Eindconclusie Voorbeeldclausules

Eindconclusie. De eindconclusie betreft het algemeen oordeel over de functievervulling. Dit oordeel is positief of niet-positief. Indien het oordeel niet-positief is, wordt op het formulier toegelicht wat de reden hiervoor is. Het volledig ingevulde formulier wordt door de leidinggevende besproken met de naast hogere leidinggevende.
Eindconclusie. Gelet op het bovenstaande concludeert de ACM dat er als gevolg van de voorgenomen concentratie een mogelijk mededingingsprobleem zou kunnen ontstaan op twee lokale markten voor de exploitatie van uitvaartcentra. Dit betreft de lokale markten in de gemeenten Veldhoven en Venray. Om eventuele mededingingsproblemen (beter) te kunnen vaststellen is nader onderzoek nodig dat zich alleen leent voor een eventuele vergunningsfase. Dergelijk onderzoek is evenwel niet nodig, omdat de hiervoor genoemde potentiële mededingingsproblemen worden opgelost door de door partijen voorgestelde remedies (zie hierna paragraaf 8.3.2).‌‌ Markt voor mortuaria in zorginstellingen‌ Productmarkt‌
Eindconclusie. Bij gebruik volgens de voorschriften is het middel op basis van de werkzame stof voldoende werkzaam en heeft het geen schadelijke uitwerking op de gezondheid van de mens en het milieu.
Eindconclusie. Het voorliggende planningsinitiatief betreft de opmaak van het RUP “Zonevreemde bedrijven – deelplan Clics”. Het plangebied is gelegen langsheen de gewestweg N133 Kampweg, die de verbinding maakt van het dorpscentrum Wuustwezel naar de autosnelweg E19. Op de site is van oudsher bedrijvigheid aanwezig, in een deels zonevreemd karakter. De aanleiding tot de opmaak van het RUP is enerzijds het bieden van een passend ontwikkelingskader voor het bedrijf Clics Toys dat op de site gevestigd is en de afgelopen jaren reeds een sterke groei kende. Anderzijds wordt ook een combinatie bekeken van het bedrijf met een beperkt aantal kleine bedrijven of KMO-units, en wordt er nagedacht over passende ontwikkelingsperspectieven voor andere bedrijvigheid indien Clics Toys op termijn de site toch zou verlaten. Het RUP stelt zich tot doel om voldoende ontwerpmatige vrijheidsgraden binnen het plangebied te behouden om een duurzame en flexibele ontwikkeling mogelijk te maken, maar tegelijk door passende stedenbouwkundige voorschriften toch voldoende juridisch afdwingbare randvoorwaarden in te bouwen, om de garantie tot kwalitatieve ontwikkelingen te bieden. Bij de opmaak van het RUP worden dan ook de aspecten groenbuffering, groene inkadering, architecturale uitstraling, zuinig grondgebruik, gestructureerde ontsluiting en algemene identiteit van de plek vooropgesteld als belangrijke randvoorwaarden waarbinnen de ontwikkeling tot stand kan komen. Een analyse van de ruimtelijke kwaliteiten, randvoorwaarden en knelpunten alsook van de planmatige en juridische context van het gebied, leidt tot een aantal uiteenlopende programmatorische alternatieven en inrichtingsvarianten voor het plangebied, als onderdeel van een ontwerpend onderzoek. De verschillende inrichtingsalternatieven werden daarbij t.o.v. mekaar afgewogen, en zullen de basis vormen voor verdere optimalisatie en opbouw van het voorontwerp-RUP. Dit alles zal in het verdere planningsproces immers vertaald worden in een RUP dat voldoende flexibiliteit in zich houdt, en tevens een goede juridische basis vormt voor het vergunningenbeleid. Na een scoping van de milieu-effecten werden voor de relevante disciplines een korte beschrijving en beoordeling toegepast, met als conclusie dat de reeds voorliggende elementen – gekend in de fase van de startnota – van het RUP in geen enkele situatie zullen leiden tot aanzienlijke milieueffecten.
Eindconclusie. Er kan geconcludeerd worden dat veel resultaten met de besproken literatuur samenhangen. Veel factoren vallen onder de geschetste theoretische constructen, omdat de vragen uit de interviews theoretisch gestuurd zijn. Desondanks zijn er door het open karakter van de interviews nieuwe factoren achterhaald die niet specifiek in de literatuur staan beschreven. Zo zijn er vele factoren die de mobiliteitsbereidheid van werknemers en de manier van HR-implementatie door leidinggevenden kunnen beïnvloeden. Voor werknemers en leidinggevenden blijkt houding een belangrijke factor te zijn. Een aantal werknemers hebben een afwachtende houding en komen hierdoor minder in contact met bijvoorbeeld mobiliteit bevorderende HR-praktijken. Dit heeft vervolgens betrekking op hun mobiliteitsbereidheid. Sommige leidinggevenden vinden dat werknemers initiatief in mobiliteit moeten nemen en nemen ook een afwachtende houding aan. Hierdoor zullen zij ook minder mobiliteit bevorderende HR-praktijken implementeren. Ook kan er worden opgemerkt dat werknemers en leidinggevenden een sterke invloed op elkaar hebben. Zij passen