Spaarverlof Voorbeeldclausules
Spaarverlof. Het verlof als bedoeld in art. 8.20 van deze cao en bijlage IX.
Spaarverlof. 1. De werknemer heeft het recht om verlof te sparen en dit vervolgens op te nemen. De werknemer kan per jaar maximaal 60 uur verlof sparen. De werkgever kan in overleg met de P(G)MR dit maximum verhogen.
2. De voorwaarden voor de opname van spaarverlof zijn opgenomen in bijlage 5 van deze cao.
3. Van deze bepaling zijn de volgende werknemers uitgezonderd:
a. werknemers die tijdelijk zijn benoemd in verband met vervanging van een tijdelijk afwezige werknemer;
b. werknemers die tijdelijk zijn benoemd in verband met het voorzien in een tijdelijke vacature;
c. werknemers die tijdelijk zijn benoemd als leraar in opleiding.
4. In afwijking van artikel 6.1. lid 2 wordt het spaarverlof niet berekend naar rato van de betrekkingsomvang.
Spaarverlof. 1. Dit artikel geldt voor de werknemer die een lopende vastgelegde afspraak heeft om verlof te sparen en dit vervolgens later dan in het desbetreffende schooljaar op te nemen.
2. De regeling spaarverlof is opgenomen in bijlage IX van deze cao.
3. De werkgever treft met instemming van de PGMR, een regeling over de volgorde waarin op termijn de ingediende verzoeken voor spaarverlof zullen worden gehonoreerd, indien hij als gevolg van onvoldoende formatieruimte niet aan alle verzoeken kan voldoen. Indien er geen regeling is getroffen, worden aanvragen behandeld in volgorde van binnenkomst.
Spaarverlof regelt het spaarverlof voor werknemers. Het spaarverlof is bedoeld om werknemers in de gelegenheid te stellen een periode, betaald, met verlof te gaan. Het komt tegemoet aan 2 zaken. Enerzijds aan de in de sector gevoelde behoefte om de zogenaamde "verlofstuwmeren" tegen te gaan en anderzijds is het een mogelijkheid om op een andere wijze invulling te geven aan de ideeën die ten grondslag liggen aan de levensloop. Formeel heeft het daar overigens geen relatie mee. Als een werknemer (voor eigen rekening) besluit deel te nemen in een levensloopregeling, kan dat naast het spaarverlof. Het verlof kan in principe zowel in een aaneengesloten periode worden opgenomen als gedurende een langere tijd voor één of meer dagen per week. De praktische invulling daarvan is onderwerp van overleg tussen werkgever en werknemer. Het is denkbaar dat ook algemene regels worden vastgesteld voor de toepassing van dit artikel. Als dat het geval is dan moet de ondernemingsraad hierbij worden betrokken. Het sparen voor verlof is aan een maximum gebonden; er kan per kalenderjaar tot maximaal 10% van de formele arbeidsduur van de werknemer worden gespaard. Het maximum aantal uren in een spaarsaldo dat kan worden gespaard is gebaseerd op een fulltime dienstverband. Dit maximum, bij een fulltime dienstverband, bedraagt 1670 uren. Hierbij is rekening gehouden met het wettelijk aantal vakantie-uren en vaste verlofdagen. Uitgangspunt is dat bij een fulltime dienstverband er maximaal een jaar verlof aan spaarsaldo mag zijn wat overeenkomt met 1670 uur. Als verlof uit het spaarsaldo wordt opgenomen mag dit weer aangevuld worden tot het maximum. Een aanwezig restant aan verlofuren mag, éénmalig, en bij aanvang van het sparen, in het spaarsaldo worden gestort. Ook hier geldt weer dat dit niet uit het wettelijk aantal vakantie-uren mag worden gespaard. Het wettelijk (art. 7:634 BW) aantal vakantie-uren bedraagt tenminste 4 keer de overeengekomen arbeidsduur per week of, als de overeengekomen arbeidsduur in uren per jaar is uitgedrukt, een overeenkomstige tijd. Deze eenmalige storting dient te worden geregistreerd als bovenwettelijke uren. Sparen kan uit de bovenwettelijke vakantie-uren en compensatie-uren en uren als bedoeld in de artikelen 5.10, 5.11 en 5.12. Om versnippering van het aantal opgenomen uren tegen te gaan is bepaald dat bij opname van het verlof minimaal 10% van de formele arbeidsduur per jaar aan verlof moet worden opgenomen. Er dient door de werkgever geregistreerd te worden of...
