Stedenbouwkundige toestand Voorbeeldclausules

Stedenbouwkundige toestand. De erfpachter zal alle wetten en reglementen inzake de stedenbouw moeten naleven aangaande de door hem geplande en/of door hem uitgevoerde opstallen en aangaande de instandhouding en/of afbraak van de thans voorhanden zijnde opstallen. $aan te vullen met de gegevens uit het plannen- en vergunningenregister$ De gemeente verklaart dat de meest recente stedenbouwkundige bestemming voor het goed is: ........................................................................................................... (weergeven volgens het plannenregister of volgens de benamingen uit de plannen van aanleg). De gemeente verklaart dat er voor het goed een stedenbouwkundige vergunning werd uitgereikt voor ***.................................................................................................................................... .................................................................................. (indien dit er is). De erfpachter verklaart te weten dat, bij ontstentenis van een stedenbouwkundige vergunning/bouwvergunning of een stedenbouwkundig attest dat laat uitschijnen dat een dergelijke vergunning zou kunnen worden verkregen, er geen zekerheid kan worden verleend betreffende de mogelijkheid om op het in erfpacht gegeven goed enige handelingen of werken uit te voeren zoals deze omschreven zijn in artikel 4.2.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Overeenkomstig de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening verklaart de erfpachter gewezen te zijn op de inhoud van artikel 4.2.1 van deze Codex, hetgeen door hem uitdrukkelijk wordt bevestigd. Het voormelde artikel omschrijft de vergunningsplichtige handelingen. De gemeente verklaart dat er voor het goed geen dagvaarding werd uitgebracht overeenkomstig de artikelen 6.1.1 of 6.1.41 tot en met 6.1.43 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. De gemeente verklaart dat er op het goed geen enkele verplichting rust om herstelmaatregelen uit te voeren ten gevolge van een definitieve rechterlijke bescherming zoals bedoeld in de wetgeving omtrent de stedenbouw en de ruimtelijke ordening. De gemeente verklaart: 1. dat het voor de overdracht verplichte as-builtattest niet uitgereikt en gevalideerd is vermits deze bepaling nog niet in werking getreden is. 2. dat er voor de overdracht geen as-builtattest vereist is omdat er op de grond nog geen constructies voorkomen. De gemeente verklaart dat het goed, bij haar weten, niet gelegen is in een zone die in een definitief vastgesteld uitvoeringsplan zou aangeduid zijn al...
Stedenbouwkundige toestand. AG Vespa wijst de erfpachter op artikel 4.2.1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, hierna “VCRO” genoemd, waarin alle vergunning plichtige handelingen omschreven staan. Geen van deze werken of handelingen mogen worden opgericht of uitgevoerd zolang er geen omgevingsvergunning is. Met het oog op de informatieverplichtingen, zoals voorzien in de artikelen 5.2.1. en volgende van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (V.C.R.O), wordt hierbij verwezen naar de stedenbouwkundig uittreksels afgeleverd op 15, 16 en 17 februari 2023 waarvan de erfpachter verklaart een kopie ontvangen te hebben. Hieruit blijkt en AG Vespa brengt de erfpachter ervan op de hoogte dat: Xxxxxxxxxxxx 00: perceelnummer: 111D14 1° voor het eigendom omgevingsvergunning(en) voor stedenbouwkundige handelingen werd(en) uitgereikt, ja, met name: - Dossiernummer: 11002_2010_45807 - Onderwerp: bouwen van 5 appartementen en 2 commerciële ruimtes - Datum intrekking van de aanvraag door de aanvrager: 16/12/2010 - Dossiernummer: 11002_2011_47808 - Onderwerp: bouwen van 5 appartementen en een gelijkvloerse commerciële ruimte - Datum van de beslissing: 16/09/2011 - Aard van de beslissing: VERGUNNING - Dossiernummer: 11002_2016_175907 - Onderwerp: afbreken van bebouwing en bouwen van 4 huizen en een appartementsgebouw met 6 appartementen - Datum intrekking van de aanvraag door de aanvrager: 25/11/2016 - Dossiernummer: 11002_2016_176406 - Onderwerp: bouwen van een appartementsgebouw met 6 appartementen, 4 eengezinswoningen en een gemeenschappelijke ondergrondse parkeergarage - Dossiernummer: 11002_2008_36550 - Onderwerp: slopen van 3 rijwoningen en bouwen van 7 appartementen - Datum van de beslissing: 14/11/2008 - Aard van de beslissing: VERGUNNING 2° het eigendom gelegen is binnen een gebied met volgende bestemming en dit volgens het gewestplan Antwerpen (14): woongebieden + aanvullende voorschriften gp 14 : art 1, º1 punt 2 (bruinomrand, cfr binnenstad). 