Pandrecht Voorbeeldclausules

Pandrecht. 1. Voor een pandrecht ten behoeve van de geldverstrekker gelden, ongeacht of dit pandrecht van rechtswege bestaat of ten behoeve van de geldverstrekker is gevestigd en onverminderd de zelfstandige rechten die aan de geldverstrekker als hypotheekhouder of pandhouder toekomen, onder meer de in de navolgende leden opgenomen bepalingen: a. De geldverstrekker is te allen tijde bevoegd van een pandrecht en de daaruit voortvloeiende bevoegdheden voor rekening van de geldnemer mededeling te doen aan ieder die het aangaat, zodra zijn belang dit naar zijn oordeel wenselijk maakt. De geldverstrekker is bevoegd om het door geldnemer aan hem verstrekte pandrecht op goederen te herverpanden. b. Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de geldverstrekker mag de geldnemer het onderpand niet geheel of gedeeltelijk verenigen, verdelen, vervreemden, (verder) splitsen, economisch overdragen, verhuren of verpachten, ten verkoop aanbieden of ten laste van het onderpand een recht van gebruik of vruchtgebruik of anderszins over het onderpand beschikken of deze bezwaren met andere beperkte rechten. Voorts mag geen vernieuwing, wijziging of verlenging van huur-, pacht-, vruchtgebruikovereenkomsten of overeenkomst van economische overdracht, van het recht van gebruik plaatsvinden, mag geen afstand worden gedaan of beschikt worden over huur- of pachtpenningen of uit huur-, of pachtovereenkomsten voortvloeiende rechten, mogen huur- of pachtpenningen en voormelde rechten niet aan een ander dan de geldverstrekker worden gecedeerd of verpand of op andere wijze worden bezwaard, mogen geen opties worden verleend of vooruitbetaling van huur of pachtpenningen of andere vergoedingen voor langer dan drie maanden worden bedongen of ontvangen en mag geen uitstel van betaling worden gegeven;. c. De verlening aan geldverstrekker van zekerheid op zaken of rechten omvat, voor het geval dat nodig is om geldverstrekker in de betreffende rechten te doen treden, mede verpanding -voor zover rechtens noodzakelijk bij voorbaat- aan geldverstrekker van alle rechten die de geldnemer xxxxxxx van het onderpand heeft of zal hebben krachtens welke titel en jegens wie dan ook. Tot dergelijke rechten behoren onder meer doch niet uitsluitend de vordering tot ontbinding van een overeenkomst uit hoofde waarvan het onderpand werd verkregen, die tot vergoeding, welke in de plaats van het onderpand treedt, die wegens onteigening, ruilverkaveling, aanwijzing als concessiegebied, planschade en bestuurscompensatie...
Pandrecht. 1. Alle zaken, documenten en gelden, die de vervoerder in verband met de vervoerovereenkomst onder zich heeft, strekken hem tot pand voor alle vorderingen, die hij ten laste van de afzender heeft. 2. Behoudens in de gevallen waarin de afzender in staat van faillissement verkeert, hem surséance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, heeft de vervoerder nimmer het recht de verpande zaken te verkopen zonder toestemming van de rechter overeenkomstig art. 3:248 lid 2 BW.
