Arbeidstijdverkorting Voorbeeldclausules
Arbeidstijdverkorting. Voor werknemers die ingezet worden in de 3 ploegendienst of volcontinu kan gesproken worden over arbeidstijdverkorting.
Arbeidstijdverkorting. 1. Artikel 7:628 van het Burgerlijk Wetboek is van kracht. De werkgever is echter niet gehouden, het loon aan betrokken werknemers door te betalen over de uren waarin geen arbeid is verricht, ten gevolge van de invoering door de werkgever van een verkorte werkweek (een 0-uren week daaronder begrepen).
2. Indien tot invoering van een verkorte werkweek als wordt bedoeld in lid 1 wordt besloten, dan deelt de werkgever dit mede aan de vakbonden die partij zijn bij deze overeenkomst.
3. Ten aanzien van de gevallen als bedoeld in lid 1 gaat de regeling uit van de situatie waarin artikel 8 van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 toepasselijk is.
4. Bij wijziging van de desbetreffende wettelijke bepalingen zal over een herziening van deze regeling nader overleg tussen partijen worden gepleegd.
Arbeidstijdverkorting a. Ingangsdatum en omvang
Arbeidstijdverkorting. 1. Bij aanvang van het kalenderjaar worden 22 atv-dagen toegekend. Van deze dagen worden er ten hoogste 14 door de werkgever aangewezen. De aanwijzing geschiedt voor het einde van de werkdag, voorafgaande aan de atv-dag. De overige 8 dagen worden in overleg tussen werkgever en werknemer één keer per maand vastgesteld, behalve in de maanden juni, juli en augustus.
2. Van de overeenkomstig lid 1 genoemde 14 door de werkgever aan te wijzen atv-dagen kunnen er maximaal 7 worden opgesplitst in blokken van minimaal 2 uur. De aanwijzing kan geschieden op de dag zelf, doch maximaal eenmaal per dag. Tijdens deze atv-uren mogen er op dezelfde locatie als waar de werknemer werkzaam was, geen inleenkrachten worden/zijn ingezet in een gelijkwaardige en/of uitwisselbare functie. Bij het aanwenden van atv overeenkomstig en het tijdsdeel van de tijd-voor-tijdregeling van artikel 12 lid 2 geldt dat per functiegroep eerst de atv wordt opgenomen.
3. Tijdens arbeidsongeschiktheid worden geen atv-dagen toegekend.
4. Aan het eind van het kalenderjaar heeft verrekening van atv-dagen plaats op basis van de volgende uitgangspunten en regels: • Het aantal atv-dagen wordt bepaald aan de hand van de volgende formule:
Arbeidstijdverkorting. 14.1 Artikel 616 B.W. is van toepassing met dien verstande dat de werkgever, na de daartoe verkregen vergunning, met inachtneming van de overheidsbepalingen en beschikkingen, bij toekenning van arbeidstijdverkorting alleen de daadwerkelijk gewerkte uren aan de werknemer zal uitkeren.
Arbeidstijdverkorting. A - De 104 uren arbeidstijdverkorting per jaar voor dagdienst medewerkers worden toegekend volgens een tarief van 2 uren per week. Arbeidstijdverkorting zal in het rooster worden verwerkt zodat dit niet het normale werkschema van 40 werkuren vermindert; ook zal het geen vermindering betekenen van de bedrijfstijd.
B - Arbeidstijdverkorting mag alleen worden opgenomen in blokken van 8 uren, die recht zullen geven op een roostervrije dag. Roostervrije dagen worden in principe opgenomen gedurende de maand volgend op de maand waarin de arbeidstijdverkorting werd verdiend. Een roostervrije dag mag worden ingedeeld na overleg met de directe chef van de werknemer.
C - In geval van beëindiging van het dienstverband, kan opgespaarde arbeidstijdverkorting worden opgenomen als vrije tijd voorafgaande aan de datum van beëindiging van het dienstverband.
D - Indien vooraf schriftelijk door de dagdienstmedewerker kenbaar wordt gemaakt, dat men geen gebruik wenst te maken van het recht op 2 uren arbeidstijdverkorting per week en deze keus gemaakt wordt voor telkens een vol kalenderjaar, ontvangt men hiervoor een salarisschaal verhoging van 9%.
Arbeidstijdverkorting. 1. Met ingang van 1 april 2000 kan de werknemer geen aanspraak meer maken op arbeidstijdverkorting.
2. Als de werknemer een individuele arbeidsovereenkomst heeft van na 1 april 2000, waaruit blijkt dat hij nog aanspraak kan maken op roostervrije dagen, dan gelden lid 3 tot en met 5 van dit artikel.
3. De werkgever stelt in overleg met de werknemer aan het begin van het jaar een rooster op waarin voor elk van zijn werknemers de dagen of halve dagen zijn aangegeven, waarop hij roostervrij heeft. Als de werknemer ziek is of anderszins niet in staat is zijn roostervrije dag, of halve dag op te nemen, kan hij geen aanspraak maken op een vervangende roostervrije dag, of halve dag.
4. In overleg tussen werkgever en werknemer(s) kan van de in lid 3 vermelde systematiek van roosteren worden afgeweken.
5. Als het bedrijfsbelang het noodzakelijk maakt dat op roostervrije dagen wordt doorgewerkt, kan in overleg tussen werknemer en werkgever gekozen worden voor het verschuiven naar een andere datum.
Arbeidstijdverkorting. 1. Bij aanvang van het kalenderjaar worden 22 atv-dagen toegekend. Van deze dagen worden er ten hoogste 14 door de werkgever aangewezen. De aanwijzing geschiedt voor het einde van de werkdag, voorafgaande aan de atv-dag. De overige 8 dagen worden in overleg tussen werkgever en werknemer één keer per maand vastgesteld, behalve in de maanden juni, juli en augustus.
