Hoorzitting Voorbeeldclausules
Hoorzitting. U kan ook vragen om gehoord te worden. Dat gebeurt tijdens een hoorzitting. Op de hoorzitting kan u zich laten bijstaan of vertegen- woordigen door een raadsman, een huurdersbond of een vertrouwens- persoon. Wenst u vertegen- woordiging door een huurdersbond of vertrouwenspersoon, dan is een schriftelijk mandaat nodig. Het organiseren van een hoorzitting vraagt meer tijd. Daarom is de beslissingstermijn van de toezicht- houder langer, namelijk 60 dagen.
Hoorzitting. 1. De Geschillencommissie Arbeidsvoorwaarden behandelt de ingekomen verzoekschriften in de regel in voltallige zitting. Is een bepaalde zaak naar het oordeel van de voorzitter van zeer eenvoudige aard, dan kan de voorzitter die zaak als alleenzittend lid afdoen, mits hij daarvan een week tevoren kennis geeft aan de andere leden van de Geschillencommissie Arbeidsvoorwaarden en geen hunner zich daartegen verzet.
2. De zitting is openbaar, tenzij
a. een partij verzoekt de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren plaats te laten vinden;
b. de Geschillencommissie Arbeidsvoorwaarden bepaalt dat, in het belang van de openbare orde of zedelijkheid of om gewichtige, in het verslag van de zitting te vermelden redenen, de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren zal plaatsvinden.
3. De Geschillencommissie Arbeidsvoorwaarden is gehouden aan de partijen gelegenheid te geven hun zaak mondeling toe te lichten, indien zij daartoe de wens te kennen geven.
4. Partijen kunnen zich laten bijstaan door een raadsman.
5. Als de Geschillencommissie Arbeidsvoorwaarden dat ter beslissing van de zaak nodig acht, kan zij al dan niet op grond van een daartoe strekkend verzoek van een partij getuigen en deskundigen ter zitting horen.
6. De Geschillencommissie Arbeidsvoorwaarden is gerechtigd bij de behandeling van een zaak een ieder te horen, die daarvoor naar haar mening in aanmerking komt.
7. Tijdens de zitting is het partijen en derden verboden beeld- en/of geluidsopnames te maken, tenzij partijen en de voorzitter hiervoor toestemming geven.
Hoorzitting. Op 21 september 2020 vond een hoorzitting plaats. De werknemer en zijn gemachtigde [naam en organisatie van gemachtigde van werknemer] hebben voorafgaand aangegeven niet aanwezig te zullen zijn bij de hoorzitting. De commissie heeft de gemachtigde van werkgever tijdens de hoorzitting in de gelegenheid gesteld het verzoek nader toe te lichten. De commissie heeft tijdens de zitting enkele vragen gesteld. Naast de voornoemde gronden van het verzoek en verweer zijn de volgende punten als volgt, samengevat, aan de orde gekomen: - Het bestuur van de werkgever heeft besloten de DVO’s af te bouwen en niet te verlengen, omdat zij voortzetting te risicovol achtte aangezien bij stopzetting van de dienstverlening de frictiekosten voor rekening kwamen van de drie genoemde GR-gemeenten. In vergoeding van frictiekosten was echter niet voorzien in de DVO’s. De werkgever krijgteen vergoeding per product waardoor hij sterk afhankelijk is van de vraag. De werkgever ziet nu een enorme terugloop in DVO’s en meer frictiekosten, zij hebben besloten te temporiseren en wel tijdelijk de dienstverlening te verlengen. Veel gemeenten zijn echter andere constructies aangegaan of gaan aanbesteden, waarbij de werkgever inmiddels twee aanbestedingen heeft verloren. De werkgever verwacht daardoor een snellere krimp dan zij hadden voorzien. Er waren nabij 24 DVO’s, nu zijn er nog 11 DVO’s. - Het oorspronkelijke advies van de ondernemingsraad van 23 november 2017 waarin stond dat er geen sprake zou zijn van gedwongen ontslagen is door de tijd en ontwikkelingen ingehaald. In het advies van de ondernemingsraad van 30 april 2018 over de afdeling van werknemer is deze voorwaarde in overleg met de ondernemingsraad niet meer opgenomen, aangezien gedwongen ontslagen bij deze drie afdelingen niet volledig uit te sluiten waren. - Het VWNW-contract is drie maanden na boventalligheid getekend. Werkgever is meteen met werknemer in gesprek gegaan over de vormgeving, maar hij wilde er niet over praten door boosheid en teleurstelling. De werkgever heeft twee begeleidingsbureaus voorgesteld, maar werknemer wilde niet kiezen, maar eerst overleggen met [naam organisatie gemachtigde van werknemer]. De werkgever heeft toen ABGL gekozen en de werknemer gewezen op zijn verplichtingen. De werknemer heeft in de eerste maanden van ABGL veel coaching gehad voor zijn boosheid en rouwverwerking om het verlies van zijn baan. Zij hebben voor het zetten van de handtekening al activiteiten verricht. Werknemer heeft na de b...