Pandrecht. 2.24.1 Door de toepassing van deze Voorwaarden heeft de Klant: a) de volgende goederen aan Xxxx als zekerheid in pand heeft gegeven, waaronder de daaraan verbonden bijkomende rechten, zodat Xxxx te allen tijde, op elke grond, van hem kan verkrijgen of aanspraak kan maken op: I alle geldelijke of andere vorderingen die de Klant, uit welken hoofde ook, heeft of ontvangt van Saxo; II alle posten, effecten en andere financiële instrumenten door Saxo, of door een derde namens Saxo, op welke grond ook, aangehouden van of voor de Klant; III alle aandelen in collectieve deposito's gehouden of die zullen worden gehouden door Saxo; IV alle goederen die vervangen zijn of zullen zijn door de goederen onder i, ii, of iii; b) Voor zover wettelijk mogelijk zijn de goederen vermeld in paragraaf a verpand aan Saxo; c) Saxo heeft een onherroepelijke volmacht gekregen, met recht van indeplaatsstelling, om die goederen uit te voeren in naam van de Klant, wiens volmacht kan worden herhaald om aan zichzelf te verpanden, en die alles doet wat hij kan om te verpanden. 2.24.2 De Klant verzekert dat hij tot de verpanding bevoegd is en dat de desbetreffende goederen vrij zijn of zullen zijn van rechten en aanspraken van andere partijen dan Saxo. 2.24.3 Indien de Klant zich wil ontdoen van de verpande goederen zal Saxo de goederen vrijgeven indien de waarde van de resterende verpande goederen genoeg is om al zijn vorderingen te dekken, uit welken hoofde ook, tegen de Klant of zal krijgen. Saxo mag enkel beslag leggen op verpand eigendom indien het een vordering heeft tegen de Klant die kan worden afgedwongen en indien de Klant in betalingsverzuim is. Saxo zal niet meer van de verpande goederen in beslag nemen dan nodig voor de betaling van de schuld van de Klant. Nadat Xxxx haar handhavingsbevoegdheden heeft uitgeoefend zal ze de Klant zo snel mogelijk schriftelijk op de hoogte stellen.
Pandrecht. 12.1 Tot meerder zekerheid van al hetgeen de huurder verschuldigd is en/ of nog verschuldigd zal zijn aan verhuurder, verbindt de huurder zich jegens verhuurder tot het verpanden van de hiernavolgende zekerheden aan verhuurder dewelke zekerheden verhuurder van huurder bedingt. 12.2 Huurder verpandt bij deze aan verhuurder, gelijk verhuurder bij deze aan huurder als onderpand aanvaardt, alle zaken, voorraad en inventaris aanwezig in het gehuurde. 12.3 Verpanding geschiedt door deze akte te registreren bij de Inspecteur der Registratie en Successie. 12.4 Huurder staat in voor zijn bevoegdheid over deze zaken te beschikken. 12.5 Ten aanzien van het bestaan en het bedrag van de schulden aan verhuurder, tot zekerheid waarvoor deze verpanding strekt, geldt de administratie van verhuurder als bewijs. 12.6 Verhuurder is te allen tijde gerechtigd tot onmiddellijke executie van de in het gehuurde verstrekte zaken over te gaan zonder voorafgaande aankondiging of ingebrekestelling.
Pandrecht. 1. Door het van toepassing worden van deze algemene bankvoorwaarden heeft de cliënt: a. zich verbonden de volgende goederen met inbegrip van de daarbij behorende nevenrechten aan de bank te verpanden tot zekerheid van al hetgeen de bank op enig moment, uit welken hoofde ook, van hem te vorderen heeft of verkrijgt: i. alle (geld-)vorderingen die de cliënt, uit welken hoofde ook, op de bank heeft of verkrijgt; ii. alle zaken, waardepapieren, effecten en andere financiële instrumenten die de bank of een derde voor haar, uit welken hoofde ook, van of voor de cliënt onder zich heeft of verkrijgt; iii. alle aandelen in verzameldepots die de bank onder haar beheer heeft of verkrijgt; iv. alle goederen die in de plaats van de goederen onder i, ii,of iii (zullen) treden; b. voor zover rechtens mogelijk, de sub a bedoelde goederen aan de bank in pand gegeven; c. de bank onherroepelijk volmacht gegeven, met het recht van substitutie, om die goederen namens de cliënt, eventueel steeds herhaald, aan zichzelf te verpanden, en alles te doen wat dienstig is voor de verpanding. 2. De cliënt staat er voor in dat hij tot de verpanding bevoegd is en dat de desbetreffende goederen vrij (zullen) zijn van rechten en aanspraken van anderen dan de bank. 3. De bank zal de verpande goederen, als de cliënt daarover wil beschikken, vrijgeven indien de waarde van de daarna resterende verpande goederen voldoende dekking biedt voor al hetgeen zij, uit welken hoofde ook, van de cliënt te vorderen heeft of zal krijgen. De bank mag pas tot uitwinning van het verpande overgaan als zij een opeisbare vordering heeft op de cliënt en de cliënt met de nakoming daarvan in verzuim is. De bank zal niet meer van het verpande uitwinnen dan nodig is voor de voldoening van de schuld van de cliënt. Nadat de bank van haar uitwinningsbevoegdheid gebruik heeft gemaakt, zal zij de cliënt daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk in kennis stellen.