als het ware hun eigen houding en gedrag aan op de houding en het gedrag van de andere. Als leidinggevenden openstaan voor mobiliteit, dan zullen werknemers eerder in gesprek gaan met leidinggevenden over mobiliteit. Hierdoor zal hun mobiliteitsbereidheid hoger zijn. De houding van werknemers bepaalt andersom ook de mate waarop leidinggevenden gemotiveerd zijn om werknemers te helpen. Als leidinggevenden openstaan voor mobiliteit en werknemers hebben hier zelf een proactieve houding in, dan kan dit gezien worden als een positieve spiraal die elkaar versterkt. Daarentegen is er sprake van een negatieve spiraal als leidinggevenden niet openstaan voor mobiliteit en werknemers een afwachtende houding hebben. De werknemers zullen zelf het gesprek over mobiliteit niet beginnen en de leidinggevenden schieten zelf ook niet in een ondersteunde modus. Daarom is het van belang om meer aandacht te besteden aan de houdingen van werknemers en leidinggevenden. Zij zullen beide een proactieve houding moeten aannemen om mobiliteit te bevorderen. Het is ook niets voor niets een gedeelde verantwoordelijkheid.
Eindconclusie. De door BAM opgestelde raming is zeker (nog) niet ‘markconform’ als we deze vergelijken met vergelijkbare inschrijvingen. Indien de BAM de genoemde percentages in de staart niet aanpast en onderbouwd, grote EURO- posten niet verder wil onderbouwen, producties niet aanpast, maar bij dit inschrijfbedrag blijft, dan zou ons advies zijn om een openbare aanbesteding te houden. Echter, het zou voor het project niet ten goede komen om nu nog in deze fase op een openbare aanbesteding aan te sturen. Het zou in het belang van alle partijen, omwonenden en gebruikers van de wegen zijn om er financieel met elkaar uit te komen.
Eindconclusie. De leningsvariant onzakelijke lening opzij bestaat. Wordt de lening afgewaardeerd kan het volledige afgewaardeerde bedrag ten laste van de winst worden gebracht. Voor wat betreft het liquidatieverlies kan de moedermaatschappij het verlies in aanmerking nemen voor zover de activiteiten van de geliquideerde onderneming zijn gestaakt.
Eindconclusie. Op basis van de onderzochte informatie worden geen bijzondere belemmeringen verwacht voor de vaststelling van het bestemmingsplan ten aanzien van de milieu- en overige aspecten.
Eindconclusie. Het doel van dit onderzoek is het toetsen van een mogelijk verband tussen de oplopende leeftijd, werklast en productiviteit in de Schoonmaak- en Glazenwassersbranche, aan de hand van de volgende hoofdvragen: • In hoeverre ervaren medewerkers in de Schoonmaak- en Glazenwassersbranche een grotere werklast naarmate zij ouder worden, en welke gevolgen heeft dit voor de productiviteit van de medewerkers? • In hoeverre leidt de oplopende leeftijd in de schoonmaaksector in algemene zin tot een lagere productiviteit en hoe is dit te kwantificeren? • Indien van toepassing: Op welke wijze kan bij een aanbesteding/contractwisseling op een goede wijze rekening worden gehouden met een eventueel verminderde productiviteit zonder dat de werklast toeneemt? In het onderzoek van ▇▇▇▇▇▇ zijn verschillende stappen genomen om tot beantwoording van deze vragen te komen (zie §1.1). De werklast in de Schoonmaak- en Glazenwassersbranche kan omschreven worden als hoog. Werk-gerelateerde factoren zoals het grote aantal repeterende handelingen, hoge taakfrequentie en tijdsdruk dragen hier sterk aan bij. Fysische omstandigheden als de inrichting van ruimtes en weersomstandigheden kunnen dit verzwaren. Daarnaast dragen organisatorische factoren zoals scherpe prestatienormen, geringe aanwezigheid van en communicatie met leidinggevende en het rooster bij aan de hoge werklast. Vanuit een theoretisch perspectief kunnen oudere medewerkers, als gevolg van een verminderde belastbaarheid, de werklast als zwaarder ervaren dan jongere medewerkers. Dit beeld wordt deels bevestigd in de focusgroepen (§4.3). De resultaten van de vragenlijst laten echter geen significant verschil zien. De zwaarder ervaren werklast kan, via een grotere hoeveelheid klachten, duiden op een verminderde productiviteit. De deelnemers aan de focusgroepen en de vragenlijst geven echter aan niet te ervaren dat oudere medewerkers minder productief zijn dan jongere medewerkers. Dit beeld wordt tevens bevestigd door de resultaten van de tijdstudie waarin geen eenduidig verschil in productiviteit tussen jongere en oudere medewerkers is gevonden. Oudere medewerkers waren zelfs op bepaalde taken sneller en daarmee productiever. Hoewel oudere medewerkers meer klachten ervaren, kan als gevolg van deze bevindingen de veronderstelling dat oudere medewerkers in Schoonmaak- en Glazenwassersbranche minder productief zijn dan jongere medewerkers niet bevestigd worden. Er is op basis van de resultaten uit dit onderzoek dan ook niet te conc...

