 januari 1999 45 jaar of ouder was, blijft de opzegtermijn gelden, die voor haar gold vóór 1 januari 1999.

Appears in 3 contracts

Sources: Collectieve Arbeidsovereenkomst Voor Het Voortgezet Onderwijs, Collective Labor Agreement (Cao), Collective Labor Agreement (Cao)

Opzegtermijn. A. De 1. In geval van opzegging nemen zowel de werkgever moet een als de werknemer de volgende opzegtermijn in acht nemen acht: a. ten minste 1 maand indien de arbeidsovereenkomst 6 maanden of minder heeft geduurd; b. ten minste 2 maanden indien de arbeidsovereenkomst meer dan 6 maanden, doch minder dan 12 maanden heeft geduurd; c. ten minste 3 maanden indien de arbeidsovereenkomst 12 maanden of meer heeft geduurd. Met arbeidsovereenkomst wordt in dit artikel bedoeld het totaal aan opvolgende arbeidsovereenkomsten, met dien verstande dat deze arbeidsovereenkomsten elkaar hebben opgevolgd met tussenpozen van ten hoogste zes maanden (conform artikel 7:668a BW)12. 2. Indien de opzegtermijn die afhangt bij wijze van overgangsbepaling is voorgeschreven op grond van art. XXI van de lengte Wet van 14 mei 1998 (Stb. 300, 1998) langer is dan de opzegtermijn genoemd in dit artikel, geldt voor de werkgever de termijn volgens voornoemde Wet. 3. Indien het een werknemer betreft die de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt, bedraagt de opzegtermijn die de werkgever in acht moet nemen 1 maand. 4. Met wederzijds goedvinden kan van de arbeidsovereenkomst op de dag van opzegging: - korter dan vijf jaar: een maand - vijf tot in lid 1 en met 9 jaar: twee maanden - 10 tot en met 14 jaar: drie maanden - 15 jaar of langer: vier maanden B. De werknemer moet een opzegtermijn van één maand in acht nemen2 genoemde termijnen worden afgeweken. C. Voor de werknemer die op 1 januari 1999 45 jaar of ouder was, blijft de opzegtermijn gelden, die voor haar gold vóór 1 januari 1999.

Appears in 2 contracts

Sources: Collective Labor Agreement for Secondary Education, Collective Labor Agreement for Secondary Education (Cao Vo)

Opzegtermijn. A. De werkgever moet Partijen kunnen afspreken dat de wettelijke opzegtermijn geldt, of een opzegtermijn in acht nemen die afhangt van de lengte wettelijke opzegtermijn afwijkende termijn. De wettelijke opzegtermijn is voor de werknemer altijd één maand en voor de werkgever afhankelijk van het aantal dienstjaren van de werknemer. Bij een arbeidsovereenkomst op tussen nul en vijf jaar geldt voor de dag van opzegging: - korter dan vijf jaar: werkgever een maand - vijf tot en met 9 jaar: twee maanden - 10 tot en met 14 jaar: drie maanden - 15 jaar of langer: vier maanden B. De werknemer moet een wettelijke opzegtermijn van één maand in acht nemen. C. Voor maand, en daarna voor iedere vijf jaar die de arbeidsovereenkomst voortduurt een extra maand, met een maximum van vier maanden. Indien voor de werknemer die op 1 januari 1999 45 jaar of ouder waseen langere opzegtermijn wordt overeengekomen dan de wettelijke, blijft dient de opzegtermijn gelden, die voor haar gold vóór 1 januari 1999de werkgever ten minste het dubbele te zijn en expliciet schriftelijk te zijn opgenomen in de overeenkomst. De maximaal toegestane combinatie is zes maanden voor de werknemer en ten minste twaalf maanden voor de werkgever.

Appears in 2 contracts

Sources: Arbeidsovereenkomst Voor Bestuurders in De Zorg, Arbeidsovereenkomst Voor Bestuurders in De Zorg