2. Van de overeenkomstig lid 1 genoemde 14 door de werkgever aan te wijzen atv-dagen kunnen er maximaal 7 worden opgesplitst in blokken van minimaal 2 uur. De aanwijzing kan geschieden op de dag zelf, doch maximaal eenmaal per dag. Tijdens deze atv-uren mogen er op dezelfde locatie als waar de werknemer werkzaam was, geen inleenkrachten worden/zijn ingezet in een gelijkwaardige en/of uitwisselbare functie. Bij het aanwenden van atv overeenkomstig en het tijdsdeel van de tijd-voor-tijdregeling van artikel 12 lid 2 geldt dat per functiegroep eerst de atv wordt opgenomen.
3. Tijdens arbeidsongeschiktheid worden geen atv-dagen toegekend.
4. Aan het eind van het kalenderjaar heeft verrekening van atv-dagen plaats op basis van de volgende uitgangspunten en regels: • Het aantal atv-dagen wordt bepaald aan de hand van de volgende formule: 22 atv-dagen -/- ((aantal ziektedagen: aantal werkbare dagen) x 22), waarbij het aantal werkbare dagen 260 of 261 bedraagt. • Een negatief saldo (meer opgenomen dan toegekend) komt in mindering op het aantal atv-dagen/uren van het daarop volgende kalenderjaar. • Een positief saldo (meer toegekend dan opgenomen) wordt aan het aantal atv-dagen/uren van het daarop volgende kalenderjaar toegevoegd. • In het algemeen geldt dat toekenning en opname van atv-dagen/ uren zoveel als mogelijk gelijk dienen te zijn en dat het saldo aan het eind van het kalenderjaar de nul dicht dient te naderen.
a. Eénmaal per jaar heeft de werknemer het recht het saldo van de atv-dagen te verkopen.
b. De waarde van een atv-dag bedraagt 8 maal het basisuurloon van de individuele werknemer inclusief vakantietoeslag.
c. De werkgever maakt bekend op welk moment en op welke wijze de werknemer van dit recht gebruik kan maken. De werknemer geeft aan waarvoor hij de opbrengst wil aanwenden.
6. Het aantal door de werkgever aan te wijzen dagen – inclusief de overeenkomstig artikel 20 lid 4 aangewezen snipperdagen – zal de 15 per jaar niet te boven gaan.
7. De op 1 maart 1991 geldende afwijkende regelingen blijven toegestaan. Per bedrijf kan een afwijkende regeling ten opzichte van de uitroostering in atv-dag...
Arbeidstijdverkorting a. Opnemen en toewijzen ATV Personeelsgroep A De ATV wordt zoveel mogelijk in hele of halve dagen met een minimum aantal van 19 hele dagen toegewezen in de vorm van collectief vrij per ensemble, zo evenwichtig mogelijk verspreid per seizoen, bij voorkeur in hele kalenderweken. Personeelsgroep B Werknemers ingedeeld in Personeelsgroep B kunnen per kalenderjaar hun voorkeur kenbaar maken voor het zo evenwichtig mogelijk door het jaar verspreid opnemen van ATV in hele of halve dagen. De werkgever houdt zoveel mogelijk rekening met deze voorkeur bij de toewijzing. Personeelsgroep C De ATV-dagen zullen zoveel mogelijk worden opgenomen per kalenderjaar in hele of halve dagen, zo veel mogelijk gelijktijdig met het ensemble dat voor het indelen van hun werkzaamheden van bepalende invloed is.
b. Over de tijd gedurende de werknemer geen werkzaamheden heeft verricht en daarmee geen aanspraak op in geld vastgesteld loon heeft, wordt geen recht op ATV opgebouwd.
c. Over de tijd gedurende de werknemer wegens langdurige arbeidsongeschiktheid geen werkzaamheden verricht wordt, nadat het arbeidsongeschiktheidstraject is opgestart, geen aanspraak op ATV verworven. Wanneer een werknemer arbeidsongeschikt is tijdens zijn (collectieve) ATV-dagen, dan heeft hij naar rato recht op compensatie. Voor de tijdsevenredige verrekening wordt uitgegaan van 205 dagen per jaar. Deze dagen worden bij musici dan in uren in mindering gebracht op de Persoonlijke Portefeuille.
d. Niet gerealiseerde ATV - dagen vervallen aan het eind van het seizoen respectievelijk kalenderjaar, behalve wanneer ze op uitdrukkelijk verzoek van de werkgever niet opgenomen kunnen worden binnen het betreffende seizoen of kalenderjaar. PERSONEELSGROEP A MUSICI
Arbeidstijdverkorting a. De werknemer met een normale wekelijkse arbeidsduur van 40 uur heeft recht op 156 roostervrije uren per kalenderjaar.
b. De werknemer met een normale wekelijkse arbeidsduur van min- der dan 40, heeft naar rato van zijn arbeidstijd recht op een even- redig deel van de onder a. genoemde aantallen roostervrije uren.
c. De werknemer met wie het dienstverband in de loop van het kalenderjaar wordt aangegaan dan wel beëindigd, heeft naar rato van de lengte van het dienstverband in dat jaar recht op een even- redig deel van de onder a. en b. genoemde aantallen roostervrije uren.
2. De roostervrije uren worden in overleg met de OR vastgesteld. Bij het ontbreken van een OR worden de roostervrije uren na overleg met de werknemers door de werkgever vastgesteld. De werkgever zal in dat geval rekening houden met de wensen van de OR dan wel bij het ontbreken daarvan met de wensen van de werknemers.