Pandrecht. 9.1 Het pandrecht betreft alle zaken die aanwezig zijn in het gehuurde en strekt tot meerdere zekerheid van al wat de huurder verschuldigd is en/of nog verschuldigd zal zijn aan verhuurder. 9.2 Huurder verklaart dat hij geen eerdere rechten op genoemde zaken heeft gevestigd en dat hij bevoegd is om het pandrecht als bedoeld in het eerste lid te vestigen ten behoeve van verhuurder. 9.3 Indien verhuurder dit wenst kan zij deze akte laten registreren bij de Inspecteur der Registratie en Successie waardoor een bezitloos pandrecht op alle zaken die aanwezig zijn in het gehuurde zal worden gevestigd. 9.4 Huurder is verplicht op eerste verzoek van verhuurder zijn medewerking te verlenen aan alle noodzakelijke handelingen die nodig zijn het pandrecht te vestigen of te handhaven. 9.5 Ten aanzien van het bestaan en het bedrag van de schulden aan verhuurder, tot zekerheid waarvoor deze verpanding strekt, geldt de administratie van verhuurder als bewijs, behoudens tegenbewijs van huurder. 9.6 Verhuurder is te allen tijde gerechtigd tot onmiddellijke executie van de in het gehuurde verstrekte zaken over te gaan zonder voorafgaande aankondiging of ingebrekestelling. 9.7 Zodra verhuurder conform artikel 5.5 en 5.8 zich de feitelijke macht over het gehuurde heeft verschaft, zijn de zaken buiten de macht van huurder gebracht en is het aan verhuurder verleende bezitloos pandrecht geachte te zijn omgezet in dan wel – indien dat bezitloos pandrecht nog niet was gevestigd - wordt ten behoeve van verhuurder een vuistpandrecht gevestigd op alle zich in het verhuurde bevindende roerende zaken. 9.8 Verhuurder aanvaardt geen vuistpandrecht op zaken die naar zijn inzicht waardeloos zijn; het gevestigde bezitloos pandrecht wordt dan geacht te zijn vervallen. 9.9 De vestiging van een pandrecht laat het recht van verhuurder om andere incassomaatregelen te treffen onverlet.
Pandrecht i. Het pandrecht dat u ons verstrekt rust op het volgende: a. alle aan het/(de) onderpand(en) gerelateerde (geld)vorderingen die u (op ons of op een derde) heeft of in de toekomst verkrijgt. Dit zijn onder andere: • de inkomsten uit verhuur; • de inkomsten die u ontvangt door de verkoop van het onderpand; en • de inkomsten door schade of tenietgaan van het onderpand. b. alle vorderingen die u heeft of krijgt xxxxxxx van het onderpand; c. alle vorderingen uit hoofde van de verzekeringen die u verplicht bent af te sluiten (zie artikel 6.4 hierna); d. alle goederen die in de plaats komen van i. t/m iii. hierboven. ii. Het pandrecht dat wij hebben rust op alle vorderingen die wij nu of in de toekomst op u hebben. Dit kunnen bijvoorbeeld vorderingen zijn door andere leningen die wij u hebben verstrekt. iii. Voor vorderingen waar een pandrecht van ons op rust, mogen wij altijd mededeling doen aan degene op wie u de vordering heeft of aan anderen indien wij dat noodzakelijk vinden. iv. U mag uw goederen niet zonder toestemming van ons aan een ander verpanden. v. U moet ervoor zorgen dat wij ons pandrecht goed kunnen uitoefenen. Dit betekent het volgende: a. U bent verplicht ons alle documenten en bewijzen te geven die wij nodig hebben om onze pandrechten te kunnen uitoefenen; en b. U moet ons toegang geven tot de plaatsen waar de zaken waarop wij een pandrecht hebben zich bevinden. Zo kunnen wij bekijken of de zaken nog in goede staat zijn.
