Interne procedure Voorbeeldclausules

Interne procedure. De werkgever informeert de werknemers van zijn voornemen en schakelt de OR/PVT in.
Interne procedure. De medewerker dient zijn bezwaar schriftelijk en gemotiveerd in bij zijn chef. Binnen een maand na indiening van het bezwaar laat de chef schriftelijk en gemotiveerd weten of het bezwaar in behandeling wordt genomen dan wel onmiddellijk wordt afgewezen. Indien van de chef binnen de termijn van één maand geen schriftelijke reactie wordt ontvangen, wordt het bezwaar geacht te zijn afgewezen. De uitkomst van de interne behandeling van het bezwaar zal binnen twee maanden na kennisgeving dat het bezwaar wordt behandeld, schriftelijk en gemotiveerd worden meegedeeld. Indien binnen deze twee maanden geen schriftelijke reactie wordt gegeven, wordt het bezwaar geacht te zijn afgewezen.
Interne procedure. 2.1 Tenzij sprake is van een uitzonderingsgrond als bedoeld in artikel 5 lid 2, meldt betrokkene een vermoeden van een misstand intern bij zijn leidinggevende of indien hij melding aan zijn leidinggevende niet wenselijk acht bij een verantwoordelijke of indien hij melding aan een verantwoordelijke niet wenselijk acht bij de vertrouwenspersoon. Melding aan de vertrouwenspersoon kan ook plaatsvinden naast de melding aan zijn leidinggevende of aan een verantwoordelijke. 2.2 De leidinggevende of de verantwoordelijke legt de melding, met de datum waarop deze ontvangen is, desgevraagd schriftelijk vast en laat die vastlegging voor akkoord tekenen door betrokkene, die daarvan een gewaarmerkt afschrift ontvangt. De leidinggevende of de verantwoordelijke draagt er zorg voor dat de directeur, danwel de voorzitter van de Raad van Commissarissen bij een klacht betreffende de directeur, onverwijld op de hoogte wordt gesteld van een gemeld vermoeden van een misstand en van de datum waarop de melding ontvangen is en dat de directeur een afschrift van de vastlegging ontvangt. Indien betrokkene het vermoeden bij de vertrouwenspersoon heeft gemeld, brengt deze eveneens de directeur op de hoogte met vermelding van de datum waarop de melding ontvangen is, zij het op een met betrokkene overeengekomen wijze en tijdstip. 2.3 Onverwijld wordt een onderzoek naar aanleiding van de melding van een vermoeden van een misstand gestart. 2.4 De directeur stuurt een ontvangstbevestiging aan betrokkene die een vermoeden van een misstand heeft gemeld. In de ontvangstbevestiging wordt gerefereerd aan de oorspronkelijke melding. Dit geldt ook indien betrokkene het vermoeden niet heeft gemeld aan zijn leidinggevende of een verantwoordelijke maar aan een vertrouwenspersoon. 2.5 De directeur beoordeelt of een externe derde als bedoeld in artikel 6 lid 1 van de interne melding van een vermoeden van een misstand op de hoogte moet worden gebracht. 3.1 Binnen een periode van acht weken vanaf het moment van de interne melding wordt betrokkene door of namens de directeur schriftelijk op de hoogte gebracht van een inhoudelijk standpunt omtrent het gemelde vermoeden van een misstand. Daarbij wordt aangegeven tot welke stappen de melding heeft geleid. 3.2 Indien het standpunt niet binnen acht weken kan worden gegeven, wordt betrokkene door of namens de directeur hiervan in kennis gesteld en aangegeven binnen welke termijn hij een standpunt tegemoet kan zien. 4.1 Betrokkene kan een vermoeden van een misst...
