Vermogensoverschotten Voorbeeldclausules
Vermogensoverschotten. 1. De financiële positie van ABP leidt niet tot een verplichting van ABP tot het terugstorten van premie of het betalen van een bedrag aan de aangesloten werkgever wegens een vermogensoverschot als bedoeld in de ABTN.
2. Als ABP besluit een vermogensoverschot aan te wenden voor een premiekorting dan gebeurt dit met inachtneming van het bepaalde artikel 129 PW, artikel 14 en bijlage H van het pensioenreglement en artikel 17.11.1 en bijlage C bij hoofdstuk 17 van het pensioenreglement.
Vermogensoverschotten. 1. Indien de beleidsdekkingsgraad van het pensioenfonds zich per ultimo oktober boven 150% bevindt, en het pensioenfonds voldoet aan alle in de Pensioenwet gestelde eisen voor premiekorting, mede gelet op de financiering van voorwaardelijke toeslagen en toegepaste kortingen op de pensioenen, wordt op de verschuldigde vaste premie, als bedoeld in artikel 3 lid 1, een korting verleend. De korting bedraagt in dat geval eenvijftiende deel van het verschil tussen de beleidsdekkingsgraad en 150% vermenigvuldigd met de technische voorzieningen van het pensioenfonds op dat moment. De verschuldigde vaste premie zal niet lager worden dan de door de deelnemers verschuldigde bijdragen die door de werkgevers op de salarissen worden ingehouden en zal nimmer negatief worden.
2. Indien er op grond van lid 1 van dit artikel een premiekorting wordt verleend, wordt het opbouwpercentage voor het komende kalenderjaar, rekening houdend met de in de Pensioenwet gestelde eisen ten aanzien van een kostendekkende premie, gesteld op tenminste 1,6% en wordt geen rekening gehouden met de premiedekkingsgraadeis als bedoeld in artikel 4, lid 1 onder b van deze overeenkomst. Het loslaten van de premiedekkingsgraadeis in het betreffende jaar kan er niet toe leiden dat naar verwachting zodanig wordt ingeteerd op de financiële middelen dat de beleidsdekkingsgraad onder 150% zakt.
3. Indien sprake is van politieke ontwikkelingen ten aanzien van pensioenregelingen in Nederland die tussen werkgevers en werknemers worden overeengekomen en die invloed (kunnen) hebben op de gemaakte afspraken als neergelegd in deze overeenkomst en/of het pensioenreglement, treden partijen met elkaar in overleg. Uitgangspunt bij dit overleg is de doelstelling en het belang van het pensioenfonds en de verantwoordelijkheid van het bestuur in het kader van een evenwichtige belangenafweging.
Vermogensoverschotten. Indien op 31 december van voorgaand jaar de Reële dekkingsgraad hoger is dan de Reële doeldekkingsgraad en voldaan wordt aan de voorwaarden van artikel 8 heeft IBM recht op terugstorting. De omvang van de terugstorting aan de Aangesloten ondernemingen wordt door het Fonds vastgesteld op basis van het verschil tussen de Reële dekkingsgraad minus de Reële doeldekkingsgraad per genoemde datum, vermenigvuldigd met een derde van de omvang van de Reële verplichtingen per genoemde datum. De terugstorting aan IBM wordt door het fonds berekend op basis van het pro rata aandeel Reële verplichtingen van het Fonds. De terugstorting aan IBM wordt door het fonds berekend op basis van het pro rata aandeel Reële verplichtingen van het Fonds. Na 31 december 2026 of zoveel eerder als er voor actieve deelnemers geen nieuwe DB-rechten meer worden opgebouwd, wordt de terugstorting berekend op basis van de pro rata verdeling in de Reële verplichtingen van het Fonds, zoals deze gold op 31 december 2026 of aan het eind van het jaar waarin voor het laatst DB-rechten voor actieve deelnemers zijn opgebouwd.
Vermogensoverschotten. In geval van een vermogensoverschot zoals bedoeld in de actuariële en bedrijfstechnische nota kan het fonds besluiten om een eerdere vermindering van aanspraken en rechten ongedaan te maken. Indien na het ongedaan maken van een eerdere vermindering van aanspraken en rechten een vermogensoverschot resteert of optreedt, dan kan het fonds een verlaagde opbouw ongedaan maken. Indien na het ongedaan maken van een verlaagde opbouw er nog een vermogensoverschot resteert of optreedt, dan kan het fonds besluiten tot reparerende toeslagverlening (inhaalindexatie). Vermogensoverschotten van het fonds komen niet en onder geen enkele voorwaarde ten goede aan de werkgever.
Vermogensoverschotten. Indien op 31 december van voorgaand jaar de Reële dekkingsgraad hoger is dan de Reële doeldekkingsgraad en voldaan wordt aan de voorwaarden van artikel 8 heeft ▇▇▇▇▇▇▇ recht op terugstorting. De omvang van de terugstorting aan de Aangesloten ondernemingen wordt door het Fonds vastgesteld op basis van het verschil tussen de Reële dekkingsgraad minus de Reële doeldekkingsgraad per genoemde datum, vermenigvuldigd met een derde van de omvang van de Reële verplichtingen per genoemde datum. De terugstorting aan Kyndryl wordt door het fonds berekend op basis van het pro rata aandeel in de Reële verplichtingen van het Fonds. Indien hierbij sprake is van eerder bij IBM Nederland B.V. opgebouwde DB-rechten, dan maken ook deze DB-rechten onderdeel uit van de Kyndryl reële verplichtingen voor deze berekening. Na 31 december 2026 of zoveel eerder als er voor actieve deelnemers geen nieuwe DB- rechten meer worden opgebouwd, wordt de terugstorting berekend op basis van de pro rata verdeling in de Reële verplichtingen van het Fonds, zoals deze gold op 31 december 2026 of aan het eind van het jaar waarin voor het laatst DB-rechten voor actieve deelnemers zijn opgebouwd. Indien hierbij sprake is van eerder bij IBM Nederland B.V. opgebouwde DB-rechten, dan maken ook deze DB-rechten onderdeel uit van de Kyndryl reële verplichtingen voor deze berekening.
