Verloop van de procedure Voorbeeldclausules
Verloop van de procedure. 1.1. Bij rechtstreeks aan beklaagde en tegelijkertijd als cc aan de afdeling NVM Consumenten- voorlichting gezonden e-mail van 13 juni 2017 (09.28 uur) met bijlagen heeft mevrouw N. namens P. B.V., hierna verder te noemen: ”klager”, een klacht ingediend tegen de heer X, hierna verder te noemen: “beklaagde” .
1.2. Conform bij “Klachtformulier” d.d. 29 augustus 2017 door klagers gedaan verzoek heeft de afdeling NVM Consumentenvoorlichting het klachtdossier doorgezonden aan de Stichting Tuchtrechtspraak NVM, die het klachtdossier bij e-mails van 4 september 2017 (14.03 uur) ter verdere be-/afhandeling heeft overgedragen aan de Raad van Toezicht Zuid.
1.3. Beklaagde heeft op 10 november 2017 een verweerschrift met bijlagen ingediend.
1.4. De Raad heeft de klacht op 14 december 2017 ter zitting behandeld. Voor die zitting zijn partijen door de secretaris van de Raad bij brief van 17 oktober 2017 opgeroepen. Naar aanleiding daarvan zijn ter zitting verschenen en door de Raad gehoord: - mevrouw N. namens P. B.V., ▇▇▇▇▇▇ - de heer X, beklaagde, vergezeld door mevrouw ▇. – werkzaam bij [bedrijfsnaam]- als getuige.
1.5. Tijdens de zitting op 14 december 2017 heeft ieder van partijen gereageerd op vragen van de Raad en zijn standpunt nader mondeling toegelicht.
1.6. Naar aanleiding van de zitting zijn partijen bij e-mail van 19 december 2017 (10.53 uur) nog in de gelegenheid gesteld vóór 15 januari 2018 nadere (bewijs)stukken in te dienen. Klager heeft dat bij brief van 27 december 2017 gedaan. Beklaagde heeft op de eerdergenoemde e-mail van 19 december 2017 niet gereageerd.
1.7. Naar aanleiding van de zitting heeft de Raad voorts mr. V., advocaat te G., om informatie verzocht, die mr.V. bij e-mail van 10 januari 2018 (15.22 uur) heeft gegeven.
1.8. Tenslotte heeft de Raad de klacht beoordeeld op grond van de door partijen ter zitting gegeven toelichting(en) en de navolgende stukken:
1. het door de afdeling NVM Consumentenvoorlichting samengesteld dossier, waaronder de klachtmail d.d. 13 juni 2017 met 8 bijlagen;
2. het verweerschrift d.d. 10 november 2017 met daarin genoemde bijlagen;
3. de door de secretaris van de Raad aan partijen gezonden e-mail van 19 december 2017;
4. de ▇▇▇ ▇▇▇▇▇▇ ontvangen brief d.d. 27 december 2017 met daarin genoemde bijlagen;
5. de door de secretaris van de Raad aan mr. V. gezonden brief d.d. 20 december 2017;
6. de van mr. V. ontvangen e-mail van 10 januari 2018.
Verloop van de procedure. Voor het verloop van de procedure verwijst het college naar de stukken die in bijlage I van dit besluit zijn opgesomd.
Verloop van de procedure. 1.1 Bij brief van 28 oktober 2019 met bijlagen heeft geïntimeerde/klaagster (hierna: klaagster) in eerste aanleg een klacht ingediend bij de klachtencoördinator van de NVM. De klacht is met het klachtformulier van 27 november 2019 op 4 maart 2020 doorgeleid naar de Raad van Toezicht Noord (hierna: de Raad van Toezicht). In de beslissing van 24 november 2020, verzonden op 24 november 2020, is op die klacht beslist. De Raad van Toezicht heeft de klacht gegrond verklaard en aan de Makelaar de maatregel van berisping opgelegd met veroordeling van de Makelaar in de kosten van de klachtprocedure.
1.2 Appellant/beklaagde in eerste aanleg (hierna: De Makelaar) is bij e-mail van 6 januari 2021 tijdig van de beslissing van de Raad van Toezicht in hoger beroep gekomen. In het beroepschrift van 16 februari 2021 heeft de Makelaar de gronden van zijn beroep uiteengezet.
1.3 Klaagster heeft op 22 maart 2021 haar verweerschrift ingediend.
1.4 Bij e-mail van 21 november 2021 heeft de Makelaar aanvullende producties ingediend. Klaagster heeft hierop bij e-mail van 22 november 2021 aanvullende producties ingediend.
1.5 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 23 november 2021. Verschenen zijn: - de Makelaar in persoon, bijgestaan door mr. W.H.M. Cnossen; - klaagster in persoon, bijgestaan door mr. A.P. Maes. Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen hun standpunten nader toegelicht, onder andere aan de hand van pleitaantekeningen, en vragen van de Centrale Raad van Toezicht beantwoord.