Interne procedure. Naast de mogelijkheid zich rechtstreeks te wenden tot de werkgever, de leden van de hiërarchische lijn, een lid van het comité of een vakbondsafgevaardigde, kan de werknemer die meent schade te ondervinden ten gevolge van psychosociale risico’s op het werk, een beroep doen op de interne procedure. De interne procedure maakt het mogelijk dat de werknemer, volgens de nadere regels, een verzoek indient tot: a) hetzij een informele psychosociale interventie; b) hetzij een formele psychosociale interventie; 3.1 De fase voorafgaand aan een verzoek tot psychosociale interventie De werknemer neemt contact op met de vertrouwenspersoon of de preventieadviseur psychosociale aspecten. Uiterlijk tien kalenderdagen na het eerste contact hoort de vertrouwenspersoon of de preventieadviseur psychosociale aspecten de werknemer en informeert hij hem over de mogelijkheden tot interventie. De werknemer kiest, in voorkomend geval, het type interventie waarvan hij gebruik wenst te maken. Indien deze raadpleging plaatsvindt tijdens een persoonlijk onderhoud overhandigt de tussenkomende partij aan de werknemer, op diens vraag, een document ter bevestiging van dit persoonlijk onderhoud. Indien de werknemer geen gebruik wenst te maken van de informele psychosociale interventie of indien deze niet tot een oplossing heeft geleid, kan de werknemer tegenover de preventieadviseur psychosociale aspecten zijn wil uitdrukken om een verzoek tot formele psychosociale interventie in te dienen. De werknemer heeft een verplicht persoonlijk onderhoud met de preventieadviseur psychosociale aspecten alvorens zijn verzoek in te dienen. Dit onderhoud vindt plaats binnen een termijn van tien kalenderdagen volgend op de dag waarop de werknemer zijn wil heeft uitgedrukt om zijn verzoek in te dienen. De werknemer en de preventieadviseur psychosociale aspecten zorgen er voor dat deze termijn wordt gerespecteerd. De preventieadviseur psychosociale aspecten bevestigt in een document dat het verplicht persoonlijk onderhoud heeft plaats gevonden en overhandigt hiervan een kopie aan de werknemer.
Interne procedure. In de mate van het mogelijke wordt de oplossing in eerste instantie nagestreefd tijdens een (of meerdere) rechtstreeks onderhoud tussen de betrokkenen 1. De informele psychosociale interventie
Interne procedure. Fase voorafgaand aan verzoek tot psychosociale interventie Art. 39. - Wanneer een werknemer schade meent te ondervinden van een psychosociaal risico op het werk of slachtoffer meent te zijn van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag, kan deze de vertrouwenspersoon of preventieadviseur, aangeduid in art. 38, contacteren. Deze zal binnen 10 dagen de werknemer horen. Art. 40. –Een werknemer die schade meent te ondervinden van een psychosociaal risico op het werk of slachtoffer meent te zijn van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag, kan een interventie vragen van de vertrouwenspersoon/preventieadviseur. Deze zal, naargelang hij dit nodig acht, gesprekken organiseren, een interventie doen bij een derde of de partijen trachten te verzoenen om zo tot een oplossing te komen. - Formele psychosociale interventie
Interne procedure. 1 Een werknemer met een vermoeden van een misstand of onregelmatigheid binnen de organisatie van zijn werkgever kan daarvan melding doen bij zijn leidinggevende, een verantwoordelijke en/of bij de vertrouwenspersoon. 2 Degene bij wie de melding is gedaan legt deze schriftelijk vast, met daarop de datum waarop deze ontvangen is, en laat die vastlegging voor akkoord tekenen door betrokkene, die daarvan een gewaarmerkt afschrift ontvangt. Degene bij wie de melding is gedaan zorgt ervoor dat de schriftelijke melding aan de directeur wordt doorgestuurd. Wanneer de melding de directeur zelf betreft, wordt deze doorgestuurd aan de voorzitter van de Raad van Commissarissen. 3 Naar aanleiding van de melding van een vermoeden van een misstand wordt direct een onderzoek gestart. 4 De directeur bevestigt de ontvangst van de melding aan de betrokkene, en verwijst daarin naar de oorspronkelijke melding. 5 De directeur beoordeelt of een externe derde van de interne melding van een vermoeden van een misstand op de hoogte moet worden gebracht. 1 Binnen acht weken vanaf het moment van de interne melding wordt betrokkene door of namens de directeur schriftelijk op de hoogte gebracht van een inhoudelijk standpunt omtrent het gemelde vermoeden van een misstand. Daarbij wordt aangegeven of en zo ja tot welke stappen de melding heeft geleid. 2 Indien het standpunt niet binnen acht weken kan worden gegeven, wordt betrokkene door of namens de directeur hiervan in kennis gesteld en aangegeven binnen welke termijn hij een standpunt tegemoet kan zien.
