Duurzame ontwikkeling. 1. De partijen verwelkomen de agenda voor duurzame ontwikkeling 2030 en de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling die door de algemene Vergadering van de Verenigde Naties zijn vastgesteld en verbinden zich ertoe te streven naar de verwezenlijking ervan op nationaal en internationaal vlak.
2. De partijen zijn het eens over het belang van de uitbanning van armoede in al haar vormen en van de verwezen lijking van duurzame ontwikkeling in de economische, sociale en milieudimensie op een evenwichtige en geïntegreerde manier. Hiertoe bevestigen de partijen opnieuw hun engagement om de agenda voor duurzame ontwikkeling 2030 uit te voeren overeenkomstig hun respectieve capaciteiten en omstandigheden.
3. De partijen erkennen dat alle 17 doelstellingen voor duurzame ontwikkeling van de agenda voor duurzame ontwikkeling 2030 moeten worden uitgevoerd om op succesvolle manier duurzame ontwikkeling te bereiken. Zij komen overeen inzichten uit te wisselen over de beste manieren van samenwerking voor de verwezenlijking van de doelstel lingen voor duurzame ontwikkeling, onder meer door:
a) de bevordering van de uitbanning van armoede, honger, ongeletterdheid en ziekten, en de verzekering van aanhoudende, inclusieve en duurzame economische groei voor allen;
b) prioriteit te geven aan de gezamenlijke oplossing van alle milieuproblemen, met inbegrip van klimaatverandering, en de bevordering van duurzaam beheer en gebruik van water, zeeën en ecosystemen aan land;
c) de samenwerking voor de versterking van de positie van vrouwen, het terugdringen van de ongelijkheid tussen en binnen landen, gemakkelijker toegang tot justitie voor allen en het opzetten van verantwoordelijke, doeltreffende en inclusieve instellingen op alle niveaus.
4. De partijen komen overeen een specifieke dialoog op te zetten over de agenda voor duurzame ontwikkeling 2030 om middelen te vinden om de praktische onderlinge samenwerking te verbeteren binnen het algemene kader van de politieke dialoog. De agenda voor elke dialoogsessie wordt tussen de partijen overeengekomen.
5. De partijen verbinden zich tot een versterking van het mondiale partnerschap voor ontwikkeling, door de samenhang van het beleid op alle niveaus te bevorderen en een omvattende vernieuwende aanpak te ontwikkelen voor het mobiliseren en doeltreffend gebruikmaken van alle beschikbare openbare, particuliere, nationale en internationale hulpmiddelen zoals uiteengezet in het actieprogramma inzake ontwikkelingsfinanciering van addis abeba....
Duurzame ontwikkeling. P4.1. Populatie
P4.3. Selectie P5
Duurzame ontwikkeling. Duurzame ontwikkeling gaat over de manier waarop zowel economische, sociale en ecologische aspecten in overweging worden genomen in de werking en het beleid van een organisatie en houdt zowel een kort, een middellang als een lang termijnperspectief voor ogen. Inzetten op duurzame ontwikkeling is dan ook voor elke organisatie anders en houdt specifieke doelstellingen en uitdagingen in, afhankelijk van haar corebusiness, haar omvang, haar invloed, haar geografische ligging, haar klanten, e.a. Specifieke aandacht zal worden besteed aan de principes van “Gendermainstreaming” en “Handistreaming” in de verschillende fasen van beleidsvoering Op het vlak van duurzame ontwikkeling, engageert de FOD zich om in overleg met zijn stakeholders zijn materiële en immateriële maatschappelijke impact op vlak van duurzame ontwikkeling te monitoren en te ontwikkelen. De FOD ziet het als zijn opdracht om: de aan hem opgedragen taken goed uit te voeren met een minimale negatieve impact van de processen en diensten op de stakeholders (mens enmilieu); oog te hebben voor alle vormen van maatschappelijke toegevoegde meerwaarde die hij als overheidsdienst realiseert, en deze in het kader van gemeenschappelijke waardecreatie met stakeholders verder uit te werken. De FOD zal :
1. Een beheerssysteem hanteren waarbij dat de lasten onder controle blijven (gebaseerd op de Internationale richtlijnen voor maatschappelijke verantwoordelijkheid (ISO 26000 of het behoud van EMAS-certificaat) en dat op frequente basis in stakeholder overleg geëvalueerd wordt en waarover tweejaarlijks rapportage gebeurt in de vorm GRI 4, op voorwaarde dat er een oplossing gevonden wordt voor de aanzienlijke administratieve lasten en kosten (extra budget). De indicatoren zijn : De aanwezigheid van een op ISO 26000 gebaseerd of equivalent beheerssysteem of de aanwezigheid van een actieplan volgens PDCA-cyclus. De KPI is : de ratio van uitgevoerde maatregelen t.o.v. de geplande maatregelen uit het jaarlijkse actieplan (aan de hand van GRI- rapportering).
