Beëindigingsvergoeding Voorbeeldclausules
Beëindigingsvergoeding. Voor medewerkers die onder dit sociaal plan vallen en gedurende de looptijd van dit sociaal plan boventallig worden, geldt de Rabobank Transitievergoeding. Aanvullend geldt er een garantieregeling. De berekening van de voor de medewerker geldende vergoeding wordt opgesteld door de werkgever met gebruikmaking van het hiervoor geldende Rekenmodel Rabobank Transitievergoeding sociaal plan 2021-2023 en 2023- 2024 en vertrekregeling/ remplaçant, die beschikbaar is via het HR Portaal.
Beëindigingsvergoeding. De boventallige medewerker ontvangt bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst een beëindigingsvergoeding gelijk aan AxBxC, waarbij A = het aantal gewogen dienstjaren bij (de rechtsvoorgangers) van AnQore B.V. 0,5 maand per dienstjaar tot de leeftijd van 35 jaar 1 maand per dienstjaar in de leeftijd van 35 tot 45 jaar 1,5 maand per dienstjaar in de leeftijd van 45 tot 55 jaar 2 maanden per dienstjaar vanaf de leeftijd van 55 jaar B = 1/12 deel van het jaarinkomen C = de correctiefactor 1 Dienstjaren worden niet afgerond. De exacte diensttijd bepaalt de uitkomst van A. Peildatum voor de berekening van de beëindigingsvergoeding is de einddatum van de arbeidsovereenkomst. De beëindigingsvergoeding is minimaal 4/12 van het jaarinkomen. De beëindigingsvergoeding is nooit hoger dan de totale som van het jaarinkomen dat de medewerker zou hebben ontvangen tot aan zijn AOW-gerechtigde leeftijd.
Beëindigingsvergoeding. De vergoeding bedraagt 0,5 bruto maandsalaris per dienstjaar voor de eerste 10 dienstjaren en 1 bruto maandsalaris per dienstjaar vanaf het 11e dienstjaar met een maximum van 18 bruto maandsalarissen. De vergoeding wordt in één keer uitgekeerd. In de beëindigingsver- goeding is de wettelijke transitievergoeding ex 7:673 BW inbegrepen. De werknemer kan hierop derhalve niet nog afzonderlijk aanspraak maken.
Beëindigingsvergoeding. Voor medewerkers die onder dit sociaal plan vallen en gedurende de
Beëindigingsvergoeding. 1. Indien Werkgever te eniger tijd tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst overgaat, anders dan door middel van een ontslag op staande voet wegens een onverwijld aan Werknemer medegedeelde reden in de zin der wet als bedoeld in artikel 7:677 van het Burgerlijk Wetboek en anders dan na twee jaar ziekte, heeft Werknemer recht op een vergoeding als bedoeld in het derde lid.
2. Onder beëindiging van de arbeidsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid wordt tevens begrepen een door de rechter op verzoek van Werkgever uitgesproken ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen in de zin van artikel 7:761b van het Burgerlijk Wetboek, tenzij de ontbinding wordt uitgesproken wegens zodanig verwijtbaar handelen of nalaten van Werknemer dat van Werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren, als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 onder e van het Burgerlijk Wetboek. Iedere door de kantonrechter toegekende vergoeding wordt in mindering gebracht op de vergoeding als bedoeld in het derde lid.
3. De beëindigingsvergoeding is een bedrag, gelijk aan EUR , met dien verstande dat de vergoeding nooit meer kan bedragen dan EUR bruto.
4. De transitievergoeding als bedoeld in artikel 7:763 van het Burgerlijk Wetboek wordt geacht bij de in het derde lid genoemde vergoeding te zijn inbegrepen.
5. De in het derde lid genoemde vergoeding zal door Werkgever worden voldaan binnen een maand na het eindigen van de arbeidsovereenkomst op een door Werknemer aan te geven wijze, mits fiscaal toegestaan en niet kostenverhogend voor Werkgever.
6. Aanpassingen en/of afwijkingen van deze regeling zijn slechts rechtsgeldig indien deze schriftelijk zijn overeengekomen.
