Deeltijdfactor Voorbeeldclausules
Deeltijdfactor. De deeltijdfactor is de verhouding tussen het overeengekomen aantal arbeidsuren van de Deelnemer per week en het gebruikelijke aantal arbeidsuren per week bij de Werkgever. De aldus bepaalde factor wordt gemaximeerd op één. De deeltijdfactor wordt bij aanvang van deelname vastgesteld en vervolgens wanneer het aantal arbeidsuren wijzigt.
Deeltijdfactor. 1. De deeltijdfactor in enig kalenderjaar is gelijk aan het naar tijdsduur gewogen gemiddelde van de gedurende dat kalenderjaar voor de deelnemer gegolden hebbende deeltijdpercentages. Indien het dienstverband slecht een gedeelte van het kalenderjaar heeft bestaan wordt de gemiddelde deeltijdfactor bepaald over die kortere periode.
2. Indien de werknemer extra uren gewerkt heeft boven de overeen gekomen arbeidsduur per week en daarover geen meeruren toeslag heeft ontvangen, wordt de in lid 1 bedoelde factor verhoogd met een breuk waarvan:
a. de teller gevormd wordt door het aantal extra gewerkte uren dat uitbetaald is in het kalenderjaar, voor zover de werkweek daarbij een gemiddelde van 3G uur niet overschrijdt, en
b. de noemer gevormd wordt door het totaal aantal uren in het kalenderjaar bij een basis arbeidsduur van 3G uur per week.
Deeltijdfactor. De breuk waarvan de teller gelijk is aan de gedeeltelijke arbeidstijd overeenkomstig de arbeidsovereenkomst en de noemer gelijk is aan de arbeidstijd bij een volledige dienstbetrekking.
Deeltijdfactor. Uw deeltijdfactor wordt berekend op basis van het gewogen gemiddelde van de deeltijdfactoren, zoals die golden in de maximaal 13 PRIS-perioden voorafgaand aan de eerste ziektedag of de datum van ingang van de uitkering op grond van de WW.
Deeltijdfactor. 1. Heeft u recht op premievrije voortzetting van de pensioenopbouw in verband met arbeidsongeschiktheid? Dan wordt voor dit deel van de pensioenopbouw uw deeltijdfactor niet berekend op basis van artikel 3.4. Uw deeltijdfactor wordt dan berekend op basis van het gewogen gemiddelde van de deeltijdfactoren, zoals die golden in de vijf kalenderjaren voorafgaand aan uw eerste ziektedag.
2. Bent u korter dan vijf kalenderjaren voor uw eerste ziektedag deelnemer? Dan geldt het gewogen gemiddelde van de deeltijdfactoren van deze kortere periode.
Deeltijdfactor. De Deeltijdfactor is de verhouding tussen het overeengekomen aantal arbeidsuren van de Deelnemer per week en het gebruikelijke aantal arbeidsuren per week bij zijn Werkgever. De op deze manier bepaalde factor wordt gemaximeerd op één. De Deeltijdfactor bij het gebruik maken van het Generatiepact is de Deeltijdfactor zoals die direct voorafgaand aan het Generatiepact gold.
Deeltijdfactor. 1. De deeltijdfactor is de verhouding tussen het overeengekomen aantal arbeidsuren van de Deelnemer per week en het volledige aantal arbeidsuren per week bij de Werkgever behorende bij de functie.
2. Als een Deelnemer in deeltijd werkt, wordt daarmee als volgt rekening gehouden: - de pensioengrondslag wordt op voltijdsbasis vastgesteld; - ieder deelnemersjaar waarin in deeltijd is gewerkt wordt voor een evenredig deel in aanmerking genomen. Voor toekomstige deelnemersjaren wordt in dit verband aangenomen dat de laatste deeltijdfactor tot de Pensioendatum gelijk blijft.
3. Een wijziging van de deeltijdfactor in de loop van een jaar – waaronder begrepen wordt de aanvang of het einde van deeltijdwerk – heeft gevolg voor de pensioenberekening vanaf de wijzigingsdatum.
4. Voor de berekening van partner- en wezenpensioen bij overlijden van een Deelnemer wordt uitgegaan van de veronderstelling dat de in de maand van overlijden van de Deelnemer geldende deeltijdfactor van kracht zou blijven tot de Pensioenrichtdatum.
5. De deelnemersbijdrage wordt voor een Deelnemer die in deeltijd werkt berekend door de deelnemersbijdrage te berekenen die zou gelden als de Deelnemer een voltijds dienstverband zou hebben bij de Werkgever. De Deelnemersbijdrage wordt vervolgens vermenigvuldigd met de deeltijdfactor.
Deeltijdfactor. 1. De deeltijdfactor is de breuk waarvan de teller gelijk is aan de contractuele arbeidstijd van de Deeltijdwerker en de noemer gelijk is aan de arbeidstijd die behoort bij een volledige dienstbetrekking zoals die geldt voor de personeelsgroep waartoe de Deelnemer behoort.
2. Als een Deelnemer in deeltijd werkt, wordt daarmee als volgt rekening gehouden: - de Basispensioengrondslag wordt op fulltime basis vastgesteld; - ieder deelnemersjaar waarin in deeltijd is gewerkt, wordt voor een evenredig deel in aanmerking genomen. Voor toekomstige deelnemersjaren wordt in dit verband aangenomen dat de laatste deeltijdfactor tot de Pensioenrichtdatum gelijk blijft.
3. Een wijziging van de deeltijdfactor in de loop van een jaar – waaronder begrepen wordt de aanvang of het einde van deeltijdwerk – heeft gevolgen voor de pensioenberekening vanaf de wijzigingsdatum.
4. Voor de berekening van Partner- en Wezenpensioen bij overlijden van een Deelnemer wordt uitgegaan van de veronderstelling dat de in de maand van overlijden van de Deelnemer geldende deeltijdfactor van kracht zou blijven tot de Pensioenrichtdatum.
Deeltijdfactor. 1. De deeltijdfactor is de verhouding tussen het overeengekomen aantal arbeidsuren van de Deelnemer per week en het gebruikelijke aantal van 40 arbeidsuren per week bij de Werkgever, zoals die gold voorafgaand aan de Arbeidsongeschiktheid.
2. Als een Deelnemer in deeltijd werkte voorafgaand aan de Arbeidsongeschiktheid, wordt daarmee als volgt rekening gehouden: - de pensioengrondslag wordt op voltijdbasis vastgesteld; - ieder deelnemersjaar wordt voor een evenredig deel in aanmerking genomen.
3. Voor de berekening van partner- en wezenpensioen bij overlijden van een Deelnemer wordt uitgegaan van de veronderstelling dat de deeltijdfactor van kracht blijft tot de Pensioenrichtdatum.
Deeltijdfactor. De omvang van een deeltijdbetrekking wordt aangegeven door de deeltijdfactor. De deeltijdfactor is een breuk waarvan - de noemer wordt gevormd door het bedrag van het loon als bedoeld in art. 3.1, lid 2a, dat zou gelden bij volledige dienstbetrekking bij de werkgever en - de teller wordt gevormd door het bedrag van het feitelijk genoten loon als bedoeld in art. 3.1, lid 2a.