Spaarverlof. 1. De werknemer heeft het recht op grond van artikel 2.1, zevende en achtste lid, om verlof te sparen en dit vervolgens later dan in het desbetreffende schooljaar op te nemen.
2. De regeling spaarverlof is opgenomen in bijlage IX van deze CAO.
3. De werkgever treft, met instemming van de P(G)MR, een regeling over de volgorde waarin op termijn de in- gediende verzoeken voor spaarverlof zullen worden gehonoreerd, indien hij als gevolg van onvoldoende for- matieruimte niet aan alle verzoeken kan voldoen. Indien er geen regeling is getroffen worden aanvragen behandeld in volgorde van binnenkomst.
Spaarverlof. 1. Voor de opgebouwde rechten vanaf 1 januari 1998 kunnen tussen de hoofdredacteur en de journalist afspraken worden gemaakt over het opsparen van vrije dagen, zoals de bovenwettelijke vakantiedagen en de extra vrije dagen voor oudere journalisten als bedoeld in artikel 6.2 van de CAO. Met uitzondering van de Seniorendagen als bedoeld in artikel 6.2 vervallen deze dagen na vijf jaar.
2. De opgespaarde dagen kan de journalist in overleg met de hoofdredacteur aanwenden voor een langere tussentijdse aanééngesloten verlofperiode, voor verlof voorafgaande aan de VUT of voor het tijdelijk verkorten van de werkweek.
3. De hoofdredacteur heeft het recht het verzoek om in een bepaalde periode op te nemen af te wijzen als het bedrijfsbelang zich daartegen verzet.
Spaarverlof. Het verlof in verband met compensatieverlof bedoeld in artikel 2.1, achtste lid van deze cao en bijlage IX.
Spaarverlof. 1. De medewerker heeft de mogelijkheid om maximaal 1900 verlofuren te sparen in een aparte verlofpot. De verlofuren kunnen worden gespaard door middel van:
a. de inbreng van bovenwettelijke vakantie-uren van het lopende kalenderjaar;
b. de inzet van de overwerkvergoeding, zoals bedoeld in artikel 6:2; per kalenderjaar maximaal 38 verlofuren. De aanspraak op de verlofuren in het spaarverlof verjaart niet.
2. De medewerker overlegt ruim van te voren met werkgever over het opnemen van zijn spaarverlof-uren. De werkgever stemt in met het verzoek tenzij gewichtige redenen zich daartegen verzetten.
3. Bij arbeidsongeschiktheid tijdens het spaarverlof houdt de medewerker recht op de gemiste spaarverlof-uren, mits hij zijn arbeidsongeschiktheid direct bij werkgever meldt en zich aan de voorschriften ter zake houdt. In dat geval worden niet genoten spaarverlof-uren teruggeboekt in het spaarverlof.
4. De uren in het spaarverlof kunnen niet worden uitbetaald, behalve bij uitdienst¬treding. Bij overlijden van de medewerker wordt het spaarverlof uitbetaald aan de erven.
5. Op 31 december van ieder jaar mag het totaal aan niet opgenomen wettelijke en bovenwettelijke vakantie-uren en de verlofuren in het spaarverlof niet meer dan 1900 uren bedragen. Verlofuren boven deze 1900 uren worden uitbetaald; deze uitbetaalde uren worden in mindering gebracht op het spaarverlof-saldo.
6. De waarde van een verlofuur is bepaald op 116,33% van het uursalaris.
Spaarverlof. Het verlof in verband met compensatieverlof bedoeld in artikel 2.1, achtste lid van deze cao. De periode waarin compensatieverlof als bedoeld in artikel 8.23 van deze cao wordt gespaard.
Spaarverlof. 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