3° voor het eigendom een rechterlijke of bestuurlijke handhavingsmaatregelen of hangende procedures voor het opleggen van dergelijke maatregelen bestaan. - Dossiernummer: 11002_2007_33034 - Onderwerp: verwaarloosd pand – AN.66.23.105931/2002 - Datum van het proces-verbaal: 15/09/1999 - Datum van de vordering van het schepencollege: 19/02/2003 - Datum van het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg: 21/03/2005 - Dossiernummer: 11002_2021_8735 - Onderwerp: Proces verbaal van ophef van aanvankelijk proces verbaal met nummer AN.66.23.105931/2002 - ...
Stedenbouwkundige toestand. Indien het goed zou vallen in gehele of gedeeltelijke onteigening van openbaar nut, nieuwe lijnrichting betreffende voorbouw of achterbouw, nieuwe urbanisatievereisten, overheidsbesluiten of reglementen inzake stedenbouw, zal de koper alle nieuwe voorschriften moeten naleven, zonder voor afstand of verlies van grond, weigering van toelating tot bouwen of welke reden ook, enig verhaal tegen de verkoper te kunnen uitoefenen. De verkoopster bevestigt dat haar voor de verkochte goederen geen besluit tot onteigening en geen voornemen tot opeising in het kader van de Gemeentewet bekend is en dat haar geen voornemen daartoe vanwege de overheid bekend is.
Stedenbouwkundige toestand. In ieder gewest worden wettelijke beperkingen opgelegd aan de mogelijkheid om een gebouw op te trekken of te wijzigen en zelfs om het goed een andere bestemming te geven dan in het plan van aanleg vooropgesteld. Deze wetgevingen bepalen eveneens dat de koper moet worden ingelicht over de stedenbouwkundige toestand en de overeenstemming van het aangekochte goed met de wettelijke regels.
Stedenbouwkundige toestand. De gemeente Maldegem heeft ingevolge schrijven van zeventien oktober tweeduizend en acht betreffende deze goederen volgende inlichtingen gegeven : Het onroerend goed gelegen te Maldegem, 3de Afdeling, Sectie H : - deel perceel nummer 1188 M, kadastrale aard : park - is gelegen in: - het gewestplan Eeklo - Aalter (datum 24.03.1978,) met als bestemming : parkgebied - het gewestplan werd gewijzigd voor het onroerend goed: neen. - het gewestplan is momenteel in herziening gesteld : neen. - een algemeen plan van aanleg (B.P.A) : neen - een bijzonder plan van aanleg (B.P.A) : neen - een plannenregister of vergunningsregister: xxxx - Het onroerend goed is begrepen in een : - niet vervallen verkaveling: neen - herverkavelingsplan: neen - onteigeningsplan: neen - bouwverordening:ja - Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputtten, infiltratievoor- zieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater dd. 1/10/2004 - Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer dd.29/04/1997." - Besluit van de Vlaamse Regering van 8 juli 2005 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake openluchtrecreatieve verblijven en de inrichting van gebieden voor dergelijke verblijven - verkavelingsverordening: neen - Het onroerend goederen worden getroffen door een rooilijn: neen - Voor zover bekend zijn voor het onroerend goed bouwvergunningen of stedenbouwkundige vergunningen afgeleverd: op naam van huidige eigenaar zijn bij het gemeentebestuur van Maldegem geen bouw- en/of stedenbouwkundige vergunningen gekend - Voor zover bekend zijn voor het onroerend goed stedenbouwmisdrijven vastgesteld: op naam van huidige eigenaar zijn bij het gemeentebestuur van Maldegem officieel geen stedenbouwmisdrijven gekend