Pandrecht a. Door het van toepassing worden van deze algemene voorwaarden heeft de consument • zich verplicht om de genoemde zaken en de verzekeringspenningen voor de vergoeding van eventuele schade daaraan, te verpanden. Dit pandrecht dient tot zekerheid van elk onbetaald deel van de aannemingssom voor zover de consument dat verschuldigd is, en voor verlies of schade die de ondernemer in dit verband lijdt. • de genoemde zaken aan de ondernemer in pand gegeven op het moment dat deze op de werf arriveren of op een andere plaats onder berusting van de ondernemer komen. b. De consument staat ervoor in dat hij tot de verpanding bevoegd is en dat de betreffende zaken vrij (zullen) zijn van rechten en aanspraken van anderen dan de ondernemer. c. De ondernemer mag pas tot uitwinning van de verpande zaken overgaan als hij een opeisbare vordering heeft op de consument en de consument met de nakoming daarvan in verzuim is. De ondernemer zal niet meer van de verpande zaken uitwinnen dan nodig is om de schuld van de consument te voldoen. d. Nadat de ondernemer van zijn uitwinningsbevoegdheid gebruik heeft gemaakt, zal hij de consument daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk in kennis stellen. e. De consument is in voorkomende gevallen verplicht om - als het vaartuig op zijn naam te boek is gesteld - medewerking te verlenen aan de beëindiging van deze teboekstelling op zijn naam.
Pandrecht. Tot meerdere zekerheid voor de nakoming van de vorderingen als hierboven in artikel 2 omschreven en ter gedeeltelijke uitvoering van het bepaalde in artikel 7 van de na te melden Algemene Bepalingen voor Hypotheekstelling WSW, vestigt Hypotheekgever bij dezen ten behoeve van de Hypotheekhouder en aanvaardt de Hypotheekhouder bij dezen een pandrecht op alle hierna omschreven goederen (tezamen met de Registergoederen, hierna: het Verbondene). Dit pandrecht is [eerste] [tweede] in rang en wordt hierbij gevestigd op alle tegenwoordige en toekomstige: - roerende zaken die volgens verkeersopvatting bestemd zijn om de Registergoederen duurzaam te dienen en door hun vorm als zodanig zijn te herkennen en/of machinerieën en/of werktuigen die bestemd zijn om daarmede een bedrijf in, op of met de Registergoederen uit te oefenen; - aan de Registergoederen aangebrachte veranderingen en/of toevoegingen; - rechten en vorderingen, voortvloeiende uit huur- of pachtovereenkomsten die de Registergoederen (zullen) betreffen, in bijzonder de rechten op de huur- respectievelijk pachtpenningen en op vergoedingen, ongeacht welke, ter zake van het gebruik van de Registergoederen; - rechten en vorderingen van Hypotheekgever jegens de beperkte gerechtigde, indien de Registergoederen zijn belast met een erfpachtrecht, opstalrecht of ander beperkt recht; - rechten vorderingen jegens de (bloot-)eigenaar van de Registergoederen, indien de Registergoederen mede (een) recht(en) van erfpacht, opstalrecht of andere beperkt recht omvat(ten); - rechten en vorderingen jegens de vereniging van eigenaren, de gezamenlijke eigenaren of de administrateur, indien de Registergoederen mede (een) appartementsrecht(en) omvat(ten); - rechten en vorderingen jegens derden met betrekking tot de Registergoederen uit hoofde van het gebruik van de Registergoederen dan wel uit hoofde van onteigening of vordering van de Registergoederen of uit welke ander hoofde ook; - van de Registergoederen geoogste vruchten en/of beplantingen; en - rechten en vorderingen voortvloeiende uit alle verzekeringen door Hypotheekgever afgesloten ter verzekering van de Registergoederen, waaronder in ieder geval mede begrepen alle rechten en vorderingen uit opstal- en CAR verzekeringen en verzekeringen wegens gederfde huurinkomsten.
Pandrecht. 8.1 Alle goederen, documenten en gelden, welke de vervoerder uit welken hoofde en met welke bestemming ook onder zich heeft of zal krijgen, strekken hem tot onderpand voor alle vorderingen, welke hij ten laste van de afzender/opdrachtgever of van de eigenaar heeft of mocht krijgen. 8.2 Bij niet voldoening van de vordering geschiedt de verkoop van het onderpand in het openbaar dan wel door middel van onderhandse verkoop, indien hieromtrent overeenstemming is bereikt nadat de bevoegdheid tot verkoop is ontstaan.