2. Jaarlijks een actieplan duurzame ontwikkeling opmaken (KB van 22 september 2004) en integreren in het bestuursplan. De indicatoren zijn: • De aanwezigheid van een lijst van maatregelen van het lopend federaal plan duurzame ontwikkeling waarvan de uitvoering aan de overheidsdienst is toevertrouwd en de wijze waarop deze geïmplementeerd worden; • De aanwezigheid van een lijst van maatregelen inzake duurzame ontwikkeling die door de dienst in het desbetreffende k...
Duurzame ontwikkeling. In de mate van het mogelijke zullen de ophalingsoverschotten en andere overschotten worden gerecycleerd en/of gevaloriseerd. De inschrijver beschrijft in zijn offerte op welke wijze hij zelf of via samenwerking met andere bedrijven bijdraagt aan deze recyclage en/of valorisatie. Per perceel en gebouw moeten de attesten en bewijsstukken met betrekking tot de verwijde- ring van het afval maandelijks door de opdrachtnemer worden voorgelegd aan de leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde. Voor elk type afval legt de opdrachtnemer het behandelingscertificaat volgens de geldende milieunormen voor. Elke opdrachtnemer mag voor het transport en de behandeling van het afval beroep doen op onderaannemers. Deze moeten echter beschikken over de nodige toe- latingen. De leidend ambtenaar kan om de voorlegging van die machtigingen vragen. Wat het organisch afval betreft, dient de regelgeving in verband met de veiligheid van de voedselketen te worden nageleefd (Europese Verordening 1069/2009 en 142/2011 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten, Koninklijk besluit van 14/11/2003 betreffende autocontrole, meldingsplicht en traceerbaarheid in de voedselketen). De inschrijver dient dan ook een bewijs voor te leggen dat het organisch afval niet terug in de voedselketen wordt gebracht. De opdrachtnemer mag deze bewijsstukken per maand voor elk gebouw verzamelen met opgave van de ophaaldata van die maand. Elke opdrachtnemer volgt de evolutie van de geldende milieuwetgeving en licht de leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde in over wijzigingen die een impact hebben op de uitvoering van de opdracht. De leidend ambtenaar zal dan oordelen in welke mate het contract moet worden aangepast om tegemoet te komen aan eventuele nieuwe normen. Elke opdrachtnemer moet eveneens op verzoek alle nuttige informatie en aanbevelingen kun- nen verschaffen met betrekking tot de opslag en de verwijdering van het afval met het oog op de optimalisatie van de lopende werkmethodes.
Duurzame ontwikkeling. Door de Bestelbon te aanvaarden of de Aankoopovereenkomst te ondertekenen, wordt de Leverancier geacht de 'Code of Conduct for Suppliers and Vendors' (gedragscode voor leveranciers en verkopers) aanvaard te hebben, die opgesteld werd door de economische entiteit die bekend staat onder de naam Securex Groep. De Leverancier stemt zodoende in met de aanpak van de Opdrachtgever met betrekking tot het milieu, de mensenrechten en de menselijke waardigheid zoals die daarin beschreven wordt, en verbindt er zich toe om de Opdrachtgever meteen te verwittigen, mocht hij vaststellen dat zijn onderneming zich niet integraal richt naar voormelde gedragscode. De Leverancier is er o.a. toe gehouden om: • automatisch en op voorhand de milieu- en/of sociale hinder te melden, die de verstrekking van de diensten op zich en/of in combinatie met andere goederen en/of diensten zou kunnen veroorzaken; • uit eigen beweging deze vormen van hinder zoveel mogelijk te beperken, zelfs bij ontstentenis van eender welk verzoek van de Opdrachtgever hiertoe, en om deze laatste alle nodige informatie te bezorgen om zich een beeld te kunnen vormen van de hieruit voortvloeiende gevolgen. De Opdrachtgever zal elke Aankoop kunnen annuleren, mocht achteraf blijken dat de uitvoering van de diensten een gevaar voor mens of milieu met zich zou meebrengen of mocht deze uitvoering afvalstoffen doen ontstaan, die aan milieunormen onderworpen zijn.