Related to Stedenbouwkundige toestand

  • Tandheelkundige zorg voor verzekerden van 18 jaar en ouder - kaakchirurgie U heeft recht op chirurgische tandheelkundige hulp van specialistische aard en het bijbehorende röntgenonderzoek. Dit eventueel in combinatie met een verblijf in een ziekenhuis. U heeft recht op verpleging en/of verblijf als deze zorg nodig is in verband met kaakchirurgie. Zie hiervoor artikel B.28.

  • Passen we de premie aan bij wijzigingen in uw medewerkersbestand? We passen uw premie aan als de verzekerde loonsom binnen uw verzekering wijzigt. Dit kan gebeuren doordat: - nieuwe medewerkers bij u in dienst treden; - medewerkers uit dienst treden; - het salaris van een of meer verzekerden verandert. We berekenen voor deze aanpassing een wijziging in de premie. Deze brengen we in rekening bij uw eerstvolgende naverrekeningstermijn. Welke naverrekeningstermijn we met u hebben afgesproken staat op uw polisblad. Deze premiewijziging geeft u niet het recht om de verzekering te beëindigen. Het premiepercentage passen we niet aan door deze wijzigingen in het medewerkersbestand. Wijzigt het medewerkersbestand door (gedeeltelijke) overname van een ander bedrijf, fusie, splitsing van uw bedrijf of doordat u een deel van uw bedrijf verkoopt? Dan passen we het premiepercentage wel aan. U krijgt dan een offerte van ons. Gaat u niet akkoord met de wijziging van uw premiepercentage? Dan willen we deze mededeling binnen een maand, nadat we u geïnformeerd hebben over de wijziging, van u hebben ontvangen. De verzekering eindigt dan op de datum waarop uw risico gewijzigd is.

  • Tegenstrijdigheid en wijziging Verwerkersovereenkomst 1. In het geval van tegenstrijdigheid tussen de bepalingen uit deze Verwerkersovereenkomst en de bepalingen van de Product- en Dienstenovereenkomst, dan zullen de bepalingen van deze Verwerkersovereenkomst leidend zijn. 2. Indien Partijen van de artikelen in de Model Verwerkersovereenkomst door omstandigheden moeten afwijken, of deze willen aanvullen, dan zullen deze wijzigingen en/of aanvullingen door Partijen worden beschreven en gemotiveerd in een overzicht dat als Bijlage 3 aan deze Verwerkersovereenkomst zal worden gehecht. Het bepaalde in dit lid geldt niet voor aanvullingen en/of wijzigingen van de Bijlagen 1 en 2. 3. Bij belangrijke wijzigingen in het product en/of de (aanvullende) diensten die van invloed zijn op de Verwerking van de Persoonsgegevens wordt, alvorens de Onderwijsinstelling de keuze hiertoe aanvaardt, de Onderwijsinstelling in begrijpelijke taal geïnformeerd over de consequenties van deze wijzigingen. Onder belangrijke wijzigingen wordt in ieder geval verstaan: de toevoeging of wijziging van een functionaliteit die leidt tot een uitbreiding ten aanzien van de te Verwerken Persoonsgegevens en de doeleinden waaronder de Persoonsgegevens worden Verwerkt. De wijzigingen zullen in Bijlage 1 worden opgenomen. 4. Wijzigingen in de artikelen van de Verwerkersovereenkomst kunnen uitsluitend in gezamenlijkheid worden overeengekomen. 5. In het geval enige bepaling van deze Verwerkersovereenkomst nietig, vernietigbaar of anderszins niet afdwingbaar is of wordt, blijven de overige bepalingen van deze Verwerkersovereenkomst volledig van kracht. Partijen zullen in dat geval met elkaar in overleg treden om de nietige, vernietigbare of anderszins niet afdwingbare bepaling te vervangen door een uitvoerbare alternatieve bepaling. Daarbij zullen partijen zoveel mogelijk rekening houden met het doel en de strekking van de nietige, vernietigde of anderszins niet afdwingbare bepaling.