7. De in het derde lid genoemde vergoeding kan nooit meer bedragen dan het salaris dat Werknemer zou hebben genoten indien de arbeidsovereenkomst zou zijn voortgezet tot het bereiken van de AOW - gerechtigde leeftijd door Werknemer. Onder salaris wordt in dit verband verstaan het basissalaris, de vakantiebijslag, .
Beëindigingsvergoeding. De medewerker die in fase 2 zelf de arbeidsovereenkomst opzegt, ontvangt bij uitdiensttreding een vrijwillige vertrekvergoeding van 50% van de beëindigingsvergoeding die geldt bij beëindiging van het dienstverband na einde plaatsingstermijn (einde fase 3)4. Deze vrijwillige vertrekvergoeding zal echter nooit meer bedragen dan 6 bruto maandsalarissen en niet minder dan 3 bruto maandsalarissen.
Beëindigingsvergoeding. De plaatsingskandidaat van wie de arbeidsovereenkomst op verzoek van de medewerker eindigt tijdens fase 3 ontvangt bij uitdiensttreding een bruto vergoeding. Deze vergoeding is gelijk aan drie bruto maandsalarissen.
Beëindigingsvergoeding. Het brutobedrag dat de werkgever aan de medewerker betaalt in verband met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst als bedoeld in dit Sociaal Plan.
Beëindigingsvergoeding. Bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst met jou en indien dit sociaal plan op jou van toepassing is, wordt een bruto beëindigingsvergoeding uitgekeerd. De vergoeding wordt per einde van de arbeidsovereenkomst berekend. De vergoeding wordt berekend op basis van de op het moment van totstandkoming van dit sociaal plan geldende wettelijke transitievergoeding (artikel 7:673 BW). Dit betekent dat de beëindigingsvergoeding voor elk kalenderjaar dat jouw arbeidsovereenkomst heeft geduurd gelijk is aan een derde van het bruto maandinkomen. Voor de resterende duur dat jouw arbeidsovereenkomst heeft geduurd, wordt de vergoeding naar rato berekend. De uitkomst wordt vermenigvuldigd met de factor 2,25. Daarbij geldt de maximale transitievergoeding (in 2022 bedraagt deze EUR 86.000 bruto, het maximum beweegt mee met toekomstige indexaties tijdens de looptijd van dit sociaal plan), vermenigvuldigd met 2,25, of een bedrag gelijk aan ten hoogste het loon over twaalf maanden indien dat loon hoger is dan de maximale transitievergoeding vermenigvuldigd met 2,25. Deze berekeningswijze wordt gevolgd tijdens de looptijd van het sociaal plan, ook als de wettelijke berekening van de transitievergoeding tijdens de looptijd zal wijzigen.
Beëindigingsvergoeding. Bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst betaalt de werkgever aan de medewerker een beëindigings- vergoeding. Deze beëindigingsvergoeding bedraagt twee maal de transitievergoeding. De transitievergoeding wordt berekend met toepassing van de wettelijke regelgeving voor het berekenen van de transitievergoeding. Als peildatum voor de berekening geldt de datum waarop de zoekperiode start. De transitievergoeding bedraagt nooit meer dan het wettelijk maximum (in 2023 € 89.000,- bruto) of het jaarsalaris transitievergoeding indien dat hoger is. Daarnaast bedraagt de transitievergoeding nooit meer dan het inkomensverlies tot aan de AOW-gerechtigde leeftijd van de medewerker. In de beëindigingsvergoeding wordt de transitievergoeding uitdrukkelijk geacht te zijn inbegrepen. De boventallige medewerker kan per het einde van de arbeidsovereenkomst dus niet separaat aanspraak maken op een transitievergoeding. Over de uit te betalen beëindigingsvergoeding zullen belasting en premies worden ingehouden conform de geldende fiscale regelgeving in Nederland. De beëindigingsvergoeding wordt in de maand volgend op de uitdiensttreding uitbetaald. De beëindigingsvergoeding kan worden uitbetaald op een door de medewerker aan te geven andere wijze, mits dit fiscaal toelaatbaar is en dit voor de werkgever geen fiscale risico’s met zich meebrengt, waardoor extra kosten ontstaan. Aanvullend geldt dat de medewerker dit uiterlijk 6 weken voorafgaand aan de datum van beëindiging schriftelijk kenbaar moet maken aan de afdeling HR.