Duurzame ontwikkeling. Duurzame ontwikkeling is het uitgangspunt in de gehele werking. Op organisatieniveau ligt de nadruk op het verder ontwikkelen van een evenwichtige productmix met het oog op een duurzame groei van het museum. Duurzame ontwikkeling is tevens een referentiekader voor de ontwikkeling van het museale verhaal. De interactie tussen het groene museumdomein, de vaste collectiepresentatie en de traagheid die inherent is aan ICE doet stilstaan bij de wijzigende relatie tussen mens, dier en natuur en zet aan tot reflectie over actuele vraagstukken rond duurzame mobiliteit en transport.
4.1. Een gevarieerde productmix en duurzaam verdienmodel Het stimuleren van individueel bezoek, groeps- en schoolbezoek vormt deze beleidsperiode de hoofdinzet bij het toepassen en evalueren van de productmix (producten, prijs, plaats, promotie) en legt de basis voor een duurzaam verdienmodel. Bijzondere aandacht gaat uit naar het invullen van de noodzakelijke randvoorwaarden (ruimte, logistiek, middelen) om deze doelstelling te kunnen realiseren.
Duurzame ontwikkeling monitoring en ontwikkeling van van de materiële en immateriële maatschappelijke impact op duurzame ontwikkeling d.m.v. beheersysteem Voorzitter Algemeen directeurs FWI OTD 4.2. jaarlijks actieplan duurzame ontwikkeling Voorzitter Algemeen directeurs FWI
Duurzame ontwikkeling van de Overeenkomst handelt over handel en duurzame ontwikkeling. Het zorgt voor één van de meest vergaande engagementen voor duurzame ontwikkeling in een vrijhandelsovereenkomst ooit. De Overeenkomst bevat een gedeeld engagement voor de fundamentele arbeidsnormen van de Internationale Arbeidsorganisatie (hierna: “IAO”). Dit is een belangrijke stap voor Korea, aangezien het dusver slechts vier van de acht basisarbeidsconventies van de IAO heeft goedgekeurd.10 De partijen scharen zich tevens achter de agenda voor waardig werk. Ze zullen zich ook samen inzetten voor de onderhandeling en tenuitvoerlegging van multilaterale akkoorden inzake milieuaangelegenheden. De Overeenkomst maakt daarbij ook een verwijzing naar het Kyotoprotocol. Het hoofdstuk creëert tevens mogelijkheden voor geschillenbeslechting en monitoring. Er kunnen consultaties gehouden worden tussen de partijen, met de mogelijkheid om een expertenpanel om een rapport te vragen. Jaarlijks zal ook een civil society forum plaatsvinden met deelnemers van adviesgroepen die elke partij moet creëren. Dat Korea met deze tekst instemt, zou een belangrijke precedentwaarde voor andere vrijhandelsovereenkomsten kunnen scheppen, bv. met India en de ASEAN. Het zal moeilijker zijn voor India en de ASEAN om de opname van een hoofdstuk over duurzame ontwikkeling tegen te houden nu Korea al akkoord ging. Tevens kan, als de tenuitvoerlegging van het hoofdstuk goed verloopt en men ziet dat het voor beide partijen voordelen oplevert, de weerstand van India en de ASEAN verminderd worden.11 8 SARiV, Het toekomstig Europees investeringsbeleid, Advies 2010/17, 23 september 2010.
Duurzame ontwikkeling. Fedris streeft, net als andere federale instellingen, duurzame ontwikkeling na en zal daarvoor verschillende initiatieven nemen. De in 2017-2018 uitgevoerde inrichtingswerken focusten op de renovatie van de kantoorverdiepingen. Deze werf heeft het mogelijk gemaakt de secundaire infrastructuur te renoveren (HVAC op de verdiepingen en ventilatieconvectoren voor de verwarming) en maakt al een energiebesparing mogelijk. De relighting en het plaatsen van tapijt versterken die besparing. Echter, zonder een belangrijke renovatie van de primaire infrastructuur van de HVAC en de verwarming blijft de energie-efficiëntie van het gebouw beperkt.
Duurzame ontwikkeling. De Stad, pionier in haar engagement en in het nemen van concrete maatregelen inzake duurzame ontwikkeling, heeft een transversaal actieplan opgesteld (Agenda 21), dat ze toegepast wil zien worden in de culturele infrastructuur die ter beschikking wordt gesteld. De stad nodigt Brufeest uit om zich verantwoordelijk op te stellen ten opzichte van het milieu. Brosella verbindt zich ertoe de voorschriften na te leven met betrekking tot het verbod op het gebruik van plastic voor eenmalig gebruik tijdens evenementen in de openbare ruimte. De stad zal Brosella een kopie van deze wet geven.