Verloop van de procedure. 1. Behandeling van een geschil vangt aan binnen 7 dagen na de dag waarop een van de partijen het geschil bij DigiDispuut heeft aangemeld. De behandeling is in beginsel digitaal (online) maar kan op verzoek van een van de partijen eveneens schriftelijk (hard-copy) worden gevoerd. Een verzoek tot behandeling op papier dient bij het aanmelden van het geschil te worden gedaan.
2. De digitale behandeling van het geschil houdt in dat alle stukken over en weer per e-mail verstuurd worden en dat alle overige communicatie ook via deze weg verloopt. De hoorzitting is van dit regime uitgezonderd, deze vindt plaats via een door de beoordelaar te kiezen digitaal platform welke geschikt is voor video-gesprekken.
3. Behandeling van een geschil eindigt door het buiten behandeling stellen van een geschil op grond van het in artikel 1 lid 3 van dit reglement bepaalde, door intrekking door de partij die het geschil heeft aangemeld of door een bindende einduitspraak.
4. Behandeling van een geschil kan voor de duur van maximaal 3 maanden worden aangehouden op verzoek van een van de betrokken partijen of op initiatief van DigiDispuut.
5. Een verzoek tot aanhouding van de behandeling zoals bedoeld in het voorgaande lid dient schriftelijk en met redenen omkleed bij de behandelaar te worden ingediend. De behandelaar laat zich over het aanhouden van de zaak uit binnen 7 dagen. In het geval dat de behandeling wordt aangehouden informeert de beoordelaar partijen hiervan schriftelijk in de vorm van een tussentijdse uitspraak.
6. Een procedure bij DigiDispuut bestaat uit twee schriftelijke rondes. Partijen krijgen in de eerste ronde ruimte om stukken aan te voeren, in de tweede ronde wordt de ruimte geboden aan partijen om te reageren op de aangevoerde stukken. De beoordelaar kan daarna nog een schriftelijke ronde gelasten en/of een online hoorzitting gelasten.
7. In het geval dat een online hoorzitting door de beoordelaar wordt gelast, informeert hij partijen hierover middels een tussentijdse uitspraak waarbij partijen wordt gevraagd hun verhinderdata voor de op de tussentijdse uitspraak volgende kalendermaand op te geven. De beoordelaar informeert partijen vervolgens over de datum waarop de online hoorzitting plaats zal hebben.
8. Partijen zijn verplicht te verschijnen bij een online hoorzitting, verschijnt een partij niet dan kan de beoordelaar daaraan de conclusie verbinden die hij geraden acht.
9. DigiDispuut streeft er naar de gehele behandeling niet langer dan drie kalendermaand...
Verloop van de procedure. Verzoek van de huurder De Huurcommissie heeft op 28 december 2018 een verzoek van de huurder ontvangen. Daarin vraagt de huurder aan de Huurcommissie om de redelijkheid van de overeengekomen huurprijs te beoordelen. De huurovereenkomst is ingegaan op 15 mei 2018. De huurprijs is € 325,00 per maand. Onderzoek door de Huurcommissie De Huurcommissie heeft op 1 juli 2019 een voorbereidend onderzoek in de woonruimte laten uitvoeren. Van dit onderzoek is een rapport opgemaakt. De Huurcommissie heeft dit rapport aan de huurder en de verhuurder gestuurd.
Verloop van de procedure. Verzoeker en KLM hebben op respectievelijk 27 en 28 juni 2022 een verzoekschrift en verweerschrift ingediend in een verzoek als bedoeld in artikel 96 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), waarin zij hun standpunten hebben verwoord. Vervolgens is een mondelinge behandeling bepaald. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 7 juli 2022 te 13.30 uur. Verzoeker is bij die mondelinge behandeling in persoon verschenen, vergezeld door zijn gemachtigden. Voor KLM is dhr. Naam 1 (voorzitter RvC) verschenen, eveneens vergezeld door de gemachtigden. Partijen hebben, mede aan de hand van een pleitnota, hun standpunten toegelicht, en vragen van de kantonrechter beantwoord. Daarna is vonnis bepaald op heden.
Verloop van de procedure. De Huurcommissie heeft op 4 januari 2022 een verzoek van de huurder ontvangen om uitspraak te doen over de redelijkheid van de overeengekomen aanvangshuurprijs in de huurovereenkomst. Zittingsdatum: 25 juli 2022 Zittingsvoorzitter: ▇▇. ▇.▇.▇. ▇▇▇▇▇ Zittingsleden: ing. A.P.W. ▇▇▇▇▇ en M.P.C. Kaptein De huurder en de verhuurder zijn schriftelijk uitgenodigd voor de behandeling van het verzoek op de zitting van de Huurcommissie. Korte samenvatting verklaring huurder: • Het contract dat ik heb opgestuurd is het enige huurcontract. Er is geen huurcontact tussen tussen mij als onderhuurder en de hoofdhuurder. Er is ook geen huurcontract tussen mij en de verhuurder. Ik betaal huur aan de hoofdhuurder. Wij huren en wonen samen. • Er is iemand langsgekomen en toen is geconstateerd dat het probleem er niet meer was, dus het lijkt verholpen. Er zitten alleen nog gele vlekken maar deze zijn niet erger geworden en heb ook geen andere plekken gemerkt. • Van de trap heb ik nog geen last gehad. Korte samenvatting verklaring gemachtigde van de verhuurder: • Wij hebben in januari 2021 het beheer overgenomen. • Met de onderverhuur is in het huurcontract expliciet ingestemd. • Ik kan het navragen maar weet niet waarom voor deze constructie is gekozen. Er wordt wel vaker gewerkt met hoofd- en onderhuurder. • Voor de gebreken zijn we twee keer langs geweest om het te verhelpen. We hebben daarna niks meer vernomen. • Wij gaan zorgen dat de vervolgschade wordt opgelost. De trapleuning kunnen we ook nog doen.