Related to Eindconclusie

  • Afgifte weigering Woningborg-certificaat Deze overeenkomst wordt aangegaan onder de bij vervulling ontbindende voorwaarde, dat de afgifte van een Woningborg-certificaat wordt geweigerd.

  • Opruimingskosten De kosten voor het afbreken, wegruimen, afvoeren, storten en vernietigen van de verzekerde gevaarsobjecten, die niet reeds in de in artikel 9.1.1 bedoelde vaststelling zijn begrepen en die het noodzakelijk gevolg zijn van een onder deze verzekering gedekte schade.

  • Informatieplicht- en onderzoeksplicht Afgezien van het hiervoor bepaalde staat Verkoper er voor in aan Koper met betrekking tot het Verkochte die informatie te hebben gegeven die naar geldende verkeersopvattingen door hem ter kennis van Koper behoort te worden gebracht. ▇▇▇▇▇ aanvaardt uitdrukkelijk dat de resultaten van het onderzoek naar die feiten en omstandigheden die naar geldende verkeersopvattingen tot zijn onderzoeksgebied behoren, voor zijn risico komen (voor zover deze aan Verkoper thans niet bekend zijn).

  • Einde De verzekeringsovereenkomst eindigt: a door schriftelijke opzegging van de verzekeringsovereenkomst of de desbetreffende dekking: • binnen één maand nadat een gebeurtenis die voor de verzekeraar tot een uitkeringsverplichting kan leiden, door de verzekerde aan de verzekeraar is gemeld of nadat de verzekeraar een uitkering uit hoofde van deze verzekeringsovereenkomst heeft gedaan dan wel heeft afgewezen. Opzegging is slechts mogelijk op gronden welke van dien aard zijn dat gebondenheid aan de overeenkomst niet meer van de opzeggende partij kan worden gevergd. De verzekeringsovereenkomst of de desbetreffende dekking eindigt op de in de opzeggingsbrief genoemde datum, zij het niet eerder dan twee maanden na de datum van dagtekening van de opzeggingsbrief. b door schriftelijke opzegging van de verzekeringsovereenkomst door de verzekeraar: • op de op het polisblad vermelde contractsvervaldatum, mits de verzekeraar een opzeggingstermijn van twee maanden in acht neemt ; • indien de verzekerde naar aanleiding van een gemelde gebeurtenis heeft gehandeld met de opzet de verzekeraar te misleiden. De verzekeringsovereenkomst of de desbetreffende dekking eindigt op de in de opzeggingsbrief genoemde datum; • indien de verschuldigde premie niet tijdig wordt betaald en de verzekeraar, na het verstrijken van de premievervaldag, zonder succes tot betaling van de premie heeft aangemaand. De verzekeringsovereenkomst eindigt op de in de opzeggingsbrief genoemd datum, maar niet eerder dan twee maanden na de datum van dagtekening van de opzeggingsbrief; • binnen twee maanden na de ontdekking dat de mededelings- plicht bij het aangaan van de verzekeringsovereenkomst of de desbetreffende dekking niet is nagekomen en daarbij is gehandeld met de opzet de verzekeraar te misleiden, dan wel de verzekeraar de verzekeringsovereenkomst of de desbetreffende dekking bij kennis van de ware stand van zaken niet zou hebben gesloten. De verzekeringsovereenkomst of de desbetreffende dekking eindigt op de in de opzeggingsbrief genoemde datum. c door schriftelijke opzegging van de verzekeringsovereenkomst of de desbetreffende dekking door de verzekeringnemer • tegen het einde van de eerste contractstermijn, als de verzekeringnemer de verzekeringsovereenkomst minimaal één maand voor de contractvervaldatum van de verzekering opzegt; • na stilzwijgende verlenging van de overeenkomst, op elk gewenst moment, met een opzegtermijn van één maand; • binnen één maand na ontvangst van de schriftelijke mededeling van de verzekeraar, betreffende een wijziging van de premie en/of voorwaarden ten nadele van de verzekeringnemer en/of verzekerde. De verzekeringsovereenkomst of de desbetreffende dekking eindigt op de dag waarop de wijziging volgens de schriftelijke mededeling van de verzekeraar ingaat, zij het niet eerder dan dertig dagen na de datum van dagtekening van bedoelde mededeling; • binnen twee maanden nadat de verzekeraar een beroep op de niet nakoming van de mededelingsplicht bij het aangaan van de verzekeringsovereenkomst of de desbetreffende dekking heeft gedaan. De verzekeringsovereenkomst of de desbetreffende dekking eindigt op de datum die in de opzeggingsbrief is vermeld of bij gebreke daarvan op de datum van dagtekening van de opzeggingsbrief. d van rechtswege: • wanneer de verzekeringnemer zich buiten Nederland vestigt. De verzekering eindigt per contractvervaldatum; • zodra verzekeringnemer of zijn erfgenamen ophouden belang te hebben bij het verzekerde motorrijtuig en de feitelijke macht over het motorrijtuig verliest, c.q. verliezen; • zodra het motorrijtuig in de regel in het buitenland wordt gestald of een niet-Nederlands kenteken gaat voeren;