  • Kunt u de overeenkomst opzeggen als wij de prijzen van de aanvullende zorgverlening wijzigen? Als wij de prijzen aanpassen van de aanvullende zorgverlening die u zelf betaalt, mag u dat deel van de overeenkomst, die de aanvullende zorgverlening regelt en waarvan de prijzen verhoogd zijn, opzeggen met ingang van de datum waarop de hogere prijzen gelden.

  • Toelage onregelmatige dienst 1 Aan de werknemer niet behorend tot het onderwijsgevend personeel voor wie het salaris wordt vastgesteld volgens een van de schalen 1 tot en met 10 en die regelmatig of vrij regelmatig in opdracht van de werkgever arbeid verricht op andere tijden dan op de dagen maandag tot en met vrijdag tussen 08.00 en 18.00 uur, wordt een toelage toegekend. 2 De toelage bedraagt per gewerkt uur een percentage van het voor de werknemer geldende salaris per uur en wel: a 20% voor de uren op maandag tot en met vrijdag tussen 06.00 en 08.00 uur en tussen 18.00 uur en 22.00 uur; b 40% voor de uren op zaterdag tussen 06.00 en 22.00 uur; c 40% voor de uren op maandag tot en met zaterdag tussen 00.00 en 06.00 uur en tussen 22.00 en 24.00 uur; d 65% voor de uren op niet-werkdagen, met dien verstande, dat genoemde percentages worden berekend over ten hoogste het salaris per uur, dat is afgeleid van het maximumsalaris behorende bij schaal 6. 3 Voor de in het tweede lid onder a genoemde uren wordt de toelage slechts toegekend indien de werknemer zijn werkzaamheden is begonnen vóór 07.00 uur of heeft beëindigd na 20.00 uur.

  • Kunnen wij de prijzen van de zorgverlening aanpassen? Wij kunnen elk jaar de prijzen van de zorgverlening aanpassen aan in ieder geval de loon- en prijsontwikkelingen ("indexeren") en wettelijke tarieven.

  • Bewaartermijnen en vernietiging Persoonsgegevens 1. Onderwijsinstelling zal Verwerker adequaat informeren over (wettelijke) bewaartermijnen die van toepassing zijn op de Verwerking van Persoonsgegevens door Verwerker. Verwerker zal de Persoonsgegevens niet langer Verwerken dan overeenkomstig deze bewaartermijnen. 2. Onderwijsinstelling verplicht Verwerker om de in opdracht van Onderwijsinstelling Verwerkte Persoonsgegevens bij de beëindiging van de Verwerkersovereenkomst te (doen) vernietigen, tenzij de Persoonsgegevens langer bewaard moeten worden, zoals in het kader van (wettelijke) verplichtingen, dan wel op verzoek van de Onderwijsinstelling. De Onderwijsinstelling kan op eigen kosten een controle laten uitvoeren of vernietiging heeft plaatsgevonden. 3. Verwerker zal Onderwijsinstelling (schriftelijk of elektronisch) bevestigen dat vernietiging van de Verwerkte persoonsgegevens heeft plaatsgevonden. 4. Verwerker zal alle Subverwerkers die betrokken zijn bij de Verwerking van de Persoonsgegevens op de hoogte stellen van een beëindiging van de Verwerkers-overeenkomst en zal waarborgen dat alle Subverwerkers de Persoonsgegevens (laten) vernietigen.