Hoorzitting. 1. De BFR hoort partijen bij een beroepszaak of kan, indien beide partijen hiermede akkoord gaan, het beroepschrift afdoen op de stukken. De voorzitter draagt zorg voor bepaling van datum, plaats en aanvangsuur van de zitting.
2. De voorzitter roept de bij de beroepszaak betrokken partijen op tot een zitting van de BFR. Hierbij heeft hij de mogelijkheid een minnelijke oplossing van de beroepszaak te bewerkstelligen. Deze bevoegdheid behoudt hij gedurende de gehele procedure totdat de uitspraak is ondertekend. Partijen mogen zich desgewenst laten bijstaan door een deskundige of een vertrouwenspersoon.
3. De secretaris zal partijen ten minste 14 dagen van te voren voor de zitting oproepen.
4. De zitting van de BFR is niet openbaar, tenzij de BFR anders bepaalt en geen der partijen zich hiertegen verzet.
5. Voorzitter en leden van de BFR zullen zich, evenals hun plaatsvervangers, ervan onthouden op te treden inzake een beroep waarbij zij persoonlijk belang hebben dan wel waarbij zij betrokken zijn geweest.
6. Voorzitter, secretaris en leden van de BFR, evenals hun plaatsvervangers, zijn verplicht tot geheimhouding van al hetgeen hun in deze hoedanigheid ter kennis komt en waarvan zij kunnen begrijpen dat het een geheime zaak betreft.
Hoorzitting. 1. In overleg met de voorzitter draagt de secretaris ▇▇▇▇ voor de bepaling van datum, plaats en aanvangsuur van de hoorzitting. De secretaris geeft daarvan uiterlijk veertien dagen voor de datum van de hoorzitting kennis aan partijen.
2. Gemachtigden dienen ter zitting een schriftelijke machtiging over te leggen, met vermelding van naam en adres van de gemachtigde. Advocaten en procu- reurs zijn niet verplicht een machtiging over te leggen.
3. Partijen kunnen zich laten bijstaan door een raadsman/-vrouw.
4. Op verzoek van partijen kunnen op de hoorzitting één of meer getuigen en/of deskundigen worden gehoord. Naam, adres en functie van de mede te brengen getuigen of deskundigen dienen tenminste acht dagen voor de mondelinge behandeling aan de secretaris te worden opgegeven. De secretaris stuurt de opgave onverwijld door aan de wederpartij.
5. Uit de weigering van partijen om gevraagde inlichtingen te verstrekken of om ter zitting te verschijnen zal de commissie zodanige gevolgtrekkingen maken als zij zal vermenen te behoren.
6. De voorzitter regelt de gang van zaken tijdens de zitting. De zitting is open- baar, tenzij de commissie anders beslist.
Hoorzitting. 1. De zittingscommissie kan besluiten een hoorzitting te houden ten einde de klager en de aangeklaagde gelegenheid te geven hun standpunten mondeling toe te lichten.
2. Indien de klacht betrekking heeft op een cliënt die verblijft in één van de locaties die door de zorgaanbieder in stand worden gehouden, vindt de hoorzitting daar plaats, tenzij de zittingscommissie anders beslist.
3. In de regel worden partijen in elkaars aanwezigheid gehoord tijdens de hoorzitting. Op gemotiveerd verzoek van de klager of de aangeklaagde kan de zittingscommissie hen afzonderlijk horen.
4. Indien de klager en de aangeklaagde afzonderlijk worden gehoord, draagt de zittings- commissie zorg voor een verslag van het besprokene. Dit verslag brengt de zittings- commissie ter kennis van de partij die niet aanwezig was tijdens het horen en geeft deze de gelegenheid om binnen een door de zittingscommissie te bepalen termijn te reageren.