Interne procedure. §1. De werknemer die meent het slachtoffer te zijn van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk, richt zich bij voorkeur tot de vertrouwenspersoon. Deze aanhoort het slachtoffer, eventuele getuigen en de persoon of personen die als dader worden aangeduid. Hij geeft raad en biedt opvang, hulp en de vereiste bijstand aan het slachtoffer. Op verzoek van de werknemer kan hij tevens bemiddelen tussen het slachtoffer en de dader en het nodige doen opdat het probleem op een informele manier wordt aangebracht bij de werkgever. Het is de bedoeling de beide partijen, zowel de werkgever als de werknemer of werknemers onderling, de gelegenheid te bieden om de zaak uit te praten opdat het geweld, het pesten en het ongewenst seksueel gedrag op het werk zouden ophouden. §2. Indien de bemiddeling tot geen resultaat leidt of onmogelijk blijkt, neemt de vertrouwenspersoon op uitdrukkelijk verzoek van het slachtoffer, de met redenen omklede klacht in ontvangst. De met redenen omklede klacht wordt opgenomen in een document dat wordt gedateerd en waarin de verklaring van het slachtoffer en de getuigen worden opgenomen en bij voorkomend geval het resultaat van de bemiddeling. De klager ontvangt een kopie van de met redenen omklede klacht. In het kader van het onderzoek van de met redenen omklede klacht, ontvangen de aangeklaagde en de getuigen een kopie van hun verklaringen. §3. Het is enkel vanaf het ogenblik dat deze gemotiveerde klacht werd ingediend dat de werknemer de specifieke bescherming geniet. De vertrouwenspersoon zendt onmiddellijk de met redenen omklede klacht door aan de aangestelde externe preventieadviseur. Wanneer een procedure op grond van een met redenen omklede klacht werd aangevat, stelt de aangestelde externe preventieadviseur de werkgever onmiddellijk op de hoogte van het feit dat de werknemer die de met redenen omklede klacht heeft ingediend of de werknemer die de getuigenverklaring heeft afgelegd de specifieke bescherming geniet vanaf het ogenblik dat deze klacht werd ingediend of vanaf het ogenblik dat de getuigenverklaring werd afgelegd. De getuige in rechte deelt zelf aan de werkgever mede dat de specifieke bescherming op hem van toepassing is, vanaf het ogenblik van de oproeping of de dagvaarding om te getuigen in rechte. In de oproeping en de dagvaarding wordt vermeld dat het aan de werknemer toekomt zijn werkgever op de hoogte te brengen van deze bescherming. In andere gevallen is de persoon die de klacht in ontvangst neemt er t...
Interne procedure. De eerste aanspreekpunten van een personeelslid zijn een lid van de hiërarchische lijn of de scholengroep als werkgever die rechtstreeks bevoegd zijn een oplossing te bieden voor het gestelde probleem. De preventieadviseur arbeidsgeneesheer, de preventieadviseur van de gemeenschappelijke preventiedienst, een lid van het bevoegde comité of een vakbondsafgevaardigde zijn ook belangrijke aanspreekpunten waar een personeelslid een beroep op kan doen. Wanneer het inschakelen van deze personen zonder succes blijft of wanneer de werknemer deze stap niet wil zetten, kan hij gebruik maken van de specifieke interne procedure die bestaat uit twee types interventie. De werknemer moet hiervoor contact opnemen met de vertrouwenspersoon of de preventieadviseur psychosociale aspecten van het werk. Hun coördinaten zijn in het volgende onderdeel terug te vinden. Binnen de 10 kalenderdagen na dit eerste contact zullen de vertrouwenspersoon of de psychosociale preventieadviseur de werknemer horen en hem informeren over de mogelijkheden tot interventie. → de informele psychosociale interventie • onthaal, actief luisteren of een advies; • een interventie bij een andere persoon van de welzijnsvoorziening, inzonderheid bij een lid van de hiërarchische lijn; • een verzoening tussen de betrokken personen voor zover de werknemer hiermee akkoord gaat. → formele psychosociale interventie (enkel bij de psychosociale preventieadviseur) • verzoek tot formele psychosociale interventie met een hoofdzakelijk collectief karakter; • verzoek tot formele psychosociale interventie met een hoofdzakelijk individueel karakter; • verzoek tot formele psychosociale interventie voor feiten van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag. De scholengroep voorziet de wedertewerkstelling van personeelsleden die verklaard hebben het voorwerp te zijn geweest van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk en de begeleiding van deze personen naar aanleiding van hun wedertewerkstelling. Een gedetailleerd overzicht van het verloop van de interne procedures, de mogelijke externe procedures, bescherming en represailles zijn terug te vinden in de bijlage van dit arbeidsreglement.
Interne procedure. Naast de mogelijkheid zich rechtstreeks te wenden tot het bestuur, de hiërarchische leidinggevende of de vakbondsafgevaardigde, kan het personeelslid dat meent psychische en/of lichamelijke schade te ondervinden ten gevolge van psychosociale risico’s op het werk, een beroep doen op een specifieke interne procedure. In dat geval wendt het personeelslid zich tot de vertrouwenspersoon of de bevoegde preventieadviseur psychosociale lasten.