  • Loondoorbetaling bij ziekte 5.1.1 Voor werknemers die ziek zijn geworden geldt in beginsel een loondoorbetalingsplicht van twee jaar. Tijdens het eerste jaar van ziekte betaalt de werkgever aan de zieke werknemer 100 procent van het laatstverdiende brutoloon dat aan de werknemer zou zijn uitbetaald, indien de werknemer niet ziek zou zijn. Tijdens het tweede ziektejaar betaalt de werkgever aan de zieke werknemer 70 procent van het totale laatstverdiende brutoloon. 5.1.2 Bij succesvolle re-integratie in het tweede ziektejaar ontvangt de werknemer met terugwerkende kracht over de periode dat de werknemer inspanning heeft verricht voor de re-integratie een aanvulling in het tweede ziektejaar van 20 procent van het laatstverdiende brutoloon. Er is sprake van een succesvolle re-integratie als de werknemer twee maanden gere-integreerd is tegen minimaal 50 procent van het brutoloon. De peildatum voor de bepaling van de hoogte van het brutoloon is de laatste dag van het eerste ziektejaar. 5.1.3 Als het Uitkeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) oordeelt dat de werkgever zich onvoldoende heeft ingespannen om de werknemer te re-integreren of het re-integratieverslag niet tijdig heeft ingediend, kan de loondoorbetalingsverplichting worden verlengd met maximaal een jaar. Gedurende deze verlengde periode vult de werkgever het wettelijk verplichte brutoloon van 70 procent uit artikel 7:629 BW aan tot 100 procent van het brutoloon. 5.1.4 De werkgever kan het doorbetalen van brutoloon bij ziekte opschorten, zolang de werknemer de controlevoorschriften van de werkgever en/of arbodienst niet of onvoldoende naleeft of onvoldoende meewerkt aan zijn re-integratie of weigert passende arbeid te verrichten. 5.1.5 Als het UWV instemt met een gezamenlijk verzoek van de werkgever en werknemer om de wachttijd voor de WIA (Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen) te verlengen, zal de werkgever 100 procent van het brutoloon van de werknemer doorbetalen voor een periode van maximaal vier maanden.

  • Vaste en gelijkmatige periodieke uitkeringen De gift moet bestaan uit een recht op vaste en gelijkmatige periodieke uitkeringen. Dat betekent dat u verplicht wordt elk jaar hetzelfde bedrag aan de instelling of vereniging te betalen. U mag zelf bepalen of u dat jaarlijkse bedrag opsplitst in meerdere bedragen, en bijvoorbeeld elke maand of elk kwartaal een deel van het jaarlijkse bedrag aan de vereniging of instelling betaalt, of dat u het jaarlijkse bedrag in één keer betaalt. In de overeenkomst moet zijn bepaald dat de uitkeringen eindigen bij het overlijden van uzelf of van iemand anders. De ander kan iedereen zijn, bijvoorbeeld uw broer of uw partner. U moet wel een keuze maken of u de uitkeringen laat eindigen bij uw overlijden of bij het overlijden van een ander. Deze overeenkomst kunt u niet gebruiken als u de uitkeringen wilt laten eindigen bij het overlijden van meerdere personen.

  • Waarborgsom en tussentijdse betaling 10.1 Het horecabedrijf kan van de klant verlangen dat deze onder het horecabedrijf een waarborgsom deponeert. Ontvangen waarborgsommen worden deugdelijk geadministreerd, dienen uitsluitend tot zekerheid voor het horecabedrijf en gelden uitdrukkelijk niet als reeds gerealiseerde omzet. Tot meerdere zekerheid van het hore- cabedrijf kan deze van de klant verlangen zijn medewerking te verlenen aan het verstrekken van de benodigde gegevens, waaronder het maken van een afdruk of kopie van de creditcard van de klant, teneinde de waarborg- som en de mogelijkheid tot het uitwinnen daarvan zo veel als mogelijk zeker te stellen. 10.2 Het horecabedrijf kan steeds tussentijds betaling verlangen van reeds verleende horecadiensten. 10.3 Het horecabedrijf mag zich verhalen op het ingevolge de voorgaande bepalingen gedeponeerde bedrag ter zake al datgene wat de klant uit welken hoofde ook aan hem verschuldigd is. Het overschot dient door het horecabe- drijf onverwijld aan de klant te worden terugbetaald.