Opzegtermijn. A. De 1. In geval van opzegging nemen zowel de werkgever moet een als de werknemer de volgende opzegtermijn in acht nemen acht: a. ten minste één maand indien het dienstverband zes maanden of minder heeft geduurd; b. ten minste twee maanden indien het dienstverband meer dan zes maanden, doch minder dan twaalf maanden heeft geduurd; c. ten minste drie maanden indien het dienstverband twaalf maanden of meer heeft geduurd. 2. Indien de opzegtermijn die afhangt bij wijze van overgangsbepaling is voorgeschreven op grond van art. XXI van de lengte Wet van 14 mei 1998 (Stb. 300, 1998) langer is dan de opzegtermijn, genoemd in dit artikel, geldt voor de werkgever de termijn volgens voornoemde Wet. 3. Indien het een werknemer betreft die de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt, bedraagt de opzegtermijn die de werkgever in acht moet nemen één maand. 4. Met wederzijds goedvinden kan van de arbeidsovereenkomst op de dag van opzegging: - korter dan vijf jaar: een maand - vijf tot in lid 1 en met 9 jaar: twee maanden - 10 tot en met 14 jaar: drie maanden - 15 jaar of langer: vier maanden B. De werknemer moet een opzegtermijn van één maand in acht nemen2 genoemde termijnen worden afgeweken. C. Voor de werknemer die op 1 januari 1999 45 jaar of ouder was, blijft de opzegtermijn gelden, die voor haar gold vóór 1 januari 1999.

Appears in 2 contracts

Sources: Collective Labor Agreement, Collective Labor Agreement

Opzegtermijn. A. De 1. In geval van opzegging nemen zowel de werkgever moet een als de werknemer de volgende opzegtermijn in acht nemen acht6: a. ten minste 1 maand indien de arbeidsovereenkomst 6 maanden of minder heeft geduurd; b. ten minste 2 maanden indien de arbeidsovereenkomst meer dan 6 maanden, doch minder dan 12 maanden heeft geduurd; c. ten minste 3 maanden indien de arbeidsovereenkomst 12 maanden of meer heeft geduurd. 2. Indien de opzegtermijn die afhangt bij wijze van overgangsbepaling is voorgeschreven op grond van art. XXI van de lengte Wet van 14 mei 1998 (Stb. 300, 1998) langer is dan de opzegtermijn genoemd in dit artikel, geldt voor de werkgever de termijn volgens voornoemde Wet. 3. Indien het een werknemer betreft die de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt, bedraagt de opzegtermijn die de werkgever in acht moet nemen 1 maand. 4. Met wederzijds goedvinden kan van de arbeidsovereenkomst op de dag van opzegging: - korter dan vijf jaar: een maand - vijf tot in lid 1 en met 9 jaar: twee maanden - 10 tot en met 14 jaar: drie maanden - 15 jaar of langer: vier maanden B. De werknemer moet een opzegtermijn van één maand in acht nemen2 genoemde termijnen worden afgeweken. C. Voor de werknemer die op 1 januari 1999 45 jaar of ouder was, blijft de opzegtermijn gelden, die voor haar gold vóór 1 januari 1999.

Appears in 1 contract

Sources: Collectieve Arbeidsovereenkomst Voor Het Voortgezet Onderwijs

Opzegtermijn. A. De a. Voor zowel de werkgever moet als de werknemer geldt per vijf volledige dienstjaren één maand opzegtermijn, met een opzegtermijn in acht nemen die afhangt maximum van de lengte van drie maanden. b. Indien de arbeidsovereenkomst op de dag van opzegging: - korter minder dan vijf jaar: volledige dienstjaren heeft voortgeduurd of een maand - arbeidsovereenkomst is overeengekomen voor een duur van minder dan vijf tot en met 9 jaar: twee maanden - 10 tot en met 14 jaar: drie maanden - 15 jaar of langer: vier maanden B. De werknemer moet jaren, geldt een opzegtermijn van één maand in acht nemenmaand. C. Voor de werknemer c. Ten aanzien van werknemers die op 1 januari 1999 45 jaar of en ouder waswaren en op dat moment al een langere opzegtermijn hebben opgebouwd dan vol- gens de Wet Flexibiliteit en Zekerheid voor hen zou gelden dient de werkgever de volgende opzegtermijn in acht te nemen: 1. één week voor elk vol jaar dat de dienstbetrekking na de meerderjarig- heid (18 jaar) heeft geduurd, blijft tot ten hoogste 13 weken; 2. deze termijn wordt verlengd met één week voor elk vol jaar dat de opzegtermijn geldenwerknemer na het bereiken van de 45-jarige leeftijd bij de werkgever in dienst is geweest, die voor haar gold tot ten hoogste 13 weken. d. De opzegging dient, vóór 1 januari 1999het einde van de maand, schriftelijk te geschieden.

Appears in 1 contract

Sources: Collective Labor Agreement (Cao)