Hoorzitting. Op 21 september 2020 vond een hoorzitting plaats, waarbij de commissie partijen in de gelegenheid heeft gesteld het verzoek en het verweer nader toe te lichten. De gemachtigde van de werkgever heeft daarbij een pleitnotitie overgelegd en de commissie heeft tijdens de zitting enkele vragen gesteld. Naast de voornoemde gronden van het verzoek en verweer zijn de volgende punten als volgt, samengevat, aan de orde gekomen: - Partijen zijn uitgenodigd nader in te gaan op de samenloop van de onderhavige procedure met de beroepsprocedure die wordt gevoerd over de rechtmatigheid van de beslissing op bezwaar van 22 januari 2019, waarbij de bezwaren van de werknemer ten aanzien van de verlening van buitengewoon verlof, opheffing van zijn functie en boventalligverklaring ongegrond zijn verklaard. De werkgever heeft verteld dat de zitting over dit beroep plaatsvindt op 27 oktober 2020. De werkgever heeft het standpunt ingenomen dat de commissie zelfstandig bevoegd is te beslissen op het ontslagverzoek, waarbij het besluit tot boventallig-verklaring rechtsgeldig is zolang het niet door de bestuursrechter is vernietigd ofwel geschorst. Bij de toetsing van het verzoek meent de werkgever dat de commissie de boventalligheid van de werknemer op dezelfde wijze dient te toetsen als de bestuursrechter in de beroepsprocedure over de beslissing op bezwaar van 22 januari 2019. Daartoe voert de werkgever aan dat immers het ‘oude’ materiële recht van toepassing blijft zoals in het overgangsrecht van artikel 11.3 lid 1 Aanpassingswet Wnra is voorgeschreven. De werkgever ziet derhalve geen belemmering voor een inhoudelijke behandeling van het verzoek. - Namens de werknemer is verzocht de zaak aan te houden, totdat de bestuursrechter een oordeel heeft gegeven over de rechtmatigheid van het opheffings- en boventalligheidsbesluit. Subsidiair is verzocht om bij de eventuele verlening van toestemming voor opzegging, daaraan de voorwaarde te verbinden dat de bestuursrechter oordeelt dat de beslissing van 22 januari 2019 rechtmatig is. - Het tweede punt van discussie betreft de vraag of sprake is van een ‘ontslag wegens reorganisatie’, als genoemd in artikel 8:3 lid 1 van de Arbeidsvoorwaardenregeling [naam werkgever]. De werkgever wijst op het uitgangspunt bij de toetsing, te weten de vrijheid die het college van B&W heeft om regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van de gemeente. Men mag de organisatie naar eigen inzicht inrichten, waarbij kan worden bepaald welke functies e...
Hoorzitting. Onderdeel van de bezwaarprocedure is een hoorzitting. Op verzoek van partijen kunnen op de hoorzitting een of meer getuigen en/of deskundigen worden gehoord. Als partijen weigeren om gevraagde inlichtingen te verstrekken of om ter zitting te verschijnen zal de BFF haar conclusies trekken op basis van de dan ontstane situatie. De voorzitter regelt de gang van zaken tijdens de zitting. De zitting is niet openbaar, tenzij de BFF anders beslist en geen der partijen zich hiertegen verzet.
Hoorzitting. De Concessiehouder kan tevens verzoeken om te worden gehoord. Dit verzoek dient te worden ingediend op dezelfde wijze en binnen dezelfde termijn als bepaald in §1. De Concessiegever kan de Concessiehouder ook zelf, op eigen initiatief, oproepen voor een hoorzitting. De hoorzitting wordt gehouden t.o.v. het College of t.o.v. de burgemeester en een gedelegeerde schepen, of nog t.o.v. twee gedelegeerde schepenen. Zij vindt ten vroegste plaats de vierde dag na de verzending van de het aangetekend schrijven bedoeld in §1. De oproeping voor de hoorzitting wordt aan de Concessiehouder bezorgd (per e-mail en) per aangetekend schrijven, waarin melding zal worden gemaakt van de wijze waarop hij inzage kan nemen van het eventuele dossier (plaats en tijdstip). De Concessiehouder kan zich tijdens de hoorzitting laten bijstaan door een raadsman.
Hoorzitting. 1) De voorzitter bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de klager en de aangeklaagde tijdens een niet-openbare vergadering in de gelegenheid worden gesteld te worden gehoord. De hoorzitting vindt plaats binnen vier weken na ontvangst van de klacht.
2) De klager en de aangeklaagde worden buiten elkaars aanwezigheid gehoord, tenzij de klachtencommissie anders bepaalt.
3) De klachtencommissie kan bepalen, al dan niet op verzoek van de klager of de aangeklaagde, dat de vertrouwenspersoon bij het verhoor aanwezig is.
4) Van het horen van de klager kan worden afgezien indien de klager heeft verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord.
5) Van de hoorzitting wordt een verslag gemaakt. Het verslag bevat:
a) de namen en de functie van de aanwezigen;
b) een zakelijke weergave van wat over en weer is gezegd.
6) Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris.