Verloop van de procedure. 1.1 Bij brief van 15 maart 2012 heeft appellante een klacht ingediend bij de afdeling Con- sumentenvoorlichting van de NVM. Deze heeft de klacht doorgeleid naar de Raad van Toezicht Amsterdam. In de beslissing van 15 mei 2013, verzonden op 10 juli 2013, is op die klacht beslist. In deze beslissing is de tegen beklaagde ingediende klacht onge- grond verklaard. Bij brief van 22 augustus 2013, ontvangen op 23 augustus 2013, is ap- pellante tijdig van deze beslissing in hoger beroep gekomen.
1.2 In haar brief van 22 augustus 2013 heeft appellante de gronden aangevoerd waarop haar hoger beroep is gebaseerd.
1.3 Beklaagde heeft in zijn op 31 oktober 2013 ontvangen verweerschrift in hoger beroep verweer gevoerd.
1.4 De Centrale Raad van Toezicht heeft kennis genomen van de in eerste instantie tussen partijen gewisselde stukken en de beslissing van de Raad van Toezicht.
1.5 Ter zitting van 23 januari 2014 van de Centrale Raad van Toezicht zijn verschenen; - appellante in persoon, bijgestaan door mr. B. van den Berg; - beklaagde in persoon, bijgestaan door mr. M.J.G. Boender-Lamers.
1.6 Partijen zijn door de Centrale Raad van Toezicht gehoord en hebben hun standpunten nader toegelicht.
Verloop van de procedure. 7. De CBIA heeft de FTAC op 30 mei 20185 per brief benaderd. Aanleiding voor de brief was de intrekking van Landsbesluit houdende Algemene Maatregelen, PB 1986, no. 120, dat de tarieven voor huisartsen en medisch specialisten regelde. In de brief zegt de CBIA te menen dat medische tarieven bij landsbesluit vastgesteld dienen te worden en dat concurrentie daarbij geen rol kan spelen. In de visie van de CBIA zou de FTAC een ontheffing moeten verlenen conform artikel 3.5, lid 1 van de Landsverordening inzake concurrentie. De CBIA vraagt de FTAC om een standpunt in deze kwestie.
8. Naar aanleiding van de brief van 30 mei 2018 heeft de FTAC de CBIA op 11 juni 2018 uitgenodigd ten kantore van de FTAC voor een toelichtingsgesprek.6 De CBIA was vertegenwoordigd door ▇▇▇▇▇▇▇ ▇. ▇▇▇▇-▇▇▇▇▇▇ (voorzitter), ▇▇▇▇▇▇▇ ▇. ▇▇▇▇▇▇▇▇ (vice-voorzitter) en de heer R.P.J. ▇▇▇▇▇ (secretaris). De CBIA legde de vraag aan de FTAC voor of een eenzijdige actie van de CHV om de consulttarieven voor particuliere zorgverzekerden te verhogen niet tegen de Landsverordening inzake concurrentie is en of vernoemde partij ontheffing kan krijgen van de FTAC. De CBIA stelde dat de CHV in een overleg op 1 juni 2018 met het bestuur van de CBIA aan de CBIA heeft medegedeeld dat de consulttarieven per 1 juni 2018 zijn verhoogd. Ter onderbouwing van het gestelde heeft de CBIA een lijst met huisartsentarieven met ingangsdatum 1 juni 2018 overgelegd.7
9. De FTAC heeft in dit gesprek een korte toelichting gegeven op het kartelverbod en het verschil tussen een signaal en een klacht bij de FTAC. De FTAC heeft toegelicht dat een collectieve vaststelling van tarieven een concurrentiebeperkend doel of effect kan hebben en daardoor in strijd met de Landsverordening inzake concurrentie kan zijn.
10. Op 25 juni 2018 heeft de FTAC de Minister van Gezondheidszorg, Milieu en Natuur schriftelijk benaderd. Aanleiding voor de FTAC om de Minister te benaderen, was dat de tarieven voor particuliere zorg tot enkele jaren geleden door de Minister op basis van een Landsbesluit werden vastgesteld.8 Op 28 juli 2015 is deze
Verloop van de procedure. Klaagster heeft bij e-mail van 14 mei 2021 het geschil bij de Geschilleninstantie Mondzorg aanhangig gemaakt. Klaagster is verzocht aanvullend het geschilformulier in te vullen. De Geschilleninstantie Mondzorg heeft het door klaagster ingevulde geschilformulier eveneens op 14 mei 2021 ontvangen.