  • WAT ZIJN UW VERPLICHTINGEN BIJ EEN SCHADEGEVAL? Bij uw melding moet u de volgende documenten toevoegen: • Bij ziekte of ongeval: een medische verklaring met daarop vermeld de oorzaak, aard, ernst en de voorzienbare gevolgen van de ziekte of het ongeval; • Bij overlijden: een overlijdensverklaring, • In alle andere gevallen: alle benodigde bewijsstukken. U dient ons de medische documenten en informatie te verstrekken die nodig zijn voor de verwerking van uw claim. Gebruik hiervoor de voorgedrukte envelop die u van ons ontvangt zodra wij de schadeclaim hebben ontvangen, samen met de vragenlijst die uw arts moet invullen, ten name van ons medisch adviseur. Indien u deze documenten en/of informatie niet in uw bezit heeft, dient u deze op te vragen bij uw arts en ze naar ons toe te sturen in de hierboven genoemde voorgedrukte envelop. U dient ons eveneens alle informatie en documenten te verstrekken die van u gevraagd worden om de reden van uw annulering aan te tonen (stuur deze aanvullende documenten in de voorgedrukte envelop ten name van ons medisch adviseur) en met name: • Alle fotokopieën van recepten die geneesmiddelen, analyses of onderzoeken voorschrijven, evenals alle documenten die de afgifte of uitvoering ervan rechtvaardigen, en in het bijzonder de ziekenbladen van het ziekenfonds die, voor de voorgeschreven medicijnen, een kopie van de overeenkomstige miniatuuretiketten bevatten, • De specificaties van het Franse ziekenfonds (Sécurité Sociale) of van iedere andere soortgelijke instantie, betreffende de vergoeding van behandelkosten en de betaling van dagvergoedingen; • Het originele exemplaar van de factuur met het bedrag dat u nog aan het reisbureau moet betalen of dat het reisbureau inhoudt, • Het polisnummer van uw verzekering, • Het registratieformulier voor de reis van het reisbureau of de reisorganisator, • Bij een ongeval dient u de oorzaken en omstandigheden te vermelden en ons de naam en het adres van de aansprakelijke personen te verstrekken, en indien van toepassing, van de getuigen. • In geval van instapweigering: Een bewijsstuk van de vervoersmaatschappij die u het instappen geweigerd heeft, of van de gezondheidsinstantie; zonder bewijs is er geen enkele vergoeding mogelijk). • En alle andere benodigde documenten. Bovendien wordt uitdrukkelijk overeengekomen dat u bij voorbaat akkoord gaat met een controle door onze medisch adviseur. Indien u hier zonder geldige reden bezwaar tegen maakt, verliest u uw recht op dekking. Stuur uw schademelding naar het volgende adres: Gritchen Affinity ▇▇ ▇▇▇ ▇▇▇▇▇▇▇ ▇▇▇▇▇▇ - CS70139 18021 Bourges Cedex